Berichten

Oude kerkgebouwen zijn wegwijzers in de samenleving. Bij nieuwe kerkgebouwen zie je wel eens over het hoofd dat het een kerkgebouw is en niet één of ander wijkcentrum.

Sommige mensen worden in deze tijd bepaald door het verdriet van een kerkgebouw dat gesloten wordt. Anderen worden juist heel enthousiast van het vernieuwde kerkgebouw dat langzaam vorm krijgt in Noord en Zuid.

Er zijn ook nogal wat verschillende visies op kerkgebouwen: voor de één is het een hoop stenen waar op zondag de kerkelijke gemeente bij elkaar komt, voor de ander is het een heilige ruimte waarin je God kunt ontmoeten

 

door Elsje Pot

De kerk in mijn eerste gemeente was een echt kerk(je) met daarachter een klokkenstoel, in Giethoorn en omgeving zie je die wel meer. Toen ik kwam kennismaken in wat mijn tweede gemeente zou worden, was het wel even slikken: de kerkzaal was een gehuurde ruimte op de eerste verdieping van een pand, dat daarvoor een horeca bestemming had gehad. Aan de buitenkant niet herkenbaar als kerk, maar de zaal oogde voor mij wel als kerk. Voor sommige gemeenteleden bleef het echter toch ook de zaal waarin vroeger bruiloften en partijen hadden plaatsgevonden en dat deed voor hen afbreuk aan de ruimte.

Ik moest slikken en dat had tot gevolg dat ik mezelf ernstig moest toespreken: het zit toch niet in het gebouw of je met elkaar samen kunt komen om God te eren? Het gaat toch om wat je met elkaar beleeft, dat je samen kunt bidden en zingen? Ik heb daar ervaren dat de manier, waarop je een ruimte gebruikt, die ruimte tot een ‘heilige’ ruimte maakt.

Daarna kwam ik als arbeidspastor in verschillende kerken in Gelderland, modern, oud, mooi en minder mooi, overal werd God de lof toegezongen. Een gevolg van die ervaringen is, dat ik drama over het wisselen van kerkgebouw niet echt kan meemaken. Ik denk dan: het gaat toch niet om het gebouw, waar we samen komen op de zondagmorgen?

Het sluiten of afstoten van zoveel kerkgebouwen vertelt een verhaal van gelovigen, voor wie het niet meer zo belangrijk is om op zondagmorgen bijeen te komen, dat vind ik pijnlijk.

 

Degene die het thema ‘zomer’ aanmerkte als thema voor deze week moet een vooruitziende blik hebben gehad: in de week waarin deze bijdragen geschreven werden, vielen de mussen zo wat van het dak vanwege de warmte.

Er is veel gezweet op de bijdragen – te lezen aan wat er op papier is gekomen. Ook de redacteur van dienst heeft deze nieuwsbrief niet zonder plakhanden kunnen samenstellen.
Aan de andere kant: in de week waar deze nieuwsbrief voor bedoeld is, zal volgens de voorspellingen de temperatuur weer wat lager zijn. Dus als u volgens voorspelling deze Nieuwsbrief voor thuisblijvers leest in een grotere koelte, weet dat deze bijdragen ten koste van grote inspanning tot stand zijn gekomen.

De samenstellers van de nieuwsbrief voor thuisblijvers.

Maandag 17 augustus – Elsje Pot

De zomer is mijn favoriete seizoen, ik associeer het met zon, warmte, vrijheid, vakantie, buiten leven en daarnaast ook: tijd om te lezen. Lezen doe ik het hele jaar wel, maar in de zomer neem of maak ik daar toch meer tijd voor. In de vakantie gaat er altijd een flinke hoeveelheid boeken mee (tegenwoordig ook op de e-reader) en ook als het te warm is om me in te spannen, lees ik graag. Ik zoek dan een schaduwrijke plek op in de tuin met een boek.

Lezen is voor mij een vorm van ontspannen, dus het zijn bij voorkeur geen studieboeken. Misschien vind ik daarom de zomer zo leuk, omdat het de tijd van het jaar is, waarin ik me het meest kan ontspannen. Veel werkzaamheden liggen stil, er is weinig tijdsdruk en dat is de rest van het jaar wel anders. Ik ben er gewend aan geraakt, dat het werk in de maanden september tot en met mei veel inspanning vraagt en ik doe het met plezier, maar in de zomer wat afstand kunnen nemen, vind ik prettig.

Zonder tijdsdruk en gangbare verplichtingen ploppen er dan allerlei nieuwe ideeën op en ontstaan er plannetjes voor nieuwe activiteiten. Het is jammer dat dit pas in de zomer gebeurt. Meestal moeten data en plaats voor activiteiten al ruim van tevoren vastgelegd worden. En de zomer is nu juist het moment waarop heel veel mensen moeilijk te bereiken zijn. Maar dat is echt het enige nadeel aan de zomer!

De waarde van eenvoud heb ik zo’n veertig jaar geleden geleerd. Tijdens mijn tijd op de middelbare school ging ik met een groep medescholieren en de docent godsdienst een weekend naar de Abdij Sion in Tegelen. Wij, calvinisten uit Friesland wisten niets van Cisterciënzer monniken, maar de docent vonden we oké en dus gingen we mee. Op een vrijdagavond eind februari kwamen we aan in het klooster en stond er een maaltijd op ons te wachten.

De gastenbroeder verontschuldigde zich voor de eenvoud: “In de vastentijd deden ze het altijd wat sober met de maaltijd, en ja, ook gasten kregen daar mee te maken bij hen in huis”. Wij keken om ons heen: een keurig gedekte tafel met echte katoenen servetten. Een grote pan boerenkoolhutspot, ja dat was misschien een beetje eenvoudig, maar de kwaliteit was heel goed: Stevige gestampte aardappelen met echte boerenkool – je kon de restjes stronk nog zien zitten her en der. En daarbij vegetarische worsten, salade en zelf ingemaakte zilveruitjes en augurken. En toen we aan tafel zaten werd er ook nog een karretje met biertjes en frisdrank de refter binnengereden. Eenvoud? Wij hebben het niet gezien.

Pas later begreep ik wat eenvoud betekent voor Benedictijnen en Cisterciënzers: dat je leven je leven leidt zonder ingewikkelde recepten en weelderige interieurs. Dat je één ding kiest en niet alles tegelijk doet. Maar dat wat je kiest moet goed zijn en dus vind je bij Benedictijnen en Cisterciënzers sobere maar stijlvolle abdijen en krijg je voedzame maaltijden met een goed biertje voorgeschoteld.

Voor Benedictijnen en Cisterciënzers is niet het vele goed, maar het goede is veel. En ik kom er graag. Om me de eenvoud te herinneren.

Arjen Hiemstra

Maandag – Pierre Eijgenraam

Jaren geleden heb ik eens met mijn echtgenote gedineerd in een restaurant met twee Michelinsterren. ‘Hoe vind je het eten?’ vroeg ze me na het tweede voorgerecht. ‘Ja, wat zal ik zeggen?’ -reageerde ik. ‘Het is heel bijzonder, wel lekker maar ook een vreemde gewaarwording om voedsel als kunstvorm tot je te nemen. Ik vind het toch een wat abstracte vorm van eten’.

Het bleef even stil aan de andere kant van de tafel. ‘Bedoel je niet gewoon dat je de porties erg klein vindt?’

Het is niet altijd zo makkelijk om precies te zeggen wat je bedoelt! Dat vind ik ook de uitdaging van een goede preek: kun je de dingen zo eenvoudig zeggen dat het ook óver komt? Maar dan wel op zo’n manier dat het niet plat wordt en ongenuanceerd…

Dat lukt alleen als je heel goed naar jezelf en heel goed naar de tekst geluisterd hebt. En als je er niet op uit bent om te zeggen wat je dènkt dat de mensen graag willen horen, of te zeggen wat je denkt dat mensen vìnden dat je zeggen moet….maar eenvoudigweg te zeggen wat gezegd moet worden.

‘Schrijven is schrappen’ zei Godfried Bomans. De ‘kunst van het weglaten’ noemen we dat tegenwoordig. Daar kun je een leven lang mee bezig zijn.

Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Zondag 14 juni: Hubertien Oostdijk

Compassie betekent zoiets als mededogen, medelijden met de ander. Van Jezus wordt diverse malen verteld, dat Hij met ontferming over mensen bewogen is, dat Hij compassie met hen heeft. Bijvoorbeeld in Mattheus 9:36 ‘Toen Jezus de mensenmenigte zag, voelde Hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder.’

Jezus heeft compassie met de mensen en vertelt erover in een van de bekendste verhalen uit de bijbel. Dat van de barmhartige Samaritaan, Lucas 10:30-35. In de titel die dit verhaal de eeuwen door meekreeg zit het woord compassie al.

In de nieuwe Bijbelvertaling wordt wat flauwtjes gezegd dat de Samaritaan ‘medelijden’ kreeg met het slachtoffer wat door de rovers was overvallen. Maar het Griekse woord wat hier gebruikt wordt ‘splagchnizomai’ bedoelt het wat sterker. Compassie, mededogen, barmhartigheid, het roept het beeld op van ingewanden die zich omkeren in je. Het raakt je tot in het diepst van je vezels.

De aanleiding voor dit stuk onderricht van Jezus, was de vraag van de wetgeleerde die aan Jezus vroeg ‘wie is mijn naaste?’. Jezus eindigt het verhaal met de vraag: ‘wie is de naaste geworden van de man die in handen van de rovers viel?’ Na het wat moeizame antwoord van de wetgeleerde, zegt Jezus hem en dus ook ons: ‘doet u dan voortaan net zo’. Ook aan ons dus de oproep om ons te laten raken door de ander. Als iedereen dat zou doen, zou de wereld er heel anders uitzien!

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver

Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Zaterdag 13 juni: Arjen Hiemstra

In mijn jeugd hoorden wij tot wat je nu de onderkant van de samenleving zou noemen. En zo werd er ook tegen ons aangekeken. Mijn vader had een laag inkomen en we woonden buiten het dorp in een rijtje huizen waar veel bewoners sociale problemen kenden. Toch ging mijn broer naar het VWO. Zijn cijfers waren er naar –tot verbazing van het schoolhoofd, die dacht dat de MAVO misschien iets meer voor ‘ons soort mensen’ was.

Ook ik ben die weg gegaan en uiteindelijk bracht mij dat op de universiteit en heb ik het goed gedaan. Toch ben ik die achtergrond nooit vergeten: je kunt me nog steeds kwaad krijgen als je denigrerend spreekt over mensen zonder hoge opleiding die moeite hebben in de samenleving staande te blijven. Misschien wel daarom ben ik een aantal jaren geleden ook bestuurslid geworden van het Inloophuis in Westervoort, waar je die onderkant veelvuldig tegenkomt. Je zou dat een eerste vorm van compassie kunnen noemen.

Maar de laatste jaren wordt ook een andere kant zichtbaar: in al die gegoede kringen waar we vroeger zo tegenop keken, bestaan ook problemen en zorgen. Het is vaak helemaal niet zo mooi om een drukke verantwoordelijke baan te hebben. Want hoe vaak gaat de drukte niet ten koste van jezelf? Hoeveel zorgen maak je je niet als directeur van een groot bedrijf in een tijd van crisis? En lukt het jou wel om bij al die problemen en zorgen nog tijd over te houden voor je kinderen en naasten?

Kunnen we ook compassie hebben voor iedereen?

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver

Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Vrijdag 12 juni: Ad Boogaard

Bij het thema van deze week moest ik meteen denken aan een Goede Vrijdagviering in de Walburgis. Jarenlang werden op Goede Vrijdag overdag in de Walburgis op het hele uur meditaties verzorgd door allerlei groepen (Raad van Kerken, RK parochie, Arnhems Studentenpastoraat, enz.). In 2007 zat ik in de voorbereidingsgroep met Han Hoekstra. Wij kozen voor het thema ‘compassie’, waar Han al snel passie.com van maakte. Dat werd de titel.

‘Passie.com’…. We zijn bijna allemaal verbonden via het wereldwijde web, vooral ook nu in deze tijd van corona. Bijna iedereen is online, maar wat zegt dat? Zijn wij ook echt met elkaar verbonden? En in hoeverre voelen we ons ook verbonden met de mensen die off line zijn of langs de zijlijn staan?

Een passie is een grote liefde voor iets of iemand, een hartstochtelijke liefde = je hart staat zo ver open dat het er tocht. Met passie wordt ook het lijdensverhaal van Jezus aangeduid: vgl. de Matteüspassie. Liefde en lijden liggen blijkbaar dicht bij elkaar. En lijden wordt verzacht als er iemand is die meelijdt, die compassie heeft.

We hebben op die Goede Vrijdag ook een kompas gebruikt. De liefde van de mens is zijn kleine kompasje, zijn kompassie. Althans, dat wil ik geloven. Dat we de richting in ons leven steeds bepalen aan de hand van ons innerlijk kompassie: de liefde voor de Ander. En zoals de naald van het kompas altijd naar het noorden wijst, aangetrokken door een onzichtbare kracht, zo worden wij als een magneet aangetrokken door onze liefde voor elkaar.

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver

Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Donderdag 11 juni: Elsje Pot

Het woord compassie bracht me terug in mijn studententijd. Destijds werd door Dorothee Sölle een boek uitgebracht met de titel Sympathie, gedachten over geloof en politiek. Het moet in mijn boekenkast staan, maar ik kon het niet vinden.

Een fascinerend woord, sympathie, net als compassie trouwens, beide woorden gaan in de kern over lijden, pathos in het Grieks en passio in het Latijn. Lijden betekent pijn, ellende, het ergste van het ergste (tenminste, daar associeer ik het woord lijden mee).

Door de voorvoegsels ‘com’ en ‘sym’ krijgen de woorden in het Nederlands iets onschuldigs: wij hebben medelijden (sympathie) en compassie, in mijn beleving schept dat afstand, je kunt het ook niet hebben.

Ik ben het woord sympathie in mijn studententijd anders gaan waarderen, het gaat dan niet zozeer om hebben, maar om zijn: durf je er te zijn in het lijden, durf je mee te lijden? Gaat jouw passie voor een lijdende mens zover, dat je met hem of haar wilt mee lijden? Dat is in mijn beleving iets heel anders dan medelijden voelen, dat kun je ook weer zo van je af laten glijden.

Juist omdat het nogal wat van mij vraagt als het om compassie gaat, echt met iemand mee lijden, is niet niks, is het goed om me te realiseren wat ik zeg, als ik die woorden sympathie of compassie in de mond neem. Het raakt voor mij aan de vraag van Jezus: ‘Kunnen jullie de beker drinken die ik zal moeten drinken?’ (Mattheus 20 vers 22).

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver

Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Woensdag 10 juni: Monique Maan

In de hal van de Diaconessenkerk staat een gedenksteen. Toen in 1995 het Hervormde Diaconessenhuis werd afgebroken, was de kerkzaal het enige deel van het gebouw dat bleef staan. De kerkzaal werd verkocht aan de Hervormde Gemeente Arnhem en werd zo een Hervormde wijkkerk. Bij die gelegenheid is op 19 februari 1995 de steen in de hal geplaatst ‘in dankbare herinnering aan de diaconessen van Arnhem en hun werken van barmhartigheid’. Met daarbij de verwijzing naar Lucas 6: 36 ‘Weest barmhartig, gelijk uw Vader barmhartig is.’

Het zijn woorden van Jezus tot zijn leerlingen. Hij roept hen op tot een manier van leven waarin aandacht, liefde en trouw centraal staan. Laat je niet leiden door (ver)oordelen, maar door vergeving. De grote betekenis van deze woorden is ook te horen in Matteus 25: 31-46, de verzen over de zogenaamde werken van barmhartigheid. Niet wat je zegt, maar wat je doet, is uiteindelijk van waarde voor het Koninkrijk van God. Of het nu gaat om het ontvangen van vreemdelingen, om zorgen voor wie honger en dorst hebben, om het kleden van wie naakt en kwetsbaar zijn, of om het aandacht hebben voor zieken en gevangenen.

Over een paar maanden nemen we afscheid van de Diaconessenkerk. Ook van de Kandelaar en de Bethlehemkerk zullen straks de deuren worden gesloten.  We gaan als wijkgemeenten Noord en Zuid verder in de verbouwde Salvatorkerk en Opstandingskerk/Nieuwe Kerk.

Dat het mag zijn met liefde, trouw en barmhartigheid –voor elkaar en voor de mensen die op onze weg komen. Dan zal het goed zijn.

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver

Een nieuw thema: samen

‘Alleen samen kunnen we deze crisis overwinnen’..

 Onvermijdelijk hebt u dit soort leuzen de afgelopen weken al vele malen zien of horen voorbij­komen. ‘Alleen samen’…

 Dat klinkt wat paradoxaal, maar er is ongetwijfeld goed over nagedacht door een ambtenaar op het ministerie of misschien wel door een chique reclamebureau. De combinatie van twee tegengestelde woorden zet aan het denken:

-Zou dat kunnen: alleen en toch samen?

-Of veel erger: samen en toch alleen?

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Vrijdag 15 mei, door Joost Röselaers (Waalse Gemeente)

Het thema ‘samen’ deed mij denken aan het verhaal van de verloren zoon (Lucas 15). Het verhaal gaat over twee zonen. Het wordt verteld door Jezus. De derde zoon zou je kunnen zeggen. Degene die zich de huisstijl van de vader volledig eigen heeft gemaakt en zijn liefde gezicht geeft.

Dat maakt de gelijkenis tot meer dan een verhaal. Wat er verteld wordt, gebeurt ook. Want er bevinden zich natuurlijk jongste zonen en dochters onder zijn gehoor. En oudste. Die zijn er altijd allebei. Mensen die buiten de gebaande wegen gaan. Eigenzinnig zijn, ondernemend. En mensen die voor alles stabiliteit willen. Trouw zijn en in alles hun best doen.

Rond Jezus zijn er zo aan de ene kant de hoeren en tollenaars. En aan de andere kant de Farizeeërs en schriftgeleerden. Over en weer zitten zij helemaal niet op elkaar te wachten. Maar hij wel op hen. Met allebei zoekt hij het gesprek, de ontmoeting, in de gelijkenis. Allebei zijn ze kostbaar voor hem. Terwijl ze naar hem luisteren, kan dit voelbaar worden.

De onvoorwaardelijke liefde van de vader ís er op dat moment, in hun midden. In degene die vertelt. Zal dit iets met hen doen? De gelijkenis vertelt niet hoe de twee verloren zonen reageren op de liefde van de vader. Of ze er door veranderen. Zij zwijgen allebei, nadat ze door hem zijn aangesproken.

Dat is niet voor niets. De verteller hoopt, dat zijn gehoor het verhaal zal afmaken. Dat wíj dat zullen doen. Wat zal ons antwoord zijn? Blijven we erbij dat een mens z’n bestaansrecht moet verdienen? Zoals de jongste zoon, door groots en meeslepend te leven? Of zoals de oudste, door z’n best te doen en ‘goede werken’ te volbrengen? Óf kunnen we ons toevertrouwen aan de liefde van de vader en ons erdoor laten dragen, ook in onze verhouding met elkaar?

 

Surinaams gebed 

 Alleen de rijst die we samen delen  

voedt.

Alleen het water dat we samen drinken 

lest onze dorst.

Alleen de woorden die we samen vinden 

zijn verstaanbaar.

Alleen de weg die we samen gaan  

heeft een doel.

Alleen het doel dat we samen stellen 

is bereikbaar.

Alleen de vrede die we samen maken 

wordt wereldwijd.

Uit: Wereldwijd brevier

 

Een nieuw thema: samen

‘Alleen samen kunnen we deze crisis overwinnen’..

 Onvermijdelijk hebt u dit soort leuzen de afgelopen weken al vele malen zien of horen voorbij­komen. ‘Alleen samen’…

 Dat klinkt wat paradoxaal, maar er is ongetwijfeld goed over nagedacht door een ambtenaar op het ministerie of misschien wel door een chique reclamebureau. De combinatie van twee tegengestelde woorden zet aan het denken:

-Zou dat kunnen: alleen en toch samen?

-Of veel erger: samen en toch alleen?

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Donderdag 14 mei, door Ad Boogaard

Samen uit, samen thuis!

Als er één woord is dat de laatste weken vaak klinkt, dan is het ‘samen’. We moeten dit samen doen, benadrukt premier Rutte op elke persconferentie. Best lastig, als je als samenleving niet samen bent, omdat iedereen thuis moet blijven. Hoe houd je gevoel voor ‘samen’ als je dat niet bent?

Op de middelbare school werd ons eens verteld dat ons woord symbool uit het Grieks komt, van een werkwoord dat ‘samenbrengen’ betekent. Als etymologische verklaring werd ons dit verhaal verteld: als twee vrienden of familieleden voor langere tijd uit elkaar zouden zijn, bijvoorbeeld omdat de één op reis moest, dan namen ze een steen en kliefden die doormidden. Diegene die op reis ging nam de ene helft mee, de ander hield de andere helft. Als diegene dan na zoveel jaren weer thuis kwam, dan konden zij de helften van de steen ‘samenbrengen’, dus tegen elkaar houden, ter bevestiging dat het inderdaad diegene was die zoveel jaar geleden was vertrokken (je kunt als mensen na zoveel tijd nog zo veranderd zijn, een steen verandert niet).

Of het etymologisch echt klopt, weet ik niet. Maar ik heb het altijd onthouden omdat ik het een mooi verhaal vond. Die twee wederhelften van één en dezelfde steen als symbool van het bij elkaar horen, van het één zijn ook al ben je niet samen. Dat is de kracht van symbolen. Zo kwamen wij ‘symbolisch’ samen op de Dam, op 4 mei. Zo voelen we ons ‘symbolisch’ met elkaar verbonden als we een digitale kerkdienst bijwonen. En zo zijn we ‘symbolisch’ samen, nu ik dit schrijf en u of jij dit leest…

 

Surinaams gebed 

 Alleen de rijst die we samen delen  

voedt.

Alleen het water dat we samen drinken 

lest onze dorst.

Alleen de woorden die we samen vinden 

zijn verstaanbaar.

Alleen de weg die we samen gaan  

heeft een doel.

Alleen het doel dat we samen stellen 

is bereikbaar.

Alleen de vrede die we samen maken 

wordt wereldwijd.

Uit: Wereldwijd brevier