Berichten

Johannes Kon

Hadden wij in Arnhem niet ooit een Nicolaaskerk? Gesloopt in 1858. Ja, in de binnenstad bedoel ik! ; niet de kerk van de H. Nicolaasparochie in Presikhaaf (Bethaniënstraat) thans in gebruik door de Rafaëlgemeenschap Oase.

Maar dan hebben we nog wel de Sint-Nicolaï Broederschap uit 1352, bekend van het trio Dullertsstichting, Burger- en Nieuwe Weeshuizen.

Maar dan mijn relatie met de Sint : ik slaap in mijn woonkamer en heb dan 3 hoog zicht op de hemel. Vooral de laatste tijd lig ik “in de maan” en volg die ’s nachts door het gezwerk. Dan moet de maan vaak “door de bomen” en dan komt spontaan een bekend lied naar boven en denk ik: “Makkers, staak …” Als socialist vind ik dat wel  een goede oproep.

Maar hoe ben ik van deze katholieke bisschop uit Turkije ‘losgezongen’ : in 1954 namen mijn ouders mij mee naar de Sonsbeekweg (we woonden toen in de Burgemeesterswijk). Bij het passeren van de stoet sprong een zwarte piet over het publiek en joeg mij zoveel schrik aan, dat mijn ouders mij nadien onder stricte geheimhouding voor mijn jongere broers en zus het ware verhaal uit de  doeken deden.

Heiligen zijn feilbaar, is me gebleken.

 

Arjen Hiemstra 

Eigenlijk weten we niet zoveel zeker van Sinterklaas. Het eerste verslag van het leven van de heilige Nicolaas van Myra is pas eeuwen na zijn dood geschreven en bevat talrijke legendarische verhalen en of die verhalen altijd kloppen…

Er wordt van hem gezegd dat hij geboren is in Patara, een destijds Griekse haven in het tegenwoordige Turkije. Er wordt verteld dat zijn ouders rijk waren.  Verder wordt verteld van de talrijke wonderen die hij gedaan zou hebben: hij redde drie meisjes van gedwongen prostitutie door een zak goud door een raam te gooien waarvan hun vader de bruidsschat kon betalen. Hij kalmeerde een storm op zee, redde drie onschuldige soldaten van hun executie en hakte een boom om die bezeten was van een boze geest. Na een pelgrimage werd hij bisschop van Myra, een andere Griekse stad in het huidige Turkije. Hij werd gevangengezet tijdens de vervolging van keizer Diocletianus, maar vrijgelaten door keizer Constantijn en was aanwezig bij het eerste concilie van Nicaea in 325 waar hij de ketter Arius in het gezicht sloeg.

Wat we wel zeker weten is dat 200 jaar na zijn dood in Myra een kerk gebouwd werd waarin zijn stoffelijke resten werden bewaard. Toen de Turken deze stad veroverden, werden een deel van zijn stoffelijke resten daarop ontvoerd door inwoners van de Italiaanse Bari en in hun kathedraal gelegd. Tijdens de eerste kruistocht kwamen de Venetianen in Myra en namen de overige stoffelijke resten mee te nemen voor hun kathedraal in Venetië.

En wat we ook zeker weten is dat hij op grond van alle legendes over zijn leven is uitgegroeid tot een grote vriend van kinderen en volwassenen.

 

 

Hubertien Oostdijk

Er is geen feest/traditie die de laatste jaren zo onder druk staat als het Sinterklaasfeest. Vanwege mogelijke discriminatie is het niet meer gepast om pieten zwart te maken. Ik vind het prima, geef Piet alle kleuren die je maar wilt, regenboogpieten bijvoorbeeld…. Heel jammer vind ik het dat dat zo geleid heeft en nog leidt tot eindeloze discussies, demonstraties, tot soms zelfs geweld aan toe, dat had ook anders gekund.

Van origine is Sinterklaas een Griekse Heilige, Nicolaas van Myra, die in het jaar 280 werd geboren en stierf op 6 december 342. Over hem doen verschillende legenden de ronde, verhalen waarin hij kinderen redt van de dood en vrouwen beschermt door ervoor te zorgen dat ze niet in de prostitutie terecht komen.

Werd er eerst wel heel erg de nadruk gelegd op ijverig en hardwerkend zijn, anders ga je in de zak mee naar Spanje, tegenwoordig ligt de nadruk meer op de kindervriend Sint-Nicolaas. Beschermheilige van met name kinderen, maar ook van zeevaarders.

In ons liedboek bestaat er zelfs een lied over hem, lied 745, waarin Sint-Nicolaas gezien wordt als beeld van het erbarmen van God over al zijn mensen en waarin de legenden die over hem bekend zijn, een rol spelen.

Daarin wordt hij afgebeeld als een rechtvaardig en heilig man die het opneemt voor hen die het moeilijk hebben, weinig invloed hebben. En daarin lijkt hij op die ene Heilige, Jezus van Nazareth die ons die manier van leven voorgeleefd heeft, voorgedaan en ons vraagt om in zijn voetspoor te gaan en zo in ons leven om te zien naar de ander.

Elsje Pot

Voor het eerst verwonderde ik mij de afgelopen dagen over Sint-Nicolaas. Protestanten staan er niet bekend om dat ze heiligendagen vieren, terwijl het sinterklaasfeest zo ingeburgerd is, dat praktisch iedereen dat viert, behalve Jehovagetuigen, op de middelbare school had ik een klasgenoot, die vertelde dat er thuis geen verjaardagen gevierd werden en geen sinterklaas.

Doordenkend kwam ik nog een naamdag van een heilige op het spoor: Sint- Maarten (Martinus), die dag wordt niet in alle delen van Nederland in ere gehouden: in Leiden en Rozendaal niet, maar in Zaandam, Eelde, Paterswolde en Kudelstaart werd het wel gevierd. En toen ik in Amsterdam woonde, zijn er in het centrum en in de Indische buurt ook nooit kinderen met lampions aan de deur geweest.

Nieuwsgierig ben ik op internet gaan zoeken waarom we wel Sint-Nicolaas vieren en zoveel andere naamdagen van heiligen niet. Oorspronkelijk wilden de reformatoren ook van die naamdag van Sint-Nicolaas af, maar het bleek een hardnekkig gebruik. Samen met Sint-Maarten, Driekoningen en ook het kerstfeest, hoorde het bij de zogenaamde bedelfeesten, die aan arme kinderen de gelegenheid boden om langs de deuren te gaan om iets op te halen.

Zo wordt de naamdag van Sint-Nicolaas allang niet meer gevierd. Ik weet wel dat er in Arnhem verschillende initiatieven zijn, waarbij ervoor gezorgd wordt, dat juist in gezinnen waar weinig te besteden is (onder andere waar gebruik gemaakt wordt van de voedselbank), er voor de kinderen met sinterklaas ook een cadeautje is. Gelukkig hoeven ze daar niet meer zelf om te bedelen.

Hubertien Oostdijk 

Heilig, één van de woorden die het meeste uitleg behoeven. Wij denken bij heilig toch vaak aan vroom, supergoed, heel bijzonder… en als je dat etiket op bijvoorbeeld de kerk plakt, dan valt het vaak zo tegen.

Want laten we eerlijk zijn, er worden ook in de kerk heel wat fouten gemaakt, ergerniswekkend en tenenkrommend soms.

Maar heilig betekent in de bijbel, apart gezet, afgezonderd, onderscheiden.

De kerk is er niet als einddoel, maar als een tussenschakel op weg naar Gods Koninkrijk. En de kerk is er ondanks de mensen in die kerk, mensen die het ook vaak laten afweten. God is van meet af aan bezig om gewone mensen te roepen, te mobiliseren. Geen vrome mensen, zonder fouten, maar mensen zoals u en ik. Wij worden geroepen om Gods liefde te blijven verkondigen, met al onze lekken en gebrekken, worden wij geroepen. En vaak is onze kerk/onze gemeente maar een gebrekkig afgietsel van wat God bedoeld moet hebben, maar soms, gebeurt er ineens iets bijzonders, waait de Geest en gebeuren er bijzonder mooie dingen! Dan is God voelbaar nabij. Laten we steeds weer ons richten op God, zijn liefde voor alle mensen blijven verkondigen, daaruit leven, dat uitstralen, dan waait de Geest en zijn we zichtbaar voor mensen om ons heen.

En van dat Koninkrijk waar alle mensen, alle heiligen welkom zijn kunnen we maar het beste zingen, bijvoorbeeld met lied 729 vers 1.

Pierre Eijgenraam

Vorig jaar november was ik met mijn gregoriaanse koor een paar dagen in Rome. Dat is een zeer onheilige stad, vol protserige kerken en monumenten waaraan duidelijk is af te lezen hoe vaak de kerk bezweken is voor de verleidingen van rijkdom en machtsmisbruik.

Toch is het ook een zeer heilige stad, waar bijvoorbeeld de Sant Egidiogemeenschap zich inzet voor de allerarmsten; niet in de eerste plaats door ze te helpen, maar door vriendschap met ze te sluiten! Ik heb er de grootste bewondering voor.

Op 23 november, feestdag van de heilige Clemens, zongen we met het koor in de San Clemente, een van de mooiste en oudste kerken van de stad. Sint  Clemens was bisschop van Rome van 88-92 na Christus. Volgens de overlevering heeft hij Petrus en de andere apostelen nog persoonlijk gekend. In het jaar 100 is hij als martelaar gestorven.

Voorafgaand aan de mis trokken we in processie de wijk door, met een fanfare voorop, begeleid door vuurwerk, politie, bisschoppen en nonnen. Middelpunt van de stoet was een draagbaar waarop het gebeente van de heilige aan het volk werd getoond.

Als protestant sloeg ik, meelopend in de stoet, alle ‘Roomse poespas’ met een brede glimlach gade. Tot ik onverwachts aan het einde van de straat de sfeervol verlichte contouren van het Colosseum zag opduiken, de plek waar zoveel christelijke martelaren voor de wilde beesten zijn gegooid. Op dat moment vielen twintig eeuwen geschiedenis even helemaal weg en voelde ik me ‘one handshake away’ van Petrus en de andere apostelen. Een heilig moment.

Arjen Hiemstra

Is er nog iets heilig in deze wereld?

Ik denk het wel. Alleen is het vooral een kwestie van kijken óf je dat heilige nog ziet. Je kunt het ook heel gewoon vinden en eraan voorbij gaan. Het heilige moet je op het spoor komen. De Amerikaanse schrijver en theoloog Frederick Buechner vraagt aandacht voor die zoektocht naar het heilige en wijst er op dat je er tijd en moeite voor nemen.

Het heilige kom je tegen op allerlei momenten van de dag. Als je ’s ochtends je bed verlaat is er al een moment van schepping. Uit het bodemloze niets van je slaap wordt je bij het opstaan weer tot een mens die aan een nieuwe dag begint. Zulke heilige momenten van de dag moet je niet aan voorbij gaan.

Het heilige kom je ook tegen in de loop van je leven. Er is in je leven een tijd van onwetendheid geweest. Toen je heel jong was en de dingen nam zoals ze waren. Maar daarna kwam er een moment dat je tot het inzicht kwam dat alles minder vanzelfsprekend is in het leven. En tenslotte is er een tijd waarop dat vanzelfsprekende allemaal voorbij is. Een tijd waarin je die geluiden van je leven allemaal op het spoor kunt komen.

Je moet dus goed luisteren naar wat de heilige momenten zijn. Het is als het bekijken en beluisteren van kunst: als Rembrandt een vrouw in een jurk schildert roept hij hetzelfde: ‘stop en kijk’. Als de musicus muziek maakt, moet je goed luisteren. Zo is het ook met het heilige: als je niet goed luistert naar het alledaagse, kom je het heilige niet op het spoor.

Margriet Kok

Heilig begint in het gewone leven met kleine dingen te doen die het verschil maken en het samenleven een stukje plezieriger maken.

Het hoeven geen buitengewone daden of wonderen te zijn zoals die van de mannen en vrouwen die vanwege hun moed, lef, of het verrichten van wonderen heilig zijn verklaard.

Paus Franciscus roept in zijn brief ‘Gaudete et exsultate’ (Verheug je en jubel) de lezer op om heiligheid dichterbij en in kleine dingen te zoeken.

Hij legt in deze brief uit dat het bij heiligheid gaat om geleefde compassie. We zijn allen geroepen heilig te zijn door in liefde te leven en onze talenten hiervoor in te zetten.  De paus ziet heiligheid in het geduld van liefhebbende ouders voor hun kinderen, mannen en vrouwen die hard werken om hun familie te onderhouden, zieken, de religieuzen die hun glimlach behouden.

Je kunt groeien in heiligheid door kleine gebaren. Door geduld te hebben, aandacht, door vriendelijkheid en door af te zien van geroddel. En met aandacht de dingen te doen die je al deed.

Heiligheid begint in kleine dingen. Het mosterdzaadje….

Het thema van deze week is ‘heilig’.

In de katholieke traditie (en zo hier en daar in het protestantisme) is 1 november ‘Allerheiligen’.

Pierre Eijgenraam schrijft hierover: In mijn –zeer protestantse- jeugd mocht alleen God heilig genoemd worden, met een beperkt aantal uitzonderingen: de heilige doop, het heilig avondmaal, de heilige Schrift en –omdat het leven altijd sterker is dan de leer: Sint Nicolaas, de ‘goedheiligman’.

Er waren, denk ik, twee redenen voor die terughoudendheid om iets of iemand heilig te noemen. Enerzijds kwam dat voort uit calvinistisch  zondebesef: hier op aarde is niets volmaakt. Daarnaast was er –nog vanuit de reformatietijd- het diepgeworteld wantrouwen tegen een kerk die meende zèlf te kunnen aanwijzen wie er heilig genoemd mocht worden.

Van mijn overleden collega Cees Bouma kreeg ik ooit een mooie spreuk:

‘Als je dit huis binnen gaat,

doe dan je schoenen van je voeten

en let goed op, want je zult merken

dat God hier eerder was dan jij’.

De spreuk is populair onder mensen die zich bezig houden met de interreligieuze dialoog: denk niet te gauw dat andersgelovigen geen ervaring zullen hebben met God! Maar je mag hem ook breder opvatten: sporen van God zijn overal om ons heen –en zelfs in ons!

 

Johannes Kon

‘Heilig, heilig, heilig …’

De 2e zin durf ik niet te zingen, laat staan hier op te schrijven.

Hoeveel “heiligen” komen er in de Bijbel voor? Ik heb hen niet geturfd; geen concordantie of encyclopedie geraadpleegd, en moeder Maria doet natuurlijk niet mee in de telling. Zij staat ‘buiten kijf’ in deze column. Ik ken haar-als ex gereformeerde- slechts van de rozenkrans; want ja, ik zat op een RK middelbare school in Bergen op Zoom. En ook op weg in Frankrijk kwam ik haar regelmatig tegen met bloedend hart; het hare -niet het mijne.

Ik ken alleen maar de hedendaagse heiligen: Mahatma Gandhi, Martin Luther King, Titus Brandsma, Moeder Teresa èn de velen die nooit ‘zalig’ verklaard zijn of ‘heilig’. Zullen we dat maar overlaten aan onze lieveheeHij/Zij heeft het gelukkig al druk genoeg.

Enige jaren geleden bracht de KRO -toen nog zónder de NCRV- een poster annex kalender uit voor 365 dagen per jaar. Iedere dag bleek wel een heilige te kennen. Stupéfait!

Ik stond er -tot mijn spijt- niet bij. Maar niet getreurd; ik weet mij terdege gesteund door mensen van vlees en bloed.