Berichten

Arjen Hiemstra

Goede voornemens heb ik aan het begin van een nieuw jaar weinig gehad. Vond ik ook niet nodig. Gerookt heb ik nooit, als student dronk ik wel eens meer dan goed was, maar dat is nooit uit de hand gelopen. Slechte gewoontes heb ik vast wel, maar om nou aan het begin van een jaar mezelf (en anderen) te beloven het anders te doen, vond ik tot nog toe niet nodig.

Als ik aan goede voornemens denk, dan moet ik wel denken aan een boek van Michael Casey, benedictijns monnik die het boek schreef: ‘Strangers to the city – Reflections on the Beliefs and Values of the Rule of Saint Benedict’ of in het Nederlands: “Vreemdelingen in de stad – Gedachten over de opvattingen en waarden van de regel van de heilige Benedictus”. Het boek heeft mij wel aan het denken gezet.

Casey stelt voortdurend waardevolle Benedictijnse vragen bij de moderne wijze van leven:

-Moet je altijd maar druk zijn en voortdurend indrukken opnemen of ben je ook af en toe stil en kom je tot rust?

-Moet je maar voortdurend dingen aanschaffen of is het ook een keer genoeg?

-Moet je altijd maar weer de laatste nieuwtjes weten of durf jij je te verdiepen in één van de grote vragen van de wereld?

Daarmee schetst hij in zijn boek hoe de benedictijnse waarden als stilte, lezen, armoede en al die andere waarden, van belang kunnen zijn voor ons in de wereld van nu. Als je hem volgt wordt je in de ogen van sommigen misschien een ‘vreemdeling in de wereld’.

Maar ach, die man, van wie wij de geboorte in Bethlehem vierden, was dat toch ook?

 

Jezus vertrok met zijn leerlingen naar de dorpen in de buurt van Caesarea Filippi. Onderweg vroeg hij aan zin leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat ik ben?’ Ze antwoordden: ‘Johannes de Doper , en anderen zeggen Elia, en weer anderen zeggen dat u een van de profeten bent’. Toen vroeg hij hun: ‘En wie ben ik volgens jullie?’

Marcus 8: 27-29

 

door Arjen Hiemstra

Naast het boek waarin de titels van Maria worden beschreven is er van dezelfde Jaroslav Pelikan een boek waarin, in 18 hoofdstukken, de titels van Jezus door de eeuwen heen wordt beschreven. Het boek heet ‘Jezus door de eeuwen heen’. Als je het leest, word ik een beetje ongemakkelijk: Jezus is dus blijkbaar voor elke tijd op de eigen manier uit te leggen. Het begon als Joodse rabbi, later was hij de monnik die de wereld regeert, de universele mens of de bevrijder, die lijkt op Martin Luther King.

Misschien mag je het ook zo zien: in elke tijd zijn er antwoorden geformuleerd op die ene vraag die bij zijn leerlingen verschillende malen gesteld is: ‘wie is toch deze?’ En omdat de tijden veranderen veranderde ook het antwoord. Omdat het heel wat uitmaakt of je leefde kort nadat hij was opgetreden, of dat je leefde als een monnik in de middeleeuwen. Daarom verschilde ook het antwoord op die vraag. En misschien was je wel geraakt door Jezus geschiedenis, terwijl je leefde als zwarte burger in de Verenigde Staten van de jaren ’50.

Voor mij is Jezus een voorbeeld van hoe je in het leven kunt staan: met oog voor wie niet in tel is in de samenleving. De mens die op een stille berg ruimte en tijd zoekt om nieuwe inspiratie op te doen. En Hij laat zien dat je nooit zo vast kunt lopen zonder dat er weer nieuw leven mogelijk is. Maar dat zijn dan ook thema’s van deze tijd.

door Monique Maan

Bij lezing van Lucas 2, het bekende Bijbelgedeelte dat ons vertelt over die geboorte in een stal in Bethlehem, bleef ik hangen op de woorden ‘Ze (Maria) wikkelde hem in een doek’.

Ik zie het voor me: zo’n kleine baby, je ziet nog net het neusje en meer niet. Het is natuurlijk eerst en vooral praktisch: een pasgeboren kindje moet niet afkoelen en zo warm zal het in die stal niet geweest zijn. Maar zou je het ook symbolisch kunnen lezen? Jozef en Maria zijn tot nu toe de enigen die hun kind gezien hebben. Er zullen straks herders komen en vervolgens wijzen uit het oosten. Kraambezoek in de beslotenheid van de eigen kring.

Maar daarna zal de hele wereld zal zich met hun kind gaan bezighouden, het willen ‘uitpakken’ en er eigen beelden en verwachtingen op plakken.

In allerlei confrontaties en discussies zal het flink misgaan omdat Jezus zich niet laat annexeren door wie dan ook. Hij brengt geen vrede door de Romeinen het land uit te jagen, Hij lost niet alle problemen in één keer op, Hij spreekt mensen aan op geloof en leven, en Hij blijft bij zijn eigen keuzes, zelfs als dat leidt tot veroordeling en dood.

Heeft Maria daarom haar kleine zoon nog maar lekker stevig in gepakt, beschermd tegen de harde en koude wereld nu het nog kan?

door Elsje Pot

Het is merkwaardig, maar de opdracht om voor deze aflevering iets over Jezus te schrijven, deed mij zuchten. Waar moet ik beginnen? Bij dat kwetsbare kind in de kribbe, excuus, de voederbak zoals tegenwoordig in de nieuwe vertaling staat, bij de wonderen die hij deed, of bij de kruisiging en de opstanding? Bij het onderwerp ‘Jezus’ krijg ik het idee, dat alles wat ik in 250 woorden opschrijf sowieso tekortschiet.

In de afgelopen weken sprak ik met bezoekers van D3rde Verdieping over tradities. Daar kwamen verhalen los over hoe het kerstfeest gevierd werd. Eén van de bezoeksters vertelde hoe zij vroeger als kind altijd naar de nachtmis ging op 24 december. Haar vader snelde vlak voor het eind van de mis naar huis om Jezus, die tot die tijd gewikkeld in doeken hoog in de boekenkast had gelegen, in het kribje in de kerststal te leggen.

Aan de manier waarop zij het vertelde, kon ik merken dat zij daar heel dierbare herinneringen aan had. In gedachte zie ik het voor me: grote handen, die voorzichtig dat breekbare kind gewikkeld in doek, verborgen op die hoge plank, vastpakken en zachtjes en eerbiedig in het kribje van de kerststal vleien.

Als de kinderen thuiskomen, is het echt kerstfeest, de kinderen zien net als de herders destijds, dat het waar is wat de engel in die donkere nacht verkondigde: er is een redder geboren en het teken is een pasgeboren kind dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.

door Hubertien Oostdijk

Wie is Jezus voor mij? Maagdelijke geboorte en hoe dan precies vind ik niet zo belangrijk. Wel dat Hij heeft geleefd, gestorven is en, naar ik geloof/vertrouw, opgestaan is uit de dood. En het gaat mij niet precies om hoe de opstanding gebeurd is, maar dat het gebeurd is. Dat heeft alles met vertrouwen te maken. En natuurlijk dat vertrouwen gaat met vallen en opstaan, soms merk je er immers weinig van en dan opeens heb je het gevoel: ‘ik was daar niet alleen, Jezus liep aan mijn zij’.

Mijn grootste bron van inspiratie is zijn manier van leven. Zijn opkomen voor de mensen aan de rand van de maatschappij, zijn nadruk op leven uit de liefde. Tegelijkertijd was Hij niet bang om zijn mond open te trekken tegen de heersers en machthebbers van die dagen, een blijvende bron van inspiratie is Hij.

Dat geeft mij kracht om er steeds weer te zijn voor mensen die het nodig hebben, ouder, kwetsbaar, gehandicapt, ernstig ziek. Dat geeft mij de energie om te leven vanuit de liefde om respect te blijven hebben voor anderen. En natuurlijk soms verlies ik een keer mijn geduld maar dan herpak ik mij snel…

Pasen is voor mij het hoogtepunt maar Pasen kan er niet zijn zonder Kerst dus ook dat is voor mij van belang want midden in de Kerstnacht is er iets gebeurd. Een nieuw begin en dat nieuwe begin heeft uiteindelijk het laatste Woord!

 

door Johannes Kon

Als religiewetenschapper (KUN 2001 – 2011) ben ik ‘theologisch’ niet zo heel erg goed onderlegd, dus om met mijn hoogleraar dr. Kees Waaijman te spreken ben ik wel voor de ‘Eeuwige’, maar dat is de vader en niet de zoon, als die begrippen al te scheiden zijn.

En die zoon -ja, mijn voorbeeld!; In zijn naam weigerde ik als ‘christen’ ooit militaire dienst (1974) en werd erkend gewetensbezwaarde, nadat ik van 1967 – 1969 wel gediend had in ’s Konings wapenrok. Iedereen maakt vergeeflijke fouten.

Ooit werd ik ook lid van een politieke partij die – wat mij betreft – het maatschappelijk relevante evangelie in hedendaags Nederlands verkondigde. ‘Quod non’ zeg ik nu -met terugwerkende kracht.

En de Zoon dan ? Hij (of zij) blijft mijn lichtend voorbeeld. Maar niet ‘the joy of my desire’.

 

Deze week is het thema Jezus: Kerstmis, het feest van de geboorte van Jezus!

 In de media is kerst vooral een feest geworden van gezelligheid, lichtjes, familie, lekker eten en kadootjes. Nieuw is dat natuurlijk niet en ook brave kerkmensen doen gewoon mee aan de gezelligheid en het lekkere eten.

Nieuw is misschien wel, dat nog maar weinig mensen zich iets kunnen voorstellen bij de eigenlijke betekenis van het kerstfeest. Het schijnt echt gebeurd te zijn dat een kerkelijke groep een kraampje wilde reserveren op een kerstmarkt. Ze werden geweigerd, want ‘dat paste niet in het concept’…

Wat langer geleden ijzelde het op kerstavond en mensen werd afgeraden om de weg op te gaan. In een praatprogramma hadden mensen het de hele tijd erover hoe erg dat was voor mensen die naar hun familie toe wilden of die uit eten hadden willen gaan. Dat er ook nog mensen zijn die op kerstavond graag naar de kerk willen; dat besef leek niet meer aanwezig.

Deze kerst hebben we andere zorgen! Misschien des te meer reden om nog eens stil te staan bij het feest van Jezus’ geboorte, en stil te staan bij  de vraag: wie zeg jij eigenlijk dat Ik ben?

 

Maandag 21 december, door Pierre Eijgenraam

 Wie is Jezus voor mij? Daar heb ik natuurlijk vaker over nagedacht, maar toen ik begon aan deze column realiseerde  ik mij, dat ik Hem misschien wel het liefste zie door de bril van de apostel Paulus. Ik moet dan denken aan uitspraken als: ‘wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren om wat sterk is te beschamen’ (1 Kor. 1: 27), of ‘mijn genade is u genoeg; want de kracht openbaart zich eerst ten volle in zwakheid’ (2 Kor. 12: 9).

Zulke zinnen helpen mij om te begrijpen waarom herders en wijzen een kind in een stal komen vereren als koning, waarom armen van geest en mensen die hongeren of dorsten naar gerechtigheid zalig worden genoemd, waarom Jezus op een ezel Jeruzalem binnenrijdt, waarom hij aan het kruis nog kon bidden voor degenen die het Hem aandeden. En vooral: waarom Hij na zijn kruisiging en dood als een levende kon verschijnen aan Maria, aan de Emmaüsgangers, aan Thomas en misschien ook wel aan mij.

Wat Jezus gezegd en gedaan heeft, is niet voor niets geweest. Ze hebben Hem niet blijvend kunnen doden, ze hebben Hem niet blijvend tot zwijgen kunnen brengen. Wat Hij begonnen is, gaat verder!

Die paradox van zwakte en kracht, van dood en leven, van donker en licht; dat is voor mij het verhaal van Jezus en het mooiste geheimenis van het geloof. ‘Ziet, die ’t woord is zonder spreken, ziet, … ziet die ’t licht is in de nacht…’ (Lied 478:1).