Berichten

Vreemdelingen zijn vluchtelingen: politiek, economisch of om wat voor reden ook zijn ze op stap gegaan naar een betere plek om te leven. En toen moest ik denken aan het lied ‘Vluchten kan niet meer’ van Annie M.G. Schmidt, gezongen door Frans Halsema en Jenny Arean uit de musical ‘En nu naar bed’ (1971). ‘Vluchten kan niet meer’, zingen Frans Halsema en Jenny Arean en voor hen slaat dat op de situatie rond 1971 waarin er volop sprake was van een koude oorlog, een gruwelijke oorlog in Vietnam en de nodige milieuproblematiek.

Als je de tekst van het lied goed tot je door laat dringen, geldt de tekst ook voor nu: vluchten kan niet meer. Corona heeft de wereld in zijn greep en daar ontkomen wij niet aan. We zitten er allemaal middenin, het helpt niet om naar een andere plaats op deze aarde te vluchten. Heel de wereld wordt erdoor bepaald.

Frans Halsema en Janny Arean klinken heel moedeloos in het lied en je zou van de huidige situatie ook heel moedeloos kunnen raken. Toch vinden ze uiteindelijk een oplossing in de liefde. Voor elkaar en met elkaar. En dat geldt nu ook: als je niet vluchten kunt, zoek het dan op de één of andere manier bij elkaar. Want de liefde is onze enige kans.

En als een mens zo bij jou kan schuilen, heb je een werk van barmhartigheid gedaan.

 

Voor wie het originele nummer nog eens wil horen:

https://youtu.be/sE2yz-L64ag

 

Kees van Keulen

De vreemdelingen onderdak bieden. Puh! Wereldproblematiek in maximaal 250 woorden!? We bespraken het in de werkgroep Liturgie: drie diensten over vluchtelingen. We wilden wegblijven van “gemakkelijke” antwoorden, hebben het de predikanten lastig gemaakt. (Is niet erg hoor!) Nu in herhaling.

Vraag: Wie heeft Jezus bedoeld met vreemdeling in “Ik was een vreemdeling, en jullie namen Mij op”?

* Ruth? Dat is te gemakkelijk!

* De kinderen (zonder ouders) op Lesbos of die hier tientallen jaren zijn geworteld? Komen we vast uit!

* De vele Nederlanders met een migratie-achtergrond, die onze cultuur onomkeerbaar hebben veranderd en zullen veranderen? Hebben we ze echt “opgenomen”! Denk alleen maar aan discriminatie bij sollicitaties, sociale voorzieningen, en het onderwijs.

* De extremistische moslim die spuugt op onze cultuur? Lastig hoor!

* De oorlogsvluchtelingen? We zijn er natuurlijk alleen maar voor dat ze “in de regio” worden opgevangen zodat wij er geen ” last” van hebben.

* Die honderden-miljoenen Afrikaners die onze kant uitkomen als de door het Westen ingezette klimaatverandering van heel Afrika een woestijn zal maken? Wat als ze allemaal hierheen komen? Terugsturen? Kansloos. Muur om Europa heen? Lariekoek! Laten verdrinken in de Middellandse Zee? Te gek voor woorden. Allemaal kampen  ala Lesbos? Noem ik geen onderdak. Investeren om de klimaatverandering een beetje in de hand te houden? Moeten we substantieel inleveren. Investeren in Afrika om het daar leefbaar te houden? Levert een nog grotere bevolkingsgroei op.

Wie zal Jezus bedoeld hebben met “één van de onaanzienlijksten van mijn broeders en zusters”?

Monique Maan

Op 17 maart zijn de verkiezingen voor de Tweede Kamer. Omdat ik nog niet weet op welke partij ik zal gaan stemmen, vul ik op internet de Stemwijzer in.  Dertig stellingen komen op het scherm voorbij, en als ik het ingevuld heb zal ik kunnen ontdekken welke partijen wel of niet bij mijn opvattingen aansluiten.

Eén van de stellingen luidt ‘Nederland moet meer vluchtelingen opnemen dan het nu doet.’ Het is een stelling die naadloos aansluit bij het werk van barmhartigheid dat deze week centraal staat: de vreemdelingen onderdak bieden.

De Stemwijzer geeft me drie opties: groen duimpje omhoog dat ‘helemaal mee eens’ betekent, een rood duimpje omlaag oftewel ‘helemaal mee oneens’, of een golfje dat staat voor ‘neutraal’.

Het lastige met deze manier van reageren is dat het nooit recht doet aan de werkelijkheid. Ik kan allerlei redenen bedenken waarom ik er niet zo ongenuanceerd op kan antwoorden: hoeveel vluchtelingen per jaar dan, en uit welke landen wel of niet, hoe beoordeel je hun verhaal, en welke eisen wil je stellen wat betreft inburgering bijvoorbeeld?

Maar de Stemwijzer laat geen ruimte voor nuanceringen. En eigenlijk is dat ook wel goed.

Je moet in het leven niet alles willen beredeneren en uitgedacht hebben voor je een stap zet. Want dan kom je nergens en gebeurt er niets. Bij belangrijke zaken moet je het lef hebben om je hart volgen. In barmhartigheid zit tenslotte niet ook voor niets het woord ‘hart’. Ik zet de cursor op het groene duimpje en klik.

Jos Hordijk

Op mijn eerste stagedag bij Kruispunt leerde ik dat het niet de bedoeling was dat wij de bezoekers van de inloopmiddagen mee naar huis namen.

Op een dag stond  er een Bosnisch gezin met kinderen bij Kruispunt op de stoep.  Zij waren op zoek naar onderdak. Na wat overleg met andere bezoekers en wat telefoontjes plegen kwam er een aanbod van het stoelenproject. Het gezin mocht één  nacht opgevangen  worden in de ruimte van het stoelenproject. Dat het maar één nacht mocht was omdat het stoelenproject pas twee dagen later officieel zou beginnen met de winteropvang. Er was echter ook één voorwaarde aan verbonden, er moesten twee medewerkers van Kruispunt mee om bij het gezin te overnachten.

Eén van de bezoekers bood zijn hulp aan. Een andere vrijwilliger en ik zelf besloten ook bij het gezin te blijven en zo hebben we die nacht samen in de ruimte van het stoelenproject geslapen en de volgende morgen met elkaar ontbeten.  Na het ontbijt moesten wij het gezin op hoop van zegen met uitvoerige aanwijzingen over de dichtstbijzijnde kerk weer op pad sturen. Deze nacht en vooral het moment dat we op goed geluk afscheid van elkaar namen ben ik nooit vergeten. We hadden het gezin opgevangen en zette het ook weer op straat.  De vreemdelingen onderdak geven,  ik weet niet of wij daar wel zo goed in zijn. Ik voelde me toen wel tekortschieten.

 

Pierre Eijgenraam

In 1980 reisde ik met een vriend naar Tsjechoslowakije, dat toen nog achter het ‘IJzeren gordijn’ lag. Vanuit Wenen gingen we met een boemeltreintje naar het noorden. Vlak voor de grens werden de meeste wagons afgekoppeld. In een héél kort treintje reisden we verder door een landschap dat er steeds grimmiger uit ging zien met prikkeldraad en wachttorens. Op het grensstation keerden gewapende douanebeambten onze complete bagage binnenstebuiten. Onze paspoorten werden wel drie keer gecontroleerd. Het was heel intimiderend.

Twee uur later liepen we over het centrale plein van de stad Brno. Het was mooi weer. Drie Russische soldaten stonden in de rij voor een ijsje, terwijl hun collega’s tikkertje speelden. Met een schok realiseerde ik me dat dàt nu onze vijanden waren van het gevreesde Rode Leger. Jonge jongens, niet veel ouder en net zo speels als wij.

Een jaar later betrok onze studentenclub een nieuw pand. Van de Groningse zustervereniging kregen we een mooi ingelijste oorkonde, met daarop de woorden ‘Aander luu bint ôk luu’, oftewel: ‘Andere mensen zijn óók mensen’.  Dat verwoordde precies mijn ervaring op dat Tsjechische plein.

Natuurlijk snap ik dat de wereld ingewikkeld in elkaar zit, en dat de maalstroom van de geschiedenis  heel gewone, aardige mensen in bittere vijanden veranderen. Maar toch…

Jezus heeft gezegd: heb je naaste lief als jezelf. Misschien betekent dat óók wel zoiets als: ‘heb je naaste lief, want hij is net als jij’?

Johannes Kon

Mijn huis is te klein om dit ‘gebod’ in vervulling te doen gaan; “1000-en” boeken versperren de weg om wie dan ook op te vangen in mijn stulpje.

Maar ik troost mij : sedert de komst in 2015 van veel vluchtelingen in “de Koepel” in de wijk Lombok, zijn er inmiddels velen die een heel goede start hebben kunnen maken in de gemeente Arnhem met een adequaat dak boven hun hoofd of tijdelijk AZC.

Van 2015 – 2017 mocht ik voorzitter zijn van de Stichting “Arnhem voor Vluchtelingen” – vanuit de Raad van Kerken Arnhem en het “Arnhems Platform Levensbeschouwingen”.

Als ambtenaar bij de gemeente Arnhem (1987 – 2014) had ik al jarenlang het genoegen of eer mede verantwoordelijk te mogen zijn voor het onderbrengen van asielzoekers / vluchtelingen / statushouders in woningen van onze corporaties – in heel goed overleg met de provincie Gelderland. We waren de toppers in Nederland !

Arnhem ligt erg dicht bij Zevenaar als intakecentrum; een enkele reis kost bijna niets, dus belde de politie ons.

“Vluchtelingen op straat” is onze eer te na, zeiden de wethouders Sjoerd Veenstra (ZC) en Barth van Eeten (GL) alsmede burgemeester Pauline Krikke (2001 – 2013).

Ik ben hen allen uiterst dankbaar voor hun grote hart en ook stichting Kruispunt. Mede dank zij hen mochten er velen in Arnhem / Nederland blijven.

Het thema is deze week: ‘De vreemdelingen onderdak bieden’.

Misschien is het wel een spannend thema in de wereld van vandaag, de vreemdelingen onderdak bieden. Er is heel wat (politiek) gedoe over welke vreemdelingen wel zich mogen vestigen en voor welke vreemdelingen dat niet geldt. En groepen in onze samenleving staan op dat punt lijnrecht tegenover elkaar. Want velen zijn op drift geraakt en onze mogelijkheden zijn beperkt. Wat kan wel en wat kan niet?

In de Bijbel is de houding ten opzichte van vreemdelingen altijd een beetje dubbel: aan de ene kant wordt er de nadruk gelegd dat de Israëlieten zorgvuldig met de vreemdeling omgaan – en altijd weer komt om de hoek kijken dat ze zelf ook vreemdelingen zijn geweest. Aan de andere kant moeten de vreemdelingen zich gedragen naar de wetten van Mozes. En dan lees je in de voorschriften van de Thora dat het streng verboden is dat vreemdelingen meedoen aan de Pesachmaaltijd.

De schrijvers van deze berichten aan thuisblijvers hebben zich weer over dit thema gebogen en vanuit hun eigen ervaringen een bijdrage op papier gezet. Een breed palet aan gedachten komt in deze Berichten tot ons. Sommige berichten leiden tot verwondering en verbazing. In andere bijdragen worden er kritische vragen gesteld. En tenslotte blijkt vluchten en tot vreemdeling worden soms dichterbij dan je denkt.

Veel leesplezier!

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

Maandag 8 maart – Elsje Pot

Mijn allereerste preek ging over vreemdelingen (en bijwoners). Mij is bijgebleven dat wij op aarde allemaal vreemdelingen en bijwoners zijn, we hebben de aarde, de grond, het land te leen. Alleen gedragen wij er ons meestal niet naar.

Is er een verschil tussen je vreemdeling voelen en vreemdeling zijn? Je kunt jezelf in een gezelschap, waar je niet echt uit de toon valt, toch een vreemdeling voelen. En ik voelde me in Marokko, waar ik wel uit de toon viel, niet thuis. Het is al meer dan 30 jaar geleden, maar het contrast tussen de omstandigheden waaronder de Marokkanen leefden en de manier van leven, die ik gewend was, maakte dat ik me daar volstrekt misplaatst voelde.

Nog langer geleden studeerde ik in Amsterdam en woonde in Amsterdam oost. Een buurt met mensen uit alle windstreken werd 3 jaar ‘mijn thuis’. Erg tof om ’s avonds in het donker alleen de deur uit te gaan, vond ik het niet. Om mijn angst te trotseren leerde ik mezelf aan om voorbijgangers te groeten en ik zal nooit de verbaasde, teruggroetende en vaak ook blije gezichten vergeten als ik “goedenavond” zei. Het maakte mij beschaamd, omdat ik mij realiseerde, dat de passanten gewend waren om niet gezien te worden.

Een vreemdeling word je in de ogen van een ander, ik kan me voorstellen dat het dan ook zo gaat voelen. Het is steeds opnieuw een uitdaging om alles wat anders is dan ik gewend ben niet als vreemd weg te zetten.