Kees van Keulen

Ik vind bidden heel moeilijk. Te vaak heb ik meegemaakt dat “wensenlijstjes” werden ingediend. Te vaak werd een stortvloed aan bedankjes naar boven gezonden, terwijl ik dacht: Wie is hier aan het werk geweest? Of, zoals ik laatst (ver van hier) meemaakte, dat een moeder dankte voor de genezing van een dochter van kanker. Dan denk ik bij mezelf: Ga dat maar vertellen aan de moeder van wie de dochter wel aan kanker is overleden. Die moeder komt in ieder geval nooit meer in de kerk. Als iets goed gaat, bedanken we, als iets niet goed gaat, …

Gelukkig is er nog het Onze Vader. Dat bid ik geregeld.

Lang geleden was ik met mijn vader in een tweede dienst, aanvang 19.00 uur, in het Vooronder van de Zuiderkerk te Utrecht. De kerkzaal was inmiddels veel te groot. Voorganger was ds. R.A. Siertsema. Hij hield naar aanleiding van een “Zondag” uit de Heidelbergse Catechismus een preek over het Onze Vader. De catechismusprediking, zoals die toen al niet meer zo vaak voorkwam, vond mijn vader belangrijk. Wat ik mij van de preek herinner, is dat ds. Siertsema aangaf dat elke bede bij ons terugkomt. “Uw naam worde geheiligd.” Wat doen wij eraan om zijn naam te heiligen? “Uw koninkrijk kome.” Wat doen wij eraan? En zo verder.

Zou bidden er gemakkelijker door worden?