Tag Archief van: bezinning

Elsje Pot

Onbereikbaar zijn is niet meer van deze tijd. Ik heb daaraan erg moeten wennen. In het begin gebruikte ik mijn mobiele telefoon vooral als agenda. Als ik niet thuis was en er werd gevraagd of ik ook mobiel te bereiken was, zei mijn zoon: “Ze heeft er wel één, maar ik geef je niet veel kans.” Als ik bezig was zette ik het geluid uit. De enkele keer dat ik het vergat, schrok ik altijd zo van die telefoon, dat ik niet goed wist wat ik er mee moest. Zo meende ik hem eens uitgezet te hebben, nadat hij overging tijdens een vergadering, maar toen ik thuiskwam, vroeg dezelfde zoon: “Waarom gaf je nu geen antwoord?” Ik had blijkbaar gewoon opgenomen, want hij had allerlei stemmen gehoord.

Inmiddels lukt het me niet meer om het geluid aan te zetten. Ik heb alle knopjes en schuifjes en mogelijkheden geprobeerd, maar hij zwijgt als het graf. Heel erg vind ik het niet, de meeste mensen sturen tegenwoordig een appje en ik word nog steeds bij voorkeur gewoon thuis gebeld. Als ik niet thuis ben, ben ik met iets bezig en ik vind het nog steeds niet prettig om tijdens een bezoekje, etentje, vergadering of gesprekskring gebeld te worden. Ik huldig het principe: als het erg belangrijk is, dan bellen ze nog wel een keer. Zo ging dat vroeger, maar het is, zo voelt het, niet meer van deze tijd.

Johannes Kon

Inmiddels is schrijver Jan Rot (legendarische hertaler van de Mattheus Passion) niet meer van deze tijd – netzomin als Henny Vrienten (Doe Maar / VBK) etc. Maar hun muziek blijft duren!

Ik ben ook niet meer van deze tijd – and I praise the Lord.

In 1998 werd ik geconfronteerd met “de nieuwe tijd”: ik was net 50 jaar geworden en dus geen echt nieuwetijdskind. Ik woonde voor het eerst op mezelf – voordien waren er een vastberaden moeder en partners om zich over mij te ontfermen.

De allerhoogste ambtenaar bij de gemeente Arnhem verordonneerde toen KANS: KantoorAutomatisering Nieuwe Stijl. Voortaan moest je zélf je brieven typen en collegae kregen ook een mobiele telefoon.

So far so good; ambtenaren zoals ik (gedwee en gezagsgetrouw) bogen voor het publiek: sneller en efficiënter inspelen op zijn terechte wensen. En toen: ik zie het digitale platform verharden. “Platform” betekent zoiets als: opereren op een gelijk niveau en ook samenwerken.

Toen kwamen al snel de “haai tek brothers”, slechter dan “the Blues Brothers” en nog erger dan “the Seven Sisters” (oliemaatschappijen, die de gehele wereld beheersen).

Ik heb mij altijd verzet tegen deze nieuwe wereldorde en ben absoluut geen complottheoreticus. Ik zit wel gezellig op WhatsApp (c°), maar niet op Twitter, Facebook, LinkedIn, Instagram, Telegram, TikTok – you name it. Ik gebruik geen streamingsdiensten. In draai mijn eigen platen wel.

Wat is ook niet meer van deze tijd? Ons koningshuis – ooit uit het niets ontstaan – ongelukje in 1815. Dus ik (v)lieg niet uit de bocht, als ik meld dat ik nóóit naar Griekenland vloog.

Op 27 april neem / nam ik formeel afscheid van het Koningshuis. Dat lintje krijg ik nu vast niet meer; ik kies ook voor andere postzegels en munten.

 

Johannes – voor ’n g(r)eintje vervaard

Kees van Keulen

Weet u, ik ga vrijwel elke zondag naar de kerk, ook als ik niet orgel speel. Dat is toch niet meer van deze tijd!

Heb voorkeur voor oude Psalmmelodieën. Kent u ze nog uit het oude Psalmboekje? Dorisch, Phrygisch, Mixolydisch. Dan heb je echt afgedaan.

Ben een fanatiek orgelspeler. Niet op een modern keyboard, maar op een instrument met orgelpijpen en “levende wind”. Maar helaas, de orgelcultuur is passé; er zijn er niet veel meer die orgelspelen of naar orgelmuziek luisteren.

Hedendaagse muziek? Laat de pop-muziek maar zitten. Om over festivals met gehoor-vernietigende stampmuziek niet te schrijven. Geef mij maar klassieke luistermuziek.

We hebben geen auto. Hoe meewarig wordt er gekeken als ik dat vertel! Alsof niemand ooit zonder kan.

Ik verzorg rondleidingen door een kasteel. Gaat allemaal over vroeger. En leuk dat ik dat vind!

Ben lid van een schaakvereniging. Dat is toch een sport voor oude mannen!

Een tattoo? Moet er niet aan denken.

Ten slotte, ik haak niet als vanzelfsprekend bij elke vernieuwing aan. Denk aan al die computer- en communicatiesnuisterijen. Ik realiseer me dat het vaak alleen maar betekent dat ik me er later aan overgeef dan anderen, maar “iedereen” gaat ervan uit, dat je altijd en overal …

Het verleden idealiseer ik niet, maar waarom zou ik aan elke vernieuwingsfrats meedoen? Natuurlijk zijn de sociale verbanden waarbinnen ik figureer van invloed, maar ik blijf liever bij mezelf: Ben ik een zelfstandig denker, gewoon eigenwijs, of niet meer van deze tijd?

Arjen Hiemstra

Er zijn in de wereld veel dingen die niet van deze tijd zijn. Ze zijn namelijk oud en hebben vaak een lange geschiedenis. Sommige dingen vinden veel mensen aantrekkelijk. Kerkgebouwen bijvoorbeeld. Zo lopen grote groepen mensen lopen de kathedraal van Chartres binnen. Ze worden getroffen door het beeldhouwwerk van de kathedraal, de oude gebrandschilderde ramen en het labyrint dat op de vloer is aangebracht.

Ander cultureel erfgoed is minder aantrekkelijk. Er zijn nog steeds mensen die net als ik zich verdiepen in teksten van Augustinus. Boeiend vind ik het, hoe hij schrijft in een periode meer dan 1500 jaar geleden. En soms zegt hij nog steeds waardevolle dingen over Bijbelteksten. Toch lezen steeds minder mensen zijn geschriften, het Augustijns Instituut in Utrecht, dat vele teksten van Augustinus heeft vertaald wordt aan het eind van dit jaar gesloten.

Ik denk wel eens: of iets wat niet van deze tijd is nog van waarde wordt bevonden is afhankelijk van de vraag of wij ons er in willen verdiepen of niet. Want je moet wel wat hobbels nemen om iets werkelijk te begrijpen: je moet er tijd voor nemen, je moet informatie vinden over de tijd van ontstaan, je moet goed kijken en lezen. Misschien moet je dingen wel meerdere keren overdenken. Maar het begint toch altijd met wíllen begrijpen.

Maar dan kunnen dingen die niet meer van deze tijd zijn, toch nog steeds de inspiratiebronnen aan ons laten zien. Bronnen die de makers ooit aanzetten hun cultureel erfgoed vorm te geven.

 

Pierre Eijgenraam

Toen ik theologie ging studeren zei één van onze docenten –Ik geloof dat het de hoogleraar kerkgeschiedenis was: ‘Denk maar niet dat je in dit vak nog iets nieuws kunt verzinnen. Alles wat de moeite van het bedenken waard is, is al eens eerder bedacht. En wat nog niet eerder bedacht was, is hoogstwaarschijnlijk de moeite van het bedenken niet waard’. Gelukkig voegde hij er aan toe: ‘..maar de kunst is om op het juiste moment het juiste weer opnieuw te bedenken’.

Ik woonde destijds op een klein kamertje bij een hospita. De wanden en het plafond waren helemaal wit. Dat vond ik rustgevend en lekker licht. Maar mijn medestudenten vonden het belachelijk ouderwets. Kleur en fleur was de mode. Toen ik na een paar jaar verhuisde naar een grotere kamer kalkte ik de muren –letterlijk- groen en geel. Eindelijk modern! Helaas had ik niet opgemerkt dat inmiddels wit de mode was….

Prediker zegt: ‘Wat geweest is dat zal er zijn, en wat gedaan is zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zon’. Met het ouder worden begin ik me steeds vaker ouderwets te voelen. Ik erger me aan het vele Engels in onze taal en ik gebruik mijn mobiele telefoon zo weinig mogelijk. En zeg nou zelf: dominee zijn, kerk en geloof, dat is toch ook niet meer van deze tijd?

Toch blijf ik er maar bij. Je weet nooit of het nog weer eens in de mode komt. En dan loop ik voorop!

Jos Hordijk

Als kind speelde ik na schooltijd altijd buiten met de buurtkinderen. Als ik geroepen werd moest ik binnen komen om te eten en te slapen. Iedere zondag liep ik met mijn vader naar de kerk in zondagse kleren en op zondagse schoenen. Als de preek begon kreeg ik een pepermuntje. Niet alles mocht op zondag, er waren beperkingen op het gebied van ons verplaatsen en kopen. Lezen was toegestaan en buiten spelen ook en we aten ‘zondags’ eten, dat was extra lekker.

Op bijzondere feestdagen gingen wij naar De Brink, om vaderlandse liedjes te zingen zoals: ‘O, schitterende kleuren van Nederlands vlag’ en ‘Wilt heden nu treden voor God onze Here’. En ‘waar de blanke top der duinen’. Het Wilhelmus zongen we ongetwijfeld ook. Natuurlijk nam ik de door mijn vader gemaakte kleppers mee naar De Brink.  Ik genoot van het muziekkorps en het samen zingen en klepperen.

Op Koninginnedag gingen we ’s morgens naar school om spelletjes te doen en ’s middags kreeg ik geld om een balletje te kopen met een elastiekje eraan. We dronken thuis een glaasje ranja en waren de hele dag buiten of naar de bazaar in de Vredeskerk waar we mochten grabbelen in de grabbelton, blikjes omgooien met een balletje, geblinddoekt een parcours afleggen en andere spelletjes. Wij kinderen ondernamen van alles met elkaar. Geen ouders die ons volgden op hun smartphones. Onze ouders hadden rust op Koninginnedag.  Wat waren wij vrij en zelfstandig als kinderen van onze tijd. Niet meer van deze tijd?

Monique Maan

Twee jaar geleden begonnen we met de wekelijkse ‘Berichten voor de thuisblijvers’, als manier om in contact te blijven met elkaar toen we door corona noodgedwongen thuis zaten. Na verloop van tijd werden die wekelijke berichten vervangen door maandelijkse teksten ‘Vanaf de zijlijn’. En nu zetten we er een punt achter. Definitief? Wie zal het zeggen. Misschien duiken op enig moment mét de mondkapjes ook de Berichten wel weer op….

Maar voor nu is het mooi geweest. Er is een tijd om te beginnen en een tijd om te stoppen, zou Prediker zeggen. En het schrijven van deze stukjes is nu ‘niet meer van deze tijd’.

Ik heb mijn stukjes altijd met plezier geschreven. De ene keer ging het makkelijker dan de andere keer. Maar het verraste mij zelf hoe er over elk onderwerp wel een associatie op papier te krijgen is. Via mijn stukjes heeft u kennis kunnen maken met familieleden, met hobby’s, met zwakke plekken, ergernissen, idealen en dromen.

Nu is het weer tijd voor andere dingen. De nieuwe wijkgemeente Noord krijgt steeds meer vorm, we zijn blij met steeds meer mensen op zondagmorgen, en de tijd zal leren in hoeverre corona ons kerkzijn echt veranderd heeft. We merken dat de belangstelling voor doordeweekse activiteiten achterblijft. Ligt dat aan de grootte van de wijkgemeente? Of zijn we eraan gewend om meer thuis te zijn? Is meedoen met een gespreksgroep of inloopochtend niet meer van deze tijd? We gaan het zien. Hoe dan ook: in de ruimte van wat stopt, kan iets nieuws gaan groeien. Ik ben er klaar voor.

Elsje Pot:

Met stapelstenen kun je bouwen, muurtjes metselen of ze gewoon opstapelen, dat is in ieder geval constructiever dan er mee gooien. Ik herinner me oude muurtjes van gestapelde stenen in Frankrijk. Het was langs weggetjes, die deel uitmaakten van een wandelroute en waarlangs vroeger vee (ik denk schapen en geiten) naar de bergweiden werd gebracht.

Zulke weetjes spreken altijd tot mijn verbeelding. In gedachte zie ik dan een herder met een kudde schapen over zo’n pad lopen. Daar dan zelf te lopen, schept zo maar een band met mensen van lang geleden, die een heel ander levensritme hadden dan ik: in het voorjaar trokken ze de bergen in, waar volop voedsel voor de kuddes te vinden was om in de herfst weer af te dalen naar het dal.

Op zulke momenten vraag ik me af waarom ik me zo druk maak. Tegelijk realiseer ik me dat ik het leven van toen te veel romantiseer: met een lekker temperatuurtje, voldoende schaduwplekken, water en proviand bij de hand en zonder zorg over een kudde is het leuk fantaseren over een leven in de bergen als herder. Die gestapelde muurtjes vertellen een verhaal dat ver afstaat van mijn leven: zware arbeid, het zijn forse brokken steen, die daar opgestapeld liggen en een grote verbondenheid met de natuur waarin ze nu nog steeds zichtbaar zijn.

Als stenen konden spreken, wat zouden ze dan allemaal zeggen? Misschien is het maar goed dat ze zwijgen.

Monique Maan:

Bij sommige thema’s kan ik niet meer terughalen waarom we ze zo bedacht hebben. Het thema van deze keer is er zo een: Stapel stenen….

Ik moet denken aan een plaatje dat ik eens gezien heb: een grote platte steen, met daarop een kleinere platte steen en daarboven nog een aantal stenen, en bovenop een kiezel. Door goed en met aandacht te stapelen, blijft het geheel in balans.

Het is eigenlijk wel een mooi beeld voor het leven, waarin allerlei grote en kleine, belangrijke en minder belangrijke zaken strijden om je aandacht. Is het dan ook niet de (levens)kunst om wat er écht toe doet eerst stevig neer te leggen, en dan de andere zaken er boven op. Misschien zul je ontdekken dat het niet lukt om alle stenen te gebruiken, zijn het er teveel of zijn ze teveel verschillend van elkaar om goed te passen.

Dat vraagt om keuzes. Want probeer in ieder geval te voorkomen dat de toren van je leven omvalt, omdat je er teveel op hebt willen leggen.

Stapel stenen…. Grappig hoe even nadenken toch tot associaties leidt.

En misschien is dat plaatje van die stenen wel een mooie om naast mijn computer te hangen, om af en toe eens naar te kijken en na te denken over hoe mijn toren in elkaar zit, welke stenen eraf moeten of omgewisseld moeten worden om de balans te bewaren.

Pierre Eijgenraam

Het was nog vóór corona, maar niet heel lang ervoor: 23 augustus 2018. Op een kade aan de Amstel staan vijf grijzende dominees naar een bootje te turen, dat nadert over de rivier. Eén van die dominees was ik.

Het was die dag veertig jaar geleden dat wij elkaar in 1978 voor het eerst ontmoetten, als aankomende studenten theologie. Allemaal een jaar of achttien, net eindexamen gedaan en voor het eerst op kamers -hoewel één van ons eerst nog een jaar in Amerika had doorgebracht.

Het was een mooie dag met prachtig weer. We maakten een boottocht over de Amsterdamse grachten en langs oude herinneringen, hoewel sommige grachten waren afgesloten. In en rond de Nieuwe kerk van Amsterdam (die van Arnhem bestond toen nog niet..) werd gevierd dat 70 jaar geleden daar de wereldraad van kerken werd opgericht. Vanwege hoog bezoek moest ook het varend verkeer daar uit de buurt blijven.

Waar blijft de tijd?  ‘Leer ons zo onze dagen tellen’, zegt Psalm 90, ‘dat wij een wijs hart bekomen’. Ouder en wijzer zijn we vast wel geworden. En wel bijzonder: nog allemaal werkzaam als dominee of godsdienstleraar.

Maar ik kan nog wel eens terugverlangen naar 40 jaar geleden, toen we nog jong en onbevangen, vol idealen en met veel vrolijkheid de studentenwereld betraden. ‘Sadder and wiser’ zeggen de Engelsen. En ik vrees dat dat ook voor ons geldt. Gelukkig is de vriendschap gebleven en zelfs het geloof, zij het wat bescheidener –maar hopelijk ook meer doorleefd- dan voorheen.