Berichten

Kees van Keulen

We zitten in de Salvatorkerk. Er is een gewone dienst aan de gang. Opeens verschijnen er vingers van een mensenhand die op de witte muur, waartegen voorheen het podium stond, schrijven. De dominee, leden van de kerkenraad, kerkgangers en organist verschieten van kleur en zijn zeer verontrust. Niemand begrijpt wat er geschreven staat. De kerkenraad bepaalt dat hoogleraren van de faculteit Religie en Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam moeten komen om de tekst te bestuderen en uit te leggen. Een gewone dominee is niet voldoende. Als hen dat zou lukken, zouden ze goed betaald worden. Niemand is in staat het geschrevene te lezen en te verklaren. De kerkenraad is de draad helemaal kwijt en weet niet wat te doen, vreest Daniël 5. Zou het net zo’n oordeel zijn, maar dan over ons (on)geloof, ons kerkelijk leven, hoe machteloos we ons voelen bij zoveel mensen en kinderen in de knel, of hoe wij met Gods schepping omgaan? ‘Tekel – u bent gewogen en te licht bevonden’? Of … zou er staan: ‘Voortreffelijk, jullie zijn goede en betrouwbare dienaren. Omdat jullie betrouwbaar waren in het beheer van een klein bedrag, zal ik jullie over veel meer aanstellen’?

Kunt u helpen? Weet u misschien wat er geschreven zou kunnen zijn? Ik vind deze vragen lastig; kan ze natuurlijk niet stellen zonder ze gelijktijdig aan mezelf voor te leggen. Of hebt u gewoon niks met dit soort vragen?

 

Jos Hordijk

 Al vroeg in mijn leven nam ik me voor met mijn tijd mee te gaan.  Zo zou ik mijn hele leven naar popmuziek luisteren. Maar mijn eerste kind was een huilbaby en al snel moest de radio zacht als ik popmuziek hoorde. Er kwamen nog twee kinderen en voor ik het wist zong ik alleen nog maar kinderliedjes en vroeg me af of dit alles was. Toen hun vader en ik uit elkaar gingen raakte mijn leven in een stroomversnelling. Ik ging alsnog studeren en kreeg een baan in het volwassenenonderwijs. Ik rende van werk naar station en van station naar huis waar ik nonchalant op de bank ging zitten (mama is altijd thuis) en was nog steeds jong met een heel leven voor me.

En nu, zoveel jaren later voel ik me ontzettend dankbaar met hoe mijn leven gelopen is en dat ik een oude dag mee maak. De clichés over ouderen blijken ook uit te komen. Vroeger was niet alles beter, maar bepaalde dingen toch wel. Me ergeren aan veranderingen is dat geen teken aan de wand?  De taalverruwing, de omgangsvormen, Hollywoodromantiek en de uitspraak van mensen op tv zijn een doorn in mijn oog. Vanaf de bank roep ik richting televisie ‘wat doet die klemtoon daar?’ Het liefst zou ik het goede van vroeger conserveren en het beste van nu er mee combineren. Maar of dat zorgwekkende tekenen aan de wand zijn? Een beetje mopperen mag toch wel? Ik voel vooral het geluk dat ik een stukje van de wereld ben.

Johannes Kon

 

‘Mene mene tekel ufarsin’ is de (zeg Aramese) tekst die op een muur van het koninklijk paleis van Beltsazar verscheen. Alleen de profeet Daniël kon die tekst adequaat uitleggen als: geteld, geteld en gewogen (gedeeld). In onze tijd is deze tekst nog bekend als: ‘gewogen en te licht bevonden’.

Hij duidde ermee aan, dat het einde van het (Babylonische) rijk was aangebroken. Het werd inderdaad nadien verdeeld tussen ‘Meden en Perzen’, maar dat was dan geen wet.

Daniëls predictie werd niet op hoge prijs gesteld. De afloop kennen we (de leeuwenkuil en zo).

De befaamde Noordnederlandse schrijver Nescio – mijn favoriet – nog vóór Jeroen Brouwers, Jan Siebelink en Koos van Zomeren schreef na De Uitvreter (‘Behalve de man die de Sarphatistraat de mooiste plek van Europa vond…’), zijn Titaantjes (‘Jongens waren we, maar aardige jongens …’)Dichtertje (‘Tweemaal schudde de God van Nederland … ‘) nog ‘Mene Tekel’ (ws 1913).

Voor de afloop daarvan wordt u van harte verwezen naar de erkende boekhandel.

Pierre Eijgenraam

Sinds een aantal jaren is het geloof in complottheorieën wijd verbreid. Miljoenen Amerikanen weten zéker dat Donald Trump de verkiezingen eigenlijk gewonnen heeft en dat Obama stiekem moslim is. COVID is een griepje dat misbruikt wordt om onze democratische vrijheden de nek om te draaien. Wie zich laat vaccineren krijgt een volgchip geïmplanteerd. En Nederland wordt al jaren geregeerd door een pedofielennetwerk.

Voor een deel van de mensheid zijn zulke theorieën de èchte waarheid. Kranten en televisie worden niet meer geloofd en beschouwd als deel van het complot. In plaats daarvan vertrouwt men op sociale media, gemanipuleerde foto’s en filmpjes op internet, en ‘geheime tekenen’. Vrij naar Johan Cruyff: ‘Je gaat het pas zien als je het doorhebt’.

Waarom geloven mensen dit soort dingen? Deels omdat tegenwoordig vrijwel elke mening of bewering onbelemmerd via internet en sociale media verspreid kan worden. Serieuze wetenschap en baarlijke nonsens beschouwt men als gelijkwaardig: ‘Dat is ook maar een mening’.

Maar ik vrees dat de eigenlijke oorzaak dieper ligt. De wereld is onveilig en beklemmend geworden. Klimaatverandering, vluchtelingenstromen, de tanende macht van het westen en niet in de laatste plaats een falende overheid: dreiging alom. Wie die tekenen aan de wand niet wil zien, heeft er baat bij om te geloven in ‘alternatieve waarheden’.

Vertrouwen komt te voet en gaat te paard. Werk aan de winkel voor onze nieuwe regering, voor de EU, voor de kerk, voor u en voor mij!

Elsje Pot

Bij mijn opa en oma hing een teken aan de wand: een glad donker houten kruisje, twee rechthoekige stukjes hout, samen een kruis. Mijn opa was opgeleid als meubelmaker en ik denk dat hij het zelf heeft gemaakt, maar helemaal zeker weet ik het niet.

Volgens mij hing vlak bij het kruisje een zwartwit afbeelding in een lijst, waarvan ik nu denk en mogelijk ook toen al dacht dat het Jezus moest voorstellen, een zittende figuur in wit tegen een donkere achtergrond mogelijk met staf en schapen, maar ook dat weet ik niet zeker meer.

Toen de ouders van mijn moeder overleden waren, kwam het kruisje aan de muur te hangen in mijn ouderlijk huis. En inmiddels is het kruis ergens bij mij thuis. De lijm tussen de twee latjes heeft losgelaten en de latjes zwerven onafhankelijk van elkaar ergens rond: als ik het ene tegenkom denk ik waar is het andere deel gebleven en andersom.

Je kunt je afvragen of dat een teken aan de wand is, een kruis waarvan de twee delen een onafhankelijk bestaan leiden en zo ja, waarvan dan? Duidt het op de ontkerstening die plaatsvindt, wordt het symbool van het kruis hierdoor ter discussie gesteld, of moet ik het als een boodschap aan mijzelf opvatten?

Ik heb gestudeerd in Amsterdam aan de Vrije Universiteit. De afdeling theologie bevond zich op de 14e verdieping, helemaal boven in het hoofdgebouw: het dichtst bij de hemel.

Vanuit ons hoog vertrek had je een wijd uitzicht; helemaal beneden zag je de bestuursvleugel, met het grote dak van de aula daar bovenuit stekend.

Op zekere ochtend zagen we op dat dak, in enorme witte letters geschilderd: MENE MENE TEKEL. Als goed gereformeerde studenten wisten we natuurlijk wat dat betekende: ‘geteld, gewogen en te licht bevonden‘. In het Bijbelboek Daniël wordt verteld (hoofdstuk 5) hoe deze woorden op geheimzinnige wijze op een paleiswand werden geschreven.

Wie ze op onze aula geschreven had, wisten we niet en is ook nooit bekend geworden. Pas een paar jaar geleden hoorde ik van iemand dat het een orthodoxe medestudent zou zijn geweest, die vond dat de VU haar christelijke identiteit verkwanselde.

Nog dezelfde dag huurde het bestuur van de universiteit een schilders­bedrijf in om de letters onder een laag zwart te laten verdwijnen. Kennelijk hadden ze precies begrepen hoe het bedoeld was! Veertig jaar later zijn de zwarte strepen op het dak zijn nog altijd herkenbaar, als een ‘teken aan de wand’.

Ook in onze tijd is dat nog een gangbare uitdrukking gebleven. Welke tekens aan de wand komen wij tegen? En hoe interpreteren we die?

Pierre Eijgenraam

 

Maandag 7 juni, door Monique Maan

Bij het thema van deze week moest ik denken aan een verhaal dat ik ooit hoorde over een kerk die een scriba zocht. Nu doen we dat in de Nieuwe Kerk ook, maar het verhaal is ouder.

Vele oproepen waren er geweest in het kerkblad, en een heel aantal mensen was persoonlijk benaderd. Maar het had niets opgeleverd. Toen bedacht iemand dat er een groot wit vel vóór in de kerk gehangen moest worden, met daarop een grote letter S (van scriba). En het vel zou daar blijven hangen tot er een nieuwe scriba zou zijn. Als een niet te ontlopen teken aan de wand.

Nu weet ik niet meer hoe het verhaal afliep, en of de actie het gewenste resultaat had. Maar als ik er m’n fantasie over laat gaan, kan ik me zo voorstellen dat het de eerste twee weken hier en daar wat reactie opriep – variërend van: ‘moet dat nou zo?’ tot: ‘goed hoor, misschien brengt het mensen tot inzicht dat er echt iemand moet komen!’. Maar ik kan me ook voorstellen dat na een paar weken niemand het grote vel nog zag hangen. Dat het als het ware bij het interieur van de kerk was gaan horen.

Ik vraag me af hoeveel tekenen aan de wand ik intussen niet meer zie. Als het gaat om bijvoorbeeld klimaatverandering, of om de nood van vluchtelingen. Hoeveel zaken zijn bij het leven gaan horen, en vallen me nauwelijks meer op?

God, geef me ogen die zien wat gezien moet worden….