Hubertien Oostdijk

Er verschijnen nu al alarmerende berichten in kranten dat de kerkverlating door de coronacrisis alleen nog maar verder versterkt wordt. Eerlijk gezegd vind ik het wel erg voorbarig om dat nu al te concluderen, maar dergelijke berichten voeden wel het pessimisme en versterken een gevoel van somberheid. En dat terwijl we toch al in een periode van afscheid zitten. Het afscheid van de Bethlehemkerk en Diaconessenkerk is al achter de rug, dat van de Kandelaar zit er aan te komen… Geen gemakkelijke tijd en door corona is afscheid nemen toch al lastiger, het liefst wil je immers iedereen volop de gelegenheid geven om afscheid te nemen van een kerkgebouw wat je dierbaar is, een gebouw waar gedoopt is, getrouwd en gerouwd.

Afscheid nemen doet pijn, veel pijn zelfs en daar willen we ook ruimte en aandacht aan geven, om zo ook ruimte te maken voor een nieuw begin..

In Arnhem-Zuid zijn we daar overigens al een aantal jaren mee bezig. Langzaam maar zeker zijn we als gemeenten van de Salvatorkerk en De Kandelaar naar elkaar gegroeid. Natuurlijk zijn er verschillen, maar het is nog niet zo lang geleden dat we van iedereen wisten te vertellen of iemand Hervormd of Gereformeerd was. Tegenwoordig weten we dat echt niet meer van elkaar. Ik hoop van harte dat we over pakweg 5 à 10 jaar niet meer precies weten wie er vanuit de Kandelaar of wie er vanuit de Salvatorkerk komt! We gaan op weg naar een nieuwe fase in ons gemeentezijn.

En het mooie, hoopvolle is, God gaat met ons mee

Spiritualiteit van een kerkgebouw: door Jan Wabeke

Wanneer je op vakantie een kerkgebouw binnengaat is dat doorgaans een bijzondere ervaring. Je ervaart een andere temperatuur, een ander licht, andere kleuren, geuren en klanken. Even lijkt de drukte van de stad ver weg en waan je je in een andere wereld, een andere tijd soms ook. Herinneringen komen op en je voelt je één met verleden en toekomst. Met je eigen geschiedenis, maar ook die van de mensen, die dit gebouw kerk hebben gemaakt en gekoesterd, en met de mensen, die hier hun bijzondere momenten hebben beleefd. Het hoeft niet persé een heel oud gebouw te zijn, want ook een modern gebouw als de Gedächtniskirche in Berlijn kan sterke gevoelens oproepen. Je hoeft beslist niet gelovig te zijn om een bezoek aan een kerkgebouw te beleven als een spirituele ervaring. Je hoeft er ook niet te veel van te weten.

Nu veel kerkgebouwen leeg komen te staan of te groot worden voor de eredienst speelt de vraag hoe we het gebouw kunnen aanpassen aan een nieuwe functie. Hierbij wordt met veel zaken rekening te houden. Echter de spirituele beleving, die het kerkgebouw in zich draagt, wordt weinig genoemd. Terwijl dit misschien wel de belangrijkste waarde is.

Jan Wabeke is werkzaam als stedebouwkundige

door Monique Maan

Ik schrijf deze tekst de dag nadat we de laatste dienst in de Diaconessenkerk hadden. Een week eerder vierden we de laatste dienst in de Bethlehemkerk en in juni nam de Siongemeenschap afscheid van het KKC. Ingrijpende momenten voor gemeenteleden in Arnhem-Noord. En Zuid wacht over enkele weken het afscheid van de Kandelaar.

Natuurlijk, het is maar een gebouw en het gaat in het gemeentezijn ook niet om ‘hout en steen’ (lied 971), maar toch…. In dat hout en steen ben je misschien wel gedoopt, getrouwd, heb je je eigen kinderen laten dopen, heb je afscheid genomen van geliefden. Dus dat mensen niet gemakkelijk de kerkdeur voor de laatste keer achter zich dicht trekken, is zo begrijpelijk.

In de laatste dienst in de Diaconessenkerk lazen we Genesis 1, naar aanleiding van de wandkleden die in de kerkzaal hangen. We sloten zo 61 jaar gebruik van het gebouw af met het verhaal over het begin van Gods verhaal met mensen. In de synagoge wordt op Simchat Tora (de laatste dag van het Loofhuttenfeest, dat dit jaar valt van 2 tot 9 oktober) de jaarlijkse cyclus door de Torah afgesloten. Het slot van Deuteronomium wordt gelezen, maar om te benadrukken dat Gods

verhaal niet ophoudt, wordt in diezelfde dienst óók het begin van Genesis gelezen. Einde en nieuw begin in één beweging.

Zo hopen we ook als wijkgemeente op weg te gaan. We sluiten een tijdperk af. Met veel herinneringen, met dankbaarheid en weemoed. Maar het Verhaal gaat verder. En wij mogen ons mee laten nemen in dat nieuwe begin

Oude kerkgebouwen zijn wegwijzers in de samenleving. Bij nieuwe kerkgebouwen zie je wel eens over het hoofd dat het een kerkgebouw is en niet één of ander wijkcentrum.

Sommige mensen worden in deze tijd bepaald door het verdriet van een kerkgebouw dat gesloten wordt. Anderen worden juist heel enthousiast van het vernieuwde kerkgebouw dat langzaam vorm krijgt in Noord en Zuid.

Er zijn ook nogal wat verschillende visies op kerkgebouwen: voor de één is het een hoop stenen waar op zondag de kerkelijke gemeente bij elkaar komt, voor de ander is het een heilige ruimte waarin je God kunt ontmoeten

 

door Elsje Pot

De kerk in mijn eerste gemeente was een echt kerk(je) met daarachter een klokkenstoel, in Giethoorn en omgeving zie je die wel meer. Toen ik kwam kennismaken in wat mijn tweede gemeente zou worden, was het wel even slikken: de kerkzaal was een gehuurde ruimte op de eerste verdieping van een pand, dat daarvoor een horeca bestemming had gehad. Aan de buitenkant niet herkenbaar als kerk, maar de zaal oogde voor mij wel als kerk. Voor sommige gemeenteleden bleef het echter toch ook de zaal waarin vroeger bruiloften en partijen hadden plaatsgevonden en dat deed voor hen afbreuk aan de ruimte.

Ik moest slikken en dat had tot gevolg dat ik mezelf ernstig moest toespreken: het zit toch niet in het gebouw of je met elkaar samen kunt komen om God te eren? Het gaat toch om wat je met elkaar beleeft, dat je samen kunt bidden en zingen? Ik heb daar ervaren dat de manier, waarop je een ruimte gebruikt, die ruimte tot een ‘heilige’ ruimte maakt.

Daarna kwam ik als arbeidspastor in verschillende kerken in Gelderland, modern, oud, mooi en minder mooi, overal werd God de lof toegezongen. Een gevolg van die ervaringen is, dat ik drama over het wisselen van kerkgebouw niet echt kan meemaken. Ik denk dan: het gaat toch niet om het gebouw, waar we samen komen op de zondagmorgen?

Het sluiten of afstoten van zoveel kerkgebouwen vertelt een verhaal van gelovigen, voor wie het niet meer zo belangrijk is om op zondagmorgen bijeen te komen, dat vind ik pijnlijk.

 

door Monique Maan

Toen ik in 1982 ging studeren, betekende dat een verhuizing van Goeree Overflakkee naar Kampen. Met openbaar vervoer was ik zo’n drie uur onderweg, dus ik ging niet zo vaak in het weekend naar huis. Het studentenhuis waar ik woonde had geen telefoon (je kunt het je niet meer voorstellen!), en daarom schreef mijn moeder me regelmatig brieven. Ze schreef meestal op zondagmorgen en ik had de brief dan op maandag in mijn brievenbus.

Ik schreef eigenlijk nooit terug, realiseer ik me nu. Maar mijn moeder hield het vol en zo wist ik hoe het ging met mijn opa en oma, las ik dat één van mijn broers geslaagd was voor een tentamen, dat de hond weer eens was weggelopen en nog veel meer.

Als ik het las, was ik als het ware toch even thuis. Terwijl ik bezig was uit te vliegen en mijn eigen leven op te bouwen en vorm te geven, bepaalden die brieven me toch ook steeds weer bij mijn wortels. Ik ben dan ook blij dat ik ze altijd bewaard heb.

In het Nieuwe Testament zijn ons ook tal van brieven doorgegeven. In deze brieven gaat het nauwelijks over huis-, tuin- en keukenzaken. Ze gaan meestal over grote geloofsthema’s en over allerlei zaken die spelen rondom de opbouw van gemeenten.

Ook voor deze brieven geldt: ik ben blij dat wij ze hebben. Ze bepalen ons als geloofsgemeenschap bij onze bron en bedding. Woorden van toen, om mee te nemen naar vandaag en morgen.

gedicht van Bergman (pseudoniem van Aart Kok, 1921-2009)

REISBRIEF

waarde vriend het is hier prachtig
de koeien zijn ontroerend drachtig

de spoorlijn loopt dwars door het dal
een vrouw beheert de waterval

elk huis of hok met beemd en gaard
verkoopt men op een ansichtkaart

de mensen lopen traag en stug
en komen op geen stap terug

men zegt God heeft ons klein gebouwd
maar sneed ons uit behoorlijk hout

dit alles sta ik aan te zien
zo is het paradijs misschien

en verder is hier alles prachtig
het wordt me soms wel eens te machtig

door Margriet Kok

Bestrijd onrecht met een brief!

Magai Matiop Ngong uit Zuid-Sudan was pas 15 jaar toen een afgeketste kogel per ongeluk zijn neef doodde. De rechter veroordeelde hem tot de galg voor moord. Magai had tijdens de rechtszaak geen advocaat. Het internationaal recht en ook de Zuid-Sudanese grondwet verbieden de doodstraf voor mensen die jonger dan 18 jaar waren toen ze een misdrijf begingen.

Amnesty International vroeg in 2019 aandacht voor deze veroordeling met de actie ‘Write for Rights’en riep mensen op om een brief te schrijven. Er werden maar liefst 765.000 brieven verstuurd voor Magai. Dat leidde in Zuid-Sudan tot veel discussie over de doodstraf, vooral voor minderjarigen. En juli 2020 werd Magai’s doodvonnis vernietigd. Het Hooggerechtshof zoekt nu naar een passende straf.

Ook straks in december schrijven mensen brieven voor tien dezelfde personen in het kader van deze actie ‘Write for Rights’. Brieven aan autoriteiten om te vragen om de vrijlating, bescherming of aanpassing van een discriminerende wet.

Schrijft u ook een brief?[1]

[1] https://www.amnesty.nl/organiseren/over-write-for-rights

 

Donderdag 17 september: door Pierre Eijgenraam

Bijna een jaar geleden bestond mijn middelbare school honderd jaar. Er zou een een grootse reünie komen en het programma zag er goed uit. Dat wilde ik niet missen!

De organisatie was perfect en het was bijzonder om na zoveel jaren weer eens door mijn oude school te dwalen en de herinneringen op me af te laten komen.

Toch ging ik teleurgesteld naar huis. Er waren van mijn examenjaar helaas maar weinig mensen. En met degenen, die er waren, had ik nog net zo weinig conversatie als veertig jaar eerder.

Wel heel leuk vond ik het om mijn oude leraar Grieks te ontmoeten. Hij was inmiddels bijna 90, maar nog redelijk gezond en helder van geest. Maar zodra ik een paar woorden met hem had gewisseld kwam er een oud-leerling uit een ander jaar bij ons staan en nam het gesprek over. Ik kwam er niet meer aan te pas.

Twee weken daarna kreeg ik tot mijn verrassing een brief. Mijn oude leraar schreef me dat hij graag wat langer met me had willen spreken. Hij haalde herinneringen op, vertelde uitvoerig hoe het met hem ging en wenste mij het beste.

Ik was heel blij met zijn brief! Misschien moet ik nu toch eindelijk maar eens terug schrijven….

 

door Hubertien Oostdijk

Hoe vaak schrijven we vandaag de dag nog een brief? Niet vaak meer toch? Ja een kaartje, dat nog wel, met soms wat meer en soms wat minder tekst. Maar een echte brief…

In de bijbel vind je volop brieven. Bijvoorbeeld in Openbaring 1:  de brieven van Johannes aan de zeven gemeenten in Asia. ‘Schrijf aan de Engel van de gemeente in Efeze, Smyrna’….

Heel lang geleden, in 1994,  schreef ik een artikel voor het tijdschrift ‘Praktische Theologie’. Het was een themanummer over ‘de verscheidenheid in gemeenten en haar betekenis voor anderen en elkaar’.

De opdracht luidde naar aanleiding van Openbaring 1: “schrijf een brief aan de Engel van uw gemeente…..Dit roem ik in u en dit heb ik op u tegen”.

In dat kader schreef ik een brief aan de Engel van de gemeente in Amsterdam Slotermeer-Geuzenveld, mijn stagegemeente van die dagen. In die gemeente was de situatie tòen zoals hij nu in veel gemeenten is: een zeer vergrijsde gemeente waarin jongeren ontbraken en ouderen zorg droegen voor nog oudere gemeenteleden. Er was een jonge, bezielende predikant die behoorlijk aan de weg timmerde. Mede daardoor ontstond een bloeiende samenwerking tussen gereformeerd, hervormd en katholiek en in nauw overleg met buurtwerk, huisartsen, Riagg, zag het project ‘Stimulans’ het daglicht.

Door ‘Stimulans’ georganiseerd ontstonden er rouwgroepen, informatieavonden over dementie, Aids (toen hoogst actueel) en gespreksgroepen over diverse politieke en maatschappelijke thema’s. Mij daarmee bezighouden en mede vorm geven aan groepen en avonden was een belangrijk onderdeel van mijn stage. Ik heb er veel geleerd!

Aan die brief moest ik denken toen ik het thema van deze week hoorde!

 

door Elsje Pot

Ik heb veel brieven op papier geschreven aan vriendinnen, opa en oma’s, mijn ouders en anderen. Het schrijven van brieven is in onbruik geraakt sinds bijna iedereen een e-mailadres heeft. Maar als ik een handgeschreven brief in de brievenbus vind, maakt mijn hart een sprongetje van vreugde en ik heb de neiging om meteen terug te schrijven.

Soms moet je moeite doen om een geschreven brief te ontcijferen, niet iedereen schrijft even duidelijk. En als ik post krijg van mensen met wie ik veel geschreven heb, zie ik al aan het handschrift van wie het komt. Een e-mail laat niets te raden over: je ziet meteen wie de afzender is en de getypte letters stellen je ook niet voor problemen. Ik krijg tegenwoordig e-mails van iemand die bijzonder onduidelijk schreef, maar gek genoeg mis is ik die nauwelijks te ontcijferen handgeschreven brieven.

Als je gedwongen wordt om na te denken over wat er nu eigenlijk precies staat, dringt de tekst zich des te nadrukkelijker aan je op. Nu ik er over nadenk, dat gebeurt eigenlijk ook als ik met het beetje Hebreeuws en Grieks dat ik machtig ben een Bijbeltekst probeer te ontcijferen.

In het nieuwe testament staan veel brieven. Ik vraag me af, zouden de harten van de ontvangers van die brieven destijds ook een sprongetje van vreugde hebben gemaakt, of maakten ze zich zorgen over wat er nu eigenlijk precies staat? Niet alles wat er in die brieven staat is heel duidelijk, ook gedrukte letters kunnen je hoofdbrekens bezorgen.