Pierre Eijgenraam

 Het was kort voor Kerst, dat ik in een verpleeghuis bij het sterfbed zat van een trouw gemeentelid. Zijn vrouw en kinderen zaten om hem heen en zongen liederen van Johannes de Heer:

‘Heerlijk klonk het lied der Eng’len,

in het veld van Ephrata:

ere zij God in de hoge,

looft de Heer, Halleluja!

Vrede zal op aarde dagen,

God heeft in de mens behagen;

zalig, die naar vrede vragen,

Jezus geeft die, hoort Zijn stem!’.

De oude heer G. leek het niet te horen, hij dommelde telkens weer weg, totdat er in de verte een carillon begon te spelen. Hij schrok wakker, met lichtjes in zijn ogen en hij sprak vol verwachting: ‘Ben ik er al?’

Veel mensen zullen dit een grappig verhaal vinden, maar voor mij was het ontroerend om erbij te zijn. En nog altijd kan ik het ‘heerlijk lied der englen’ niet horen zonder tranen in mijn ogen te krijgen.

‘Zalig wie in Christus sterven’, zegt een ander lied en bij dit sterfbed heb ik dat gezien. Ooit hoop ik ook met dezelfde overgaven en hetzelfde vertrouwen dit leven te mogen verlaten –al mag het nog best een poosje duren.

Ik weet niet of mijn dierbaren over een jaar of dertig de liederen van Johannes de Heer nog zullen kennen. Maar ze mogen ook ‘alles wordt nieuw voor me zingen’. En daarna hoop ik het te zien.