Berichten

Bericht voor thuisblijvers

,

Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Zaterdag 13 juni: Arjen Hiemstra

In mijn jeugd hoorden wij tot wat je nu de onderkant van de samenleving zou noemen. En zo werd er ook tegen ons aangekeken. Mijn vader had een laag inkomen en we woonden buiten het dorp in een rijtje huizen waar veel bewoners sociale problemen kenden. Toch ging mijn broer naar het VWO. Zijn cijfers waren er naar –tot verbazing van het schoolhoofd, die dacht dat de MAVO misschien iets meer voor ‘ons soort mensen’ was.

Ook ik ben die weg gegaan en uiteindelijk bracht mij dat op de universiteit en heb ik het goed gedaan. Toch ben ik die achtergrond nooit vergeten: je kunt me nog steeds kwaad krijgen als je denigrerend spreekt over mensen zonder hoge opleiding die moeite hebben in de samenleving staande te blijven. Misschien wel daarom ben ik een aantal jaren geleden ook bestuurslid geworden van het Inloophuis in Westervoort, waar je die onderkant veelvuldig tegenkomt. Je zou dat een eerste vorm van compassie kunnen noemen.

Maar de laatste jaren wordt ook een andere kant zichtbaar: in al die gegoede kringen waar we vroeger zo tegenop keken, bestaan ook problemen en zorgen. Het is vaak helemaal niet zo mooi om een drukke verantwoordelijke baan te hebben. Want hoe vaak gaat de drukte niet ten koste van jezelf? Hoeveel zorgen maak je je niet als directeur van een groot bedrijf in een tijd van crisis? En lukt het jou wel om bij al die problemen en zorgen nog tijd over te houden voor je kinderen en naasten?

Kunnen we ook compassie hebben voor iedereen?

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver

Bericht voor thuisblijvers

,

Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Vrijdag 12 juni: Ad Boogaard

Bij het thema van deze week moest ik meteen denken aan een Goede Vrijdagviering in de Walburgis. Jarenlang werden op Goede Vrijdag overdag in de Walburgis op het hele uur meditaties verzorgd door allerlei groepen (Raad van Kerken, RK parochie, Arnhems Studentenpastoraat, enz.). In 2007 zat ik in de voorbereidingsgroep met Han Hoekstra. Wij kozen voor het thema ‘compassie’, waar Han al snel passie.com van maakte. Dat werd de titel.

‘Passie.com’…. We zijn bijna allemaal verbonden via het wereldwijde web, vooral ook nu in deze tijd van corona. Bijna iedereen is online, maar wat zegt dat? Zijn wij ook echt met elkaar verbonden? En in hoeverre voelen we ons ook verbonden met de mensen die off line zijn of langs de zijlijn staan?

Een passie is een grote liefde voor iets of iemand, een hartstochtelijke liefde = je hart staat zo ver open dat het er tocht. Met passie wordt ook het lijdensverhaal van Jezus aangeduid: vgl. de Matteüspassie. Liefde en lijden liggen blijkbaar dicht bij elkaar. En lijden wordt verzacht als er iemand is die meelijdt, die compassie heeft.

We hebben op die Goede Vrijdag ook een kompas gebruikt. De liefde van de mens is zijn kleine kompasje, zijn kompassie. Althans, dat wil ik geloven. Dat we de richting in ons leven steeds bepalen aan de hand van ons innerlijk kompassie: de liefde voor de Ander. En zoals de naald van het kompas altijd naar het noorden wijst, aangetrokken door een onzichtbare kracht, zo worden wij als een magneet aangetrokken door onze liefde voor elkaar.

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver

Bericht voor thuisblijvers

,

Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Donderdag 11 juni: Elsje Pot

Het woord compassie bracht me terug in mijn studententijd. Destijds werd door Dorothee Sölle een boek uitgebracht met de titel Sympathie, gedachten over geloof en politiek. Het moet in mijn boekenkast staan, maar ik kon het niet vinden.

Een fascinerend woord, sympathie, net als compassie trouwens, beide woorden gaan in de kern over lijden, pathos in het Grieks en passio in het Latijn. Lijden betekent pijn, ellende, het ergste van het ergste (tenminste, daar associeer ik het woord lijden mee).

Door de voorvoegsels ‘com’ en ‘sym’ krijgen de woorden in het Nederlands iets onschuldigs: wij hebben medelijden (sympathie) en compassie, in mijn beleving schept dat afstand, je kunt het ook niet hebben.

Ik ben het woord sympathie in mijn studententijd anders gaan waarderen, het gaat dan niet zozeer om hebben, maar om zijn: durf je er te zijn in het lijden, durf je mee te lijden? Gaat jouw passie voor een lijdende mens zover, dat je met hem of haar wilt mee lijden? Dat is in mijn beleving iets heel anders dan medelijden voelen, dat kun je ook weer zo van je af laten glijden.

Juist omdat het nogal wat van mij vraagt als het om compassie gaat, echt met iemand mee lijden, is niet niks, is het goed om me te realiseren wat ik zeg, als ik die woorden sympathie of compassie in de mond neem. Het raakt voor mij aan de vraag van Jezus: ‘Kunnen jullie de beker drinken die ik zal moeten drinken?’ (Mattheus 20 vers 22).

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver

Bericht voor thuisblijvers

,

Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Woensdag 10 juni: Monique Maan

In de hal van de Diaconessenkerk staat een gedenksteen. Toen in 1995 het Hervormde Diaconessenhuis werd afgebroken, was de kerkzaal het enige deel van het gebouw dat bleef staan. De kerkzaal werd verkocht aan de Hervormde Gemeente Arnhem en werd zo een Hervormde wijkkerk. Bij die gelegenheid is op 19 februari 1995 de steen in de hal geplaatst ‘in dankbare herinnering aan de diaconessen van Arnhem en hun werken van barmhartigheid’. Met daarbij de verwijzing naar Lucas 6: 36 ‘Weest barmhartig, gelijk uw Vader barmhartig is.’

Het zijn woorden van Jezus tot zijn leerlingen. Hij roept hen op tot een manier van leven waarin aandacht, liefde en trouw centraal staan. Laat je niet leiden door (ver)oordelen, maar door vergeving. De grote betekenis van deze woorden is ook te horen in Matteus 25: 31-46, de verzen over de zogenaamde werken van barmhartigheid. Niet wat je zegt, maar wat je doet, is uiteindelijk van waarde voor het Koninkrijk van God. Of het nu gaat om het ontvangen van vreemdelingen, om zorgen voor wie honger en dorst hebben, om het kleden van wie naakt en kwetsbaar zijn, of om het aandacht hebben voor zieken en gevangenen.

Over een paar maanden nemen we afscheid van de Diaconessenkerk. Ook van de Kandelaar en de Bethlehemkerk zullen straks de deuren worden gesloten.  We gaan als wijkgemeenten Noord en Zuid verder in de verbouwde Salvatorkerk en Opstandingskerk/Nieuwe Kerk.

Dat het mag zijn met liefde, trouw en barmhartigheid –voor elkaar en voor de mensen die op onze weg komen. Dan zal het goed zijn.

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver

bericht voor thuisblijvers

,

Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Dinsdag 9 juni: Marieke Fernhout

 Het was in een tijd dat de grootste grutter van Nederland weer een plaatjes-spaaractie voor kinderen had en mijn oudste dochter, toen een jaar of 10, driftig mee spaarde. Het bericht was tot ons gekomen dat er bij een bepaald filiaal voor kinderen de mogelijkheid was om achter de kassa’s te wachten en dan de klanten die hadden afgerekend te vragen of ze de felbegeerde plaatjes misschien wilden afstaan. Wij erheen natuurlijk; er was een plastic lint gespannen waarachter de kinderen dienden te wachten en mijn dochter voegde zich keurig in de rij. Het beeld: een blond koppie tussen allemaal donkere koppies – omdat het filiaal in een wijk ligt waar veel mensen wonen die hun ‘roots’ in Turkije en Marokko hebben liggen. Wat er gebeurde: het blonde koppie kreeg de meeste plaatjes….(waarmee ze met de andere kinderen onderling ook meteen aan het ruilen sloeg).

Toen we thuiskwamen hebben we erover gepraat en, zo jong als ze was, ze begreep wat er daar was gebeurd. Ik zal de term ‘white privilege’ nog niet hebben gebruikt, maar ik was wel heel trots op haar inzicht.

Eigenlijk past het begrip ‘compassie’ helemaal niet in deze context. Eerder machteloosheid.  Maar door wat er met George Floyd in Minneapolis is gebeurd moest ik weer terugdenken aan deze gebeurtenis, en hoe we ons toen eens temeer bewust werden van onze voorrechten.

Als ik durf te zeggen dat ik compassie voel met al die mensen die door hun huidskleur, achternaam, afkomst, zoveel minder kansen hebben dan wij, heeft het met die machteloosheid te maken. Meeleven, mee-lijden: het zijn zulke grote woorden, ik weet niet hoe het voelt om zwart, arm en achtergesteld te zijn en ‘dus’ te moeten vrezen voor je leven. Maar als compassie ergens nodig is, is het dáár en nú. Of eigenlijk gisteren.

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver

Bericht voor thuisblijvers

,

Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Maandag 8 juni: Margriet Kok

Het verhaal van de barmhartige Samaritaan gebruiken we graag bij de diaconie. Een man wordt overvallen en raakt gewond. Nadat een priester en een leviet langs de gewonde man heen lopen, helpt een Samaritaan. Hij zorgt zelfs dat deze gewonde man, op zijn kosten, in een herberg onderdak krijgt. ‘Hij ziet, wordt in zijn ingewanden geroerd en zorgt.’ Een voorbeeld van écht zien en écht zorgen.

Het mooiste in deze gelijkenis vind ik de formuleringen van de vragen over de naaste. De schriftgeleerde vraagt : ‘Wie is mijn naaste?’ Na het verhaal van over de Samaritaan, stelt Jezus een tegenvraag en wel met deze woorden: ‘Wie van de drie (de priester, de leviet of de Samaritaan) is volgens jou de naaste geworden van de gewonde?’ Met deze woorden verandert Jezus het gezichtspunt. Het gaat er niet om wie mijn naaste is, dat kan ik zelf uitmaken. Mijn vrienden wel, mijn overburen niet, bondgenoten wel, maar andersdenkenden niet. Ik kies dus zelf wie mijn naaste is.

Maar de vraag: ‘wie is van de gewonde man de naaste geworden?’, legt het accent anders. Ik word tot naaste gemaakt van diegene die gewond is, die mij raakt in mijn ingewanden.

De ander, het maakt dan niet uit wie, maakt mij tot naaste. De naaste kies ik niet uit. Ik word uitgekozen. Mijn naaste is iemand die compassie oproept. Als ik met mededogen wil leven, laat ik me raken. En kom in beweging.

Wanneer je kijkt

Zie je nog niet

Wanneer je ziet

Grijpt het je aan

Willem Hussem

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bericht voor thuisblijvers

,

Nog een klein staartje Pinksteren, deze week: Tweede Pinksterdag. De Geest vandaar het thema: “Kracht”.

Zondag 7 juni – Arjen Hiemstra

Als je het over ‘kracht’ hebt, dan moet ik onmiddellijk denken aan dat slotkoor uit de Messiah van Händel:

Blessing and honour, glory and power, be unto Him that sitteth upon the throne,
and unto the Lamb,
for ever and ever.

vertaling:

Zegen en eer,
glorie en kracht, wees tot Hem die op de troon zit, en tot het Lam,
voor eeuwig.

We zongen het ooit met Toonkunstkoor Zwolle, een half mensenleven geleden in de tijd voor Kerst in de Broerenkerk (Daar waar je nu een gigantische boekwinkel aantreft). De kerk was uitverkocht er zaten meer dan 900 mensen in de kerk, je moet er nu niet meer aan denken.

De tekst is een citaat uit Openbaring 5,12-14, een soort troonscène over het Lam – Christus – dat op de troon zit om de wereld te besturen op rechtvaardige wijze.
Er wordt niet alleen over ‘Power’ gezongen, het klinkt ook zeer krachtig. De bassen beginnen, daarna vallen de tenoren in en zo volgen alle stemmen en ook het orkest doet helemaal mee.

De hele troonscène moet je begrijpen als een verzuchting van de schrijver van het boek Openbaring: “God, grijp toch in, doe toch iets aan deze wereld!”, als een krachtige vraag om hulp. De schrijver vindt het allemaal zo moeilijk en vanuit die wanhoop roept hij om Gods hulp.

Toch erg jammer dat we de kracht van koren even niet zullen horen die over de “blessing and honour, glory and power” zingen, omdat het zingen zo riskant is vanwege een mogelijke coronabesmetting. Voorlopig kunnen we het alleen oude opnames beluisteren. Ik heb nog een oud bandje met de opname…

 

Gebed

God, schenk ons de kracht dicht bij U te blijven,

dan zal ons geen macht uit elkander drijven.

Zijn wij in U een, samen op uw wegen

dan wordt ons tot zegen lachen en geween.

Vrede, vrede laat Gij in onze handen,

dat wij die als zaad dragen door de landen,

zaaiend dag aan dag, zaaiend in den brede,

totdat in uw vrede ons hart rusten mag.

 

tekst: Dieter Trautwein – ‘Komm, Herr, segne uns’ Liedboek 418

Bericht voor thuisblijvers

,

Nog een klein staartje Pinksteren, deze week: Tweede Pinksterdag. De Geest vandaar het thema: “Kracht”.

Zaterdag 6 juni – Taco Bos

‘Een mens moet heel sterk zijn om dit aan te kunnen’, verzuchtte een vrouw die al jarenlang in Wolfheze verblijft. Ze had veel met mij besproken: haar onveilige jeugd, haar psychische aandoening, de beperkingen die ze had opgelopen, haar afhankelijkheid van de hulpverlening. Ze verlangde naar wat voor veel mensen zo vanzelfsprekend lijkt: een rustig leven, een huurwoning, betaald werk, een relatie.

‘God geeft mij kracht,’ zei ze opeens. ‘Zonder die kracht zou ik het nooit volhouden.’ Haar uitspraak trof mij. Hoe is dat voor mij? Ontleen ik kracht aan mijn geloof? Of kan ik dit pas nazeggen wanneer mijn leven problematisch wordt, wanneer alle uiterlijke houvast wegvalt?

De laatste jaren staan in de hulpverlening veerkracht, empowerment, zelfmanagement en eigen regie centraal. Dit ‘eigen-kracht-denken’ biedt waardevol tegenwicht tegen onmondigheid, demoralisatie, hospitalisering en stigmatisering. Het geeft werkers in de GGz, ook mij, voldoening als iemand zich gesterkt voelt op weg naar grotere autonomie.

Tegelijk vraag ik mij af: hoe verhoudt dit eigen-kracht-denken zich tot de kracht die deze vrouw voelt? Haar krachtervaring is niet maakbaar. Ze beleeft deze kracht als godsgeschenk. Onvermoede Levensenergie, zomaar gegeven. Geestkracht van boven, om het vol te houden hier beneden. Ik moet denken aan Paulus’ mysterieuze uitspraak, dat kracht in zwakheid aan het licht komt (2 Korinthe 12: 9). Kan het zijn, dat deze coronatijd ook u en mij een mogelijkheid biedt, om dichterbij dit geheimenis te komen? Van harte wens ik ieder die zich momenteel extra kwetsbaar voelt, deze ervaring toe. Gezegend Pinksteren.

 

Gebed

God, schenk ons de kracht dicht bij U te blijven,

dan zal ons geen macht uit elkander drijven.

Zijn wij in U een, samen op uw wegen

dan wordt ons tot zegen lachen en geween.

Vrede, vrede laat Gij in onze handen,

dat wij die als zaad dragen door de landen,

zaaiend dag aan dag, zaaiend in den brede,

totdat in uw vrede ons hart rusten mag.

 

tekst: Dieter Trautwein – ‘Komm, Herr, segne uns’ Liedboek 418

Bericht voor thuisblijvers

,

Nog een klein staartje Pinksteren, deze week: Tweede Pinksterdag. De Geest vandaar het thema: “Kracht”.

Donderdag 4 juni – Elsje Pot

Als ik boos ben, zitten tranen mij snel hoog, niet echt een teken van kracht en het belemmert mij ook mijn woede te uiten, het wegslikken van de tranen eist alle aandacht. Dat is irritant, zeker als ik werk. Ik vertrek liever met slaande deur dan dat ik de aanwezigen mijn tranen gun.

Jaren geleden tijdens een gesprek, vroeg iemand: “Is dat zo?” Hij hield mij voor dat huilen duidelijk maakt, hoe belangrijk je iets vindt en dat je heel boos bent. Dat gaf te denken. Niet dat ik nu opgetogen raak van opkomende tranen, maar ik waardeer die emotie nu anders. Mijn gesprekspartner zei ook: “Je kunt het ook gebruiken”.

Dat laatste vind ik dan weer niet zo passen bij emoties, waarvan ik het gevoel heb dat het iets is dat spontaan ontstaat, maar als zo’n emotie dan toch opborrelt: woede met of zonder tranen, dan beslis ik natuurlijk wel of ik met slaande deur vertrek.
Het wonderlijke is dat ik er in de loop der jaren minder last van gekregen heb (van die tranen). Ik kan nog steeds boos worden en tot mijn eigen verbazing lukt het me vaak om dan zonder in snikken uit te barsten nijdig mijn mening te geven.
Is dat kracht? Ik denk het eigenlijk niet, voor mijzelf is het wel winst, maar ik kijk met bewondering naar sommige politici, die onverstoorbaar kunnen reageren op hoogst irritant vragen van journalisten. Zover ben ik nog niet.

Ik moet denken aan de eerste brief van Paulus aan de Korinthiërs, het eerste hoofdstuk vers 25: want het dwaze van God (een gekruisigde Christus) is wijzer dan mensen, en het zwakke van God is sterker dan mensen. Ook bij Paulus wisselen wijs en dwaas, kracht en zwakheid van plaats, het is maar net welke bril je opzet.

 

Gebed

God, schenk ons de kracht dicht bij U te blijven,

dan zal ons geen macht uit elkander drijven.

Zijn wij in U een, samen op uw wegen

dan wordt ons tot zegen lachen en geween.

Vrede, vrede laat Gij in onze handen,

dat wij die als zaad dragen door de landen,

zaaiend dag aan dag, zaaiend in den brede,

totdat in uw vrede ons hart rusten mag.

 

tekst: Dieter Trautwein – ‘Komm, Herr, segne uns’ Liedboek 418

Bericht voor thuiszitters

,

Nog een klein staartje Pinksteren, deze week: Tweede Pinksterdag. De Geest vandaar het thema: “Kracht”.

Woensdag 3 juni – Joost Röselaers Predikant Waalse Gemeente Arnhem

In het kader van 75 jaar bevrijding werden verschillende documentaires uitgezonden op televisie. Een daarvan stak in bij het einde van de vorige oorlog, van ’14-’18. Duitsland was ook toen de agressor geweest. Bij het vredesverdrag kreeg het land een zware straf opgelegd. Onmogelijk grote schuldbetalingen moest het aflossen. Daarmee werd het in feite vernederd. Het is wel begrijpelijk, dat dit gebeurde. Wat was er niet geleden, in die oorlog. Hoeveel doden waren er niet gevallen. Het was natuurlijk uit gekrenkte liefde voor de slachtoffers, dat de overwinnaars Duitsland zo op de knieën dwongen. Later is gebleken, dat in deze vernedering de kiem lag van de nieuwe oorlog. Vernedering roept immers agressie op, en daarmee nieuw geweld. De maar al te menselijke liefde voor de eigen doden – die was met andere woorden niet genoeg. Er had nog een andere liefde bij moeten komen. Eén die ook de dader omsluit. Die geen doekjes windt, om wat deze gedaan heeft. Het donker in hem ziet en benoemt. Maar hem ook niet veroordeelt. Nabij blijft en trouw. Wij kunnen niet zonder de kracht van deze goddelijke liefde. Op weg naar Damascus is Paulus geraakt door de kracht van deze liefde. Ze vormt daarna het hart van zijn leven en werken. En geeft er iets onvoorstelbaar zonnigs, wilds en origineels aan. En dat zonnige, wilde – Paulus mist het in de verhalen die hij over de gemeente in Korinthe hoort. Zoals de mensen er met zichzelf bezig zijn – kijk mij, met mijn vermogen om in tongen te spreken, kijk mij met mijn profetische gaven, mijn kennis, mijn geloof, mijn vrijgevigheid… Dat is allemaal wel waardevol, zegt Paulus. Maar ik wijs jullie een weg, die verder omhoog voert. De grootse gave van allen is die van de kracht van de liefde.

 

Gebed

God, schenk ons de kracht dicht bij U te blijven,

dan zal ons geen macht uit elkander drijven.

Zijn wij in U een, samen op uw wegen

dan wordt ons tot zegen lachen en geween.

Vrede, vrede laat Gij in onze handen,

dat wij die als zaad dragen door de landen,

zaaiend dag aan dag, zaaiend in den brede,

totdat in uw vrede ons hart rusten mag.

 

tekst: Dieter Trautwein – ‘Komm, Herr, segne uns’ Liedboek 418