LET OP: deze NIET op de home pagina toevoegen.
voor de dagelijkse meditatieve teksten van PGA

Deze week gaan de bijdragen over het thema ‘klok’.

 

Monique Maan

Het woord ‘klok’ komt- voor zover ik weet – niet in de Bijbel voor. Het woord ‘tijd’ wel, denk bijvoorbeeld aan die bekende tekst uit Prediker 3: er is een tijd voor het één en een tijd voor het ander, en die hele opsomming van tijden vormt met elkaar het leven.

Dat ‘klok’ en ‘tijd’ niet hetzelfde zijn, hoor je in een Noord-Afrikaans spreekwoord dat zegt: ‘Europeanen hebben de klok, maar wij hebben de tijd’. Ik lees dat als: klok staat voor haast en gejaagdheid (‘Zo laat al? En ik moet nog dit en dat!’), tijd daarentegen wijst op gelegenheid, ruimte nemen en geven.

Het Grieks kent de woorden chronos en kairos. Chronos is de kloktijd, je hoort er ons woord ‘chronologie’ is. Het is de tijd waarin het ene uur na het andere komt, de ene dag na de andere, het ene jaar na het andere.

Kairos daarentegen staat voor, de ‘hoogste tijd’, voor tijd die ‘rijp’ is. In 1985 verscheen het zogenaamde Kairos-document: een document waarin bezorgde christenen uit Zuid-Afrika opriepen tot reflectie op apartheid. Zij vonden dat het de hoogste tijd was, én dat de tijd rijp was om nu ook als kerken actie te ondernemen. Met vallen en opstaan is Zuid-Afrika daarna inderdaad de weg naar vrijheid en verzoening gaan zoeken.

Misschien is dat wel de kunst van het leven: niet zó op te gaan in de klok, dat je de tijd over het hoofd zou zien…

 

 

door Arjen Hiemstra

Bij ons thuis aan de muur hing altijd een blauwe wandbord ‘Bouwen / bewaren. Mijn moeder had het gekregen bij haar afscheid als lid van de Meisjesvereniging op Gereformeerde Grondslag.

Een bijzondere gemeenschap moet dat zijn geweest. Mijn moeder leerde er vaardigheden, die ze anders nooit had

geleerd: het schrijven van betogen en het bediscussiëren van kerkelijke en maatschappelijke vragen. Ze leerde er trouwens ook mijn vader kennen: zij secretaris van de meisjesvereniging en hij secretaris van de jongensvereniging moesten wel eens wat overleggen…

Er is veel opgebouwd door dergelijke verenigingen. Veel vrouwen en mannen gingen na de lagere school op hun 14e/15e al aan het werk. Juist in de verenigingen kregen ze een soort scholing die voor hen later van belang was in hun leven.
De kerk is opgebouwd door dergelijke vrouwen en mannen. En nog steeds: we bouwen in de kerk verder op wat door hen in het verleden tot stand is gebracht. En de tijd is dan veranderd, de mensen zijn veranderd en de vragen aan de kerk en meningen in de kerk zijn heel anders dan toen. Maar wat zij tot stand hebben gebracht is niet niks! Laten we dat ook vooral bewaren.

 

door Johannes Kon, voorzitter van de Raad van Kerken Arnhem

 

Bouwen (of afbreken – is de logische twee-eenheid).

“Bouwen” doet mij vooral denken aan gebouwen; als Arnhems historicus niet zo’n vreemde gedachte toch.

In mijn vroege jeugd ging het op de zondagsschool vaak over de bouw van “de tempel in Jeruzalem”, die afgebroken zou worden en na 3 dagen heropgebouwd; toen nog niet beseffend dat dit geen gebouw maar eigenlijk het lichaam van Christus betrof, de opgestane Heer.

Ik ben eind oktober 1947 gedoopt in de (gereformeerde) “Westerkerk” aan het Stationsplein; gesloopt t.b.v. de dadendrang van de gemeente Arnhem om er iets anders, nog mooiers neer te zetten. Gaat u daar nu kijken en oordeel daarna pas.

Mijn moeder zaliger (°1917) ging ooit naar de “Oosterkerk” aan de Rietgrachtstraat. Wie zou daar ter plekke nu nog iets van een religieuze nalatenschap / erfenis aantreffen?

Soms bekruipt mij het gevoel, dat ik beter niet in kerkgebouwen moet komen, want dan loopt het maar slecht af. Denk aan de Verrijzeniskerk óp Alteveer. Heb ik ooit zien bouwen en ook weer zien slopen. Hier past ongetwijfeld een mooie quote van Jezus Christus bij, maar ik zal mij daaraan nu niet bezondigen.

Maar lezer, wees gerustgesteld! De Salvatorkerk, waarin ik vanaf 1974 kerkte onder het welwillende gezag van Ds. H. Weiland staat er nog en is mooier dan ooit tevoren.

Gebouwen vergaan maar hopelijk blijft onze christelijke gemeenschap bestaan; ooit waren wij – 2 of 3 in Zijn naam bijeen – van de tenten. En die pakt helemaal niemand ons af.

door Monique Maan

Bij het thema ‘bouwen’ zou ik natuurlijk kunnen schrijven over de verbouwing van de Opstandingskerk tot Nieuwe Kerk, over de hobbels, de uitdagingen en de kansen.

Of over de bouw van de nieuwe wijkgemeente PGA-Noord, en hoe ingewikkeld dat is in deze corona-tijd.
Maar mijn eerste associatie bij dit thema is toch het verhaal uit Genesis 11: de torenbouw van Babel. Is het een verhaal over menselijke hoogmoed? ‘Laten we een hoge toren bouwen, tot in de hemel! Dan worden we beroemd!’ Of is het een verhaal over angst? ‘Laten we die toren bouwen, zodat we niet verspreid raken over de hele wereld.’ Waarschijnlijk spelen beide gevoelens een rol bij het besluit om die hoge toren te bouwen. Angst vermomt zich wel vaker als hoogmoed: je overschreeuwt jezelf om maar niet te laten merken hoe je je werkelijk voelt….

Het verhaal in Genesis 11 eindigt met Gods besluit om de spraak te verwarren opdat de mensen verspreid zullen worden over de hele aarde. Precies dus wat ze niet wilden. Het is niet de bedoeling dat kinderen Gods op een kluitje bij elkaar blijven zitten, en alleen de taal spreken die hen vertrouwd is. Dan leren ze nooit zich in te leven in hen die anders zijn. Misschien ligt daar toch wel een mooie parallel naar onze nieuwe wijkgemeenten in Noord en Zuid: onze nieuwe huizen zijn niet bedoeld om ons in terug te trekken, laten ze vooral een uitvalsbasis zijn om de wereld in te gaan! Daar gebeurt het verhaal van God met mensen.

door Elsje Pot

Als kind heb ik veel met lego gespeeld. Op een kleine simpele ondergrond heb ik heel vaak huizen gebouwd. Destijds werd lego nog niet in kant en klare oogverblindende constructies aangeleverd. Ik kreeg de steentjes in kleine doosjes: eentje met raampjes, een ander met dakjes, blokjes in verschillende afmetingen en verschillende kleuren.

Puzzelen en bouwen vind ik leuk: het is een uitdaging om met wat er is iets moois te creëren. Dat komt mij ook in mijn werk goed van pas: met dat wat er is, dat wat zich voordoet aan de slag gaan en proberen er iets moois, iets zinvols van te maken. Dat slaagt de ene keer beter dan de andere keer, maar een geloofsgemeenschap biedt wat dat betreft voortdurend nieuwe uitdagingen.

Ik bespeur in de kerk wel een toegenomen verlangen naar die oogverblindende constructie: een geloofsgemeenschap waar alles op rolletjes loopt, waar genoeg vrijwilligers zijn, waar iedereen enthousiast meedoet, waar je het bouwplan alleen maar nauwgezet hoeft te volgen om tot het gewenste resultaat te komen. En ik geef toe: ook ik denk wel eens bij mezelf “Dat wil ik ook”. En tegelijk dringt dan de vraag zich op: en dan?

Ik vind die kleine doos lego zonder vastomlijnd bouwplan wel een hoopvol beeld voor de kerk van nu: met dat wat er is, losse blokjes in verschillende kleuren en maten, kun je ook een huis bouwen. Het fundament blijft hetzelfde maar daarop kan telkens weer een ander huis gebouwd worden, aangepast aan de omstandigheden.

Bericht aan de thuisblijvers nr. Thema: bouwen

De twee kerkgebouwen, in Zuid iets meer af dan in Noord zijn in gebruik genomen, de verhuizingen zijn achter de rug, drie kerken zijn verkocht en (bijna) overgedragen aan de nieuwe eigenaren. Mogelijk is daarom het thema ‘Bouwen’ deze week.

Er wordt wat afgebouwd in de Bijbel. Eerst zijn het de tenten die opgebouwd en afgebroken worden in de tijd dat de aartsvaders als herders door het land trekken. Later is het koning Salomo die het huis van de Heer bouwt. En nog later zal Jezus het belang van een goede ondergrond bij het bouwen van een huis gebruiken als beeld in één van zijn gelijkenissen.

Ook de kerk heeft heel veel gebouwd. De kerkgebouwen getuigen daarvan. Maar niet alleen in steen werd er gebouwd, ook gemeenschappen werden opgebouwd. Groepen mensen vormden zich met leiders en volgers, met structuren en vernieuwingen.

Over al die vormen van bouwen gaat het deze week.

 

Hubertien Oostdijk

Eén van mijn eerste begrafenissen ooit betrof een architect. In overleg kozen we voor de afscheidsdienst de tekst uit Hebreeën 11:10, oude vertaling. “want hij verwachtte de stad met fundamenten, waarvan God de ontwerper en bouwmeester is”. In de preek stond ik stil bij de aardse architect die in Willemstad en omgeving een rol van betekenis had gespeeld en de hemelse architect.

Van die stad met fundamenten weten we eigenlijk zo goed als niets, we maken er alleen onze voorstellingen van en we hopen erop.
Al filosoferend over dat woord bouwen bedacht ik dat we druk doende zijn om te bouwen, we proberen de gemeente op te bouwen, zeker in deze coronatijd een extra uitdaging. Soms bekruipt me het gevoel dat het onder onze handen afbreekt. Is er nog toekomst voor de kerk? Wat zien we na corona tijd nog van de gemeente terug? Vragen te over…. Er is een verhaaltje bekend van paus Johannes 23e die niet kon slapen, hij lag maar te draaien en te woelen, zich zorgen te maken over de wereld, over de kerk, totdat hij zich realiseerde dat het Gods kerk was. Het kost mij nog wel eens moeite om alles los te laten en te gaan slapen.

Maar ondanks alles mogen we erop vertrouwen dat God niet laat varen het werk van zijn handen. Het is Gods kerk en we hebben hier op aarde slechts een tijdelijk huis. Dit is mooi verwoord door Jan Wit in lied 823 vers 5.

door Hubertien Oostdijk

Wat zou het soms makkelijk zijn dat, als je God aanroept, Hij per direct reageert; dat Hij er is. Maar zo werkt het niet. Integendeel, het lijkt er mijns inziens zelfs op dat hoe harder je zoekt of roept, des te moeilijker Hij zich laat vinden.

Maar soms op momenten dat je er veel minder bewust mee bezig bent, laat Hij zich plotseling vinden of sterker nog, ervaar je Hem. Dat kan zijn in mensen om je heen, mensen die de goede woorden weten te vinden.

Maar het kan ook via een woord of een lied, plotseling vormen zich in je hoofd woorden van een lied. Soms zit er een regel in je hoofd, maar weet je niet waar het uit vandaan komt….het internet wil nog wel eens uitkomst bieden, of een ander -twee weten meer dan één. Maar niet zelden vormen zich onverwachts de goede woorden!

Een prachtig lied over zoeken is lied 281.

https://youtu.be/nSok20EJqnM

Dat dat ons steun mag geven, vertrouwen, moed en lef om verder te gaan!

door Elsje Pot

Vaak ben ik iets kwijt: mijn sleutels, pasjes, leesbrillen (ik heb er inmiddels vijf), wachtwoorden, kledingstukken, je kunt het zo gek niet bedenken of het raakt zoek. Ik ben veel tijd kwijt met zoeken. Alles meteen zo opbergen dat ik het makkelijk kan vinden, blijft een droomscenario. Hier in huis krijg ik altijd het advies: kijk eens in de fruitschaal.  

Als man en kinderen iets kwijt zijn, vraag ik altijd wanneer heb je het voor het laatst gebruikt? Dat blijkt dikwijls een beproefde methode om iets terug te vinden. Ik vraag me af of dat ook zou helpen bij de zoektocht naar geluk, God, jezelf en al die andere dingen waar mensen vaak zo hartstochtelijk naar zoeken.

Als je God kwijt bent, zou het dan helpen om terug te denken aan het moment waarvan je weet dat je Hem nog ‘had’? En bij jezelf en bij geluk? Die zoektocht naar God, geluk of jezelf wordt ook wel groeien of leren genoemd. Maar vind je dan uiteindelijk wat je zoekt? Zoeken zonder vinden, is frustrerend en ik ben meer dan eens mensen tegen gekomen die teleurgesteld waren, omdat ze nooit iets merkten van God. Hartstochtelijk verlangen naar God, maar Hem niet vinden, maakt geloven kwetsbaar.

Hoe het dan wel moet? Ik weet het niet, ik vind en ervaar vooral veel als ik er juist niet naar zoek: als ik opruim, duikt opeens dat verloren gewaande kleinood op en op een dergelijke manier kan ik ook op onverwachte momenten God of geluk ervaren.

door Margriet Kok

Het dagboek ‘Het verstoorde leven’ van Etty Hillesum inspireert me.

Etty schrijft over haar innerlijke ontwikkeling in de tweede wereldoorlog. Zij verwoordt alles wat haar bezighoudt. Ook haar zoektocht naar waarheid, zin en God. Zo schrijft ze:

‘Er zit een soort oerliefde en oermedelijden in me voor de mensen, voor alle mensen. Ik heb de mensen zo verschrikkelijk lief, omdat ik in ieder mens een stuk van jou liefheb, mijn God. En ik zoek jou overal in de mensen en vind váák een stuk van jou, En ik probeer jou op te graven in de harten van anderen, mijn God. Maar nu heb ik veel geduld nodig en bezinning, het zal heel moeilijk zijn.’

‘Binnen in me zit een heel diepe put. En daarin zit God. Soms kan ik erbij. Maar vaker liggen er stenen en gruis voor die put, dan is God begraven. Dan moet hij weer opgegraven worden. Ik stel me voor, dat er mensen zijn, die bidden met hun ogen naar de hemel geheven. Die zoeken God buiten zich. Er zijn ook mensen, die het hoofd diep buigen en in de handen verbergen; ik denk, dat die God binnen in zich zoeken.’

Misschien is het wel zo dat op het moment dat de godzoekende Etty niet meer zocht, zij God vond. En op het moment dat zoeken vinden wordt, kan ze ongeremd, in alle vrijheid, in een verbondenheid met God en de mensen handelen. Deze woorden van van Etty geven het treffend weer:

‘Gij kunt zelf ook niets, mijn God. Het is aan ons om u handen en voeten te geven en daarnaar te handelen.’

 

door Margriet Kok

Op een zondagavond merkte ik dat ik dat ik een gouden oorbel had verloren. Ik zocht in de tuin, belde mensen op waar ik die dag geweest was om te informeren of zij wellicht een oorbel gevonden hadden. Riep zelfs de heilige Antonius aan, de patroonheilige voor zoekgeraakte zaken en dingen.

Maar het leverde allemaal niets op. Ik probeerde me er bij neer te leggen dat de oorbel kwijt was.

Twee weken later gingen we op pad om ergens te wandelen. Lukraak reden we naar een parkeerplaats. En via een voor ons onbekende route wandelden we. Opeens kwamen we uit op de plek waar we twee weken eerder, op de bewuste zondag dat ik mijn oorbel verloor, pauzeerden.

Ik liep naar de picknickbank waaraan ik toen zat, bukte me, pakte een blaadje … En daar onder dat blaadje lag mijn verloren oorbel. Het stekertje ontbrak alleen. Het is onwaarschijnlijk maar echt gebeurd.

Ik vraag me af: was dit nu intuïtie, de heilige Antonius of de Voorzienigheid?

Kortom: je moet niet zoeken, het komt je wel toe!