Monique Maan

We hebben een stukje muur, boven op de overloop, met streepjes en data. Zo is precies te zien hoeveel onze kleindochter gegroeid is door de jaren heen. Ze kan niet wachten tot ze groot genoeg is, bv voor achtbanen in het pretpark….

Als kinderen klein zijn, zijn er allerlei vragen met het woordje ‘al’ erin: kan ze al lopen, is ze al zindelijk, kan ze al zwemmen enz. Ergens in het leven komt de omslag van ‘al’ naar ‘nog’. ‘Rijd u nog auto? Woont u nog zelfstandig? Kookt u nog zelf?’. Op dat punt is het groeien kennelijk afgelopen en begint het aftellen naar het einde.

Een paar jaar geleden was ik bij een studiedag over ouder worden, en daar kwam – als tegenovergestelde van ‘mortaliteit / sterfelijkheid’ – het begrip ‘nataliteit’ aan de orde.

Waar we in ons bestaan vaak vooral gericht zijn op het feit dat het eindig is, is er minstens zoveel voor te zeggen ons te richten op het feit dat we geboren zijn. Want waarom zou dat gegeven niet door kunnen werken in ons hele leven? We kunnen op elk moment en in elke situatie ons als ‘pasgeboren’ opstellen, als mensen die de mogelijkheid hebben iets nieuws te leren en te ontwikkelen.

De kleinzoon die aan zijn opa van ruim 80 jaar vroeg ‘Opa, wat wil jij worden’ had het wat dat betreft goed begrepen. Een mens is nooit te oud om te groeien.