Berichten

Monique Maan

Mensen lezen de Bijbelse verhalen allemaal met hun eigen ‘bril’. Vaak ben je je daar niet van bewust. Je eigen context en manier van denken is je zo vertrouwd dat je je nauwelijks realiseert hoe dat de manier waarop je de teksten hoort, leest en interpreteert bepaalt.

En niet alleen lezers hebben hun eigen bril, ook Bijbelschrijvers hadden die! Tijdens mijn studie maakte ik kennis met de feministische theologie.. Die theologie leerde me bij een tekst niet alleen te kijken naar wie spreekt, maar vooral ook naar wie níet spreekt: wie wordt zwijgend gehouden? Wie heeft een naam en vooral ook: wie is er naamloos in het verhaal? De zwijgende naamloze personen blijken vaak vrouwen te zijn. Weggewerkt in het verhaal omdat het in de context van de bijbelschrijvers toch eigenlijk niet mogelijk was dat een vrouw voluit meedeed. Het valt je pas op als je erop attent gemaakt wordt.

De uitdaging bij lezen en uitleggen is je bewust worden van dit soort brillen. Daarom vind ik het zo fijn om een dienst samen met anderen voor te bereiden. Want zij lezen dingen in een tekst die mij soms niet meer opvallen, en zij blijven haken bij wat voor mij vanzelfsprekend is. Zo opent de tekst zich als het ware als nieuw voor mij. Als een rijke schat van wijsheid (Lied 313) op onze levensweg.

Pierre Eijgenraam

Er was eens een dominee die over àlles kon preken. Elke zondag legde de ouderling een tekst of een voorwerp voor hem op de kansel en daar ging de preek dan over. Elke zondag ook keerden kerkgangers gesticht huiswaarts. Een stukje lego, een glas water, een pleister of een onbegrijpelijke Bijbeltekst; dominee wist er altijd wat van te maken!

Op een dag vergat de ouderling iets neer te leggen. Toen de dominee op de kansel stond, keek hij even verbijsterd voor zich. Maar een seconde later sprak hij: ‘Gemeente, uit NIETS heeft God hemel en aarde geschapen!’

Wat die dominee deed, dat doen wij Arnhemse predikanten ook al eenendertig weken lang.. Gelukkig met iets meer bedenktijd, maar ‘bril’ vond ik een lastige opgave.

Opeens was daar een Bijbelvers: ‘Als ziende de Onzienlijke’ (Hebreeën 11: 27). Het staat in het beroemde hoofdstuk dat begint met: ‘Het geloof is de zekerheid der dingen die men hoopt, en het bewijs van de dingen die men niet ziet’. Daarna volgt een lange opsomming van mensen die in geloof hun weg zijn gegaan. Bijvoorbeeld Mozes, die standvastig de toorn van de Farao trotseerde ‘als ziende de Onzienlijke’. Want wat Mozes níet zag was voor hem belangrijker dan wat hij wèl zag!

Ik vind dat een mooie omschrijving van geloven. Het is kijken met je hart, durven dromen en de hoop niet opgeven. Want wat je diep van binnen voelt, dat is waar!

 

Elsje Pot

Vanaf mijn 12e moest ik een bril dragen. Regelmatig nam mijn moeder me mee naar de oogarts, die constateerde dan dat ik sterkere glazen nodig had. Ik kan me nog goed herinneren dat ik, als ik met die nieuwe glazen door mij bekende straten kwam, verbaasd was over bloesem aan bomen, waar ik nog geen uur eerder alleen maar blad gezien had. Blijkbaar heb je zelf lang niet altijd door dat je zicht beperkt is.

Ik denk dat dit niet alleen geldt voor ons letterlijke zien, maar ook voor het zicht dat we hebben op problemen, situaties en discussies, waarmee we in aanraking komen. En misschien geldt dat ook wel voor onze kijk op de kerk. Het is, denk ik, vaak heel lastig om de bril waarmee we doorgaans kijken af te zetten en het ook eens met een andere bril te proberen.

Welke bril heb ik op als ik naar de kerk kijk? Ik beken het maar eerlijk, dat is best een kritische. Maar de bril waarmee ik naar geloof kijk, is een heel andere. Dat is er één van hoop en verlangen. En dan de bril waarmee ik naar de mensen kijk, die samen de geloofsgemeenschap vormen, dat is misschien wel een combinatie van die twee eerdergenoemde brillen.

Het is een aardige oefening om je af te vragen door welke bril je kijkt. En als je er niet uitkomt, kun je troost zoeken bij de woorden uit 1 Korinthe 13: Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog.

 

Vroeg of laat moet bijna iedereen eraan geloven: de bril. Daarover gaat het deze week “bril”. Vaak is een bril erg wennen, maar na verloop van tijd wordt het een verlengstuk van jezelf en merk je nauwelijks dat je hem op hebt.

Sinds kort is dat weer anders. Bij binnenkomst van de kerk of de supermarkt met een mondkapje, beslaat de bril. Soms zie je dan zelfs zonder bril beter!

Er zijn ook een ander soort brillen: de manier waarop naar de dingen gekeken wordt of hoe men naar zichzelf kijkt. Zie je alles door een roze bril, of ligt overal een grauwsluier overheen?

 

Johannes Kon

Sedert mijn 15e jaar droeg ik een bril: die foto’s zijn gelukkig van Internet verdwenen; ik heb nooit begrepen, of ik nu bijziend of verziend was. Of wellicht helderziend ? In ieder geval heb ik mijn rijbewijs gehaald (55 jaar geleden).

Een roze bril heb ik nooit gehad; hooguit een rode en die koester ik.

Enige jaren geleden zei mijn oogarts in Rijnstate me: “Waarom draag jij eigenlijk een bril?”. Sindsdien liep ik met een bril met vensterglas in een titanium montuur, totdat die wegwaaide in een storm. Nooit gemist !

Jezus heeft volgens de Evangeliën  behartigenswaardig gesproken over de blinden en slechtzienden in Zijn tijd. In de onze zou Hij vast ambassadeur geworden zijn van Bartimeus c.a. en dat zeg ik absoluut niet badinerend.

Kies de bril die u past, maar vergeet nooit de eigenlijke boodschap : “zie naar elkaar om”. Daarvoor heb je geen bril nodig, slechts (?) een hart.