Berichten

Arjen Hiemstra

Één herdenking zal ik niet snel vergeten. We waren op 22 juli 2011 op vakantie in Noorwegen. Via het thuisfront kregen we na verloop van tijd te horen dat er een aanslag was gepleegd op het regeringscentrum in Noorwegen en dat daarna 70 jongeren vermoord waren door een Noorse terrorist op het eilandje Utoya.

Enkele dagen later was er een herdenking op het plein van het stadje van onze camping. We zagen de mensen lopen. In stilte bij elkaar komen. Er waren een paar sprekers die we niet hoorden. En we merkten de gemeenschappelijke rouw die gedeeld werd.

Een paar dagen later waren we in Oslo. En het herdenken ging verder. In de Domkerk was het bomvol, niet met toeristen zoals wij, maar met allerlei mensen uit de stad en daarbuiten die een kaarsje aan wilden steken om zoveel onnodig leed te herdenken. Op de Karl Johans Gate lag een lint van witte rozen vanaf het station tot aan het koninklijk paleis, kilometers verder.

In het Vigelandpark lagen enkele rozen bij het ‘boze jongetje’ En mensen stonden in stilte er omheen. En je voelde een boosheid opkomen, waar je niets mee kon.

 

Kees van Keulen

Soms richten mensen voor een overledene een “altaar” op, vaak met foto, kaars, en voor de overledene typerende spulletjes. Een prima vorm van herdenken! Maar maakt u het ook mee, dat je als familie bij elkaar komt en de naam van een niet heel lang geleden overleden familielid niet valt? Zo makkelijk is herdenken kennelijk niet.

Nadat mijn ouders waren overleden, spraken wij af de erfenis te reserveren voor reünies. Eenmaal per jaar in het voorjaar (rond de verjaardagsdatum van onze vader) met alle nakomelingen van onze ouders en hun partners (inmiddels zo’n 130), en in het najaar (rond de verjaardagsdatum van onze moeder) met alleen hun kinderen en partners. Op de eerste, de “grote”, zijn er inmiddels tientallen van de vierde generatie, die als je mijn ouders als eerste aanmerkt, hen nooit heeft meegemaakt. Op de “kleine” gaat het vaak over vroeger en wassen we elkaar de oortjes, omdat de oudsten zo’n andere herinnering aan de opvoeding hebben als de jongsten en we zo verschillend tegen onze ouders aankijken. Die uiteenlopende zienswijzen worden lang niet altijd geaccepteerd. Over “herdenken” gesproken! Maar verder is het zeker gezellig. Sinds kort komen we als broers en zus ook in juni bij elkaar, rond de verjaardagsdatum van een overleden zus.

Inmiddels zijn zo’n tien familieleden uit deze kring overleden. En dan valt op dat hun namen nauwelijks vallen, wat voor de meest direct betrokkenen een gevoel van eenzaamheid kan geven. Het vinden van een goede vorm voor herdenken kan lastig zijn.

Deze keer gaat het over herdenken. Dit natuurlijk naar aanleiding van het herdenken op 4 mei. We herdenken dan alle Nederlandse Oorlogsslachtoffers die gestorven zijn sinds het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, waaronder ook hen die tijdens vredesmissies gestorven zijn.

Een beladen moment voor sommigen. Een moment om terug te kijken, misschien te denken aan de eigen geschiedenis met oorlog en slachtofferschap, maar voor sommigen ook om verder te kijken naar waar onrecht plaatsvindt door wrede machthebbers en waar slachtoffers vallen.

 

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

Maandag 3 mei – Pierre Eijgenraam

Tijdens de oorlog was mijn oma bijzonder fel tegen de Duitse bezetter. Toen ze haar radio in beslag kwamen nemen, smeet ze die vanuit de slaapkamer zo de straat op. Opa was bang dat ze háár ook mee zouden nemen, dat is gelukkig nèt niet gebeurd.

Voordat ze trouwden, in 1929, was oma in dienst geweest bij een joodse familie in Rotterdam: Asser en Helena Soesman. Ze hadden een winkel in knopen, bandjes, lapjes en garen. Mijn oma was er winkelbediende en kindermeisje. Het enige kind, Willem Julius Soesman, was geboren met een verstandelijke beperking. Oma was dol op hem. Mede daarom trok ze zich later het lot van onze joodse landgenoten sterk aan.

Dankzij de avondklok vond ik tijd om eens uit te zoeken hoe het verder is gegaan. Moeder Helena overleed in 1937, vader Asser in september 1940; de vervolging was toen nog niet begonnen. Zoon Wim woonde daarna in huis bij een joodse weduwe en haar dochter. Op 8 december 1942 arriveerde hij in kamp Westerbork, op 12 december werd hij vervoerd naar Auschwitz. Ook zijn huisgenotes stierven daar. Officieel is Wim overleden op 28 februari 1943, maar dat zegt weinig: in Auschwitz stierf iedereen op de 15e of de laatste dag van de maand.

Van zijn naaste familie heeft niemand de oorlog overleefd en ikzelf heb hem nooit gekend, er is zelfs geen foto. Maar omdat mijn oma van hem hield zal op 4 mei toch nog iemand aan hem denken.