Kees van Keulen

Als vrijwilliger ben ik rondleider op het kasteel Rosendael, één van de residenties van de toenmalige graven/hertogen van Gelre. Ze verbleven er vanaf rond 1300. In 1579 is het verkocht en daarna, zo’n 400 jaar, in familiekring gebleven. Ik heb me er de nodige kennis van eigen gemaakt: de bouw- en familiegeschiedenis, de attributen, de schilderijen, de functies, noem maar op. Van 1986 – 1990 is het gerestaureerd en ingericht zoals het ongeveer in het begin van de 20e eeuw was.

Ik ben ervan onder de indruk, als ik lees hoe de kasteelheren zich er altijd voor hebben ingezet het kasteel en het park in goede staat te houden, bij de tijd te brengen, bij elkaar te houden, en zo over te dragen aan de volgende generatie. Na het overlijden van de “laatste” baron, in 1977, is het overgedragen aan de Stichting Het Geldersch Landschap. Het was financieel niet meer op te brengen. En nu kan je zien hoe het er vroeger was, hoe men er leefde. Leuk, maar ook leerzaam.

In deze Berichten is het er vaker over gegaan, hoe hele groepen kansarmen worden uitgesloten. Was dat vroeger anders? In Rosendael gaat het allemaal over kasteelheren/vrouwen, de oude adel. De “gewone” burgers komen in het verhaal niet voor. Vlakbij is een prachtige begraafplaats, uit 1840, waar ook degenen die in dienst van de kasteelheer waren, zijn begraven. Hij zorgde ervoor, dat ze netjes werden begraven. Maar … op elk graf van zo’n dienstbare staat een paaltje zonder naam of jaartal. Zo belangrijk waren ze!

Is er vandaag de dag iets nieuws onder de zon?