LET OP: deze NIET op de home pagina toevoegen.
voor de dagelijkse meditatieve teksten van PGA

door Arjen Hiemstra

Als ik Elisabeth hoor, dan moet ik denken aan het verpleeghuis St. Elisabeth in Beneden Leeuwen. Bijna tien jaar lang kwam ik daar eens per twee weken om de dienst te leiden. Ooit was het verpleeghuis opgericht door de pastoor en een lokale notabele, Mina Cuppen, en de zusters waren Franciscanessen die er de liefdadigheid beoefenden in een Rooms-katholiek dorp tussen de rivieren waar toen het Roomse leven nog volop bestond.

Wij hielden er een protestantse kerkdienst voor de enkele protestanten in het huis en voor wie er verder belangstelling had. We kwamen bijeen in een zaaltje, de vrijwilligers haalden de bezoekers van de afdelingen, samen zongen we een paar liederen, er was een lezing, ik sprak een gebed uit en  ik hield een preek van nog geen vijf minuten. En we dronken koffie en tijdens de koffie moest de dominee dan rond de tafel  met een schaal koekjes.

Ik bewaar goede herinneringen aan die bijeenkomsten. Het huis werkte niet altijd mee – toen het huis verbouwd werd moesten we elke keer maar weer een plek vinden – maar het waren bijeenkomsten met aandacht voor wie aanwezig was: de bewoners van het huis, de vrijwilligers die allemaal op leeftijd waren en de predikant die bijna tien jaar in een langzaam wisselende groep mensen aanschoof.

Tot mijn spijt is het initiatief van de protestantse Gemeente enkele jaren na mijn vertrek daar gestopt. De veranderingen in de zorg maakten dat sommige vrijwilligers afhaakten en enkele vrijwilligers overleden. En toch denk ik nog steeds: het is niet voor niets geweest.

 

In Advent is de kerk ‘in verwachting’ en wordt uitgekeken naar de geboorte van Jezus. In het evangelie van Lucas (hoofd­stukken 1 en 3) zijn de verhalen daarover sterk verweven met het verhaal van Zacharias en Elisabeth.

Hoe zat het ook alweer? Zacharias is een priester in de tempel van Jeruzalem, zijn vrouw Elisabeth is een nicht van Maria. Beiden zijn al op leeftijd en kinderloos gebleven. Dan verschijnt de engel Gabriel aan Zacharias om hem te zeggen dat zij een zoon zullen krijgen die ‘als een bode voor God uit zal gaan’ en het volk zal voorbereiden op de komst van de Heer. En het kind moet Johannes heten!

Deze Johannes zal later optreden als een profeet van God, een wegbereider voor de Heer. Jezus laat zich door hem dopen en Johannes wijst Hem aan als degene die komen zou.

Deze week staan in het teken van Zacharias en Elisabeth. Wat kunnen zij ons leren over verwachting? 

De namen ‘Elisabeth’ en ‘Johannes’ roepen nog heel veel andere associaties op. Toch zijn ook die associaties verre of minder verre echo’s van het ontroerende verhaal dat Lucas vertelde.

  

door Monique Maan

Zacharias en Elisabeth horen echt bij Advent. In de aanloop naar het feest van de geboorte van Jezus maken zij, door wat zij meemaken, de weg vrij voor hoop en verwachting.

En dat terwijl ze allebei redenen genoeg hebben om niets meer te verwachten. Op leeftijd, geen kinderen, en wie weet hoe vaak Zacharias al mee geloot heeft om de dienst in de tempel te mogen doen. Hoe lang bewaart een mens zijn of haar dromen? Er komt toch een moment dat je ze loslaat en je overgeeft aan de harde realiteit die geen ruimte laat voor welke droom dan ook.

Herkennen we ons als wijkgemeenten van de PGA in deze twee mensen? Ik zie wel paralellen: we zijn moe van alles wat gebeurd is rondom de kerksluitingen en de verhuizingen. We zien mensen vertrekken naar buurkerken. We mopperen wat omdat het allemaal niet is zoals we dachten dat het zou worden. Corona hindert ons in het elkaar leren kennen, voor ontmoeting is nauwelijks mogelijkheid. Het is allemaal realiteit.

Maar tegelijkertijd zouden we toch beter moeten weten! Horen we niet elke week verhalen die ons vertellen dat leven méér is dan de realiteit? Het verhaal over Zacharias en Elisabeth is er zo’n prachtig voorbeeld van!

Het gaat niet altijd vanzelf, dat laat Zacharias ons zien. Hoop en geloof moeten soms bevochten worden. Maar als het ons lukt onze ogen te openen voor het goede en mooie dat zich aandient, óók in onze wijkgemeenten, dan zullen we eens zien!

 

Pierre Eijgenraam

Sinterklaasfeest was bij ons thuis vooral: gedichten maken. In dichtvorm lazen we elkaar als gezinsleden de les of prezen we elkaar. Dat ging niet altijd goed. Ik herinner me een Sinterklaasavond waarop mijn zus in tranen was toen ze na een sarcastisch gedicht een groot pakket openmaakte waar alle onvoltooide  handwerkjes van het afgelopen jaar in waren verzameld. En niet zo lang geleden stuurde mijn broer me nog een foto van een Sinterklaasgedicht dat ik ooit voor hem had gemaakt, waarin ik zijn –inderdaad verschrikkelijke- ochtendhumeur breed uitmat. Achteraf was het geen aardig gedicht en schaamde ik me om het terug te lezen.

Gelukkig kan het ook anders. We schreven ook gedichten om elkaar moed in te spreken of te troosten, en we staken de loftrompet over een behaald examen of een andere bijzondere prestatie. Maar dat hoeft natuurlijk niet alleen met Sinterklaas. Mijn echtgenote is in deze coronatijd weer begonnen met het schrijven van echte brieven, handgeschreven op mooi papier. Dat wordt door de ontvangers enorm gewaardeerd en ze krijgt ook mooie brieven terug.

Een bekende uitvaartorganisatie spoort ons zelfs aan om met onze lovende woorden voor ouders, familieleden, vrienden of collega’s niet te wachten tot bij zijn of haar crematie; het is veel mooier als iemand bij leven mag horen wat je in hem of haar waardeert! Misschien een goed idee voor deze Adventstijd: Geef elke dag een compliment aan iemand van de mensen om je heen. Want ook dàt geeft licht in donkere tijden.

 

Monique Maan

Kleumend op de kade bij de intocht, vol verwachting klopte mijn hart, ‘s ochtends de spanning of er iets in mijn schoen zou zitten, en op 5 december ineens die mand met cadeautjes in de hal. Ik bewaar goede en warme herinneringen aan het Sinterklaasfeest.

Toen we onze kinderen adopteerden, was de vraag hoe we hen wel of niet mee wilden nemen in het verhaal over Sint. Onze dochter was ruim 6 toen ze bij ons kwam en het opbouwen van vertrouwen was zo’n belangrijk thema! Het leek ons niet wijs haar het geloof in Sint ‘aan te leren’ om haar dan een jaar later te laten ontdekken ‘maar het is niet waar’. Want wat zou er dan nog meer niet waar zijn? Dat wij van haar hielden? Dat ze altijd op ons kon rekenen? Dat we haar nooit zouden terugbrengen naar Colombia?

We hebben er daarom toen voor gekozen om onze kinderen vanaf het begin te vertellen dat Sinterklaas iemand is van heel lang geleden, en dat we elk jaar eigenlijk een soort spel spelen met elkaar, vol verrassingen en gezelligheid. Mensen geven elkaar cadeautjes en doen alsof Sinterklaas ze geeft, en vooral de kinderen staan in het middelpunt. We hebben ook benadrukt dat jonge kinderen vaak geloven dat Sinterklaas écht nog bestaat en dat iedereen zélf achter dat geheim moet komen. Niet verklappen dus!

Is er een overeenkomst tussen Sinterklaas en God? Of hij/Hij wel of niet bestaat – mensen kunnen er verschillend over denken. Maar dat zijn/Zijn intenties zichtbaar worden in het goede dat wij voor elkaar doen, dat is een ding dat zeker is.

Johannes Kon

Hadden wij in Arnhem niet ooit een Nicolaaskerk? Gesloopt in 1858. Ja, in de binnenstad bedoel ik! ; niet de kerk van de H. Nicolaasparochie in Presikhaaf (Bethaniënstraat) thans in gebruik door de Rafaëlgemeenschap Oase.

Maar dan hebben we nog wel de Sint-Nicolaï Broederschap uit 1352, bekend van het trio Dullertsstichting, Burger- en Nieuwe Weeshuizen.

Maar dan mijn relatie met de Sint : ik slaap in mijn woonkamer en heb dan 3 hoog zicht op de hemel. Vooral de laatste tijd lig ik “in de maan” en volg die ’s nachts door het gezwerk. Dan moet de maan vaak “door de bomen” en dan komt spontaan een bekend lied naar boven en denk ik: “Makkers, staak …” Als socialist vind ik dat wel  een goede oproep.

Maar hoe ben ik van deze katholieke bisschop uit Turkije ‘losgezongen’ : in 1954 namen mijn ouders mij mee naar de Sonsbeekweg (we woonden toen in de Burgemeesterswijk). Bij het passeren van de stoet sprong een zwarte piet over het publiek en joeg mij zoveel schrik aan, dat mijn ouders mij nadien onder stricte geheimhouding voor mijn jongere broers en zus het ware verhaal uit de  doeken deden.

Heiligen zijn feilbaar, is me gebleken.

 

Arjen Hiemstra 

Eigenlijk weten we niet zoveel zeker van Sinterklaas. Het eerste verslag van het leven van de heilige Nicolaas van Myra is pas eeuwen na zijn dood geschreven en bevat talrijke legendarische verhalen en of die verhalen altijd kloppen…

Er wordt van hem gezegd dat hij geboren is in Patara, een destijds Griekse haven in het tegenwoordige Turkije. Er wordt verteld dat zijn ouders rijk waren.  Verder wordt verteld van de talrijke wonderen die hij gedaan zou hebben: hij redde drie meisjes van gedwongen prostitutie door een zak goud door een raam te gooien waarvan hun vader de bruidsschat kon betalen. Hij kalmeerde een storm op zee, redde drie onschuldige soldaten van hun executie en hakte een boom om die bezeten was van een boze geest. Na een pelgrimage werd hij bisschop van Myra, een andere Griekse stad in het huidige Turkije. Hij werd gevangengezet tijdens de vervolging van keizer Diocletianus, maar vrijgelaten door keizer Constantijn en was aanwezig bij het eerste concilie van Nicaea in 325 waar hij de ketter Arius in het gezicht sloeg.

Wat we wel zeker weten is dat 200 jaar na zijn dood in Myra een kerk gebouwd werd waarin zijn stoffelijke resten werden bewaard. Toen de Turken deze stad veroverden, werden een deel van zijn stoffelijke resten daarop ontvoerd door inwoners van de Italiaanse Bari en in hun kathedraal gelegd. Tijdens de eerste kruistocht kwamen de Venetianen in Myra en namen de overige stoffelijke resten mee te nemen voor hun kathedraal in Venetië.

En wat we ook zeker weten is dat hij op grond van alle legendes over zijn leven is uitgegroeid tot een grote vriend van kinderen en volwassenen.

 

 

Hubertien Oostdijk

Er is geen feest/traditie die de laatste jaren zo onder druk staat als het Sinterklaasfeest. Vanwege mogelijke discriminatie is het niet meer gepast om pieten zwart te maken. Ik vind het prima, geef Piet alle kleuren die je maar wilt, regenboogpieten bijvoorbeeld…. Heel jammer vind ik het dat dat zo geleid heeft en nog leidt tot eindeloze discussies, demonstraties, tot soms zelfs geweld aan toe, dat had ook anders gekund.

Van origine is Sinterklaas een Griekse Heilige, Nicolaas van Myra, die in het jaar 280 werd geboren en stierf op 6 december 342. Over hem doen verschillende legenden de ronde, verhalen waarin hij kinderen redt van de dood en vrouwen beschermt door ervoor te zorgen dat ze niet in de prostitutie terecht komen.

Werd er eerst wel heel erg de nadruk gelegd op ijverig en hardwerkend zijn, anders ga je in de zak mee naar Spanje, tegenwoordig ligt de nadruk meer op de kindervriend Sint-Nicolaas. Beschermheilige van met name kinderen, maar ook van zeevaarders.

In ons liedboek bestaat er zelfs een lied over hem, lied 745, waarin Sint-Nicolaas gezien wordt als beeld van het erbarmen van God over al zijn mensen en waarin de legenden die over hem bekend zijn, een rol spelen.

Daarin wordt hij afgebeeld als een rechtvaardig en heilig man die het opneemt voor hen die het moeilijk hebben, weinig invloed hebben. En daarin lijkt hij op die ene Heilige, Jezus van Nazareth die ons die manier van leven voorgeleefd heeft, voorgedaan en ons vraagt om in zijn voetspoor te gaan en zo in ons leven om te zien naar de ander.

Elsje Pot

Voor het eerst verwonderde ik mij de afgelopen dagen over Sint-Nicolaas. Protestanten staan er niet bekend om dat ze heiligendagen vieren, terwijl het sinterklaasfeest zo ingeburgerd is, dat praktisch iedereen dat viert, behalve Jehovagetuigen, op de middelbare school had ik een klasgenoot, die vertelde dat er thuis geen verjaardagen gevierd werden en geen sinterklaas.

Doordenkend kwam ik nog een naamdag van een heilige op het spoor: Sint- Maarten (Martinus), die dag wordt niet in alle delen van Nederland in ere gehouden: in Leiden en Rozendaal niet, maar in Zaandam, Eelde, Paterswolde en Kudelstaart werd het wel gevierd. En toen ik in Amsterdam woonde, zijn er in het centrum en in de Indische buurt ook nooit kinderen met lampions aan de deur geweest.

Nieuwsgierig ben ik op internet gaan zoeken waarom we wel Sint-Nicolaas vieren en zoveel andere naamdagen van heiligen niet. Oorspronkelijk wilden de reformatoren ook van die naamdag van Sint-Nicolaas af, maar het bleek een hardnekkig gebruik. Samen met Sint-Maarten, Driekoningen en ook het kerstfeest, hoorde het bij de zogenaamde bedelfeesten, die aan arme kinderen de gelegenheid boden om langs de deuren te gaan om iets op te halen.

Zo wordt de naamdag van Sint-Nicolaas allang niet meer gevierd. Ik weet wel dat er in Arnhem verschillende initiatieven zijn, waarbij ervoor gezorgd wordt, dat juist in gezinnen waar weinig te besteden is (onder andere waar gebruik gemaakt wordt van de voedselbank), er voor de kinderen met sinterklaas ook een cadeautje is. Gelukkig hoeven ze daar niet meer zelf om te bedelen.

door Monique Maan

Advent komt elk jaar voor mij weer op precies het goede moment. Zo tegen het eind van het jaar, als het terugblikken begint, merk ik dat ik het nodig heb om weer opgeladen te worden. Elk jaar gebeuren er mooie dingen, maar er zijn ook altijd (weer) gebeurtenissen die me moedeloos maken. Ook dit jaar aanslagen op allerlei plekken, nog steeds zijn zoveel mensen op de vlucht, en spanningen tussen groepen mensen blijven aan de orde van de dag. En dit jaar natuurlijk ook nog dat corona-virus dat ons op zoveel terreinen in de weg heeft gestaan.

Advent kan daarom voor mij niet op een beter moment komen. Ik houd van de teksten en liederen die hun ogen niet sluiten voor de werkelijkheid, maar tegelijkertijd openingen bieden naar hoop en verwachting. Ik las eens ergens: ‘advent trekt scheuren in de werkelijkheid, en door die scheuren valt Gods Licht ons bestaan binnen’. Een mooi beeld vind ik dat en ik trek me er graag aan op.

Ik wil dat het waar is, dat het duister het laatste woord niet heeft, en dat het Kind in wie God in ons midden is gekomen, ons een weg gewezen heeft die ons brengt bij een leven waarin trouw en recht het voor het zeggen hebben. Een leven dat de kleur van Gods licht heeft. Ik wil geloven dat het kan en ooit zal zijn. Advent helpt mij dat geloof vast te houden en te voeden.

door Elsje Pot

Al jaren ben ik in het bezit van een adventskandelaar. Het duurde wel even voor ik die in huis had. Verscheidene jaren stond hij op mijn verlanglijstje, maar omdat ik in februari jarig ben, was dat zoeken naar een speld in een hooiberg. Toch kreeg ik er uiteindelijk eentje op mijn verjaardag, mijn vader maakte hem zelf en ook precies zoals ik dat wilde: alle kaarsen staan op gelijke hoogte.

Sindsdien staat in de adventsperiode de adventskandelaar tijdens de warme maaltijd ’s avonds bij ons op tafel en brandt er elke week één kaars meer.

Een paar jaar geleden was het er niet van gekomen de kandelaar tijdig van nieuwe kaarsen te voorzien en halverwege beginnen, daar voel ik niet voor! Toen één van onze jongens in de tweede of derde adventsweek aanschoof voor een warme hap, stelde hij vast dat de adventskandelaar ontbrak.

Het deed mij opnieuw beseffen hoeveel zeggingskracht simpele rituelen hebben. En juist in de adventsperiode kun je daarvan gebruik maken: de kaarsen, een adventskrans, adventskalender, een kerstster en een kerststalletje, ze bieden allemaal de gelegenheid om iets van het geloof en de verhalen te delen met elkaar.

Dit jaar zal ik de kandelaar op tijd in orde maken om in de adventsweken weer dienst te kunnen doen tijdens de warme maaltijd. Als ik de eerste kaars aansteek zal ik ook denken aan de adventsweken van ‘toen de kinderen nog klein waren’ en de kandelaar is een blijvende herinnering aan mijn vader.