door Margriet Kok over ‘Weg’

Wij -mijn broertje, mijn moeder en ik- kijken uit het raam en tellen de auto’s die af en toe voorbijkomen. Elke auto geven we een naam: Een Smitauto (een NSU)… een DeVriesauto (Volkswagen Kever) … en een Kokauto (Ford). Het zijn er niet veel, de auto’s die in de jaren 60 over de provinciale weg door Eibergen heen rijden.

De roep om de Twenteroute te vernieuwen wordt door de jaren heen steeds krachtiger. Een paar jaar geleden, vlak na de opening van deze weg, reden wij over de nieuwe N18 naar Boekelo. Over een mooie tweebaansweg glijden we om de dorpen heen door het landschap. Het landschap, zoals ik het uit mijn jeugd kende, beleef ik op een andere manier. Ik kom niet meer langs ons oude huis en de watertoren op de Mallumse Es. De kerktoren van Rietmolen springt er nu opeens uit. Bij een boerderij aan de rand van Eibergen zien we een oudere boer in het weiland staan. Hij kijkt vol aandacht naar de auto’s die voorbijrijden. Zou hij de auto’s ook tellen?

Deze weg is voor mij niet alleen verplaatsing in de ruimte van A(rnhem) naar B(oekelo), maar ook verplaatsing in de tijd.

 

Deze week was het thema ‘weg’. Er is een prent uit ongeveer 1875 van de brede en de smalle weg. De weg langs theater, loterij en zondagstrein voert naar het eeuwige vuur of (beter): de weg door de smalle poort, langs de zondagsschool en het Diaconessenhuis naar het hemelse koninkrijk.

Voor de tekenaars van toen was de keuze duidelijk. 

Hubertien Oostdijk

Weg, een woord met meerdere betekenissen. Ik denk vooral aan de weg waarop je gaat, je levensweg. Onze levensweg kent hoogte- en dieptepunten. En zeker als je terugkijkt zie je mensen die op die weg van groot belang zijn geweest, mensen die je een stuk op weg hebben geholpen, mensen die je een luisterend oor boden.

Op de weg die je gaat, ontmoet je mensen met wie je een poos optrekt, met sommige mensen heel intensief, vele jaren lang, met anderen wat korter. Maar op een gegeven moment scheiden die wegen zich ook en ontmoet je weer nieuwe mensen. Juist deze week tekende ik een beroep naar Steenderen/Bronkhorst. Na bijna 20 jaar Arnhem een nieuwe weg. Dat betekent dat ik volgend jaar afscheid moet nemen van Arnhem, dat doet pijn, bij u en bij mij, maar betekent ook een nieuwe start.

Als je ouder wordt, op leeftijd bent, valt de levensweg soms zwaar. Je ontmoet minder nieuwe mensen, omdat je minder mobiel bent geworden, je verliest mensen door de dood en zo wordt het kringetje steeds kleiner. Juist op zo’n moment heb je mensen nodig, een luisterend oor. Regelmatig benadruk ik dan ook dat het goed is om naar elkaar om te zien, even te horen hoe het met iemand gaat, soms ontstaat er dan een klik en is het mogelijk om ook op hoge leeftijd nog mensen te ontmoeten.

Ik wens ons allen vele mooie ontmoetingen toe en goed om te weten, God gaat met ons mee op onze levensweg, soms wat meer zichtbaar, voelbaar, soms wat meer onzichtbaar.

Johannes Kon

Soms ben ik geheel ‘de weg kwijt’: waarvandaan en waarheen? En nee, het gaat niet over wegopbrekingen. Die behoren bij een stad in ontwikkeling sedert het jaar 1233.

Ik liep in 2008 vanuit huis in Arnhem de ultieme Weg – El Camino naar Santiago de Compostela – 3.000 km naar het zuidwesten. Geen idee.

Toch ben ik nooit echt weggeweest uit Arnhem, mijn geboortestad in 1947.

Onderweg in Spanje kwam ik teksten tegen: “mi via, mi veridad, mi vita”, zeg ik – uit mijn falende geheugen puttend. Dat inspireerde mij de Weg te vervolgen. Wiens weg vraag ik mij wel eens af: de mijne of de Zijne?

Ik zal nooit beweren dat het vanzelf ging – ok, geen blaren e.d. – maar wie ging ik daar dan ontmoeten in Cabo Fisterra – het einde van de wereld?  Mijzelf of Hem/Haar?

Ik ben al geruime tijd weer terug in Arnhem, maar thuis? Wie ooit de Weg gelopen heeft, kent geen thuis meer. Hij/zij zal altijd onderweg zijn op zoek naar  … vult u het maar in.

Elsje Pot

Het woord ‘weg’ heeft meerdere betekenissen: iets kan weg zijn, kwijt zijn; je kunt weggaan; en er is ook nog ‘de weg’. Het heeft vast met corona te maken, want ik dacht bij ‘weg’ meteen: dat is het tegenovergestelde van ‘blijf thuis’. Het is wonderlijk hoe omstandigheden associaties oproepen, die je daarvoor nooit gehad zou hebben.

Begin november was ik een week vrij en werd de oproep om thuis te blijven steeds dringender. Nou is dat niet zo heel moeilijk als je eigenlijk nergens naar toe kan en als je in eigen omgeving volop van de natuur kunt genieten. En er vallen ook altijd wel klusjes te bedenken, waar je normaal gesproken de tijd niet voor neemt.

Maar het verbaast me toch dat ik gedurende die week heel dikwijls heb gedacht: ik kan nergens naar toe, laat ik maar iets gaan bakken, ik kan toch niet weg, laat ik de administratie maar op orde brengen en zo kan ik nog wel even doorgaan. Merkwaardig omdat ik bij een weekje vrij meestal denk: ‘laat mij maar thuisblijven’. De boodschap ‘blijf thuis’ wekt in mij een verlangen naar ‘weg kunnen’ op.

In het apocriefe boek Sirach 32 staat in vers 12: ‘Thuis kun je je vermaken en doen wat je prettig vindt, maar bezondig je niet aan hooghartige woorden.’

Nu denk ik: ja, als ik kan kiezen, dan lijkt het aantrekkelijker om je thuis te vermaken dan om weg te gaan, maar als ik niet kan kiezen, ligt het gevoelsmatig blijkbaar toch andersB

Arjen Hiemstra

Het leven is als een weg die je gaat. Dat is de achtergrond van het thema van deze week. Dit jaar kwamen onze wegen voorbij het bordje ‘corona’. Op dit moment weten we nog niet helemaal wat dat bordje ‘corona’ voor ons betekent. Misschien is corona een lastige berg, misschien is het een peilloze afgrond, maar misschien is het voor veel mensen ook wel een woestijn waar je doorheen moet. Hoe je ondertussen de weg vindt?

Ik moest denken aan het intervisiegesprek – een geestelijk gesprek met vier collega’s over hoe het ons vergaat in onze gemeente – dat we eens per maand voeren. In deze maanden gaat het vooral over wat we kunnen in deze tijd. “En hoe houden jullie het vol?” vroeg één van ons de anderen via Skype. En toen was het even stil. En daarna begon één van ons te vertellen over de gebedsapp die zij volgde ‘Bidden onderweg’. Elke dag hoorde zij een stukje met daarbij een vraag ter overweging. Zo begon ze de dag en het deed haar goed.

Dat bracht anderen op ideeën: iemand las teksten van mystici, een ander was bezig met de spirituele autobiografie van Thomas Merton, weer iemand anders maakte lange wandelingen en ik bedacht me hoe ik toch regelmatig een artikel probeer te lezen uit oude jaargangen van het monastiek tijdschrift ‘De Kovel’. Zo was elk van ons op zoek naar inspiratie voor de weg door 2020.

Hoe u de weg vindt in tijden van corona? Die weg moet u zelf zoeken. Maar neem in ieder geval de ruimte. En zoek naar eigen spiritualiteit. Zoek het goede, het ware en het schone, want daar is God. En laat je weer voeden om die berg, die afgrond, die woestijn te passeren.

Pierre Eijgenraam

Toen ik in Arnhem kwam wonen ben ik lid geworden van een hardloopgroep. We trainden in de bossen bij Rozendaal. Alle paden en paadjes heb ik er leren kennen: brede en smalle, mul zand of modder, vals plat omhoog of breed en vlak voor de massasprint… Het is er prachtig!

Hardlopen doe ik helaas niet meer, maar wandelen wel en nog altijd in het Rozendaalse bos. En ook loop ik daar al jaren, elke wandeling is anders. Soms loop ik een half uur en soms bijna drie. Elke driesprong biedt mogelijkheid voor een variatie. En elke keer zie je wel iets bijzonders: een mooie paddestoel, een hert of een bijzondere vogel; soms kom ik zelfs oude bekenden tegen midden in het bos! Regen of zon, mist of sneeuw: in het bos is het altijd mooi.

Was het dagelijks leven ook maar zo! Nee, laat ik dat anders zeggen: ook het dagelijks leven kan zo zijn! Varieer eens op de bekende weg, kijk eens nieuwsgierig om je heen, haal eens goed adem en waardeer wat er is.

Elke dag biedt kans op een bijzondere ontmoeting, een interessante vondst, een onverwacht doorkijkje. Als we het maar willen zien…

Monique Maan

Op een kruispunt in mijn leven, kreeg ik van een collega een Loesje-kaart met de tekst ‘De weg loopt niet waar je ‘m verwacht’. Het is een tekst die uitnodigt om breder te kijken dan wat voor handen is. En hoe voor de hand liggend ook, het was een boodschap die me hielp. Je perspectief kan zo bepaald worden door verwachtingen of angsten, dat je niet meer ziet wat er nog méér te zien is. En dan zie je andere wegen en mogelijkheden zomaar over het hoofd.

Leven is op weg zijn. Voor de meeste mensen is het een weg met bergen en dalen, een weg met onverwachte afslagen en ongedachte vergezichten. Het doet me denken aan psalm 121, een pelgrimslied. De dichter is op weg naar de tempel in Jeruzalem, en het is een reis die niet zonder gevaren is. Onderweg slaat hij/zij slaat de ogen op naar de bergen die aan alle kanten oprijzen, en hij /zij vraagt zich af ‘Waar zal mijn hulp vandaan komen?’. En direct daarna volgt het antwoord: ‘Mijn hulp is van de Eeuwige die hemel en aarde gemaakt heeft.’

De weg loopt niet waar je ‘m verwacht. Soms is dat een verrassing, soms een tegenvaller.

Maar het vertrouwen dat er Iemand is die aan je zijde gaat, kan een wereld van verschil maken. Laten we, ook nu in deze corona-tijd, proberen voor elkaar beeld van die Iemand te zijn.

door Arjen Hiemstra

Een bril is een hulpmiddel om beter te kunnen zien. Mij helpt een bril mij al sinds de 3e klas van de MAVO. Toen begon ik – na het lezen van veel boeken – wel erg te knijpen met mijn oogleden en steeds te vragen of ik vooraan in de klas mocht zitten en dat was verdacht. Na een bezoek aan ‘De Hoop voor ogen’, de brillenwinkel van meneer de Hoop in de grote stad, was mijn zicht weer helemaal in orde. En met enkele aanpassingen is dat in de loop der jaren redelijk op peil gebleven.

Maar zien en zien is twee. De wereld is ingewikkeld, en vaak weten we niet goed hoe we tegen de dingen aan moeten kijken. We hebben net de Amerikaanse presidentsverkiezingen gehad en ik hoef u vast niet te vertellen hoe verschillend daar naar de wereld wordt gekeken. Ook bij ons zijn er discussies en moeten we voor ons zelf duidelijk zien te krijgen waar wij staan. Soms zou je willen dat er ook een soort bril was waarmee wij mensen een wat helderder beeld van de werkelijkheid zouden kunnen krijgen.

Misschien is er wel een soort van bril die behulpzaam kan zijn. “Je ziet het pas als je het door hebt”, zei het grote orakel met nummer 14 eens. Soms moet je door krijgen wat je ziet. ‘doorhebben’, krijg je niet zomaar.  Je moet op zoek gaan, doorkrijgen hoe de dingen in de wereld in elkaar zitten. Met anderen er over praten en niet te snel oordelen. De bril is dan: de tijd nemen. Proberen te begrijpen hoe de dingen zitten.

door Pierre Eijgenraam

Een van de meest bijzondere verhalen in het evangelie staat in Marcus 8: 22-27. Mensen brengen een blinde man bij Jezus met het verzoek om hem aan te raken. Jezus neemt hem mee naar buiten, spuwt in zijn ogen en legt hem de handen op. ‘Kun je al iets zien?’ ‘Ja’, zegt de man, ‘ik zie de mensen als bomen wandelen’. Jezus legt hem nogmaals de handen op, en dan ziet hij helder.

Mijn echtgenote, die soms geloviger is dan ik, zegt altijd: ‘Het verhaal mòet wel echt gebeurd zijn, want zo’n details als van die bomen, dat fantaseer je niet’. En als mijn echtgenote dat zegt, dan geloof ik dat!

Maar het verhaal stelt mij ook een vraag: wat is eigenlijk ‘helder zien’? Heeft die man niet gewoon gelijk als hij zegt dat de mensen zijn als bomen, die wandelen? Een boom verbindt hemel en aarde: de kruin naar boven, de wortels stevig in de grond. Dat zouden wij mensen ook wel willen! Maar zo is het niet.. ‘De bomen hebben wortels, de bomen mogen stevig staan, maar mensen moeten verder gaan’(Lied 807: 2).

Juist het feit dat deze man voor het eerst en onbevangen naar de wereld kijkt, doet hem raak observeren. Hij merkt dingen op die anderen niet meer zien. Goed functionerende ogen of een juist afgestelde bril; ik wens het iedereen toe. Maar zet ook de (echte of denkbeeldige) bril eens af, waarmee je naar de dingen  kijkt. Er zal een wereld voor je opengaan!