Monique Maan

Mijn dochter was 9 en vertelde: ‘Op straat heeft een meisje tegen me gezegd: Ik wil niet met jou spelen, want jij bent bruin. Maar ik ken dat meisje helemaal niet. Waarom zegt ze zoiets? Dat is toch raar?’ Ik kon niet anders dan het met haar eens zijn. Mijn dochter had haar eerste ervaring van ‘er niet bij horen’ te pakken.

Een andere dochter moet het doen met weinig geld en vindt het lastig om dat voor elkaar te krijgen. Ik lees in de krant dat ik haar wel een ton zou mogen geven om een huis te kopen, maar dat ik haar niet mag helpen met boodschappen. Er zijn volop instanties waar ze kan aankloppen, maar als je niet zo vaardig bent met het invullen van formuleren, is dat ingewikkeld. En zo blijft het lastig voor haar en voor haar kinderen om voluit mee te doen.

Mijn moeder is na een gebroken heup weer thuisgekomen uit revalidatiecentrum. Het is spannend of het haar gaat lukken om weer zelfstandig te wonen. Verzorgingshuizen zijn wegbezuinigd, thuiszorg is overbelast. We hopen er maar het beste van. We doen wat we kunnen, maar kunnen niet altijd aanwezig zijn op de momenten dat het nodig is.

Zo maar een paar voorbeelden die laten zien dat inclusief samenleven nog niet zo vanzelfsprekend is. Een samenleving waarin iedereen meetelt, mee mag doen en mee kan doen, ongeacht culturele achtergrond, huidskleur, gender, leeftijd of beperkingen van welke aard ook, is nog niet zomaar bereikt.