Berichten

Monique Maan

In oktober 2017 startte #metoo op Twitter. Het werd binnen korte tijd een wereldwijde beweging tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Bekende en minder bekende vrouwen en mannen lieten weten hoe en wanneer ze ermee te maken hadden gehad.

Het meest schrijnend in alles vond (en vind ik nog steeds) dat het vaak situaties waren die de betrokkenen in eerste instantie niet herkend of benoemd hadden als seksueel grensoverschrijdend. Het leek normaal te zijn dat je bij het uitgaan in je billen wordt geknepen, dat er naar je gefloten of gesist wordt, dat je je opmerkingen of suggestieve reacties moet laten welgevallen of omdat je anders die baan niet krijgt. Maar het is niet normaal en het mag het ook nooit worden.

Ik heb vier kinderen, tussen de 26 en 31 jaar. Zij maken het regelmatig mee bij het uitgaan, of gewoon als ze door de stad lopen. En als ze er wat van zeggen, krijgen ze vaak een grote mond of erger.

Ik heb ook vijf kleinkinderen. Wat zou het mooi zijn als zij, wanneer ze groter worden, niet bang hoeven te zijn voor pijnlijke of bedreigende reacties op hun uiterlijk of op wie ze zijn. Om dat punt te bereiken zullen we kinderen van jongs af aan moeten vertellen, leren en voorleven hoe je, ook op dit gebied, met elkaar omgaat. Daar ligt een taak voor ouders, verzorgers, scholen – en ik denk óók voor kerken. Als we van betekenis willen zijn in en voor de samenleving mogen we niet wegkijken.

Kees van Keulen

Mijn vrouw lag langdurig in het ziekenhuis. Ze was er niet goed aan toe.

Op zondagen zorgde ik er na enige tijd voor, wanneer ik geen orgel hoefde te spelen, als laatste de kerk binnen te komen en als eerste weg te zijn. De ervaring was namelijk, dat “iedereen” op je af dook en wilde weten hoe het was. Dat was weliswaar wat veel, maar begrijpelijk. Ik ging daar dan ook op in. Maar tevens, en nu komt het, “iedereen” meende zonder te vragen aan je te mogen zitten, je even te mogen aanraken, een arm om je schouder te mogen leggen. Ik wil dat niet! Ongetwijfeld was ook dit goed bedoeld, maar dat doet er niet toe. En vraag me niet “Waarom niet?” Ik wil het gewoon niet! En zeg nu niet “Je had het gerust mogen zeggen, hoor!” want dan leg je de bal van je eigen ongemak bij mij neer. Overigens, ik geloof direct dat er zijn, en misschien zelfs wel velen, die een ongevraagde arm om de schouder op prijs stellen, maar hoeveel zullen, net als ik, hebben gezwegen, wellicht zelfs zijn weggebleven?

Maar gelukkig, met mijn vrouw gaat het nu prima.

 

Met #MeToo kwam er op sociale media een wereldwijde beweging op gang, waar ervaringen met seksuele intimidatie, aanranding of seksueel misbruik werden gedeeld.

Je maakt jezelf kwetsbaar als je publiekelijk zegt dat je daarmee in aanraking bent geweest. Toen ik op 12-jarige leeftijd met een vriendinnetje naar huis fietste werden we door een paar jaar oudere klasgenoot met zijn vrienden achter na gezeten, wij vluchtten het bos in, dom natuurlijk, we werden gered door iemand die langsliep. Er was een ander die maar achter me aan bleef lopen, ook toen ik aangaf daar geen prijs op te stellen, op straat gevolgd worden door een onbekende, in een tamelijk lege treincoupé kwam een man naast me zitten, keek me aan en begon zich zeer zichtbaar te bevredigen, opdringerige mannen op vakanties in Franrijk, Italië en Marokko.

Toen ik predikant was kreeg ik telefoontjes van mannen, die op iets anders uit waren dan een pastoraal gesprek. Kerkenraadsleden, een collega en een gemeentelid die allemaal grensoverschrijdend gedrag vertoonden meestal met woorden soms met gebaren.

Het zijn allemaal vormen van seksuele intimidatie, niet zo schokkend dat ik er beschadigd door ben geraakt, maar ik weet nog hoe ongemakkelijk ik me al die keren heb gevoeld.

Ik plaatste geen bericht op Twitter met #MeToo. Ik heb me afgevraagd waarom. Is het dan toch schaamte, wat weerhoudt mij daarvan? Ik juich van harte toe dat er aandacht voor is en het is verschrikkelijk dat het nodig is.

Arjen Hiemstra

In mijn werk als predikant heb ik een paar keer met seksueel misbruik te maken gehad en haar slachtoffers. De gesprekken hierover met mij waren emotioneel, soms langdurig, soms ook vol woede over wat hen overkomen was.

Mijzelf is ‘Me Too’ nooit écht overkomen. Nou nooit…, één keer was er misschien sprake van seksuele intimidatie, toen ik in de toiletten kwam van één van de vieze stations in Parijs. We waren op weg met de middelbare school naar Taizé. In de kelder van het station stond een grote rij urinoirs waar mannen hun plas konden doen. Toen ik binnenkwam waren er nog twee plekken vrij aan weerszijden van een man. Ik nam één plek in en toen zag ik waarom de plekken naast de man leeg waren: hij stond er namelijk te masturberen.

Het geheel gaf mij een akelig gevoel. En zoals dat bij ‘Me Too’ ook kan gaan: ik werd niet boos, niemand van de omstanders zei iets en ik praatte er ook niet over. En we waren alweer een heel eind verder richting Taizé voordat ik weer een beetje normaal kon denken.

Die ervaring ben ik nooit vergeten. Ik geloof niet dat dat die keer mij beschadigd heeft. Misschien heeft deze ervaring me gevoelig gemaakt voor de gevoelens van boosheid, schaamte en verlamdheid die slachtoffers overkomen zijn, toen zij misbruikt zijn. Ze willen weg, maar op de één of andere manier is er verlamming. Je zou boos moeten zijn op het moment dat iemand te ver gaat, maar het lukt niet.

Maar misschien heeft deze ervaring mij ook geholpen om iets beter naar verhalen van slachtoffers te luisteren.

Deze week staat het Bericht voor Thuisblijvers stil bij het thema ‘Me Too’. Het is een beladen onderwerp en dat maakt er over schrijven lastig. Als je spreekt over seksueel misbruik dat vrouwen en mannen is overkomen, dan moet je dat nauwkeurig doen.

We kunnen niet zeggen dat het thema in onze kerken niet voorkomt. De berichten over de Rooms-katholieke kerk zijn bekend, maar ook binnen Protestantse Kerken hebben we de nodige berichten gehoord van gemeenteleden die het ook overkomen is: dat voorgangers, ambtsdragers of vrijwilligers over de schreef gingen en misbruik maakten van de ander.

De Protestantse Gemeente Arnhem wil werken aan een Veilige Kerk. Daarvoor zijn twee gedragscodes. Daarnaast is er binnen de Protestantse Kerk in Nederland een meldpunt SMPR dat eerste opvang en een luisterend oor biedt voor hen die seksueel geweld binnen een pastorale relatie is overkomen. Op deze website staat over beide zaken de nodige informatie.

 

Maandag 31 mei – Pierre Eigenraam

Twee maal heb ik meegemaakt dat een katholieke collega–niet in Arnhem!- mij probeerde te omhelzen en zoenen. Geweld kwam er niet bij te pas, het was een onhandige poging tot intimiteit. Zodra ik liet merken dat ik dat niet wenste was het over. Het heeft de goede verstandhouding met betrokkenen niet geschaad. Maar erover praten deden we ook niet meer. Alsof het nooit was gebeurd.

Ik nam het hun niet kwalijk omdat ik destijds vrijgezel was en heel goed besefte hoe eenzaam het celibataire leven kan zijn. Ik realiseerde me ook dat ik eerder in mijn leven net zo onhandig was geweest. Als ik verliefd werd op een meisje; geen idee hoe ik dat moest aanpakken! Het is nu eenmaal niet eenvoudig de balans te vinden tussen de hormonen enerzijds en respectvolle terughoudend­heid anderzijds. Zeker in deze tijd lijkt me dat heel lastig voor jonge mensen –en vast niet alleen voor hen.

Ik las eens: ‘Wees een heer in het geslachtsverkeer’ –m/v wat mij betreft. In Zweden is het tegenwoordig wettelijk verplicht om eerst toestemming te vragen als je iemand wilt zoenen – of meer dan dat. Dat kan absurd lijken, maar eigenlijk is het logisch. Het vraagt wel dat we leren met elkaar over deze dingen te praten; thuis met onze kinderen, op school, in de sportclub, de vriendenkring en zelfs in de kerk. De oplettende lezer heeft gemerkt: ik vind dat best moeilijk. Misschien u ook wel?