Berichten

Johannes Kon

Ooit zat ik in de gevangenis – nou ja het Huis van Bewaring Arnhem, later bekend als de Koepelgevangenis. 2 dagen straf wegens het gebruiken van art. 7 van de Grondwet : Vrijheid van meningsuiting – in woord en in geschrifte.

Oftewel het plakken van affiches over “Geen oorlogsspeelgoed met Sinterklaas”.  No hard feelings; overtuigingen kosten soms wat tijd. We schrijven het jaar AD 1979.

En ja, ik werd bezocht : niet door de duivel; wel door de arts van dienst, de maatschappelijk werkster en de functionaris van de bibliotheek : nooit in zo’n korte tijd zoveel gelezen. Van harte aanbevolen, zo’n verblijf !

Minder was dat ik al in het busje van het Paleis van Justitie naar de Koepel door een medegevangene op de hoogte werd gebracht van cel x.xx waar ttt allerhande drugs waren te bekomen. Hartelijk bedankt, zei ik.

Elsje Pot

Gevangenen bezoeken, is ingewikkeld: je komt er niet zomaar in, in een gevangenis. Dat ondervond ik gedurende de jaren toen ik één of twee keer per jaar in de Koepelgevangenis preekte: van tevoren aanmelden, identificatie mee, spullen scannen en zelf door een poortje en dan alle deuren die eerst opengemaakt en daarna weer gesloten worden. Ontsnappen uit de gevangenis is niet eenvoudig, maar erin komen gaat ook niet vanzelf.

Ik weet nog dat ik dat best spannend vond: hoe zou dat gaan, dat preken in de gevangenis? Het is bepaald geen doorsnee gehoor, waar je mee te maken krijgt. Maar ik ontdekte, dat mijn toga bij een deel van de kerkgangers ontzag bewerkte: ik werd gegroet, kreeg een hand.

Het (s)preken voor een publiek dat van vrijheid beroofd is, vroeg om een andere doordenking van de Bijbeltekst dan wat ik gewend was, tenminste zo heb ik het ervaren. Als vanzelf werd mijn toon meer evangelisch. Hoogtepunt van de viering was (denk ik) niet de preek maar het gebedsmoment: de aanwezigen konden zelf gebedsintenties aandragen en een kaarsje aansteken, en van dat laatste maakte iedereen gebruik, sommigen vroegen beleefd om twee kaarsjes.

Na afloop dronken we koffie. De meeste mensen vonden dat zij daar niet terecht zaten, soms werd ik uitgedaagd en meestal werd ik bedankt.

Het had wel wat en het went. Als ik in gezelschap zei: “ik moet naar de gevangenis”, dan haastte mijn echtgenoot zich om eraan toe te voegen: “om te preken”.

Jos Hordijk

De enige keer dat ik gevangenen in de Koepelgevangenis bezocht heb was toen ik er met de Oecumenische cantorij Arnhem Zuid ging zingen. Maar toen er zo’n jaar of vijf geleden Syrische vluchtelingen in de Koepel arriveerde was ik er als de kippen bij. De eerste lessen werden in  buurhuis ’t huukske  georganiseerd .We moesten in die begintijd met twee personen aanwezig zijn,  omdat de organisatie het wel veilig wilde houden voor de vrijwilligers.

Na een paar maanden stopten de lessen om met twee groepen verder te gaan in de Koepelgevangenis.  Ik was er al verschillende keren op bezoek geweest en begreep toen pas waarom er alleen maar mannen in de Koepel waren gehuisvest. Het was een voormalige gevangenis en de mannen sliepen met z’n tweeën op een cel.

In Syrië hadden de mannen begrepen dat ze binnen 6 weken met hun familie verenigd zouden worden als ze eenmaal in Nederland waren. Ze hadden hun eigen leven in de waagschaal gesteld om hier te komen en nu konden ze niets anders doen dan wachten op een verblijfsvergunning. Er is geen groep geweest die zo snel geholpen is als die mannen, binnen anderhalf jaar zaten zij met hun familie ergens in Nederland in een huis, maar zo hebben zij het niet beleefd. Je vrouw en kinderen achterlaten in oorlogsgebied met een klein beetje geld en hopen dat het goed komt valt niet mee. En dan te bedenken dat het allemaal nog zo veel erger kan en ook gebeurt, iedere dag.

 

Pierre Eijgenraam

Mijn eerste gemeente was in het Drentse gevangenisdorp Veenhuizen. Tegenwoordig is het een toeristische attractie, maar in mijn tijd was het dorp nog verboden gebied voor buitenstaanders. ‘De enige plek waar misdaad werkelijk loont’ zei men, want bijna iedereen werkte er voor het ministerie van justitie. Onder dominees was het grapje dat het zaliger was in Veenhuizen te ‘staan’ dan er te moeten ‘zitten’. Dorp en gevangenis waren nauw met elkaar verweven. Dat gold ook voor de kerk. De dorps­kerk was tevens gevangeniskerk.

Op Hemelvaartsdag vroeg een justitiemedewerker of ik in de dienst zou willen bidden voor gedetineerde A. Het was zijn trouwdag, maar hij had geen verlof gekregen om naar huis te gaan. Naar de kerk mocht hij wel. Tijdens de dienst heb ik dhr. A. –al kende ik hem niet persoonlijk- gefeliciteerd en een mooi gebed voor hem uitgesproken. Ik merkte wel dat er op dat moment wat hilariteit ontstond in het rijtje gedetineerden. Pas achteraf hoorde ik wat er aan de hand was.

Vlak voor de dienst was dhr. A. naar het toilet gegaan, en van daaruit via de zijdeur naar buiten. Daar had, naast de kerk, zijn vrouw staan wachten met de auto. Na een gezellig dagje toeren leverde ze hem weer netjes af bij de gevangenispoort. Voor straf werd hij twee weken onder verzwaard regime gebracht, maar in het dorp vond men het een prachtige grap. Ook boeven hebben recht op barmhartigheid!

 

Kees van Keulen

In het kader van deze Berichten schreef ik een stukje over de Kerstrondgang in de Blue-Band-bajes, die de Diaconie jaarlijks organiseert. Een uitstekende actie! Maar dat Bericht voor de Thuisblijvers was wel erg gemakkelijk geschreven. Gevangenen komen in onze kringen toch niet voor! Hoewel, er bestaat van de Van Keulens een familiefoto van een paar generaties terug, waarbij er één vanaf is geknipt. Hij had zich kennelijk ernstig misdragen. “Gelukkig” stond hij aan de zijkant.

Maar nu even verder. Gevangenen in de bajes bezoeken, het zal niet meevallen dat te organiseren, maar wie gevangen zit in zijn eigen gedachtewereld? Wie zich niet los kan maken van kwaad dat hem/haar is aangedaan? Wie ooit blauwe plekken heeft opgelopen, die maar niet willen genezen, en waar je maar op hoeft te drukken om een litanie aan te moeten horen? Wie last heeft van hypochondrie en het over niets anders dan over zijn/haar ziektes kan hebben? Het zijn niet de simpelste gesprekken. En natuurlijk, ik bedoel daarmee ook het gesprek met mezelf. Waaraan zit ik vastgeketend? Als ik dat gesprek eerlijk voer, zou dat ook niet bevrijdend kunnen werken!

 

 

In onze serie rondom de werken van barmhartigheid gaat het deze week over ‘gevangen bezoeken. Misschien is dit ook wel een toepasselijk thema: want in deze Eerste week na Pasen vieren we toch dat de dood Jezus niet gevangen kon houden? En misschien mag je er ook wel aan toevoegen: zelfs na een jaar van thuisblijven zitten wij niet gevangen! Er is nog steeds veel meer voor ons mogelijk dan voor hen die in de gevangenis verblijven.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

Maandag 5 april – Monique Maan

Het werk van barmhartigheid van deze week, het bezoeken van gevangenen, is niet zo gemakkelijk concreet te maken. Je komt de gevangenis (als het goed is) niet zomaar uit, maar je komt er ook niet zomaar ín om iemand te bezoeken.

Gelukkig zijn er andere manieren om contact te hebben. Ik herinner me de jaarlijkse actie die de diaconie organiseerde voor gevangenen in de Koepel. De diakenen zochten begin december contact met de geestelijk verzorger van de Koepelgevangenis om afspraken te maken voor het bezorgen van een attentie namens de kerk. En wat geef je dan als geschenkje? Een kaars? Maar er mag geen vuur op cel. Een boekje? Maar zou daar wel belangstelling voor zijn? De diaconie kwam uit bij telefoonkaarten. Zo eenvoudig en zo doeltreffend.  Want met de telefoonkaarten kon contact met de buitenwereld gezocht worden, met kinderen, partners, vrienden. Juist in die tijd van de feestdagen, als gemis vaak extra voelbaar is. Ik vond het een prachtige invulling van dat werk van barmhartigheid. Wij hoeven geen mening te hebben over de vraag of mensen terecht of onterecht in de gevangenis zitten, of dat hun straf lichter of zwaarder had moeten zijn. Daar hebben we het rechtssysteem voor. Maar als we – met zo’n telefoonkaart – mensen het gevoel hebben kunnen geven dat iemand aan hen gedacht heeft en als we op die manier iets hebben kunnen bijdragen aan relaties en verbondenheid, dan is daar barmhartigheid geschied.