Pierre Eijgenraam

In de zomer van vorig jaar, na de eerste lockdown, mochten er weer 75 mensen op zondag naar De Kandelaar komen. Meestal bleef het bij ongeveer veertig, totdat er na de dienst weer koffie werd geschonken. Opeens zat de kerk weer ‘vol’. ‘Kennelijk is de koffie belangrijker dan de preek’, mopperden wij als predikanten. Het deed mij denken aan een kloosterbezoek van jaren geleden. Er was daar geen programma voor de gasten, behalve de dagelijkse gebedsdiensten en de maaltijden. Het koffie-uurtje liep vaak lang uit en was aanleiding voor mooie gesprekken. ‘Koffie, dat is toch eigenlijk het achtste sacrament van de kerk’, riep één van de gasten –pater jezuïet- op een dag. ‘Ja, of het derde’ zei ik –want de protestantse kerk erkent alleen avondmaal en doop als echte sacramenten. Daar hebben we nog lang over doorgepraat.

Koffie is veel meer dan alleen een kopje bruin warm water. Het schept gemeenschap en het biedt (een bakje) troost. Onder het genot van een kopje koffie wisselen we ervaringen uit, bekrachtigen we ons gevoel van bij elkaar-horen, komen we op adem en verzamelen we moed om verder te gaan. Het gaat niet om de smaak. ‘Het smaakt zo smerig en toch verlang je er steeds weer naar’ zei een medestudent eens over de koffie in de kantine van de VU. De Geest vindt altijd wel wegen!

Deze keer de eerste bijdrage onder de noemer ‘Vanaf de zijlijn’. Na ruim anderhalf jaar elke dag een Bericht voor thuisblijvers nu incidenteel een bijdrage vanaf de zijlijn. Thuisblijven hoeft niet meer, de kerk is op zondag zonder beperkingen open. Iedereen die wil, kán komen.

Redactie: Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra

 

Arjen Hiemstra:

Het meest bijzondere kopje koffie kreeg ik op de veerboot naar Langeness. De overtocht was al heel bijzonder: Langeness is een hallig in Noord-Duitsland, wat betekent dat het een nagenoeg kaal eilandje is zonder dijken dat bij springtij overstroomt. De huizen – in geval van Langeness zijn dat vooral boerderijen – liggen op een ‘warft’, een soort terp die bij springtij nog boven water uitsteekt. Op Langeness zijn er 13 warften, waaronder de Kirchwarft  (waar het kleine kerkje staat), de Alte Peterswarft (met vuurtoren) en de Kirchhofswarft (waar bewoners een laatste rustplaats vinden).

De matroos die koffiedienst had op de veerboot gaf twee kopjes cappuccino in kartonnen bekertjes. En toen kwam het: uit een soort handstempelapparaatjes kwam de versiering: een gezichtje en een hartje op de koffie van cacaopoeder. Over het algemeen ben ik niet heel snel ontroerd door de gastvrijheid van de middenstand, maar dit gezichtje en hartje waren wel erg schattig.

Het was een hele bijzondere koffie op een bijzondere overtocht naar een bijzonder eiland. De zon scheen.

Elke dinsdag tussen 12.00 en 14.00 uur is er gelegenheid om tot rust te komen in de Koepelkerk en om 12.30 uur is er een korte middagpauze-viering als onderdeel van de Open Kerk met muziek, stilte en bezinnende woorden en het branden van een kaarsje.
Dit is een gemeenschappelijk initiatief van de Koepelkerk en de Protestantse Gemeente Arnhem.
Koepelkerk, Jansplein 60
elke dinsdag van 12.00 – 14.00 uur

Johannes Kon

Er was eerder enige onduidelijkheid over het thema : “Opnieuw beginnen” of “Alles wordt nieuw”, maar dat hadden we – als schrijvers ‘ ook al bij het thema ” School” i.p.v. “Toekomst”.

U begrijpt: we lopen op onze laatste benen (hoeveel kreeg je er overigens bij jouw schepping mee?). De mijne worden wat minder: de 3.000 km non stop naar Santiago de Compostela in 2008 krijg ik er nu niet meer uit. In de meest recente vakanties en wandel-weekenden kreeg ik met moeite 18 km per dag gelopen. Genen? Trainen?

Aan míjn lijf geen polonaise, dus a.u.b. géén nieuwe knieën of iets op mijn heupen (heb ik al te vaak); mijn hoofd en hart doen het nog naar behoren, zegt men. Tamelijk onvervangbaar.

Nee, niet alles wordt nieuw! Dat kan ook niet. Maar ik sluit de Heer (m/v) niet uit. Ik laat mij graag verrassen.

Dit was dus mijn laatste column in deze reeks. ‘Thuisblijvers’ zijn er niet meer, want iedereen gaat op de loop – desnoods met mijn ideeën.

 

 

Pierre Eijgenraam

 Het was kort voor Kerst, dat ik in een verpleeghuis bij het sterfbed zat van een trouw gemeentelid. Zijn vrouw en kinderen zaten om hem heen en zongen liederen van Johannes de Heer:

‘Heerlijk klonk het lied der Eng’len,

in het veld van Ephrata:

ere zij God in de hoge,

looft de Heer, Halleluja!

Vrede zal op aarde dagen,

God heeft in de mens behagen;

zalig, die naar vrede vragen,

Jezus geeft die, hoort Zijn stem!’.

De oude heer G. leek het niet te horen, hij dommelde telkens weer weg, totdat er in de verte een carillon begon te spelen. Hij schrok wakker, met lichtjes in zijn ogen en hij sprak vol verwachting: ‘Ben ik er al?’

Veel mensen zullen dit een grappig verhaal vinden, maar voor mij was het ontroerend om erbij te zijn. En nog altijd kan ik het ‘heerlijk lied der englen’ niet horen zonder tranen in mijn ogen te krijgen.

‘Zalig wie in Christus sterven’, zegt een ander lied en bij dit sterfbed heb ik dat gezien. Ooit hoop ik ook met dezelfde overgaven en hetzelfde vertrouwen dit leven te mogen verlaten –al mag het nog best een poosje duren.

Ik weet niet of mijn dierbaren over een jaar of dertig de liederen van Johannes de Heer nog zullen kennen. Maar ze mogen ook ‘alles wordt nieuw voor me zingen’. En daarna hoop ik het te zien.

Jos Hordijk

Boeiend thema deze week, er borrelt van alles op. In de zondagsbrief ( 5-9)werd geschreven over de Nachtstemmer van Maarten ’t Hart. Ik herkende zoveel in de hoofdpersoon. Het denken in flarden van psalmen en gezangen ken ik zo goed.  Als er zo’n flard binnen waait komt de melodie ook naar boven. Losse zinnen bezorgen tekst en melodie bij mij terug.  Wat waren het akelige teksten soms. Ooit leerde ik zingen:

‘God enkel licht,

voor wiens gezicht

niets zuiver wordt bevonden,

ziet ons bevlekt,

met schuld bedekt,

misvormd door duizend zonden’.

Het onderwerp van vandaag komt ook uit een liedje: Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw.

Al die oude liedjes zijn herschreven, vernieuwd, maar zo heb ik ze niet in mijn hoofd en de nachtstemmer ook niet. Ik ben zo blij dat de teksten vernieuwd zijn. Stel je voor dat mijn kleinkinderen nu zouden leren dat zij misvormd zijn door duizend zonden. Wie zou dat nog accepteren? De oude psalmmelodieën zijn grotendeels bewaard gebleven en daar ben ik blij mee. Want met de melodie resoneert de geschiedenis in mijn gevoelsleven.  Mijn gereformeerde geschiedenis bestaat niet alleen uit ouderwetse opvattingen en teksten. Die heb ik ergens geleerd, maar niet geïnternaliseerd. Die melodieën verbinden mij steeds met de mooie momenten in mijn jeugd, ze horen bij mij. Door de muziek in de kerk word ik geraakt, daar ben ik ontvankelijk voor. En de teksten zijn vernieuwd. Alles wordt nieuw, daar hoop ik op, daar kijk ik naar uit.

Met een onverwrikt vertrouwen.

Monique Maan

Het is misschien intussen wel 20 jaar geleden: ik kwam op straat een bekende tegen en riep min of meer in het voorbijgaan ‘Alles goed?’. En hij reageerde: ‘Nee….. alles goed, dat bestaat niet.’

Het leverde een mooi gesprekje op over wel en wee en over dat woordje ‘alles’. Dat álles goed met je gaat, kan inderdaad niet. Er is altijd wel ergens iets dat lastig is of zorgen baart in je leven, of iets wat net niet lekker loopt. ‘Alles goed’ bestaat niet. En hopelijk kan ook niemand zeggen dat álles slecht met hem of haar gaat.

Het thema van deze week is ‘Alles wordt nieuw’.  Het is de titel van het bekende liedje over de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, geïnspireerd op het beeld uit de Openbaring van Johannes. Johannes beschrijft zijn visioen van die nieuwe hemel en nieuwe aarde: er zal geen pijn meer zijn, geen dood, geen rouw. God zal bij de mensen wonen en Hij zal de tranen van onze ogen afwissen. Een prachtig, troostrijk beeld.

Alles wordt nieuw. Toch hoop ik dat er toch ook dingen zijn die zullen blijven zoals ze zijn.

Vriendschap bijvoorbeeld, en mededogen, en solidariteit. Alles wat er nu ook al is en wat het leven goed maakt, juist als niet alles goed gaat.

Kees van Keulen

Als vrijwilliger ben ik rondleider op het kasteel Rosendael, één van de residenties van de toenmalige graven/hertogen van Gelre. Ze verbleven er vanaf rond 1300. In 1579 is het verkocht en daarna, zo’n 400 jaar, in familiekring gebleven. Ik heb me er de nodige kennis van eigen gemaakt: de bouw- en familiegeschiedenis, de attributen, de schilderijen, de functies, noem maar op. Van 1986 – 1990 is het gerestaureerd en ingericht zoals het ongeveer in het begin van de 20e eeuw was.

Ik ben ervan onder de indruk, als ik lees hoe de kasteelheren zich er altijd voor hebben ingezet het kasteel en het park in goede staat te houden, bij de tijd te brengen, bij elkaar te houden, en zo over te dragen aan de volgende generatie. Na het overlijden van de “laatste” baron, in 1977, is het overgedragen aan de Stichting Het Geldersch Landschap. Het was financieel niet meer op te brengen. En nu kan je zien hoe het er vroeger was, hoe men er leefde. Leuk, maar ook leerzaam.

In deze Berichten is het er vaker over gegaan, hoe hele groepen kansarmen worden uitgesloten. Was dat vroeger anders? In Rosendael gaat het allemaal over kasteelheren/vrouwen, de oude adel. De “gewone” burgers komen in het verhaal niet voor. Vlakbij is een prachtige begraafplaats, uit 1840, waar ook degenen die in dienst van de kasteelheer waren, zijn begraven. Hij zorgde ervoor, dat ze netjes werden begraven. Maar … op elk graf van zo’n dienstbare staat een paaltje zonder naam of jaartal. Zo belangrijk waren ze!

Is er vandaag de dag iets nieuws onder de zon?

Elsje Pot

Opnieuw beginnen of nog liever: met iets nieuws beginnen, ik houd er wel van. Maar dat is wel iets anders dan ‘alles wordt nieuw’. Voor dat laatste denk ik toch echt meer aan wat ons eventueel na dit leven te wachten staat. Ik kan me niet voorstellen dat in dit leven alles nieuw wordt voor mij. Hoeveel er ook kan veranderen: verhuizen, pensioen, verlies, ander werk, geboorte, je brengt toch altijd ook je oude zelf mee en ik vermoed dat het oude zelf er pas niet meer is na dit leven.

Toch zou het best wel leuk zijn als in dit leven alles nieuw zou kunnen worden. Ik denk aan een wereld waarin mensen als zusters en broeders met elkaar samenleven. Een wereld waarop alle mensen de aarde koesteren, beschermen en bewaren, zodat de generaties na ons er ook nog plezier aan beleven. Een samenleving waarin de kleur van je huid of genderidentiteit geen reden meer is om mensen buiten te sluiten of te discrimineren, een wereld waarin niet alles zo ongelijk verdeeld is en waarin niemand bang hoeft te zijn.

Ik vrees dat het een droom blijft, maar ik hoop dat er desondanks steeds weer mensen zijn die iets van die droom waarmaken, dat er plekken zijn waar dat kan, plekken waar de droom van ‘alles wordt nieuw’ levend gehouden wordt. En het zou mooi zijn als ook de kerk, de geloofsgemeenschap zo’n plek zou willen en kunnen zijn.

Elsje Pot

Wij woonden nog niet zo lang vlakbij Arnhem en gingen met de lift omhoog in de toren van de Eusebius. Daar was een tentoonstelling met fotomateriaal en wetenswaardigheden over de verwoesting in 1944. Vanaf de toren konden we het centrum van Arnhem goed bekijken en hoog boven in de toren drong pas goed tot mij door dat er bijna niks ouds in de binnenstad staat. Ik snapte voor het eerst waarom ik Arnhem zo lelijk vond: heel veel gebouwen, kantoren en flats waren in grote haast opgetrokken.

Inmiddels is Arnhem mij een stuk vertrouwder geworden en ben ik de stad steeds mooier gaan vinden, deels omdat er de afgelopen jaren veel verfraaid is, maar eigenlijk vind ik de parken het mooist aan Arnhem. Ik ontdek door de wandelingen die ik organiseer nog steeds nieuwe stukjes natuur in Arnhem. Ik houd van de afwisseling: de Rijn met de uiterwaarden, de parken met de bossen, vijvers en doorkijkjes, de Jansbeek die nu veel zichtbaarder aanwezig is, aan de noordkant van Arnhem de heuvelrijke bossen en aan de zuidkant het vlakke landschap en de weidsheid.

Door de wandelingen die ik organiseer, kijk ik steeds met andere ogen naar de stad. De ene keer ligt het accent op de natuur, een andere keer is het een combinatie van natuur en cultuur en soms voert de wandeling thematisch langs allerlei kunstwerken. Ik maak gebruik van wat er in de stad voorhanden is en dat levert elke keer weer nieuwe ontdekkingen op en mooie gesprekken.