Berichten

een verhaal uit Rusland

Er was eens een pelgrim op weg door de eindeloze wouden en moerassen van ‘Moedertje Rusland’. In een bijzonder eenzame streek vond hij op een avond gastvrij onderdak bij een groep eenvoudige boeren. Na het eten nodigden zij hem uit om deel te nemen aan hun gebeden. Tot verbazing van de pelgrim  baden de boeren niet het officiële avondgebed van de Russisch Orthodoxe kerk, maar zeiden ze in plaats daarvan om beurten het alfabet op. ‘Wat is dat voor een merkwaardig gebed?’ vroeg de pelgrim hen. ‘Wij zijn maar eenvoudige mensen’, antwoordden de boeren. ‘De officiële gebeden kunnen wij maar moeilijk onthouden. Maar als we met elkaar het alfabet zeggen, dan zal God, die alles weet, er de juiste letters uitpikken, waarmee we Hem eer kunnen bewijzen.

De pelgrim werd met ontferming bewogen en besloot om nog wat langer bij hen boeren te blijven, totdat ze de juiste gebeden uit het hoofd hadden geleerd. Drie maanden later, op de terugweg, kwam de pelgrim opnieuw in het dorpje aan. Hij werd hartelijk ontvangen, maar ontdekte na de maaltijd dat er geen gebeden meer werden gezegd. Het bleek dat er na zijn vertrek toch onenigheid was ontstaan over de juiste woorden en na verloop van tijd had men het bidden helemaal opgegeven.

‘Vergeef mij’ zei de pelgrim, ‘ik ben hoogmoedig geweest. Zullen we samen bidden?’ En hij begon: ‘a,b,c,d…’. Dankbaar viel de hele gemeente hem bij. En zij werden rijk gezegend!

Pierre Eijgenraam

Kun je wel bidden om genezing als de dokter daar al lang niet meer in gelooft? Dat is voor mij een belangrijke vraag geweest. Toen ik acht was, overleed mijn vader, en ik wist heel zeker dat dat nietwas omdat er te weinig voor hem was gebeden! Ik leerde mijzelf daarom aan om aan God geen dingen te vragen waarvan ik niet geloofde dat ze echt zouden gebeuren.

Toen ik dominee werd en mensen mij vroegen om met of voor hen te bidden, was dat wel eens lastig. ‘Wilt u bidden dat ik weer helemaal genees?’, vroegen mensen mij. Of ‘wilt u bidden dat alles weer goed komt met mijn kind?’

Gelukkig heb ik in zulke situaties een paar maal ervaren dat ik het fout had en dat er dingen gebeurden die ik zelf niet voor mogelijk had gehouden.

Een wijze collega heeft mij toen uitgelegd dat ik niet op de stoel van God hoef te gaan zitten. ‘Jij hoeft niet te bepalen wat God wel of niet gaat doen’, zei hij tegen mij. ‘Bidden is je hart openleggen en geen kansberekening!’. Dat heeft mij goed gedaan!

Paulus schrijft ergens (Fil. 4: 6) dat bidden is ‘je wensen bekend maken bij God’. Of die wensen wel of niet in vervulling gaan is geen maatstaf voor de waarde van je gebed. Bidden is -naast veel andere dingen..: je hart luchten! Want als je de deur van je hart openzet, zou het zomaar kunnen dat je de Geest daarmee binnen laat.

Arjen Hiemstra

‘Een beetje bidden, dat was alles wat ik nog kon doen’ is de uitspraak van zuster Agnes, algemeen overste van de zusters van Schijndel. Ze doet die uitspraak in een interview met haar over het leed dat haar gemeenschap overkwam in de coronatijd: tien zusters uit de kloostergemeenschap in Schijndel stierven in de maanden maart-april 2020. En de medezusters konden hen niet bijstaan, konden geen afscheid nemen en konden zelfs niet bij de begrafenis aanwezig zijn.

Voor een kloostergemeenschap is bidden dagelijks werk en misschien wel daardoor had zuster Agnes in de loop der jaren geleerd om onder woorden brengen, onder ogen zien, hoe ze er aan toe was en die situatie van haar en van haar gemeenschap voor God neer te leggen. Zo leer je namelijk bidden: door te beschrijven wat jouw situatie is. Met je vragen, met je zorgen over jezelf, de mensen om je heen en de wereld waarin we leven. Soms ook zonder woorden te gebruiken je situatie te overdenken. Want ook zonder woorden kun je bidden.

‘Voor God neerleggen’, is voor mij de kern van bidden en als ik daarin slaag, geeft mij dat lucht. Wanneer ik het hele interview van zuster Agnes lees, dan merk je dat ‘een beetje bidden’ haar ook verder geholpen.

Overigens: het is een aardig boekje waarin het interview staat: Het verdriet van Brabant – Kerken en kloosters in bisdom Den Bosch ten tijde van corona. Het boekje vertelt over wat (Rooms-katholieke) kerken en kloosters in Brabant overkwam en hoe ze zich daar doorheen worstelden. Met twaalf woorden van bemoediging van Bisschop Gerard de Korte.

Hubertien Oostdijk

In mijn jeugd gebruikten we aan tafel ‘standaardgebeden’, het ‘Onze Vader’ bij het openen van de maaltijd en het ‘O Heer wij danken U’ na afloop van de maaltijd. Bij hoge uitzondering, bijvoorbeeld een verjaardag bad mijn vader een vrij gebed. Hoewel hij vele jaren lang ouderling is geweest en dus ook een consistoriegebed moet hebben gebeden, heb ik hem er nooit over gehoord. Het geeft aan dat bidden iets persoonlijks is, iets waar je niet zo makkelijk over praat, terwijl ik met mijn vader over heel veel kon praten.

Tijdens mijn studententijd realiseerde ik me plotseling, je wilt dominee worden, nu dan mag je wel oefenen met bidden, want wanneer bad ik nu een vrij gebed?

En toch ging het me uiteindelijk best goed af, oefening baart kunst, het is van belang ontdekte ik om iets van het gesprek samen te vatten in het gebed, om het zo echt bij God te brengen, of zoals ook gezegd wordt, het aan de voet van het kruis van Christus te brengen.

Maar nog veel groter vond ik het om te ontdekken dat bidden daadwerkelijk iets doet met mensen, niet alleen ontroert het vaak, maar het geeft, zo hoor ik terug, geloof, vertrouwen, kracht en moed om verder te gaan. Ik geloof echt dat God daarbij betrokken is.

Met mensen bidden doe ik heel vaak, ongetwijfeld zal er ook vaak vòòr predikanten gebeden worden, maar mèt predikanten, het consistoriegebed uitgezonderd, is zeldzamer, toch maak ik het gelukkig wel mee. En dan raakt het je heel bijzonder en kun je er weer even tegen.

Johannes Kon

De Week van Gebed voor de Eenheid van Christenen heeft in januari 2021 weer allerhande thema’s, maar de vormgeving in Arnhem ziet er weer zeer professioneel uit. Verbaas en verwonder u over de vindingrijkheid van mensen.

Persoonlijk heb ik niets met ‘bidden’.

Natuurlijk : vóór en ná de per dag 3 maaltijden in huize Kon (1947 – 1969) werd er gebeden; ook op school, de zondagsschool en bij catechisatie.

Het is me als ritueel niet bijgebleven.

Met schroom in het hart ga ik dus naar de bijeenkomsten van “Hart voor Arnhem”, waar na een prettige en luxueuze maaltijd in groepjes oprecht gebeden wordt.

Natuurlijk richt ik mij wel eens tot het “Hogere”, maar dat idee is voor mij naamloos. Iets of Iemand bestiert mijn leven. Ik luister en ontvang.

Monique Maan

Het gebed staat voor mij voor de relatie tussen God en mens.

Veel in ons leven en geloven is ‘praten over’, maar het gebed is wezenlijk anders. Ik ervaar het als de uitnodiging om met God en mensen te delen wat mij bezighoudt. In het gebed mag ik uiting geven aan wat leeft in de wereld om me heen, de vreugde, de zorgen en het verdriet uit mijn eigen leven en dat van hen met wie ik me verbonden weet. En als dat met woorden of in stilte uitgesproken en gedeeld is, komt er ruimte om open te kunnen staan voor wat van Godswege naar me toekomt en aan me gevraagd wordt. Bidden is zo bezien leeg worden om me weer te kunnen laten vullen.

Deze week is het de week van gebed voor eenheid van christenen. Eenheid betekent niet dat je allemaal hetzelfde moet zijn of worden. Of het ooit tot één kerk zou kunnen komen, betwijfel ik en dat hoeft wat mij betreft het streven ook niet te zijn. Want ik voorzie dat we dan veel te veel zouden blijven hangen in discussies over dogma’s en vormen. Laat ieder zijn of haar geloof beleven op een manier en in geloofsgemeenschap die bij hem of haar past. Maar zo’n week waarin we er expliciet bij stil staan dat we elkaar ook in al onze verscheidenheid zien en herkennen als mensen onderweg met God, als mensen die open willen staan voor het beroep dat Hij op hen doet, dat is toch mooi.

 

Al meer dan honderd jaar geleden, in 1908, werd voor het eerst een ‘week van gebed voor de eenheid’ gehouden, op initiatief van de Amerikaanse geestelijke Paul J.Wattson. Geleidelijk aan sloten steeds meer kerken en christenen zich aan bij dit initiatief, ook in Arnhem. Sinds een aantal jaren doet een zeer brede waaier van christelijke gemeenschappen mee: katholiek en protestant, vrijzinnig en orthodox, van hoog liturgisch tot ‘laat de Geest maar waaien’. Van 17 tot en met 24 januari zijn er in Arnhem elke dag één of meer vieringen in zeer uiteenlopende kerken. Voor alle informatie: www.weekvangebedarnhem.nl Via deze site kunt u ook alle vieringen ‘live’ meebeleven, in beeld en geluid. En zoals de organisatie meldt: ‘kerkshoppen wordt aangemoedigd!’.

Ook de berichten aan de thuisblijvers hebben deze week ‘bidden’ als thema.

Overigens gaat het in de bijdragen niet alleen over de week van gebed, maar ook over bidden in bredere zin.

 

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

Maandag 18 januari, door Elsje Pot

 Als beginnend predikant moest ik erg wennen aan de verwachting van gemeenteleden. Ik had geleerd dat luisteren belangrijk was en dat bidden niet als een vroom toetje in elk gesprek moest opduiken. Na een aantal maanden werd ik door één van mijn ouderlingen aangesproken. Hij had eens geïnformeerd wat de gemeenteleden van de nieuwe dominee vonden: “Ze zegt zo weinig” en “Ze bidt niet”.

Ik leerde mezelf aan om, als ik niet het gevoel kreeg dat een gebed verwacht werd, te vragen of mensen samen bidden op prijs stelden. Op een ochtend besprak ik samen met een kersverse weduwe en haar kinderen de uitvaart van haar echtgenoot. De weduwe was tamelijk doof en het gesprek verliep daardoor moeizaam; de band met de kerk was in de loop van de jaren verwaterd. Tegen het einde van het bezoek vroeg ik of de familie een gebed op prijs zou stellen. Het antwoord was “Ja”.

Ik vouwde mijn handen en sloot mijn ogen en vroeg me ondertussen koortsachtig af hoe hard ik moest schreeuwen om de oren van de weduwe te kunnen bereiken. Terwijl ik daar nog over nadacht, begon de weduwe hardop te bidden. Ik weet niet meer wat zij bad, maar ik weet nog goed hoe ontroerend het was: voor mij, omdat ik me voor niets zorgen had gemaakt, maar zeker ook voor haar kinderen. Hun moeder, die net weduwe was geworden en waarmee het zo moeilijk communiceren was, bad uitgerekend nu het gebed dat zij kenden uit hun jeugd.

 

door Pierre Eijgenraam

Het handgebed

Bidden is meer dan alleen maar een verlanglijstje indienen bij God. Het is ook stil worden, luisteren, vertrouwen, en het uiten van je boosheid of angst tegenover Iemand die je hoort en je begrijpt.

In een catechisatieles heb ik met kinderen wel eens gepraat over het ‘handgebed’, waarin de vingers van je hand staan voor verschillende vormen van bidden.

Het begint met de duim. Een opgestoken duim betekent: goed zo! Want bidden is ook lofprijzing. Met onze wijsvinger kunnen we de sporen van God aanwijzen, in ons leven en in de wereld om ons heen. ‘Tel uw zegeningen!’. De opgestoken middelvinger staat voor de momenten waarop we even helemaal geen boodschap hadden aan God en onze medemens. Ik zou zeggen: dat is het moment waarop je al je boosheid en teleurstelling er uit mag gooien voor God.

Mijn catechisatieboekje zei: ‘dat is het moment om je schuld te belijden’. Ik laat beide maar even staan: u mag zelf doorhalen wat niet van toepassing is! Onze ringvinger staat voor verbondenheid en trouw: bidden is ook: voorbede doen voor de mensen die je lief zijn.

In chique kringen drink je je thee met je pink omhoog: ‘ik ben er ook nog!’. Voor zover je persoonlijke emoties, vragen, zorgen en verlangens nog niet aan bod zijn geweest is dit het moment.

Tenslotte mag je dan je handen vouwen: je legt jouw hand in de hand van God ‘die krachtig is en teder’ (Gezang 107: 2).

Amen!