voor de dagenlijkse meditatieve teksten van PGA

Bericht voor thuisblijvers, 5 mei

,

Deze week gaan de berichten over vrijheid.

 

Dinsdag 5 mei: Elsje Pot

Toen mijn broer en ik het huis moesten leegruimen, waar mijn ouders 40 jaar hadden gewoond, vonden we ook de vlag van mijn opa en oma. Een vlag die na hun overlijden, bij mijn ouders terechtkwam en vanaf dat moment werd er ook bij ons thuis gevlagd op 5 mei. Een vlag die mijn moeder, ondanks dat hij hier en daar een stopgaatje had, niet weg kon doen.

Voor haar en ik denk voor veel mensen van haar generatie betekende het zien van die vlag na de oorlog: vrijheid. Mijn moeder kon niet zonder emotie vertellen over wat dat na vijf jaar oorlog betekende.

Als ik de rood, wit, blauwe vlaggen zie wapperen op 5 mei, dan denk ik aan mijn moeder. Ik ervaar nu, denk ik, voor het eerst een heel klein beetje hoe blij je kunt zijn met vrijheid. Er is geen oorlog, maar toch snak ik naar vrijheid: gewoon weer kunnen doen, wat ik altijd deed: onbekommerd me onder de mensen begeven, handen schudden, knuffels uitdelen.

En ik vraag me af: gaan we straks onze herwonnen vrijheid ook anders waarderen, er op een andere manier mee omgaan? Ik denk aan de verhalen in het boek Exodus in de Bijbel, er wordt verteld hoe moeilijk het is om echt in vrijheid te leven. En dat je ook voor een leven in vrijheid regels nodig hebt.

Wat zou het mooi zijn als we straks ook samen de regels waarderen en naleven, die onze vrijheid willen waarborgen.

 

Vrijheid

Wat is nou vrijheid?

een land zonder oorlog,

een land zonder regels en beperkingen,

een land zonder keuzestress en sociaal wenselijke antwoorden?

 

Of is vrijheid

de zekerheid van je bestaan

de aanvaarding van je grenzen en beperkingen

het vertrouwen dat het goede je gegeven wordt – wat het ook is?

 

Arjen Hiemstra

 

Bericht voor thuisblijvers, 4 mei

,

Al weer het zesde bericht voor thuisblijvers. In een tijd van gedenken en vieren van 75 jaar vrijheid . Deze dagen is het 75 jaar na de bevrijding van Nederland. In Nederlands-Indië moesten ze trouwens nog een paar maanden wachten.

Maar ook een tijd waarin nog niet alles kan: geen grote festivals dit jaar, geen grote vakantieplannen (of misschien wel de plannen, maar of ze werkelijkheid worden is de vraag) en niet samen komen voor kerkdiensten, geen ontmoetingen van gemeentelid en dominee en (bijna) geen overleg over het gemeentewerk. Het mag allemaal niet. Het enige wat kan, gebeurt op afstand.

Is onze vrijheid in het geding? Dat is nog maar de vraag. Toch is er aanleiding genoeg om het thema van ‘vrijheid’ in het middelpunt te zetten van dit bericht aan de thuisblijvers. Onze schrijvers hebben er over nagedacht en geschreven.

 Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

Margriet Kok – Vrijheid en verhalen

Kom vanavond met verhalen
Hoe de oorlog is verdwenen,
En herhaal ze honderd malen:
Alle malen zal ik wenen.

Over oorlog en vrijheid staan op de site www.vrijheid.nl (nog tot 5 mei online) indrukwekkende verhalen. Nederlanders vertellen daar hun verhaal. Uit elk geboortejaar sinds 5 mei 1945 een verhaal. Zo viert Noah 1 jaar vrijheid, Anthony 25 jaar en Jan 75 jaar.

Volgens Anthony weet je alleen wat vrijheid is als deze je ontnomen wordt. Zijn grootouders zullen nooit meer echt vrij zijn.

Ze verloren familieleden en raken de angst en trauma’s die ze in de oorlog hebben opgelopen nooit meer kwijt.

Weliswaar zijn ze nu vrij om te doen en te laten wat ze willen, maar ze leven in een mentale kooi waar ze niet meer uit kunnen.

Prinses Mabel schrijft over vrijheid:

Het in stand houden van onze vrijheid vergt dat we oog hebben voor onze medemens – ongeacht geslacht, huidskleur, achtergrond of geaardheid. We moeten ons uitspreken tegen intolerantie en haat. Want hoe kun je gelukkig zijn als jouw geluk ten koste gaat van het geluk van anderen? We kunnen alleen met elkaar samenleven als we een ander ook gunnen wat we voor ons zelf willen. Hoe kan een mens werkelijk vrij zijn als de ander dat niet is? Ware vrijheid verbindt.

Maar waar ik het meest van overtuigd ben, is dat vrijheid niet gebouwd wordt op grote mooie woorden, maar tot stand komt door kleine concrete daden. Daden in ons eigen huis, onze eigen levens. Daden om conflicten – groot of klein – te voorkomen. Daden om onrecht, ongelijkheid en onderdrukking uit te bannen. Daden om je medemens te laten weten dat hij of zij telt – net als jijzelf.

Die daden – groot en klein – vormen de basis voor nieuwe verhalen. Verhalen om met elkaar te delen. Verhalen die ons verbinden.

Kom vanavond met verhalen

Hoe de oorlog is verdwenen,

En herhaal ze honderd malen:

Alle malen zal ik wenen.*

 

Mooier kan ik het niet verwoorden.

 

*Voor de volledige tekst zie: https://www.4en5mei.nl/herdenken-en-vieren/jaarthema/jaarthema-2020

 

Vrijheid

Wat is nou vrijheid?

een land zonder oorlog,

een land zonder regels en beperkingen,

een land zonder keuzestress en sociaal wenselijke antwoorden?

 

Of is vrijheid

de zekerheid van je bestaan

de aanvaarding van je grenzen en beperkingen

het vertrouwen dat het goede je gegeven wordt – wat het ook is?

 

Arjen Hiemstra

 

Bericht voor thuisblijvers

,

Alweer de vijfde week van deze berichten.
Deze tijd zou je als een soort ‘voortgezet vasten’ kunnen beschouwen; een periode waarin je afziet van allerlei zaken die je anders als ‘normaal’ beschouwt.

De thema’s van deze en vorige week hebben daar mee te maken. Vorige week ging het over ‘buiten’, deze week gaat het over ‘ontmoeten’. Beide zijn in deze tijd opeens niet meer vanzelfsprekend. Dat nodigt uit om meer dan anders je bewust te zijn van de waarde en betekenis ervan.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Zaterdag 2 mei, door Joost Röselaers

 ‘In het begin was het Woord. In het Woord was leven en licht. Het Woord is mens geworden. Het heeft onder ons gewoond’.

Dat staat in hoofdstuk 1 van het Johannesevangelie. En misschien wil Johannes wel dat je begrijpt: na Pasen is die mens weer Woord geworden. Stem, die altijd hetzelfde en tegelijk altijd nieuw en anders, tot een mens kan spreken van liefde. En herkend kan worden. Tot vandaag toe.

Ik moet nu denken aan een verhaal, over de dichter Rainer Maria Rilke. Tijdens een verblijf in Parijs wandelde hij elke middag met een vriendin. Zij kwamen dan altijd voorbij een bedelares. Had iemand een geldstuk in haar hand gelegd, dan liet zij het muntje geruisloos in haar mantelzak glijden. Zij dankte nooit voor hun gave. Zij keek nooit op naar de gever. Op een dag bleef Rilke bij de bedelares staan. Hij legde een roos in de hand van de vrouw.

Toen gebeurde er iets, dat nog nooit gebeurd was: De bedelares richtte zich op, greep de hand van de dichter, kuste die en ging met de roos weg. Een week lang liet ze zich niet zien. Toen zat ze daar weer, net als vroeger. Verwonderd vroeg de gravin aan Rilke: ‘Waarvan zou zij deze week geleefd hebben?’Rilke zei: ‘Van die roos… Je moet niet iets in haar hand geven, maar aan haar hart.’

Daar hoor ik weer even die stem, die van liefde spreekt. Ik zie hoe het Woord weer even gestalte heeft aangenomen. In die roos. In ontmoetingen in ons dagelijks leven waarin liefde gestalte krijgt. Misschien horen we zijn stem dan ook, van over het graf heen, ons aanspreken:  ‘Dit is mijn liefde voor jullie. Laat je erdoor voeden. Neem je plaats in de wereld in. Groei in liefde, in mijn Geest’.

 

Stilte

Heer,
Ik sluit mijn ogen
even is het stil.
Ik probeer aan U te denken even maar
wachten of er een vonkje
van uw liefde
opvlamt in mij.
En als U mijn gedachten zegent voel ik uw nabijheid
en de stilte
raakt mij weldadig aan.

Toon Hermans

Bericht voor thuisblijvers

,

Alweer de vijfde week van deze berichten.
Deze tijd zou je als een soort ‘voortgezet vasten’ kunnen beschouwen; een periode waarin je afziet van allerlei zaken die je anders als ‘normaal’ beschouwt.

De thema’s van deze en vorige week hebben daar mee te maken. Vorige week ging het over ‘buiten’, deze week gaat het over ‘ontmoeten’. Beide zijn in deze tijd opeens niet meer vanzelfsprekend. Dat nodigt uit om meer dan anders je bewust te zijn van de waarde en betekenis ervan.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Vrijdag 1 mei, door Monique Maan

Hoeveel mensen zou ik in het pre-coronatijdperk op een dag zijn tegengekomen? Het moeten er heel veel zijn: op het schoolplein als ik mijn kleindochter wegbreng en ophaal, in winkels, mensen op straat, en dan natuurlijk iedereen die ik tijdens mijn werk tegenkom, op afspraken, bij gespreksgroepen, vergaderingen, kerkdiensten.

Het is gek hoe dat ineens bijna allemaal is weggevallen. In de buurtsuper proberen mensen elkaar te ontlopen, op het schoolplein kom ik al weken niet, en in de kerk is slechts een klein groepje mensen aanwezig om de dienst op te nemen.

Maar ‘niet tegenkomen’ is heel iets anders dan ‘niet ontmoeten’. Waar eerder op de vraag ‘alles goed?’ automatisch geantwoord werd ‘goed hoor!’ -en intussen liep je allebei al door- lijken nu de gesprekken veel sneller op een dieper niveau te komen.

Zorgen, angsten en onzekerheid worden veel gemakkelijker gedeeld, zo ervaar ik. Juist omdat iedereen weet dat het in deze tijd niet vanzelfsprekend  ‘goed hoor!’ is. Het levert intensieve gesprekken op en werkelijke ontmoetingen.

In de Bijbel lezen we over ontmoetingen van Jezus met mensen als Zacheüs, de Samaritaanse vrouw, Bartimeüs, Maria op Paasmorgen. Het zijn ontmoetingen die iets teweegbrengen. Mensen voelen zich gezien en gekend, en openen zich voor Jezus. In de ontmoeting ervaren ze heelheid, en dat maakt hen nieuwe mensen.

Misschien kom ik over een tijdje wel weer veel meer mensen tegen dan nu. Maar ik hoop vooral op die ontmoetingen van hart tot hart. Ontmoetingen waarin we, met of zonder afstand, tot elkaar komen.

 

Stilte

Heer,
Ik sluit mijn ogen
even is het stil.
Ik probeer aan U te denken even maar
wachten of er een vonkje
van uw liefde
opvlamt in mij.
En als U mijn gedachten zegent voel ik uw nabijheid
en de stilte
raakt mij weldadig aan.

Toon Hermans

Bericht voor thuisblijvers

,

Alweer de vijfde week van deze berichten.
Deze tijd zou je als een soort ‘voortgezet vasten’ kunnen beschouwen; een periode waarin je afziet van allerlei zaken die je anders als ‘normaal’ beschouwt.

De thema’s van deze en vorige week hebben daar mee te maken. Vorige week ging het over ‘buiten’, deze week gaat het over ‘ontmoeten’. Beide zijn in deze tijd opeens niet meer vanzelfsprekend. Dat nodigt uit om meer dan anders je bewust te zijn van de waarde en betekenis ervan.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Donderdag 30 april, door Margriet Kok

Aan twee uitspraken denk ik, terwijl ik mijmerend over ontmoeting door de Steenstraat loop.

‘Als je tienmaal per dag naar de armen gaat, ontmoet je er tien keer God’. Een uitspraak, ruim vierhonderd jaar oud,  van Vincent de Paul, patroonheilige van de armen. En ook denk ik aan de woorden van Claartje Kruiff, theoloog des Vaderlands in 2018: ‘Als ik de ander wil ontmoeten, dan zal ik mijn schoenen uit moeten doen en een tijdje in de zijne lopen’.

Plots ben ik afgeleid. Ik zie een grote witte auto. Een Rolls Royce! Van kinds af was dit automerk een thema bij gezinsvakanties in Engeland. Mijn broertje wist alles over dit Britse automerk. We probeerden zoveel mogelijk foto’s te maken van deze auto’s.  Een toppertje was ooit een Rolls met het kenteken ‘1-4-U’:

‘One for you. Zodra ik de auto zie, maak ik foto’s. Zie dat het kenmerkende zilveren vogeltje ontbreekt op de motorkap. Maar dan opeens komt het tevoorschijn.

Als ik thuis ben, app ik mijn broer de foto’s. Dan pas dringt tot mij door dat de eigenaar van de auto een mechanisme in werking bracht waardoor het vogeltje omhoog schoot, toen hij zag dat ik fotografeerde. Ook een ontmoeting! Geen woorden, maar zien waar een ander belangstelling voor heeft en er op reageren.

Je moet van twee kanten komen om elkaar te ontmoeten

Je moet eigenlijk toevallig onderweg zijn.

Je moet geen doel voor ogen hebben

en je moet laten gebeuren waarvoor je bang bent.

Je moet niet alles willen verklaren

voor je het weet verklaar je elkaar de oorlog.

Je moet van twee kanten komen om elkaar te ontmoeten.

(Stef Bos)

 

Stilte

Heer,
Ik sluit mijn ogen
even is het stil.
Ik probeer aan U te denken even maar
wachten of er een vonkje
van uw liefde
opvlamt in mij.
En als U mijn gedachten zegent voel ik uw nabijheid
en de stilte
raakt mij weldadig aan.

Toon Hermans.

Bericht voor thuisblijvers, 29 april

,

Alweer de vijfde week van deze berichten.
Deze tijd zou je als een soort ‘voortgezet vasten’ kunnen beschouwen; een periode waarin je afziet van allerlei zaken die je anders als ‘normaal’ beschouwt.

De thema’s van deze en vorige week hebben daar mee te maken. Vorige week ging het over ‘buiten’, deze week gaat het over ‘ontmoeten’. Beide zijn in deze tijd opeens niet meer vanzelfsprekend. Dat nodigt uit om meer dan anders je bewust te zijn van de waarde en betekenis ervan.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Woensdag 29 april, door Hubertien Oostdijk

Marcus 7: 24-30

Een verrassende ontmoeting vind ik die van Jezus met de Syro-Fenicische vrouw. Jezus is het zat, zijn grens is bereikt en hij vertrekt naar het buitenland, naar Tyrus, op zoek naar rust. Maar amper de grens over komt er een vrouw naar hem toe. Jezus reageert ronduit geïrriteerd op haar vraag om genezing van haar dochter, ‘het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden te voeren’.

Voor iedereen in die tijd was het volstrekt duidelijk dat met de kinderen het volk Israël werd bedoeld en met de honden de heidenen. Jezus reageert wel erg grof, het is bijna alsof Hij zegt ‘eigen volk eerst, ik ben er niet voor jou’.

De vrouw zou boos kunnen worden of verdrietig, maar ze reageert bijzonder. Heel vindingrijk gaat ze mee met Jezus’ beeld, ‘Heer de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen’. Natuurlijk ben ik niet gekomen, aldus de vrouw, om iets af te pakken, maar ik weet dat als er ruim gedeeld wordt er voldoende kruimels vallen. Van die goedheid van U God is toch ook wel een kruimeltje over voor de heidenen?

Daarmee wijst ze Jezus in alle bescheidenheid op zijn roeping. Ze laat Jezus ‘out of the box’ denken om grenzen te overschrijden. En het bijzondere is, Jezus laat zich raken, zich omkeren. Een bijzonder verhaal! Gods liefde, zijn goedheid is er voor iedereen. Het roept ook ons op om ‘out of the box’ te denken. Ook deze tijd vraagt om een nieuwe, verrassende creativiteit.

 

Stilte

Heer,
Ik sluit mijn ogen
even is het stil.
Ik probeer aan U te denken even maar
wachten of er een vonkje
van uw liefde
opvlamt in mij.
En als U mijn gedachten zegent voel ik uw nabijheid
en de stilte
raakt mij weldadig aan.

Toon Hermans.

Bericht voor thuisblijvers

,

Alweer de vijfde week van deze berichten.
Deze tijd zou je als een soort ‘voortgezet vasten’ kunnen beschouwen; een periode waarin je afziet van allerlei zaken die je anders als ‘normaal’ beschouwt.

De thema’s van deze en vorige week hebben daar mee te maken. Vorige week ging het over ‘buiten’, deze week gaat het over ‘ontmoeten’. Beide zijn in deze tijd opeens niet meer vanzelfsprekend. Dat nodigt uit om meer dan anders je bewust te zijn van de waarde en betekenis ervan.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Dinsdag 28 april, door Marieke Fernhout

Het is inmiddels bijna een cliché geworden, maar lees ‘ontmoeten’ eens als ont-moeten. Dus even ophouden met moeten, afkicken van het moeten, opdat wij elkaar kunnen ontmoeten.…

Naderbij komen. Ons verbinden met elkaar. Hoe simpel kan het zijn?

Zo zegt Toon Tellegen het:

Nog één stap… zegt de een
Nog duizend stappen… zegt de ander.
… tussen jou en mij, zegt de een.
… tussen mij en jou, zegt de ander.

De een neemt duizend stappen
en de ander zegt:
nu zijn het er nóg meer, nog tienduizend stappen!

De ander neemt één stap
en de een zegt:
een halve stap was al voldoende,
nu zie ik het. 

 

Stilte

Heer,
Ik sluit mijn ogen
even is het stil.
Ik probeer aan U te denken even maar
wachten of er een vonkje
van uw liefde
opvlamt in mij.
En als U mijn gedachten zegent voel ik uw nabijheid
en de stilte
raakt mij weldadig aan.

Toon Hermans.

Bericht voor thuisblijvers, 27 april

,

Alweer de vijfde week van deze berichten.
Deze tijd zou je als een soort ‘voortgezet vasten’ kunnen beschouwen; een periode waarin je afziet van allerlei zaken die je anders als ‘normaal’ beschouwt.

De thema’s van deze en vorige week hebben daar mee te maken. Vorige week ging het over ‘buiten’, deze week gaat het over ‘ontmoeten’. Beide zijn in deze tijd opeens niet meer vanzelfsprekend. Dat nodigt uit om meer dan anders je bewust te zijn van de waarde en betekenis ervan.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Maandag 27 april, door Ad Boogaard

‘Ruimte voor bezinning en ontmoeting’

Dat is de ondertitel en ook eigenlijk de beste omschrijving van wat D3rde Verdieping is. En wat we nu even niet zijn, helaas.
Rozet is al weken gesloten, en daarmee ook onze ‘ruimte voor bezinning en ontmoeting’. Een paar activiteiten hebben Elsje en ik intussen weer opgepakt, via zoom, maar het naar elkaar kijken via een computerscherm is toch echt anders dan elkaar ontmoeten van aangezicht tot aangezicht.

Niet alleen mis ik een deel van de non-verbale communicatie, ook de aandacht en de interactie is echt anders. Het maakt eens te meer duidelijk hoe wezenlijk die ontmoeting is, óók voor de bezinning…

Je zou denken: des te meer tijd voor bezinning, toch, nu die ontmoeting niet mogelijk is? Lekker veel boeken lezen die je aan het bezinnen zetten. Maar zo werkt het voor mij niet. Ja, een boek of auteur kan die functie hebben, maar de ‘levende’ ontmoeting met een ander, die nu eenmaal anders is dan ik, is wezenlijk voor mijn bezinningsproces.

Want door de ander te ontmoeten en met hem of haar in gesprek te gaan, vraag ik me af: wat denk, vind of voel ik eigenlijk zelf? Of: waarom denk ik zus en hij of zij zo? Of: hé, dit voel ik precies zo, maar ik had dit nog niet zo verwoord! De ander is als een soort spiegel die mij bevraagt en aan het denken zet. Ook en misschien wel juist als ik er niet om gevraagd heb. In de ontmoeting opent zich de ruimte voor bezinning

 

Stilte

Heer,
Ik sluit mijn ogen
even is het stil.
Ik probeer aan U te denken even maar
wachten of er een vonkje
van uw liefde
opvlamt in mij.
En als U mijn gedachten zegent voel ik uw nabijheid
en de stilte
raakt mij weldadig aan.

Toon Hermans.

 

Bericht aan thuisblijvers, 26 april

,

Een nieuw thema: buiten, de tuin in, de paden op, de wegen van deze wereld langs trekken. In april verlaten doorgaans de eerste vakantievierders al het land.

Nu is alles anders: reizen en trekken naar buiten is voorlopig nog niet aan de orde.
Wat is buiten eigenlijk? En wat is binnen? Hier is opnieuw een bericht voor thuisblijvers.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

Zondag, door Arjen Hiemstra

Buiten en binnen
“Laat heb ik u liefgekregen, o schoonheid, zo oud en zo nieuw, laat heb ik U liefgekregen! En gij waart binnen en ik was buiten, en daar zocht ik u, en ik rende, wanstaltig als ik was, op de schone dingen af die door u gemaakt zijn. Gij waart bij mij en ik niet bij u”. (Augustinus, Belijdenissen, Baarn, 1995 (5e druk).

In zijn autobiografie vertelt Augustinus hoe hij God heeft leren kennen. Hij was maar steeds op zoek naar God buiten zichzelf. Hij rende van de ene filosofie naar de andere, hij gaf zich over aan steeds maar weer een andere liefde, een buitengewoon vroom leven heeft Augustinus in zijn jonge jaren niet geleefd.

God – die hij hier ‘schoonheid’ noemt – leerde hij pas kennen toen hij de weg naar binnen vond.
Die weg naar binnen zijn de mystici gegaan in de kerk. Buiten zie je de ‘schone dingen die door God gemaakt zijn’. Maar pas als ze zichzelf naar binnen keerden leerden ze God echt kennen.

Die inkeer kun je trouwens best op een stoel in de schaduw van een boom op het spoor komen. Veel belangrijker is dat je de tijd neemt. Dat je de ruimte zoekt om niet afgeleid te worden door alles wat om aandacht roept. Het is een weg van loslaten wat niet van belang is.

Het zou mooi zijn als wij juist in deze tijd op die weg een paar stappen zouden maken.

Gebed

Maak ons stil van binnen, haal weg de druk, de drang, de onrust –

misschien kunnen we
dan iets van U horen,
een Stem die ons aanroept, toespreekt en troost.

Jurjen Beumer in ‘Op de drempel – Gebeden bij wisselend tij’, Baarn, 1999.

 

Bericht aan thuisblijvers, 25 april

,

Een nieuw thema: buiten, de tuin in, de paden op, de wegen van deze wereld langs trekken. In april verlaten doorgaans de eerste vakantievierders al het land.

Nu is alles anders: reizen en trekken naar buiten is voorlopig nog niet aan de orde.
Wat is buiten eigenlijk? En wat is binnen? Hier is opnieuw een bericht voor thuisblijvers.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

Zaterdag, door Monique Maan

Buiten

Het was een klein berichtje in de krant: nu de eerste lentedagen een feit zijn, mogen de koeien weer naar buiten. Maar dit jaar dus zonder publiek. Gelukkig zijn er op internet heel veel filmpjes te vinden van koeien die een gat in de lucht springen nu ze na de winter de wei weer in mogen. Voor mij is hoort dit echt bij het voorjaar. Net als alle ramen en deuren openzetten en de winterlucht uit het huis verdrijven. Of met blote armen in een hoekje van de tuin, uit wind in de zon. Het leven verplaatst zich van binnen naar buiten.

En in die buitenwereld is zoveel te zien: bloesem in de kersenboom, narcissen en tulpen overal, vogels die hun nest bouwen.
Het doet me denken aan één van de liederen uit het Liedboek, gedicht door Jan Wit:

Laat dan mijn hart U toebehoren
en laat mij door de wereld gaan
met open ogen, open oren
om al uw tekens te verstaan.
(lied 978: 4, eerste vier regels)
Eigenlijk een opvallende tekst, als je bedenkt dat Jan Wit blind was…. Maar kennelijk is het zien van Gods tekens niet alleen kwestie van zien met ogen, maar ook van zien met het hart.

En misschien moeten we elkaar en onszelf dat vooral maar toewensen in deze tijd: dat het ons lukt om te zien en te blijven zien met het hart. Want, met de slotregels van lied 978: 4:

Dan is het aardse leven goed, omdat de hemel mij begroet.

 

Gebed

Maak ons stil van binnen, haal weg de druk, de drang, de onrust –

misschien kunnen we
dan iets van U horen,
een Stem die ons aanroept, toespreekt en troost.

Jurjen Beumer in ‘Op de drempel – Gebeden bij wisselend tij’, Baarn, 1999.