Arjen Hiemstra

Waarschijnlijk ben ik een naïeve volhouder. U trouwens ook. In het jaar dat ik geboren werd, werd het kerkgebouw geopend waarin wij nu diensten houden. De Nieuwe Kerk werd gebouwd met 650 zitplaatsen, uit te breiden tot 750 plaatsen, nu zijn we er maximaal zo’n 150 nodig. Terwijl er de nodige kerken zijn gesloten.

Een buitengewoon uitgebreide schoolcarrière heb ik genoten: na de MAVO kwam de HAVO, daarna het VWO en tenslotte ging ik studeren. En hoe lang ik studeerde, laten we het daar maar niet over hebben. Achteraf denk ik: maar goed dat ik heb volgehouden, wat heeft het me veel gebracht!

In mijn eerste gemeente vonden sommige gemeenteleden dat ik er niks van kon. Toch is het nog aardig goed gekomen: na ruim 25 jaar ben ik één van de weinige voorgangers van de gemeenten waar ik werkte, die nog steeds een kerkelijke gemeente dient (zoals dat zo mooi heet). De ene collega werkt in het leger, een ander in de gezondheidszorg, een derde in het gevangeniswezen.

Trouwens: de Eeuwige is ook al zo’n volhouder: ‘Hij zal niet laten varen, het werk zijner handen’, spraken de predikanten – ontleend aan psalm 138,8 – vroeger nog wel eens aan het einde van ‘Onze Hulp’.

Laten we het nog maar even volhouden. Nog maar een tijdje doorgaan met de dienst bezoeken, ons inzetten voor het kerkelijk leven en omzien naar elkaar. Ook ons heeft het veel gebracht. En we gaan onze weg niet allen.