Berichten

Met het thema van deze week ‘de dorstigen laven’ kun je weer verschillende kanten op. Sommigen denken aan bier, anderen aan ‘dorst naar God’. Bij nadere beschouwing liggen die uitersten misschien toch minder ver uit elkaar dan het kan lijken.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

Maandag 1 maart, door Monique Maan  

Ik weet niet wat het betekent om echt dorst te hebben. Ik leef in een land waar altijd schoon, fris water uit de kraan komt. Als in de zomer een enkele keer de waterdruk wat afneemt, of als er door werkzaamheden een uurtje geen water uit de kraan komt –het haalt het niet bij de beelden uit Afrika, of uit vluchtelingenkampen. Honderden mensen die het met één kraan moeten doen. En dan maar hopen dat die niet kapotgaat, of dat de situatie niet zo onveilig wordt dat je er niet meer naartoe kunt lopen. Het zou niet moeten voorkomen, en daarom moet elke actie die erop gericht is om mensen wereldwijd te voorzien van schoon drinkwater op onze (financiële) steun kunnen rekenen.

Dat je in je geloofsleven dorst kunt hebben, daar kan ik me alles bij voorstellen. Als het leven zo hard voor je is, als je zo in beslag genomen wordt door wat je meemaakt en overkomt, dat het levende water je ziel niet meer kan bereiken. Het doet denken aan psalm 42: ‘Zoals een hert reikhalst naar levend water, dorst ik naar God, de levende God’ (Huub Oosterhuis).

Water als beeld voor inspiratie die je ziel laat sprankelen en alles weer laat stromen. Dat onze geloofsgemeenschap een plek mag zijn waar dat water gevonden kan worden.