Tag Archief van: volhouden

Er ligt een nieuw jaar voor ons, wat zal het brengen aan zorgen en verdriet? Zal er ook ruimte komen voor ontspanning en onbezorgdheid? Durven we nog ergens op te hopen?

Door goede machten stil en trouw omgeven,

beschermd, getroost, beveiligd wonderbaar,

zo wil ik deze dagen met u leven

en met u binnengaan in’t nieuwe jaar.

Door goede machten wonderbaar geborgen

wachten wij rustig, wat ons lot ook zij.

God is met ons in de avond en de morgen,

en elke nieuwe dag is Hij nabij.*

Voelen wij ons door goede machten stil en trouw omgeven? Voelen we ons getroost, beschermd en veilig? Zo wordt het verwoord door Dietrich Bonhoeffer, hij schreef deze woorden in de keldergevangenis van het hoofdkwartier van de Gestapo in Berlijn in een brief eind december 1944 aan zijn moeder. Hij kreeg daar nauwelijks de kans om iets van zich te laten horen, hij werd verdacht van medeplichtigheid aan de aanslag op Hitler en op 9 april werd hij vermoord. Ik vind het adembenemend en hartverscheurend dat je onder dergelijke omstandigheden zo kunt schrijven. Dat je als het ware jezelf loskoppelt van de rauwe werkelijkheid waarin je verkeert en je overgeeft aan het goede, de Goede.

Bonhoeffer verzette zich al in een vroeg stadium tegen abstracte beoefening van de theologie, waarmee hij bedoelde dat hij alleen voluit christen kon zijn als hij zich ook rekenschap zou geven van de tijd waarin hij, een Duitser, leefde met alle consequenties die daarbij hoorden. Na de Kristallnacht stond voor hem vast dat de tyrannie alleen nog met revolutionair geweld gekeerd zou kunnen worden. In 1940 kreeg hij een spreekverbod in 1943 werd hij gevangengenomen. In het boek ‘Verzet en overgave’ zijn de brieven van Bonhoeffer verzameld, die hij vanuit gevangenschap schreef. De titel vat heel compact samen waar het in zijn leven en werken om ging: het verzet tegen het onrecht dat in 1933 manifest werd in Duitsland doordat Hitler aan de macht kwam en de overgave aan God, bij Bonhoeffer was dat niet een zich terugtrekken uit de wereld, het was niet een ‘stil maar, wacht maar…’, maar het was juist deelgenoot zijn in die wereld.

Wij leven in een andere tijd en andere omstandigheden, het klimaat en de pandemie geven nu reden tot zorg en tasten ons gevoel van veilig te zijn aan. Soms hoor je gelovigen zeggen: we moeten meer vertrouwen hebben. Met Bonhoeffer in gedachten denk ik: jawel, maar dan wel een vertrouwen dat niet alleen maar bestaat uit werkeloos afwachten wat er komen gaat. Die combinatie van actie (verzet) en vertrouwen (overgave) lijkt mij heel zinvol, het één doen en het andere niet nalaten. Niet alle actie leidt meteen tot resultaat, dan is een houding van vertrouwen of overgave onmisbaar om de moed erin te houden.

 

Ik wens u allen een goed en veilig 2022 toe.

Elsje Pot

 

*Het eerste en laatste couplet van een gedicht ‘Goede machten’ van Dietrich Bonhoeffer uit het boek Verzet en overgave. In iets andere bewoordingen is het te vinden in het Liedboek, Lied 511.

**Deze overdenking werd geschreven voor het maandblad van de Parkstraatgemeente.

Elsje Pot

Ik zie mezelf nog zitten als middelbare scholier: in tranen omdat mijn rapporten te veel onvoldoendes bevatten om naar de volgende klas te kunnen. In de eerste klas ging het al mis omdat ik de eerste maanden mijn huiswerk niet maakte. Het kerstrapport was schrikbarend. Mijn vader ontfermde zich over mij en met hem oefende ik Franse woordjes en maakte de wiskunde opdrachten en het lukte om zo een groot deel van de onvoldoendes weg te werken. Ik leerde dat ik mijn huiswerk moest maken.

De volgende twee klassen kwam ik redelijk door, maar aan het eind van de vierde, vijfde en zesde klas was het elke keer redelijk hopeloos. Mijn vader kwam dan bij mij op m’n kamer zitten en zei dat ik moest volhouden. Dat als ik mijn best deed, het best nog goed kon komen, dat het niet zo hopeloos was als ik dacht. En dat deed ik, volhouden.

Wonder boven wonder doorliep ik mijn middelbare school zonder te blijven zitten. Ik haalde zelfs mijn eindexamen in één keer, mede dankzij de natuurkundeleraar die zijn uiterste best heeft gedaan om aan mijn bijna blanco ingeleverde examenformulier een cijfer toe te kennen, waarmee ik gemiddeld nog net op een vijf uitkwam (hij wist dat ik theologie wilde studeren). Voor scheikunde haalde ik een ruime voldoende, voor het eerst in jaren, dankzij het feit dat ik voor het eindexamen eindelijk eens genoeg tijd had om mijn scheikundeboeken door te nemen.

Volhouden, dat leerde ik van mijn vader.

Arjen Hiemstra

Waarschijnlijk ben ik een naïeve volhouder. U trouwens ook. In het jaar dat ik geboren werd, werd het kerkgebouw geopend waarin wij nu diensten houden. De Nieuwe Kerk werd gebouwd met 650 zitplaatsen, uit te breiden tot 750 plaatsen, nu zijn we er maximaal zo’n 150 nodig. Terwijl er de nodige kerken zijn gesloten.

Een buitengewoon uitgebreide schoolcarrière heb ik genoten: na de MAVO kwam de HAVO, daarna het VWO en tenslotte ging ik studeren. En hoe lang ik studeerde, laten we het daar maar niet over hebben. Achteraf denk ik: maar goed dat ik heb volgehouden, wat heeft het me veel gebracht!

In mijn eerste gemeente vonden sommige gemeenteleden dat ik er niks van kon. Toch is het nog aardig goed gekomen: na ruim 25 jaar ben ik één van de weinige voorgangers van de gemeenten waar ik werkte, die nog steeds een kerkelijke gemeente dient (zoals dat zo mooi heet). De ene collega werkt in het leger, een ander in de gezondheidszorg, een derde in het gevangeniswezen.

Trouwens: de Eeuwige is ook al zo’n volhouder: ‘Hij zal niet laten varen, het werk zijner handen’, spraken de predikanten – ontleend aan psalm 138,8 – vroeger nog wel eens aan het einde van ‘Onze Hulp’.

Laten we het nog maar even volhouden. Nog maar een tijdje doorgaan met de dienst bezoeken, ons inzetten voor het kerkelijk leven en omzien naar elkaar. Ook ons heeft het veel gebracht. En we gaan onze weg niet allen.

Johannes Kon

Mijn voorbeeld van volhouden is mijn moeder (° 1917). Ze viel voor mijn vader (° 1922); in mijn familie waren moeders altijd ouder dan de vaders : opa Gerrit Kon 4 jaar jonger dan oma Arisje Vogel; ik 4 jaar jonger dan mijn eerste vrouw, Klaaske.

Mijn moeder dus : Sophia Hendrika Isbrücker hield het 68 jaar uit met mijn vader – till death did them part. Ik heb dat te bewonderen; mij is het niet gelukt – of ik moet zeggen : zo’n 25 jaar toch met vallen en opstaan – met C. herdacht met Pinksteren 2021.

In mijn erg ‘praktische” leven ging ik waarvoor ik benoemd / gekozen was als medewerker gemeente Arnhem / voorzitter van de Ondernemingsraad.

Rücksichtslos ? Ja soms. Ik heb het 27 resp. 16 jaar volgehouden tot 2014 – gedwongen vertrek op 67 – jarige leeftijd.

Ik heb nooit een bestuur verlaten dan na ommekomst van de vigerende  termijn (bestuur Arnhems Historisch Genootschap Prodesse Conamur, 1987 – 1995) of opheffing (Platform Arnhem Mondiaal – sedert a° 1987).

 

Jos Hordijk

Tijdens een wandeling met mijn zoon bespraken wij het onderwerp volhouden. Ik legde hem mijn moeite met het onderwerp uit: ‘ vroeger zeiden mensen tegen mij ’wat knap dat je studeert terwijl je drie kinderen hebt’. Maar die studies waren mijn uitje, mijn redding en hoe moeilijk was dat nou? Vincent luisterde rustig naar mijn verhaal en wist  meteen  wat ik bedoelde ‘tegen mij zeggen mensen vaak dat het fijn is dat ik zo rustig ben, wat ik onzin vind, want zo ben ik nu eenmaal, het is geen verdienste’.  We vielen van de ene anekdote in de andere over overdreven aandacht voor zaken die wij niet volhouden, maar ons makkelijk afgaan, terwijl het omgekeerde ook gebeurt,  onderwaardering voor wat we ploeterend bereiken of hoe we gewoon zijn.

Ineens  herinnerde ik me een tegeltje dat vroeger in de kamer hing:  Ik wou dat ik werken wou. Ik had zo’n hekel aan het huishouden, maar schaamde me voor de manier waarop ik mijn huishouding bestierde. Ik had een grote zolder waar de was hing te drogen. Als de kinderen ’s morgens schone kleren nodig hadden rende ik naar boven en rukte de kleren die ik nodig had van de waslijn en voelde me daar schuldig over. De schone was behoorde via de kledingkast te gaan. Nu lach ik om mijn opvattingen uit die tijd. Vincent vertelde  dat hij nu wel eens denkt aan wat ik vroeger zei: ‘Je moet willen wat je doet’.  Dat vraagt onderzoek naar wat je echt wilt.

 

Monique Maan

Ik vind ‘volhouden’ een mooi begrip, hoewel ik eerlijk gezegd het woord ‘volharden’ nog mooier vind. Volhouden of volharden staat voor mij voor: doorgaan met waar je in gelooft, niet zomaar opgeven of loslaten. Zelfs als er tegenslag is of als het volstrekt onduidelijk is of je je doel wel gaat halen, dan tóch aan je ideaal blijven vasthouden en nastreven.

Natuurlijk kun je als mens ook volharden in negatieve zaken, maar ik verbind het toch vooral aan woorden als moed, liefde en trouw.

In zijn boekje ‘Een levensregel voor beginners, Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijkse leven’ (Lannoo, 2001) vertaalt Wil Derkse de drie geloften die Benedictijnen afleggen naar het leven van mensen buiten de kloostermuren. Eén van die beloften is die van de ‘stabilitas’.  Wij kennen die als de belofte van kuisheid, maar Derkse legt uit dat deze belofte vooral betrekking heeft op bestendigheid en trouw. Het is de belofte om niet weg te lopen bij dat waaraan je je verbonden hebt. Als ieder op z’n eigen tijd zou komen en gaan in de kloostergemeenschap, en op verschillende plekken verschillende relaties zou hebben, kan er geen solide gemeenschap worden opgebouwd. Dat commitment aan de gemeenschap, het ‘erbij blijven’ is van cruciaal belang, ook of juist als het tegenzit of tegenvalt. Een mooie belofte! Zonder volhouden geen gemeenschap. We hebben elkaar nodig.

Kees van Keulen

Ik kom uit een familie waarin dominees niet op een voetstuk stonden. Er kon (en dan vooral door mijn generatie) over sommigen wel eens laatdunkend worden gesproken. Nee, maakt u zich geen zorgen, dan ging het niet over predikanten van hier en nu.

Toen ik laatst broers van mij wat Berichten voor Thuisblijvers van mijn hand liet lezen, kreeg ik er links en rechts van langs, maar ik kreeg ook van één van hen het grootste compliment dat ik uit die hoek kan krijgen: “Geen gezalf, geen stichtelijk gedoe en geen ds.-overdenkingen.” Er klinkt iets cynisch’ in door. Of hij ook zo zou hebben gereageerd als ik hem tevens een paar “Berichten” van onze predikanten te lezen zou hebben gegeven, is de vraag.

Vanwaar deze inleiding? Ons kerkelijk bedrijf zit al jaren in de hoek waar de klappen vallen. Ik hoef geen voorbeelden te geven, want vrijwel alles van ons kerkelijk leven bevindt zich onophoudelijk in een neergaande lijn. En dan ben ik ervan onder de indruk, dat onze predikanten, ondanks deze trend, met een niet aflatende motivatie en inspanning doorgaan, proberen ervan te maken wat haalbaar is. Het is toch een prestatie van formaat, dat dit jarenlang, dag in dag uit, wordt volgehouden! Natuurlijk, soms zullen ze weleens een ander gevoel hebben, maar toch, hun inzet en betrokkenheid lijken niet kapot te krijgen. En dat mag ook gezegd worden!

Deze week over het thema ‘volhouden’.

Pierre Eijgenraam

‘Ik ben niet echt een volhouder’, wilde ik al schrijven. Veel van mijn mooie plannen en goede voornemens sneuvelen al binnen een paar weken. Maar toen ik er wat langer over nadacht, merkte ik dat er best veel dingen zijn die ik wel lang heb volgehouden. Judo bijvoorbeeld, waar ik een paar weken geleden over schreef. Of de kinderen naar school brengen, dat heb ruim tien jaar elke dag gedaan vanaf het moment dat de eerste naar de basisschool ging. Daarna heb ik nog vele jaren voor hen een lunchpakketje klaargemaakt, ook al konden ze dat eigenlijk best zelf.

Zingen is ook zoiets. Vanaf het moment dat ik mij voornam om weer iets aan muziek te doen en mij aanmeldde bij een kamerkoor, ben ik daar enthousiast, maar ook heel serieus mee doorgegaan. Soms met de moed der wanhoop, maar veel vaker met grote vreugde: ‘hoe heb ik ooit zonder gekund?’

Mijn zus kreeg eens voor Sinterklaas een grote doos om uit te pakken. Daar zaten alle handwerkjes in waar ze dat jaar aan was begonnen zonder ze af te maken. Ze was niet ‘amused’, maar heeft later toch carrière gemaakt in de modewereld.

Volhouden, is dat eigenlijk wel een deugd? Als het gaat om dingen waar je in gelooft, of veel plezier aan beleeft, dan gaat het (bijna) vanzelf. Gaat het om dingen waar je al met tegenzin aan begint, dan is het misschien beter je te bezinnen op ‘de kunst van het stoppen’.