Kees van Keulen

Mijn wieg stond aan het Balijeplein 2 bis c in Utrecht. Toen ik twee was, zijn we naar de Croeselaan 224 verhuisd.

Ik had een suikertante, tante To. Ze was geen echte tante. Haar man was een collega van mijn vader. Ik ben op vrijdag geboren, en de zondag direct daaropvolgend in de Zuiderkerk door ds. ’t Hart gedoopt. Tante To heeft mij de kerk ingedragen. Dat was bijzonder, want zij was geen kraamverzorgster, die dat bij mijn broers en zusters deed. Nog heel lang leverde dat met mijn verjaardag een cadeautje op. Mijn moeder was niet bij mijn doop. Later heeft ze gezegd dat, als wij “nu” geboren zouden zijn, dat niet was gebeurd; wij zouden later gedoopt zijn.

Ik schijn al vroeg met kroep in het ziekenhuis te hebben gelegen.

Ik bewaar één vluchtige herinnering aan het Balijeplein, dat mijn oudste broer mij de stuipen op het lijf probeerde te jagen, hoewel sommigen dat plaatsen op de Croeselaan.

Op de kleuterschool ben ik nooit geweest. Mijn moeder zei dat ze (met zoveel kinderen) zelf kleuterschool hield. Was het een stil protest tegen alles wat met school te maken had? Mijn vader was hoofd van een school.

Ik heb lelijke littekens op mijn armen. Ben uit drift met beide armen vooruit door de ramen van een deur gegaan, die een broer gesloten had. Mijn vaders verwijt aan hem: “Dat heb je het zonnetje in huis aangedaan!” Het heeft nooit in de weg gezeten.

Met Kerst heb ik met mijn jongste broer uit het hoofd het Kerstverhaal opgezegd.

Het waren voor mij zorgeloze jaren!