Pierre Eijgenraam

Mijn eerste gemeente was van huis uit heel traditioneel, maar mijn voorgangster had er, als eerste vrouwelijke predikant, veel vernieuwingen ingevoerd. Een van die vernieuwingen was het hardop bidden van het Onze Vader door de hele gemeente. Nou was ik zelf niet anders gewend, maar voor dáár was het ‘alwêr wat nijs’… Een van degenen die daar moeite mee had, was een oude Friese boer, een wijs en vroom man in de beste zin van het woord. Toen er later conflicten ontstonden rond ‘kinderen aan het avondmaal’ was hij een van degenen die er zelf niks in zag, maar toch in staat was de verontwaardiging te relativeren en het conflict te sussen.

Maar wat had hij nou tegen het hardop bidden van het ‘Onze Vader’? Het ging hem er niet om dat dat een ‘Roomse gewoonte’ was, zoals sommigen vonden. Maar, zei hij: ‘het zijn de woorden van de Heer, ik denk dat die te groot voor mij zijn’. Ik bracht daar tegenin dat Jezus die woorden zelf aan zijn leerlingen had geleerd, kennelijk met de bedoeling dat zij die ook zouden herhalen.

Pas nu vermoed ik dat hij het Onze Vader beter begreep dan ikzelf destijds. ‘Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven onze schuldenaren’. ‘Uw wil geschiede, zoals in de hemel, zo ook op aarde’. Kun je die woorden niet alleen zeggen met de mond, maar ook met het hart? En, zoals de Friezen zeggen: ‘sizzen is neat, mar dwaen is in ding’.