LET OP: deze NIET op de home pagina toevoegen.
voor de dagelijkse meditatieve teksten van PGA

Deze week is het thema Jezus: Kerstmis, het feest van de geboorte van Jezus!

 In de media is kerst vooral een feest geworden van gezelligheid, lichtjes, familie, lekker eten en kadootjes. Nieuw is dat natuurlijk niet en ook brave kerkmensen doen gewoon mee aan de gezelligheid en het lekkere eten.

Nieuw is misschien wel, dat nog maar weinig mensen zich iets kunnen voorstellen bij de eigenlijke betekenis van het kerstfeest. Het schijnt echt gebeurd te zijn dat een kerkelijke groep een kraampje wilde reserveren op een kerstmarkt. Ze werden geweigerd, want ‘dat paste niet in het concept’…

Wat langer geleden ijzelde het op kerstavond en mensen werd afgeraden om de weg op te gaan. In een praatprogramma hadden mensen het de hele tijd erover hoe erg dat was voor mensen die naar hun familie toe wilden of die uit eten hadden willen gaan. Dat er ook nog mensen zijn die op kerstavond graag naar de kerk willen; dat besef leek niet meer aanwezig.

Deze kerst hebben we andere zorgen! Misschien des te meer reden om nog eens stil te staan bij het feest van Jezus’ geboorte, en stil te staan bij  de vraag: wie zeg jij eigenlijk dat Ik ben?

 

Maandag 21 december, door Pierre Eijgenraam

 Wie is Jezus voor mij? Daar heb ik natuurlijk vaker over nagedacht, maar toen ik begon aan deze column realiseerde  ik mij, dat ik Hem misschien wel het liefste zie door de bril van de apostel Paulus. Ik moet dan denken aan uitspraken als: ‘wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen’ (1 Kor. 1: 27), of ‘mijn genade is u genoeg; want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid’ (2 Kor. 12: 9).

Zulke zinnen helpen mij om te begrijpen waarom herders en wijzen een kind in een stal komen vereren als koning, waarom armen van geest en mensen die hongeren of dorsten naar gerechtigheid zalig worden genoemd, waarom Jezus op een ezel Jeruzalem binnenrijdt, waarom hij aan het kruis nog kon bidden voor degenen die het Hem aandeden. En vooral: waarom Hij na zijn kruisiging en dood als een levende kon verschijnen aan Maria, aan de Emmaüsgangers, aan Thomas en misschien ook wel aan mij.

Wat Jezus gezegd en gedaan heeft, is niet voor niets geweest. Ze hebben Hem niet blijvend kunnen doden, ze hebben Hem niet blijvend tot zwijgen kunnen brengen. Wat Hij begonnen is, gaat verder!

Die paradox van zwakte en kracht, van dood en leven, van donker en licht; dat is voor mij het verhaal van Jezus en het mooiste geheimenis van het geloof. ‘Ziet, die ’t woord is zonder spreken, ziet, … ziet die ’t licht is in de nacht…’ (Lied 478:1). 

Johannes Kon

Maria is voor mij de van oorsprong Columbiaanse vrouw, die iedere morgen als eerste bij de Salvatorkerk staat voor de brooddistributie aldaar van de stichting EVS EcoVrede. Geen idee, of ze een zoon heeft; zo goed is mijn Spaans nu ook weer niet om het haar “op de vrouw” af te vragen, ondanks de academische cursus en mijn pelgrimstocht naar Santiago de Compostela.

Zij is altijd uitermate dankbaar voor wat wij haar materieel kunnen bieden. Mensen in de ogen kijken, of Zij / Hij daarin misschien schuilt.

Is Maria de moeder van de Eeuwige ? Geen idee ! Maar ik kom haar overal tegen. Op mijn recente wandeltocht door Zuid Limburg bijvoorbeeld. Daar heb ik echt geen rozenkrans voor nodig.

Ik heb al die films etc. over “Maria” nooit gezien, maar zij spreekt tot de verbeelding, blijkt – in haar blauwe gewaad en haar bloedend hart, zoals ik in Frankrijk overal zag – mooi voorbeeld van “scheiding van kerk en staat”.

Ik prijs haar vooral als vrouw, maar zeker niet als Moeder Gods.

 

door Pierre Eijgenraam

Lucas 1: 39-56 vertelt over de ontmoeting van Maria en Elisabeth. Maria is net zwanger en nog maar nauwelijks toe aan het moederschap, Elisabeth was daar eigenlijk al aan voorbij, maar nu hoogzwanger. Zodra de stem van Maria klinkt, springt het kind van Elisabeth op in haar schoot: nu al herkent het zijn Meester als degene die komen zou.

Een bijzondere ontmoeting, die uitloopt op een lied dat we kennen als ‘de lofzang van Maria’. Maar is het eigenlijk wel Maria die dat lied zingt? De Griekse tekst zegt alleen ‘en zij sprak’. De traditie heeft hier ‘Maria’ ingevuld, maar feitelijk zou het net zo goed Elisabeths lied kunnen zijn….

Of misschien wel òns lied: ‘Iedere tijd opnieuw gaat zijn genade naar allen die eerbiedig met Hem leven’ (Lucas 1: 50, vertaling Huub Oosterhuis).

door Pierre Eijgenraam

De tweede naam van onze oudste zoon is Johannes. Want als de moeder Elisabeth heet en de vader al wat ouder is (ik was 42) en dienst doet in de tempel, dan moet het kind Johannes heten! (Lucas 1: 63). Ben ik dus een Zacharias?

Het spreekt mij aan dat Zacharias, net als enkele anderen in de Bijbel, durft te twijfelen. Als hij de boodschap van de engel heeft gehoord, weigert hij die te geloven. Je mag dan wel priester wezen, maar dat wil nog niet zeggen dat je alles zomaar slikt! Al van jongs af heb ik mijzelf gezien als iemand op de grens tussen geloof en ongeloof. Mijn Elisabeth zegt wel eens: ‘je hebt een rationeel hoofd, maar een devote ziel’.

De Bijbelse Zacharias moet negen maanden zwijgen. Is dat een straf voor zijn ongeloof? Of is het een genade? Het christendom heeft altijd een onderstroom gekend die grote waarde hecht aan stilte en leren zwijgen als een weg naar God. God is immers groter dan alles wat wij over Hem kunnen zeggen. Alle dogma’s van de kerk zijn uitspraken ‘bij gebrek aan beter’.

Een verhaal uit het vroege christendom vertelt over een rijk en belangrijk man die een Egyptische kluizenaar bezocht. ‘Vertel mij over God’, zei de man. Maar de kluizenaar zei niets. ‘Waarom heb je niks tegen hem gezegd?’ vroegen zijn leerlingen achteraf. De oude man antwoordde: ‘Als hij niets leert van mijn zwijgen, zal hij zeker niets leren door mijn spreken’.

 

door Elsje Pot

Eén van de vrouwen die een naam krijgt in de bijbel is Elisabeth, zij wordt maar liefst acht keer genoemd, alleen in het eerste hoofdstuk van het evangelie van Johannes. Zij wordt geïntroduceerd als de vrouw van Zacharias maar gaandeweg de vertelling krijgt zij een meer zelfstandige rol, die uitmondt in het roepen van de naam van haar pasgeboren kind: Johannes.

Als Maria haar zwangerschap krijgt aangezegd wordt naar Elisabeth verwezen, die dan al zes maanden zwanger is.

Mooi is de ontmoeting tussen deze twee zwangere vrouwen. Elisabeth voelt het kind opspringen in haar schoot als Maria haar begroet. En dat doet Elisabeth profetisch spreken: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’ Daarmee is Elisabeth de eerste (afgezien van Maria) aan wie, nog voor de geboorte van Jezus, geopenbaard is wiens geboorte aanstaande is.

Ds H.A. Visser schrijft in ‘Lucas zegt er het zijne van’ dat Maria in haar geloof geholpen worden door Elisabeth. Dat gebeurt als Maria zich afvraagt hoe dat kan, zwanger zijn, en het gebeurt als Elisabeth Maria begroet, die begroeting doet Maria uitbreken in haar loflied, waarin zij zingt dat alles omgekeerd zal worden en zij als minste dienares gezien wordt door God.

door Johannes Kon

Mijn tante van moederszijde oftewel haar oudste zus (geb. 1913) heette Johanna Maria Elisabeth Isbrücker  (in onze kring : tante Jo); ze diende bij de Marva, was vaak in toenmalig Nederlands-Indië en werd ambtenaar bij het departement van CRM. Zij was de zaak van de “Ambonezen” zeer toegedaan en reisde in haar Morris Minor – een eigen auto; een zeldzaamheid in die tijd, toen lease auto’s nog niet bestonden – stad en land af om al die kampen en woonoorden te bezoeken. En ja, ze was ongetrouwd en …. ? Geen idee.

Mijn grootvader heette Johannes Eliza; naar hem ben ik vernoemd.

De “Elisabeth Bode” heb ik jarenlang bezorgd bij de 11 “gereformeerde” gezinnen in Dinteloord/Steenbergen. We schrijven 1955/1960 en iets later.

En het zal geen verbazing wekken, dat in mijn verzameling sigarenbandjes “Elisabeth Bas” veelvuldig voorkomt.

Zacharias : ik zou de naam nooit direct in verband brengen met een bijbelboek of een verhaal uit de Bijbel – gepreoccupeerd als ik ben met de Zeeuwse familienaam Zachariasse (of Joziasse). Ik woonde nl. 1 jaar in Goes (1966 – 1967), waar ik mijn eerste partner, wijlen Klaaske K., ontmoette (Cornelia Elisabeth).

Iemand uit Arnhem Zuid, die deze column leest, zal nu wellicht opveren.

Ik kwam nadien in contact met anderen, die “Elisabeth” in haar naam voeren.

door Arjen Hiemstra

Als ik Elisabeth hoor, dan moet ik denken aan het verpleeghuis St. Elisabeth in Beneden Leeuwen. Bijna tien jaar lang kwam ik daar eens per twee weken om de dienst te leiden. Ooit was het verpleeghuis opgericht door de pastoor en een lokale notabele, Mina Cuppen, en de zusters waren Franciscanessen die er de liefdadigheid beoefenden in een Rooms-katholiek dorp tussen de rivieren waar toen het Roomse leven nog volop bestond.

Wij hielden er een protestantse kerkdienst voor de enkele protestanten in het huis en voor wie er verder belangstelling had. We kwamen bijeen in een zaaltje, de vrijwilligers haalden de bezoekers van de afdelingen, samen zongen we een paar liederen, er was een lezing, ik sprak een gebed uit en  ik hield een preek van nog geen vijf minuten. En we dronken koffie en tijdens de koffie moest de dominee dan rond de tafel  met een schaal koekjes.

Ik bewaar goede herinneringen aan die bijeenkomsten. Het huis werkte niet altijd mee – toen het huis verbouwd werd moesten we elke keer maar weer een plek vinden – maar het waren bijeenkomsten met aandacht voor wie aanwezig was: de bewoners van het huis, de vrijwilligers die allemaal op leeftijd waren en de predikant die bijna tien jaar in een langzaam wisselende groep mensen aanschoof.

Tot mijn spijt is het initiatief van de protestantse Gemeente enkele jaren na mijn vertrek daar gestopt. De veranderingen in de zorg maakten dat sommige vrijwilligers afhaakten en enkele vrijwilligers overleden. En toch denk ik nog steeds: het is niet voor niets geweest.

 

In Advent is de kerk ‘in verwachting’ en wordt uitgekeken naar de geboorte van Jezus. In het evangelie van Lucas (hoofd­stukken 1 en 3) zijn de verhalen daarover sterk verweven met het verhaal van Zacharias en Elisabeth.

Hoe zat het ook alweer? Zacharias is een priester in de tempel van Jeruzalem, zijn vrouw Elisabeth is een nicht van Maria. Beiden zijn al op leeftijd en kinderloos gebleven. Dan verschijnt de engel Gabriel aan Zacharias om hem te zeggen dat zij een zoon zullen krijgen die ‘als een bode voor God uit zal gaan’ en het volk zal voorbereiden op de komst van de Heer. En het kind moet Johannes heten!

Deze Johannes zal later optreden als een profeet van God, een wegbereider voor de Heer. Jezus laat zich door hem dopen en Johannes wijst Hem aan als degene die komen zou.

Deze week staan in het teken van Zacharias en Elisabeth. Wat kunnen zij ons leren over verwachting? 

De namen ‘Elisabeth’ en ‘Johannes’ roepen nog heel veel andere associaties op. Toch zijn ook die associaties verre of minder verre echo’s van het ontroerende verhaal dat Lucas vertelde.

  

door Monique Maan

Zacharias en Elisabeth horen echt bij Advent. In de aanloop naar het feest van de geboorte van Jezus maken zij, door wat zij meemaken, de weg vrij voor hoop en verwachting.

En dat terwijl ze allebei redenen genoeg hebben om niets meer te verwachten. Op leeftijd, geen kinderen, en wie weet hoe vaak Zacharias al mee geloot heeft om de dienst in de tempel te mogen doen. Hoe lang bewaart een mens zijn of haar dromen? Er komt toch een moment dat je ze loslaat en je overgeeft aan de harde realiteit die geen ruimte laat voor welke droom dan ook.

Herkennen we ons als wijkgemeenten van de PGA in deze twee mensen? Ik zie wel paralellen: we zijn moe van alles wat gebeurd is rondom de kerksluitingen en de verhuizingen. We zien mensen vertrekken naar buurkerken. We mopperen wat omdat het allemaal niet is zoals we dachten dat het zou worden. Corona hindert ons in het elkaar leren kennen, voor ontmoeting is nauwelijks mogelijkheid. Het is allemaal realiteit.

Maar tegelijkertijd zouden we toch beter moeten weten! Horen we niet elke week verhalen die ons vertellen dat leven méér is dan de realiteit? Het verhaal over Zacharias en Elisabeth is er zo’n prachtig voorbeeld van!

Het gaat niet altijd vanzelf, dat laat Zacharias ons zien. Hoop en geloof moeten soms bevochten worden. Maar als het ons lukt onze ogen te openen voor het goede en mooie dat zich aandient, óók in onze wijkgemeenten, dan zullen we eens zien!

 

Pierre Eijgenraam

Sinterklaasfeest was bij ons thuis vooral: gedichten maken. In dichtvorm lazen we elkaar als gezinsleden de les of prezen we elkaar. Dat ging niet altijd goed. Ik herinner me een Sinterklaasavond waarop mijn zus in tranen was toen ze na een sarcastisch gedicht een groot pakket openmaakte waar alle onvoltooide  handwerkjes van het afgelopen jaar in waren verzameld. En niet zo lang geleden stuurde mijn broer me nog een foto van een Sinterklaasgedicht dat ik ooit voor hem had gemaakt, waarin ik zijn –inderdaad verschrikkelijke- ochtendhumeur breed uitmat. Achteraf was het geen aardig gedicht en schaamde ik me om het terug te lezen.

Gelukkig kan het ook anders. We schreven ook gedichten om elkaar moed in te spreken of te troosten, en we staken de loftrompet over een behaald examen of een andere bijzondere prestatie. Maar dat hoeft natuurlijk niet alleen met Sinterklaas. Mijn echtgenote is in deze coronatijd weer begonnen met het schrijven van echte brieven, handgeschreven op mooi papier. Dat wordt door de ontvangers enorm gewaardeerd en ze krijgt ook mooie brieven terug.

Een bekende uitvaartorganisatie spoort ons zelfs aan om met onze lovende woorden voor ouders, familieleden, vrienden of collega’s niet te wachten tot bij zijn of haar crematie; het is veel mooier als iemand bij leven mag horen wat je in hem of haar waardeert! Misschien een goed idee voor deze Adventstijd: Geef elke dag een compliment aan iemand van de mensen om je heen. Want ook dàt geeft licht in donkere tijden.

 

Monique Maan

Kleumend op de kade bij de intocht, vol verwachting klopte mijn hart, ‘s ochtends de spanning of er iets in mijn schoen zou zitten, en op 5 december ineens die mand met cadeautjes in de hal. Ik bewaar goede en warme herinneringen aan het Sinterklaasfeest.

Toen we onze kinderen adopteerden, was de vraag hoe we hen wel of niet mee wilden nemen in het verhaal over Sint. Onze dochter was ruim 6 toen ze bij ons kwam en het opbouwen van vertrouwen was zo’n belangrijk thema! Het leek ons niet wijs haar het geloof in Sint ‘aan te leren’ om haar dan een jaar later te laten ontdekken ‘maar het is niet waar’. Want wat zou er dan nog meer niet waar zijn? Dat wij van haar hielden? Dat ze altijd op ons kon rekenen? Dat we haar nooit zouden terugbrengen naar Colombia?

We hebben er daarom toen voor gekozen om onze kinderen vanaf het begin te vertellen dat Sinterklaas iemand is van heel lang geleden, en dat we elk jaar eigenlijk een soort spel spelen met elkaar, vol verrassingen en gezelligheid. Mensen geven elkaar cadeautjes en doen alsof Sinterklaas ze geeft, en vooral de kinderen staan in het middelpunt. We hebben ook benadrukt dat jonge kinderen vaak geloven dat Sinterklaas écht nog bestaat en dat iedereen zélf achter dat geheim moet komen. Niet verklappen dus!

Is er een overeenkomst tussen Sinterklaas en God? Of hij/Hij wel of niet bestaat – mensen kunnen er verschillend over denken. Maar dat zijn/Zijn intenties zichtbaar worden in het goede dat wij voor elkaar doen, dat is een ding dat zeker is.