Jos Hordijk

Ondanks het feit dat ik niet in Arnhem ben geboren en getogen reizen de haren mij te berge als ik op de tv hoor of in kranten lees dat er iets lelijks over Arnhem gezegd wordt. Niet dat alles hier perfect is in mijn ogen, maar vroeger zeiden we: óveral is wel eens wat’ en inmiddels woon ik hier 33 jaar, genoeglijk dicht bij het centrum van de stad. De kinderen zijn hier opgegroeid en ook al heb ik mijn wortels hier niet liggen, ik voel me verbonden door groepen waar ik bij hoor, opleidingen die ik gevolgd heb, werk dat ik gedaan heb. Ik heb niets te klagen over het deel van mijn leven dat zich in Arnhem heeft afgespeeld.

Ik ben ook best een beetje verknocht geraakt aan mijn vriendinnen, de buren, gemeenteleden, de kerkgang, het Sonsbeekpark, de Rijkerswoerdse plas en station Arnhem Centraal.  Ik ken hier de weg, ik heb in de Walburgiskerk, de Eusebiuskerk en de Waalse kerk staan zingen met de Oecumenische cantorij, aan groepjes meegedaan met Han, Monique, Ad en Elsje en met de kinderen plezier gehad in de kindernevendienst. Ik denk met warmte terug aan Pasen, het paasspel spelen met een engel met vleugels en eitjes zoeken in de tuin. Het kerstspel waarin z.g. van alles misliep en het toch nog goed kwam en ieder jaar smulden we van beschuit met muisjes. Ik ben een Rotterdammer, maar toch, ik houd van mijn leven in Arnhem, je krijgt mij hier nooit meer weg.