Berichten

Arjen Hiemstra

Op de middag dat Mark Rutte bekendmaakte dat hij de Tweede Kamer een avondklok zal voorstellen om de pandemie onder controle te houden appte mijn dochter: “Ik wil alvast een (aangelijnde) hond voor mijn verjaardag”.

Waar wij allemaal naar verlangen lijkt me duidelijk: dat corona voorbij is. Want het is genoeg, we willen niet meer in lock-down, we willen weer onze vleugels uitslaan, kerkdiensten houden voor heel de gemeente, de kerkelijke activiteiten oppakken, mensen ontmoeten en zijn die we altijd waren.

En toch moeten we het nog een tijdje volhouden: afstand houden, weinig mensen bezoeken, thuiswerken en niet zingen.

Verlangen was deze week het thema van de ‘Berichten voor thuisblijvers’. Denkend over wat verlangen is, kunnen we toegeven aan dit grote verlangen van nu misschien nog even uitstellen.

 

 

 

Hubertien Oostdijk

Als ik aan mensen zou vragen wat hun grootste verlangen is dan zullen de meeste mensen, denk ik, zeggen ‘geen corona meer’. Want we zijn er wel klaar mee….

Wat ik heel lastig vind aan corona is dat je je spontaniteit dreigt te verliezen, het even een arm om iemand heen slaan kan nu niet. Maar ik zal eerlijk opbiechten dat het niet altijd gelukt is, de laatste maanden ben ik nogal betrokken geweest bij overlijdens en in het intense verdriet van nabestaanden valt het niet altijd mee om je handen thuis te houden en andersom merkte je dat ook, mensen die jou vastpakken. Aan het geen handen geven wen je wel, het niet iedere keer begroet worden met drie zoenen is soms zelfs prettig, maar geen hand om iemand heen slaan die heel verdrietig is, dàt is heel lastig.

Maar misschien focus ik wel te veel op corona, mijn echtgenoot las ergens, ‘mensen die gezond zijn hebben veel verlangens, mensen die ziek zijn maar één’. En inderdaad, je zou er het schaamrood van op de kaken krijgen, als je ziek bent wil je maar één ding en dat is weer gezond worden en wat ik wil, een hele lijst, waarin, geen corona meer, met stip op één staat!

Hebben we ook nog verlangens na corona? Keren we dan weer terug naar de wereld van 2019 zeg maar of gaan we toch op een andere manier leven? Brengt het ons ook wat? En welke rol speelt God daarin? Bidden we nu meer in corona tijd? In mijn hoofd komt een regel uit lied 362 naar boven ‘Hij die verlangen wekt, verlangen stilt – vrees niet, Hij gaat met ons, een weg van dagen’. Ondanks alles is God bij ons betrokken, Hij laat ons niet los.

 

Elsje Pot

Dromen is een vorm van verlangen. En soms brengen dromen verwarring. Als ik slaap droom ik dikwijls, soms gaan die dromen de volgende nacht gewoon verder. Inmiddels alweer zo’n 35 jaar geleden droomde ik regelmatig dat ik zwanger was, een verwarrende droom, want ik had op dat moment voor zover ik wist niet het verlangen om zwanger te worden. Ik verlangde er wel naar om eindelijk eens aan het werk te mogen gaan als predikant en ik was vooral bezig met de vraag of dat zou slagen.

Maar de droom verontrustte mij wel: zat er ergens diep van binnen dan toch een verlangen om wel zwanger te willen worden? Ik kon het me eigenlijk niet voorstellen, maar de droom kwam steeds terug en het bleef me bezighouden. Zozeer, dat ik op een gegeven moment een vriend, die psychotherapeut is, vertelde over deze steeds terugkerende droom en hij vertelde dat deze droom voorkomt bij vrouwen, die voor grote veranderingen staan of een nieuwe levensfase in gaan.

Ik vond het een hele geruststelling, dat ik in het diepst van mijn gedachten niet verlangde naar een echte zwangerschap. Ik stond op het punt om aan mijn eerste baan als predikant te beginnen en daarvoor moest ik ook verhuizen vanuit Amsterdam naar het oosten van het land, in mijn beleving ver van de bewoonde wereld en zonder twijfel de start van een heel nieuwe levensfase.

Een aantal jaren later ontdekte ik overigens dat een predikant zwangerschap en kinderen prima combineren kan.

Johannes Kon

“Verlangen” staat er in mijn kreupele handschrift. Of zou het “verlengen” zijn ?

Als pseudo calvinist werd mij stante pede geleerd “verlangen” uit te stellen. Dat kostte me veel moeite : de nieuwste Lego- bouwdoosjes ad Hfl 2.85. Met 5 cent zakgeld p.w. ging dat ook niet zo hard. Voor alle duidelijkheid : we schrijven 1955 !

Later de “brommer”; anderen konden zich permitteren een (witte) Puch of ‘desnoods’ een Tomos te kopen. De ‘jongens van de straat’ kochten met gemak een Zündapp of een Kreidler, ad Hfl 800, maar daarvoor moest je wel 8 weken continu “in de juun” werken.

Uien dus; krijg je nooit meer uit je kleren. D.w.z. om 04.00 uur ’s ochtends op het veld en dan minimaal 12 uur aan de slag. Toen was kinderarbeid heel gewoon. We schrijven het jaar 1965,  Steenbergen NBr.

Ik kocht voor Hfl 250 een RAP met 3 versnellingen; kon ik tenminste met goed fatsoen vóór het woonhuis van Rob de Nijs in Bergen op Zoom parkeren om mijn “Hitweek” (1965) te distribueren.

Verlangen; nee, niet meer naar de tijd van toen. Niets is meer wat het was; en dat is maar goed ook.

 

Monique Maan

Ik las jaren geleden een boek van Hannemieke Stamperius, met de titel ‘Moeders Kindje’.

Stamperius is bij velen wellicht beter bekend als Hannes Meinkema. Onder dat pseudoniem heeft ze veel verhalenbundels en romans geschreven. Maar ‘Moeders Kindje’ schreef ze onder haar eigen naam, omdat het een boek is over haar eigen, grote verlangen om moeder te worden en haar weg naar het moederschap.

Ze ontmoet op die weg nogal wat weerstand: Waarom wil je als alleenstaande vrouw zo graag een kind? Hebben ouders die met z’n tweeën zijn niet veel meer recht op een (adoptie)kind dan jij? Je hebt toch een mooie carrière, waarom wil je dit dan ook nog? Enz. enz. Het zijn confrontaties die haar het gevoel geven dat ze volgens sommigen geen recht heeft op een kind en dus maar moet stoppen om er zo naar te verlangen.

En dan schrijft ze in haar boek: ‘De gedachte dat je niet kunt verlangen naar wat je niet kent, ontkent het wezen van het verlangen zelf.’ Je hebt als mens geen recht op een kind, maar je hebt wel recht op het verlángen naar een kind. En dat recht mag niemand je afnemen.

Het is een zin die me altijd is bijgebleven is. Je kunt als mens inderdaad zo verlangen naar wat je niet hebt en niet kent (een kind, of een partner, of een leven zonder ziekte of beperking). Dat niet kennen, en dus in feitelijke zin niet weten wat je mist, maakt dat verlangen niet kleiner.

En elk verlangen heeft recht van bestaan.