LET OP: deze NIET op de home pagina toevoegen.
voor de dagelijkse meditatieve teksten van PGA

Monique Maan

Op een kruispunt in mijn leven, kreeg ik van een collega een Loesje-kaart met de tekst ‘De weg loopt niet waar je ‘m verwacht’. Het is een tekst die uitnodigt om breder te kijken dan wat voor handen is. En hoe voor de hand liggend ook, het was een boodschap die me hielp. Je perspectief kan zo bepaald worden door verwachtingen of angsten, dat je niet meer ziet wat er nog méér te zien is. En dan zie je andere wegen en mogelijkheden zomaar over het hoofd.

Leven is op weg zijn. Voor de meeste mensen is het een weg met bergen en dalen, een weg met onverwachte afslagen en ongedachte vergezichten. Het doet me denken aan psalm 121, een pelgrimslied. De dichter is op weg naar de tempel in Jeruzalem, en het is een reis die niet zonder gevaren is. Onderweg slaat hij/zij slaat de ogen op naar de bergen die aan alle kanten oprijzen, en hij /zij vraagt zich af ‘Waar zal mijn hulp vandaan komen?’. En direct daarna volgt het antwoord: ‘Mijn hulp is van de Eeuwige die hemel en aarde gemaakt heeft.’

De weg loopt niet waar je ‘m verwacht. Soms is dat een verrassing, soms een tegenvaller.

Maar het vertrouwen dat er Iemand is die aan je zijde gaat, kan een wereld van verschil maken. Laten we, ook nu in deze corona-tijd, proberen voor elkaar beeld van die Iemand te zijn.

door Arjen Hiemstra

Een bril is een hulpmiddel om beter te kunnen zien. Mij helpt een bril mij al sinds de 3e klas van de MAVO. Toen begon ik – na het lezen van veel boeken – wel erg te knijpen met mijn oogleden en steeds te vragen of ik vooraan in de klas mocht zitten en dat was verdacht. Na een bezoek aan ‘De Hoop voor ogen’, de brillenwinkel van meneer de Hoop in de grote stad, was mijn zicht weer helemaal in orde. En met enkele aanpassingen is dat in de loop der jaren redelijk op peil gebleven.

Maar zien en zien is twee. De wereld is ingewikkeld, en vaak weten we niet goed hoe we tegen de dingen aan moeten kijken. We hebben net de Amerikaanse presidentsverkiezingen gehad en ik hoef u vast niet te vertellen hoe verschillend daar naar de wereld wordt gekeken. Ook bij ons zijn er discussies en moeten we voor ons zelf duidelijk zien te krijgen waar wij staan. Soms zou je willen dat er ook een soort bril was waarmee wij mensen een wat helderder beeld van de werkelijkheid zouden kunnen krijgen.

Misschien is er wel een soort van bril die behulpzaam kan zijn. “Je ziet het pas als je het door hebt”, zei het grote orakel met nummer 14 eens. Soms moet je door krijgen wat je ziet. ‘doorhebben’, krijg je niet zomaar.  Je moet op zoek gaan, doorkrijgen hoe de dingen in de wereld in elkaar zitten. Met anderen er over praten en niet te snel oordelen. De bril is dan: de tijd nemen. Proberen te begrijpen hoe de dingen zitten.

door Pierre Eijgenraam

Een van de meest bijzondere verhalen in het evangelie staat in Marcus 8: 22-27. Mensen brengen een blinde man bij Jezus met het verzoek om hem aan te raken. Jezus neemt hem mee naar buiten, spuwt in zijn ogen en legt hem de handen op. ‘Kun je al iets zien?’ ‘Ja’, zegt de man, ‘ik zie de mensen als bomen wandelen’. Jezus legt hem nogmaals de handen op, en dan ziet hij helder.

Mijn echtgenote, die soms geloviger is dan ik, zegt altijd: ‘Het verhaal mòet wel echt gebeurd zijn, want zo’n details als van die bomen, dat fantaseer je niet’. En als mijn echtgenote dat zegt, dan geloof ik dat!

Maar het verhaal stelt mij ook een vraag: wat is eigenlijk ‘helder zien’? Heeft die man niet gewoon gelijk als hij zegt dat de mensen zijn als bomen, die wandelen? Een boom verbindt hemel en aarde: de kruin naar boven, de wortels stevig in de grond. Dat zouden wij mensen ook wel willen! Maar zo is het niet.. ‘De bomen hebben wortels, de bomen mogen stevig staan, maar mensen moeten verder gaan’(Lied 807: 2).

Juist het feit dat deze man voor het eerst en onbevangen naar de wereld kijkt, doet hem raak observeren. Hij merkt dingen op die anderen niet meer zien. Goed functionerende ogen of een juist afgestelde bril; ik wens het iedereen toe. Maar zet ook de (echte of denkbeeldige) bril eens af, waarmee je naar de dingen  kijkt. Er zal een wereld voor je opengaan!

 

Monique Maan

Mensen lezen de Bijbelse verhalen allemaal met hun eigen ‘bril’. Vaak ben je je daar niet van bewust. Je eigen context en manier van denken is je zo vertrouwd dat je je nauwelijks realiseert hoe dat de manier waarop je de teksten hoort, leest en interpreteert bepaalt.

En niet alleen lezers hebben hun eigen bril, ook Bijbelschrijvers hadden die! Tijdens mijn studie maakte ik kennis met de feministische theologie.. Die theologie leerde me bij een tekst niet alleen te kijken naar wie spreekt, maar vooral ook naar wie níet spreekt: wie wordt zwijgend gehouden? Wie heeft een naam en vooral ook: wie is er naamloos in het verhaal? De zwijgende naamloze personen blijken vaak vrouwen te zijn. Weggewerkt in het verhaal omdat het in de context van de bijbelschrijvers toch eigenlijk niet mogelijk was dat een vrouw voluit meedeed. Het valt je pas op als je erop attent gemaakt wordt.

De uitdaging bij lezen en uitleggen is je bewust worden van dit soort brillen. Daarom vind ik het zo fijn om een dienst samen met anderen voor te bereiden. Want zij lezen dingen in een tekst die mij soms niet meer opvallen, en zij blijven haken bij wat voor mij vanzelfsprekend is. Zo opent de tekst zich als het ware als nieuw voor mij. Als een rijke schat van wijsheid (Lied 313) op onze levensweg.

Pierre Eijgenraam

Er was eens een dominee die over àlles kon preken. Elke zondag legde de ouderling een tekst of een voorwerp voor hem op de kansel en daar ging de preek dan over. Elke zondag ook keerden kerkgangers gesticht huiswaarts. Een stukje lego, een glas water, een pleister of een onbegrijpelijke Bijbeltekst; dominee wist er altijd wat van te maken!

Op een dag vergat de ouderling iets neer te leggen. Toen de dominee op de kansel stond, keek hij even verbijsterd voor zich. Maar een seconde later sprak hij: ‘Gemeente, uit NIETS heeft God hemel en aarde geschapen!’

Wat die dominee deed, dat doen wij Arnhemse predikanten ook al eenendertig weken lang.. Gelukkig met iets meer bedenktijd, maar ‘bril’ vond ik een lastige opgave.

Opeens was daar een Bijbelvers: ‘Als ziende de Onzienlijke’ (Hebreeën 11: 27). Het staat in het beroemde hoofdstuk dat begint met: ‘Het geloof is de zekerheid der dingen die men hoopt, en het bewijs van de dingen die men niet ziet’. Daarna volgt een lange opsomming van mensen die in geloof hun weg zijn gegaan. Bijvoorbeeld Mozes, die standvastig de toorn van de Farao trotseerde ‘als ziende de Onzienlijke’. Want wat Mozes níet zag was voor hem belangrijker dan wat hij wèl zag!

Ik vind dat een mooie omschrijving van geloven. Het is kijken met je hart, durven dromen en de hoop niet opgeven. Want wat je diep van binnen voelt, dat is waar!

 

Elsje Pot

Vanaf mijn 12e moest ik een bril dragen. Regelmatig nam mijn moeder me mee naar de oogarts, die constateerde dan dat ik sterkere glazen nodig had. Ik kan me nog goed herinneren dat ik, als ik met die nieuwe glazen door mij bekende straten kwam, verbaasd was over bloesem aan bomen, waar ik nog geen uur eerder alleen maar blad gezien had. Blijkbaar heb je zelf lang niet altijd door dat je zicht beperkt is.

Ik denk dat dit niet alleen geldt voor ons letterlijke zien, maar ook voor het zicht dat we hebben op problemen, situaties en discussies, waarmee we in aanraking komen. En misschien geldt dat ook wel voor onze kijk op de kerk. Het is, denk ik, vaak heel lastig om de bril waarmee we doorgaans kijken af te zetten en het ook eens met een andere bril te proberen.

Welke bril heb ik op als ik naar de kerk kijk? Ik beken het maar eerlijk, dat is best een kritische. Maar de bril waarmee ik naar geloof kijk, is een heel andere. Dat is er één van hoop en verlangen. En dan de bril waarmee ik naar de mensen kijk, die samen de geloofsgemeenschap vormen, dat is misschien wel een combinatie van die twee eerdergenoemde brillen.

Het is een aardige oefening om je af te vragen door welke bril je kijkt. En als je er niet uitkomt, kun je troost zoeken bij de woorden uit 1 Korinthe 13: Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog.

 

Vroeg of laat moet bijna iedereen eraan geloven: de bril. Daarover gaat het deze week “bril”. Vaak is een bril erg wennen, maar na verloop van tijd wordt het een verlengstuk van jezelf en merk je nauwelijks dat je hem op hebt.

Sinds kort is dat weer anders. Bij binnenkomst van de kerk of de supermarkt met een mondkapje, beslaat de bril. Soms zie je dan zelfs zonder bril beter!

Er zijn ook een ander soort brillen: de manier waarop naar de dingen gekeken wordt of hoe men naar zichzelf kijkt. Zie je alles door een roze bril, of ligt overal een grauwsluier overheen?

 

Johannes Kon

Sedert mijn 15e jaar droeg ik een bril: die foto’s zijn gelukkig van Internet verdwenen; ik heb nooit begrepen, of ik nu bijziend of verziend was. Of wellicht helderziend ? In ieder geval heb ik mijn rijbewijs gehaald (55 jaar geleden).

Een roze bril heb ik nooit gehad; hooguit een rode en die koester ik.

Enige jaren geleden zei mijn oogarts in Rijnstate me: “Waarom draag jij eigenlijk een bril?”. Sindsdien liep ik met een bril met vensterglas in een titanium montuur, totdat die wegwaaide in een storm. Nooit gemist !

Jezus heeft volgens de Evangeliën  behartigenswaardig gesproken over de blinden en slechtzienden in Zijn tijd. In de onze zou Hij vast ambassadeur geworden zijn van Bartimeus c.a. en dat zeg ik absoluut niet badinerend.

Kies de bril die u past, maar vergeet nooit de eigenlijke boodschap : “zie naar elkaar om”. Daarvoor heb je geen bril nodig, slechts (?) een hart.

 

Hubertien Oostdijk 

Heilig, één van de woorden die het meeste uitleg behoeven. Wij denken bij heilig toch vaak aan vroom, supergoed, heel bijzonder… en als je dat etiket op bijvoorbeeld de kerk plakt, dan valt het vaak zo tegen.

Want laten we eerlijk zijn, er worden ook in de kerk heel wat fouten gemaakt, ergerniswekkend en tenenkrommend soms.

Maar heilig betekent in de bijbel, apart gezet, afgezonderd, onderscheiden.

De kerk is er niet als einddoel, maar als een tussenschakel op weg naar Gods Koninkrijk. En de kerk is er ondanks de mensen in die kerk, mensen die het ook vaak laten afweten. God is van meet af aan bezig om gewone mensen te roepen, te mobiliseren. Geen vrome mensen, zonder fouten, maar mensen zoals u en ik. Wij worden geroepen om Gods liefde te blijven verkondigen, met al onze lekken en gebrekken, worden wij geroepen. En vaak is onze kerk/onze gemeente maar een gebrekkig afgietsel van wat God bedoeld moet hebben, maar soms, gebeurt er ineens iets bijzonders, waait de Geest en gebeuren er bijzonder mooie dingen! Dan is God voelbaar nabij. Laten we steeds weer ons richten op God, zijn liefde voor alle mensen blijven verkondigen, daaruit leven, dat uitstralen, dan waait de Geest en zijn we zichtbaar voor mensen om ons heen.

En van dat Koninkrijk waar alle mensen, alle heiligen welkom zijn kunnen we maar het beste zingen, bijvoorbeeld met lied 729 vers 1.

Pierre Eijgenraam

Vorig jaar november was ik met mijn gregoriaanse koor een paar dagen in Rome. Dat is een zeer onheilige stad, vol protserige kerken en monumenten waaraan duidelijk is af te lezen hoe vaak de kerk bezweken is voor de verleidingen van rijkdom en machtsmisbruik.

Toch is het ook een zeer heilige stad, waar bijvoorbeeld de Sant Egidiogemeenschap zich inzet voor de allerarmsten; niet in de eerste plaats door ze te helpen, maar door vriendschap met ze te sluiten! Ik heb er de grootste bewondering voor.

Op 23 november, feestdag van de heilige Clemens, zongen we met het koor in de San Clemente, een van de mooiste en oudste kerken van de stad. Sint  Clemens was bisschop van Rome van 88-92 na Christus. Volgens de overlevering heeft hij Petrus en de andere apostelen nog persoonlijk gekend. In het jaar 100 is hij als martelaar gestorven.

Voorafgaand aan de mis trokken we in processie de wijk door, met een fanfare voorop, begeleid door vuurwerk, politie, bisschoppen en nonnen. Middelpunt van de stoet was een draagbaar waarop het gebeente van de heilige aan het volk werd getoond.

Als protestant sloeg ik, meelopend in de stoet, alle ‘Roomse poespas’ met een brede glimlach gade. Tot ik onverwachts aan het einde van de straat de sfeervol verlichte contouren van het Colosseum zag opduiken, de plek waar zoveel christelijke martelaren voor de wilde beesten zijn gegooid. Op dat moment vielen twintig eeuwen geschiedenis even helemaal weg en voelde ik me ‘one handshake away’ van Petrus en de andere apostelen. Een heilig moment.

Arjen Hiemstra

Is er nog iets heilig in deze wereld?

Ik denk het wel. Alleen is het vooral een kwestie van kijken óf je dat heilige nog ziet. Je kunt het ook heel gewoon vinden en eraan voorbij gaan. Het heilige moet je op het spoor komen. De Amerikaanse schrijver en theoloog Frederick Buechner vraagt aandacht voor die zoektocht naar het heilige en wijst er op dat je er tijd en moeite voor nemen.

Het heilige kom je tegen op allerlei momenten van de dag. Als je ’s ochtends je bed verlaat is er al een moment van schepping. Uit het bodemloze niets van je slaap wordt je bij het opstaan weer tot een mens die aan een nieuwe dag begint. Zulke heilige momenten van de dag moet je niet aan voorbij gaan.

Het heilige kom je ook tegen in de loop van je leven. Er is in je leven een tijd van onwetendheid geweest. Toen je heel jong was en de dingen nam zoals ze waren. Maar daarna kwam er een moment dat je tot het inzicht kwam dat alles minder vanzelfsprekend is in het leven. En tenslotte is er een tijd waarop dat vanzelfsprekende allemaal voorbij is. Een tijd waarin je die geluiden van je leven allemaal op het spoor kunt komen.

Je moet dus goed luisteren naar wat de heilige momenten zijn. Het is als het bekijken en beluisteren van kunst: als Rembrandt een vrouw in een jurk schildert roept hij hetzelfde: ‘stop en kijk’. Als de musicus muziek maakt, moet je goed luisteren. Zo is het ook met het heilige: als je niet goed luistert naar het alledaagse, kom je het heilige niet op het spoor.