Berichten

Johannes Kon

Maria is voor mij de van oorsprong Columbiaanse vrouw, die iedere morgen als eerste bij de Salvatorkerk staat voor de brooddistributie aldaar van de stichting EVS EcoVrede. Geen idee, of ze een zoon heeft; zo goed is mijn Spaans nu ook weer niet om het haar “op de vrouw” af te vragen, ondanks de academische cursus en mijn pelgrimstocht naar Santiago de Compostela.

Zij is altijd uitermate dankbaar voor wat wij haar materieel kunnen bieden. Mensen in de ogen kijken, of Zij / Hij daarin misschien schuilt.

Is Maria de moeder van de Eeuwige ? Geen idee ! Maar ik kom haar overal tegen. Op mijn recente wandeltocht door Zuid Limburg bijvoorbeeld. Daar heb ik echt geen rozenkrans voor nodig.

Ik heb al die films etc. over “Maria” nooit gezien, maar zij spreekt tot de verbeelding, blijkt – in haar blauwe gewaad en haar bloedend hart, zoals ik in Frankrijk overal zag – mooi voorbeeld van “scheiding van kerk en staat”.

Ik prijs haar vooral als vrouw, maar zeker niet als Moeder Gods.

 

door Pierre Eijgenraam

Lucas 1: 39-56 vertelt over de ontmoeting van Maria en Elisabeth. Maria is net zwanger en nog maar nauwelijks toe aan het moederschap, Elisabeth was daar eigenlijk al aan voorbij, maar nu hoogzwanger. Zodra de stem van Maria klinkt, springt het kind van Elisabeth op in haar schoot: nu al herkent het zijn Meester als degene die komen zou.

Een bijzondere ontmoeting, die uitloopt op een lied dat we kennen als ‘de lofzang van Maria’. Maar is het eigenlijk wel Maria die dat lied zingt? De Griekse tekst zegt alleen ‘en zij sprak’. De traditie heeft hier ‘Maria’ ingevuld, maar feitelijk zou het net zo goed Elisabeths lied kunnen zijn….

Of misschien wel òns lied: ‘Iedere tijd opnieuw gaat zijn genade naar allen die eerbiedig met Hem leven’ (Lucas 1: 50, vertaling Huub Oosterhuis).

door Pierre Eijgenraam

De tweede naam van onze oudste zoon is Johannes. Want als de moeder Elisabeth heet en de vader al wat ouder is (ik was 42) en dienst doet in de tempel, dan moet het kind Johannes heten! (Lucas 1: 63). Ben ik dus een Zacharias?

Het spreekt mij aan dat Zacharias, net als enkele anderen in de Bijbel, durft te twijfelen. Als hij de boodschap van de engel heeft gehoord, weigert hij die te geloven. Je mag dan wel priester wezen, maar dat wil nog niet zeggen dat je alles zomaar slikt! Al van jongs af heb ik mijzelf gezien als iemand op de grens tussen geloof en ongeloof. Mijn Elisabeth zegt wel eens: ‘je hebt een rationeel hoofd, maar een devote ziel’.

De Bijbelse Zacharias moet negen maanden zwijgen. Is dat een straf voor zijn ongeloof? Of is het een genade? Het christendom heeft altijd een onderstroom gekend die grote waarde hecht aan stilte en leren zwijgen als een weg naar God. God is immers groter dan alles wat wij over Hem kunnen zeggen. Alle dogma’s van de kerk zijn uitspraken ‘bij gebrek aan beter’.

Een verhaal uit het vroege christendom vertelt over een rijk en belangrijk man die een Egyptische kluizenaar bezocht. ‘Vertel mij over God’, zei de man. Maar de kluizenaar zei niets. ‘Waarom heb je niks tegen hem gezegd?’ vroegen zijn leerlingen achteraf. De oude man antwoordde: ‘Als hij niets leert van mijn zwijgen, zal hij zeker niets leren door mijn spreken’.

 

door Elsje Pot

Eén van de vrouwen die een naam krijgt in de bijbel is Elisabeth, zij wordt maar liefst acht keer genoemd, alleen in het eerste hoofdstuk van het evangelie van Johannes. Zij wordt geïntroduceerd als de vrouw van Zacharias maar gaandeweg de vertelling krijgt zij een meer zelfstandige rol, die uitmondt in het roepen van de naam van haar pasgeboren kind: Johannes.

Als Maria haar zwangerschap krijgt aangezegd wordt naar Elisabeth verwezen, die dan al zes maanden zwanger is.

Mooi is de ontmoeting tussen deze twee zwangere vrouwen. Elisabeth voelt het kind opspringen in haar schoot als Maria haar begroet. En dat doet Elisabeth profetisch spreken: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’ Daarmee is Elisabeth de eerste (afgezien van Maria) aan wie, nog voor de geboorte van Jezus, geopenbaard is wiens geboorte aanstaande is.

Ds H.A. Visser schrijft in ‘Lucas zegt er het zijne van’ dat Maria in haar geloof geholpen worden door Elisabeth. Dat gebeurt als Maria zich afvraagt hoe dat kan, zwanger zijn, en het gebeurt als Elisabeth Maria begroet, die begroeting doet Maria uitbreken in haar loflied, waarin zij zingt dat alles omgekeerd zal worden en zij als minste dienares gezien wordt door God.

In Advent is de kerk ‘in verwachting’ en wordt uitgekeken naar de geboorte van Jezus. In het evangelie van Lucas (hoofd­stukken 1 en 3) zijn de verhalen daarover sterk verweven met het verhaal van Zacharias en Elisabeth.

Hoe zat het ook alweer? Zacharias is een priester in de tempel van Jeruzalem, zijn vrouw Elisabeth is een nicht van Maria. Beiden zijn al op leeftijd en kinderloos gebleven. Dan verschijnt de engel Gabriel aan Zacharias om hem te zeggen dat zij een zoon zullen krijgen die ‘als een bode voor God uit zal gaan’ en het volk zal voorbereiden op de komst van de Heer. En het kind moet Johannes heten!

Deze Johannes zal later optreden als een profeet van God, een wegbereider voor de Heer. Jezus laat zich door hem dopen en Johannes wijst Hem aan als degene die komen zou.

Deze week staan in het teken van Zacharias en Elisabeth. Wat kunnen zij ons leren over verwachting? 

De namen ‘Elisabeth’ en ‘Johannes’ roepen nog heel veel andere associaties op. Toch zijn ook die associaties verre of minder verre echo’s van het ontroerende verhaal dat Lucas vertelde.

  

door Monique Maan

Zacharias en Elisabeth horen echt bij Advent. In de aanloop naar het feest van de geboorte van Jezus maken zij, door wat zij meemaken, de weg vrij voor hoop en verwachting.

En dat terwijl ze allebei redenen genoeg hebben om niets meer te verwachten. Op leeftijd, geen kinderen, en wie weet hoe vaak Zacharias al mee geloot heeft om de dienst in de tempel te mogen doen. Hoe lang bewaart een mens zijn of haar dromen? Er komt toch een moment dat je ze loslaat en je overgeeft aan de harde realiteit die geen ruimte laat voor welke droom dan ook.

Herkennen we ons als wijkgemeenten van de PGA in deze twee mensen? Ik zie wel paralellen: we zijn moe van alles wat gebeurd is rondom de kerksluitingen en de verhuizingen. We zien mensen vertrekken naar buurkerken. We mopperen wat omdat het allemaal niet is zoals we dachten dat het zou worden. Corona hindert ons in het elkaar leren kennen, voor ontmoeting is nauwelijks mogelijkheid. Het is allemaal realiteit.

Maar tegelijkertijd zouden we toch beter moeten weten! Horen we niet elke week verhalen die ons vertellen dat leven méér is dan de realiteit? Het verhaal over Zacharias en Elisabeth is er zo’n prachtig voorbeeld van!

Het gaat niet altijd vanzelf, dat laat Zacharias ons zien. Hoop en geloof moeten soms bevochten worden. Maar als het ons lukt onze ogen te openen voor het goede en mooie dat zich aandient, óók in onze wijkgemeenten, dan zullen we eens zien!

 

door Monique Maan

Advent komt elk jaar voor mij weer op precies het goede moment. Zo tegen het eind van het jaar, als het terugblikken begint, merk ik dat ik het nodig heb om weer opgeladen te worden. Elk jaar gebeuren er mooie dingen, maar er zijn ook altijd (weer) gebeurtenissen die me moedeloos maken. Ook dit jaar aanslagen op allerlei plekken, nog steeds zijn zoveel mensen op de vlucht, en spanningen tussen groepen mensen blijven aan de orde van de dag. En dit jaar natuurlijk ook nog dat corona-virus dat ons op zoveel terreinen in de weg heeft gestaan.

Advent kan daarom voor mij niet op een beter moment komen. Ik houd van de teksten en liederen die hun ogen niet sluiten voor de werkelijkheid, maar tegelijkertijd openingen bieden naar hoop en verwachting. Ik las eens ergens: ‘advent trekt scheuren in de werkelijkheid, en door die scheuren valt Gods Licht ons bestaan binnen’. Een mooi beeld vind ik dat en ik trek me er graag aan op.

Ik wil dat het waar is, dat het duister het laatste woord niet heeft, en dat het Kind in wie God in ons midden is gekomen, ons een weg gewezen heeft die ons brengt bij een leven waarin trouw en recht het voor het zeggen hebben. Een leven dat de kleur van Gods licht heeft. Ik wil geloven dat het kan en ooit zal zijn. Advent helpt mij dat geloof vast te houden en te voeden.

door Elsje Pot

Al jaren ben ik in het bezit van een adventskandelaar. Het duurde wel even voor ik die in huis had. Verscheidene jaren stond hij op mijn verlanglijstje, maar omdat ik in februari jarig ben, was dat zoeken naar een speld in een hooiberg. Toch kreeg ik er uiteindelijk eentje op mijn verjaardag, mijn vader maakte hem zelf en ook precies zoals ik dat wilde: alle kaarsen staan op gelijke hoogte.

Sindsdien staat in de adventsperiode de adventskandelaar tijdens de warme maaltijd ’s avonds bij ons op tafel en brandt er elke week één kaars meer.

Een paar jaar geleden was het er niet van gekomen de kandelaar tijdig van nieuwe kaarsen te voorzien en halverwege beginnen, daar voel ik niet voor! Toen één van onze jongens in de tweede of derde adventsweek aanschoof voor een warme hap, stelde hij vast dat de adventskandelaar ontbrak.

Het deed mij opnieuw beseffen hoeveel zeggingskracht simpele rituelen hebben. En juist in de adventsperiode kun je daarvan gebruik maken: de kaarsen, een adventskrans, adventskalender, een kerstster en een kerststalletje, ze bieden allemaal de gelegenheid om iets van het geloof en de verhalen te delen met elkaar.

Dit jaar zal ik de kandelaar op tijd in orde maken om in de adventsweken weer dienst te kunnen doen tijdens de warme maaltijd. Als ik de eerste kaars aansteek zal ik ook denken aan de adventsweken van ‘toen de kinderen nog klein waren’ en de kandelaar is een blijvende herinnering aan mijn vader.

 

door Arjen Hiemstra

Of we thuis advent vierden? Ik kan het me niet herinneren. Het was een beetje ‘Rooms’, dus deden wij gereformeerden er waarschijnlijk niet veel aan. Kerst, dát was het grote feest, dat werd gevierd met een boom, met lichtjes en kaarsen. Maar advent? Er was zeker geen adventsproject, en er waren ook geen adventskaarsen in de kerk. En een boom stond er ook niet bij ons in de kamer begin december, die kwam pas net voor Kerst binnen.

Advent ben ik pas gaan vieren toen ik ging studeren en bij de studentenkerk terecht kwam. Toen gingen de luiken open. Van toen herinner ik mij de kaarsen, de vaste lezingen en de voorbereiding op wat komen ging. We dachten na over de dienst van kerstnacht, het koor repeteerde de liederen alvast en om mij heen zag ik de voorbereidingen voor het grote feest plaatsvinden. En ondertussen probeerden we ook na te denken over wat de komst van het kind voor ons betekende.

In de loop van de jaren is de adventsvoorbereiding intensiever geworden. In de winkels zie ik de lichtjes, hoor ik de speciale muziek, komen de receptenfolders voorbij. We hebben blijkbaar grote behoefte om deze periode een speciale kleur te geven. Toch heb ik de laatste jaren ook een grote behoefte aan eenvoud in deze tijd. Wat minder van die uiterlijke tekenen. Niet al die kilo’s lichtjes, een paar is genoeg. En laten wij dan vooral ook nadenken wat de komst van het kind nu voor ons betekent.

door Joost Röselaers

‘Suddenly hope!’ kopt The Economist deze week. 2020 wordt door velen beschouwd als een vrij dramatisch jaar maar op de valreep gloort er hoop. The Economist wijst op de overwinning van Joe Biden in de Amerikaanse verkiezingen maar vooral op de positieve verwachtingen rond een nieuw vaccin. Zou er dan licht zijn aan het einde van de Coronatunnel.

‘Suddenly hope’. Het is een treffende samenvatting van de periode van Advent, de vier weken voor Kerst. De dagen worden steeds donkerder. Je zou er moedeloos van worden. Dat moedeloze heeft echter niet het laatste woord. Want ‘het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen’.

Zo ver is het nog niet. Het vaccin is er ook nog niet. We hopen er op. En zo komen we onverwacht aan bij de kern van Advent. Want Advent draagt van zichzelf al de gedachte in zich dat het in deze weken gaat om inkeer en bezinning. Een tijd van hoopvolle verwachting waarin de reflectie op onze verwachtingen voor de toekomst de (stille) toon aangeeft. Maar hopelijk ook een tijd van omzien naar elkaar!

Inkeer voorafgaand aan de weg naar de ommekeer. Een ommekeer zal dit jaar nog meer dan anders vurig gewenst worden. Huub Oosterhuis verwoordt dat mooi in lied 460 (Liedboek). 

Zondag 22 november was in veel van onze kerken de dag waarop de overledenen van het afgelopen jaar zijn herdacht, de laatste zondag de van het kerkelijk jaar.

Op de zondag daarna begint de Adventstijd, en dus begint daarmee dan ook het nieuwe kerkelijk (of misschien beter: liturgisch) jaar. Strikt genomen is dat begin eigenlijk al op de zaterdagavond. In de joodse traditie de nieuwe dag op het moment waarop de zon is ondergegaan. De sabbat begint dus al op vrijdagavond. In de katholieke traditie heeft men dat overgenomen en begint de zondagsviering met de vespers van de avond daarvoor, dus 28 november, 16.33 uur: Advent! 

In dit bericht aan de thuisblijvers wordt het niemandsland tussen ‘de laatste zondag’ en het begin van de Advent alvast wat opgevuld met onze bespiegelingen over deze altijd mooie en hoopvolle periode van het jaar.

 

door Hubertien Oostdijk over ‘Advent’

Buiten wordt het steeds vroeger donker en steeds later licht. Tijd om ons huis licht, gezellig te maken, zeker nu ons toch aangeraden wordt om zoveel mogelijk binnen/thuis te blijven.

De tijd van Advent nadert, de tijd waarin we toeleven naar kerst, de komst van Jezus, de geboorte van Jezus in Bethlehem.

Het Latijnse woord Adventus betekent komst. Maar het is niet alleen het toeleven naar kerst, dat zou ook wat karig zijn want Jezus is immers al lang geleden geboren en wordt niet elk jaar opnieuw geboren. Advent is ook toeleven naar de wederkomst van Jezus. De tijd waarin alles nieuw zal worden, de tijd waarin vrede en gerechtigheid geen idealen zijn maar werkelijkheid geworden.

In de kerk steken we iedere zondag een kaarsje extra aan om zo toe te leven naar kerst, naar de wederkomst.

Advent komt in de bijbel niet voor, maar was al vanaf de 4e eeuw in de Oosterse kerk bekend en is zo in de Westerse kerk terechtgekomen, al duurde het nog wel tot in de 19e eeuw voordat het ook in de protestantse kerk een plek kreeg.

Ons liedboek kent vele prachtige Adventsliederen, als u een liedboek heeft zou u de rubriek Advent eens kunnen doorbladeren, van lied 432 tot en met 466.

Een mooi lied is 461 ‘Wij wachten op de koning’.