Pierre Eijgenraam

Een Franse regisseur, ik weet helaas niet meer wie, stond bekend om zijn avantgardistische, experimentele stijl van film maken. In zijn werk was bijna niets vanzelfsprekend. ‘Maar vindt u niet’, vroeg een onhandige journalist hem eens, ‘dat elke film tenminste toch een begin, een midden en eind moet hebben?’

Na enig nadenken antwoordde de grote kunstenaar: ‘Ja, dat denk ik wel… maar niet perse in die volgorde’. Daar had hij natuurlijk gelijk in. Je kunt prima met het eind beginnen en dan in flashbacks laten zien hoe het allemaal zo gekomen is.

Bij het schrijven van een preek streef ik meestal toch wel naar een enigszins logische volgorde. Ik begin met de vragen of associaties die een Bijbelgedeelte bij mij oproept en in het midden probeer ik, met het oog op die vragen of associaties, de tekst zo goed mogelijk uit te leggen. Aan het einde volgt dan zoiets als een conclusie, een oproep, of om het ouderwets te zeggen ‘de toepassing’.

Toch is dat niet het eigenlijke einde van de preek, maar als het goed is, pas het begin. Want je hoopt natuurlijk als preekheer of –dame, dat de kerkganger in de dagen daarna nog eens over je woorden zal na gaan denken, en –nog beter- er iets mee zal doen! Of dat ook werkelijk gebeurt? Daar hoor ik meestal maar weinig over, maar dat hoeft ook niet. Volgende week is er weer een nieuwe kans. Ik mag elke zondag opnieuw beginnen.