Berichten

Monique Maan

Tja, waar zal ik beginnen als het gaat over goede voornemens…  Meer sporten, meer tijd voor ontspanning nemen, vaker bij mijn moeder op bezoek. Eigenlijk ga ik elk jaar in met zo’n beetje dezelfde voornemens. En elk jaar sneuvelen ze ook weer ergens halverwege. Toch voelt dat niet als mislukken. Alleen al het besef dat sommige dingen het waard zijn om meer aandacht te krijgen en andere dingen juist wel wat minder kunnen, is goed. Het begin van een nieuw jaar als een moment waarop je even stil staat en niet automatisch dezelfde stap zet.

En gelukkig hoef je dat niet te beperken tot één moment in het jaar. De Bijbel helpt ons, bijvoorbeeld in de Bergrede, om ons bewust te worden van onze manier van leven en omgaan met elkaar. Hoe kunnen we reflexen doorbreken, bv de reflex om terug te slaan als we geslagen worden, of om wél zien wat er aan een ander mankeert terwijl ons ontgaat wat er bij onszelf niet deugt. De Bijbel nodigt ons in die zin elke dag uit om stil te staan bij de vraag hoe ons leven en onze manier van doen meer de kleur van God kunnen krijgen – de kleur van vrede en verbinding, van aandacht en vertrouwen. Elke stap die daaraan bijdraagt is het zetten meer dan waard. Elke dag opnieuw.

 

door Pierre Eijgenraam

Lucas 1: 39-56 vertelt over de ontmoeting van Maria en Elisabeth. Maria is net zwanger en nog maar nauwelijks toe aan het moederschap, Elisabeth was daar eigenlijk al aan voorbij, maar nu hoogzwanger. Zodra de stem van Maria klinkt, springt het kind van Elisabeth op in haar schoot: nu al herkent het zijn Meester als degene die komen zou.

Een bijzondere ontmoeting, die uitloopt op een lied dat we kennen als ‘de lofzang van Maria’. Maar is het eigenlijk wel Maria die dat lied zingt? De Griekse tekst zegt alleen ‘en zij sprak’. De traditie heeft hier ‘Maria’ ingevuld, maar feitelijk zou het net zo goed Elisabeths lied kunnen zijn….

Of misschien wel òns lied: ‘Iedere tijd opnieuw gaat zijn genade naar allen die eerbiedig met Hem leven’ (Lucas 1: 50, vertaling Huub Oosterhuis).

door Pierre Eijgenraam

De tweede naam van onze oudste zoon is Johannes. Want als de moeder Elisabeth heet en de vader al wat ouder is (ik was 42) en dienst doet in de tempel, dan moet het kind Johannes heten! (Lucas 1: 63). Ben ik dus een Zacharias?

Het spreekt mij aan dat Zacharias, net als enkele anderen in de Bijbel, durft te twijfelen. Als hij de boodschap van de engel heeft gehoord, weigert hij die te geloven. Je mag dan wel priester wezen, maar dat wil nog niet zeggen dat je alles zomaar slikt! Al van jongs af heb ik mijzelf gezien als iemand op de grens tussen geloof en ongeloof. Mijn Elisabeth zegt wel eens: ‘je hebt een rationeel hoofd, maar een devote ziel’.

De Bijbelse Zacharias moet negen maanden zwijgen. Is dat een straf voor zijn ongeloof? Of is het een genade? Het christendom heeft altijd een onderstroom gekend die grote waarde hecht aan stilte en leren zwijgen als een weg naar God. God is immers groter dan alles wat wij over Hem kunnen zeggen. Alle dogma’s van de kerk zijn uitspraken ‘bij gebrek aan beter’.

Een verhaal uit het vroege christendom vertelt over een rijk en belangrijk man die een Egyptische kluizenaar bezocht. ‘Vertel mij over God’, zei de man. Maar de kluizenaar zei niets. ‘Waarom heb je niks tegen hem gezegd?’ vroegen zijn leerlingen achteraf. De oude man antwoordde: ‘Als hij niets leert van mijn zwijgen, zal hij zeker niets leren door mijn spreken’.

 

door Elsje Pot

Eén van de vrouwen die een naam krijgt in de bijbel is Elisabeth, zij wordt maar liefst acht keer genoemd, alleen in het eerste hoofdstuk van het evangelie van Johannes. Zij wordt geïntroduceerd als de vrouw van Zacharias maar gaandeweg de vertelling krijgt zij een meer zelfstandige rol, die uitmondt in het roepen van de naam van haar pasgeboren kind: Johannes.

Als Maria haar zwangerschap krijgt aangezegd wordt naar Elisabeth verwezen, die dan al zes maanden zwanger is.

Mooi is de ontmoeting tussen deze twee zwangere vrouwen. Elisabeth voelt het kind opspringen in haar schoot als Maria haar begroet. En dat doet Elisabeth profetisch spreken: ‘De meest gezegende ben je van alle vrouwen, en gezegend is de vrucht van je schoot! Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt? Toen ik je groet hoorde, sprong het kind van vreugde op in mijn schoot. Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’ Daarmee is Elisabeth de eerste (afgezien van Maria) aan wie, nog voor de geboorte van Jezus, geopenbaard is wiens geboorte aanstaande is.

Ds H.A. Visser schrijft in ‘Lucas zegt er het zijne van’ dat Maria in haar geloof geholpen worden door Elisabeth. Dat gebeurt als Maria zich afvraagt hoe dat kan, zwanger zijn, en het gebeurt als Elisabeth Maria begroet, die begroeting doet Maria uitbreken in haar loflied, waarin zij zingt dat alles omgekeerd zal worden en zij als minste dienares gezien wordt door God.

door Monique Maan

Bij het thema ‘bouwen’ zou ik natuurlijk kunnen schrijven over de verbouwing van de Opstandingskerk tot Nieuwe Kerk, over de hobbels, de uitdagingen en de kansen.

Of over de bouw van de nieuwe wijkgemeente PGA-Noord, en hoe ingewikkeld dat is in deze corona-tijd.
Maar mijn eerste associatie bij dit thema is toch het verhaal uit Genesis 11: de torenbouw van Babel. Is het een verhaal over menselijke hoogmoed? ‘Laten we een hoge toren bouwen, tot in de hemel! Dan worden we beroemd!’ Of is het een verhaal over angst? ‘Laten we die toren bouwen, zodat we niet verspreid raken over de hele wereld.’ Waarschijnlijk spelen beide gevoelens een rol bij het besluit om die hoge toren te bouwen. Angst vermomt zich wel vaker als hoogmoed: je overschreeuwt jezelf om maar niet te laten merken hoe je je werkelijk voelt….

Het verhaal in Genesis 11 eindigt met Gods besluit om de spraak te verwarren opdat de mensen verspreid zullen worden over de hele aarde. Precies dus wat ze niet wilden. Het is niet de bedoeling dat kinderen Gods op een kluitje bij elkaar blijven zitten, en alleen de taal spreken die hen vertrouwd is. Dan leren ze nooit zich in te leven in hen die anders zijn. Misschien ligt daar toch wel een mooie parallel naar onze nieuwe wijkgemeenten in Noord en Zuid: onze nieuwe huizen zijn niet bedoeld om ons in terug te trekken, laten ze vooral een uitvalsbasis zijn om de wereld in te gaan! Daar gebeurt het verhaal van God met mensen.

door Monique Maan

‘Waar is je gymtas?’

‘Weet ik niet, geen idee.’

‘Je gaat me toch niet vertellen dat je ‘m kwijt bent he?’

‘Nee, want ik heb nog niet gezocht, dus ik ben ‘m nog niet kwijt’.

Een stukje gesprek tussen mij en één van mijn kinderen, zo’n 15 jaar geleden.

Je bent iets niet kwijt als je er nog niet naar gezocht hebt. Want zolang er niet gezocht wordt, is het gemis nog niet aan het licht gekomen.

Het doet me denken aan de bekende gelijkenissen die Lucas ons vertelt in hoofdstuk 15 van zijn evangelie. Een drieluik van verhalen die ons vertellen over zoeken, vinden en de grote vreugde dat dat met zich meebrengt.

God kan en wil niemand missen. Hij is zoals die herder die zijn schapen achterlaat om dat ene schaap dat kwijt is, te zoeken. Hij is zoals die vrouw die een groot feest geeft om dat ene muntje dat ze teruggevonden heeft. Hij is zoals de vader die bij het hek staat te wachten tot zijn kind weer thuiskomt.

Het zijn gelijkenissen die ons vertrouwen voeden dat we meetellen en dat God met liefde en verlangen naar ons kijkt. En het zijn gelijkenissen die ons uitdagen om zelf dus óók niet onverschillig te zijn. Niet naar mensen, niet naar de schepping.  Als het voor God belangrijk is, moet het dat voor ons ook zijn.

 

PS De gymtas dook een paar dagen later, na even goed zoeken, gelukkig weer op…

Psalmen zijn gedichten, gebeden, liederen uit het leven van mensen, soms uitbundig, zingend van geluk, dan weer luid roepend om genade.

Kunstenaars verbeelden het leven. Soms ontroerend mooi, soms ook onnavolgbaar abstract, maar altijd bijzonder om te zien en te ontdekken.
Uit beide bronnen wordt geput, uit de kunst en uit de Psalmen. De bijeenkomst begint met kunst kijken en tot zien komen. Daarna wordt een psalm gelezen en begint het zoeken naar betekenis. er wordt afgesloten met het luisteren naar muziek bij de psalm.

Docent: Ben Piepers, theoloog met belangstelling voor moderne kunst, voorheen werkzaam als pastoraal werker.

Start op woensdag 09 januari van 10.45 – 12.00 uur in Rozet 3.16

Kosten: vrijwillige bijdrage (richtbedrag € 5)

In de 4 weken voor kerst is er de mogelijkheid om op de woensdagmorgen ter voorbereiding samen een gedeelte uit het evangelie van Lukas te lezen.

Start: 28 november om 10.45 uur in lokaal 3.16 in het Rozet, begeleiding: Elsje Pot. De bijeenkomsten zijn ook afzonderlijk te volgen.

Op zoek naar leeftijdgenoten, die iets met geloof, bijbel, kerk en maatschappij met elkaar willen delen? Iedereen vanaf een jaar of 20 (tot ergens in de 30) is welkom om mee te doen. In oktober keken we samen naar een film, daarin ging het over schuld, het riep veel vragen op.

Voor info en aanmelding kun je terecht bij elsje.pot@pgarnhem.nl

Plaats van samenkomst: Opstandingskerk, Rosendaalseweg 505, Arnhem.

Woensdag 7 november om 20.00 uur.

Een wekelijkse bijeenkomst rond een Bijbeltekst. We proberen deze tekst zoveel mogelijk te lezen zonder dogmatische bril en daarbij open te staan voor de beelden en bewegingen in het verhaal. De vraag hoe relevant de tekst is voor ons persoonlijke leven en ons maatschappelijk handelen, zal daarbij ook steeds een rol spelen. Opgave vooraf is niet nodig. Dit najaar lezen we de ‘oerverhalen’ uit Genesis 1 t/m 11, over de schepping van de wereld en de mens, de zondeval, broedermoord, zondvloed en torenbouw van Babel.
Docent: Ad Boogaard, pastor/coördinator D3rde Verdieping.

Elke woensdag, start 24 oktober van 10.45 – 12.00 uur
Kosten: vrijwillige bijdrage

Lokaal 3.16 Rozet, Kortestraat 16 Arnhem