Kees van Keulen

In hoeverre is de afgelopen decennia rekening gehouden met jongere genera­ties? Even ongenuanceerd:

-de gasbel is geconsumeerd;

-het financieringstekort gecreëerd;

-niet gespaard voor de hoge AOW-kosten in de toekomst met veel bejaarden en relatief weinig werkers. Laten we aan de jongeren over;

-op grote schaal het milieu aangetast. De onvoorstelbaar hoge kosten voor de schoonmaak mogen onze kinderen en kleinkinderen opbrengen;

-terecht zijn veel gedupeerden van de coronacrisis financieel geholpen, maar de vanzelfsprekendheid waarmee de lasten daarvan bij toekomstige generaties worden neergelegd …

-hoe velen zijn niet rond hun 60e met pensioen gegaan, profiteren ervan, gaan meermalen per jaar op vakantie, en vinden het logisch dat de huidige pensionerings­leeftijd ergens rond de 67 ligt! Kunt u zich voorstellen dat de groepen die zolang moeten doorwerken dit niet pikken?

-de kosten van de gezondheidszorg lopen op, ook door de groei van het aantal ouderen. Wie mogen betalen?

-velen hebben tegen aantrekkelijke voorwaarden een huis gekocht en blijven lang in te grote huizen wonen. Voor de starters van dit moment is het nauwelijks mogelijk een betaalbare woning te krijgen.

Ik stop met het geven van voorbeelden; ga over de 250 woorden heen.

Ook in de groep van ‘jonge bejaarden’ zitten meer dan genoeg mensen die nauwelijks kunnen rondkomen of het met een klein pensioentje moeten doen. Wat is er de afgelopen jaren gebeurd met het geld dat beschikbaar was? Het verschil tussen de haves en have-nots is groter gemaakt.

En de politiek? Die laat haar oren naar de welvoorziene ouderen hangen. Zijn er namelijk heel veel van, allemaal stemmers.

 

We vervolgen onze serie over spreekwoorden en gezegden. Volgens het Bijbelboek Genesis heeft God de vrouw geschapen uit één van de ribben van Adam. Het gezegde ‘dat kost me een rib uit mijn lijf’ is ongetwijfeld ontstaan uit de tijd dat de man geacht werd te betalen als hij een avondje uitging met een vrouw. Je moest er wat voor over hebben om een ‘Eva’ voor je te winnen! Het gezegde werd ook veel gebezigd door klagende echtgenoten als hun vrouw een nieuwe jurk nodig had of volgens de kostwinner te veel uitgaf aan de gezinsboodschappen. Gelukkig zijn de verhoudingen tegenwoordig iets gelijkwaardiger dan vroeger en staat de uitdrukking nu gewoon voor ‘een grote uitgave’ m/v.

Overigens heb ik altijd gedacht dat mannen inderdaad een rib minder hebben dan vrouwen. Pas toen ik dit voorwoord ging schrijven ontdekte ik dat dat niet zo is. Nog een ander weetje: er zijn geleerden die denken dat oorspronkelijk niet de rib, maar het penisbotje van de man werd bedoeld. Anders dan veel diersoorten bezitten mensen namelijk niet zo’n botje en men vermoedt dat in oeroude tijden daarom gedacht werd dat God dat botje had gebruikt om de vrouw daaruit te scheppen….

Voor deze columns houden we het toch maar bij de rib.

Pierre Eijgenraam

PS In een vorig bericht hebben we gemeld dat we ons afvroegen of we na deze maand nog door zouden gaan met de berichten. We hebben besloten dat in elk geval tot en met september nog te doen. Voor daarna denken we aan een vervolg in een wat andere –nog nader te bepalen- vorm.

de redactie

 

Maandag 21 juni, door Monique Maan

Ik kan natuurlijk een stukje schrijven over Eva die geschapen werd uit de rib van Adam. Niet uit zijn hoofd, zodat ze zich boven hem verheven zou kunnen voelen, niet uit zijn voeten, zodat hij over haar heen zou kunnen lopen, maar uit zijn zijkant. Oftewel: man en vrouw staan per definitie naast elkaar en zijn gelijkwaardig.

Maar het thema van deze week daagt me meer uit om na te denken welke aankoop voor mij als een rib uit mijn lijf heeft gevoeld. Een vraag die nog niet zo gemakkelijk te beantwoorden is. Ik kan veel geld uitgeven aan iets, zoals de aankoop van ons huis, maar het voelt dan niet direct als rib uit mijn lijf. Het huis is het waard en we zijn er blij mee, al 20 jaar.

Van sommige ribben uit je lijf kun je het kennelijk hebben: de waarde of het plezier dat het oplevert compenseert het verlies (in dit geval: de hypotheekkosten) royaal.

Zou daar toch ineens een link liggen tussen een dure aankoop doen en het verhaal over Adam en Eva? Ze kostte hem een rib uit zijn lijf, maar ik hoop van harte dat hij haar komst als verrijkend heeft ervaren. En zij die van hem.

Arjen Hiemstra

Mijn moeder is 86 jaar oud en ze is de dagen nog niet zat. Ja soms heeft ze wel eens moeite met de dingen, maar over het algemeen is ze optimistisch en probeert ze op de hoogte te blijven van het doen en laten van de kinderen en kleinkinderen.

Hoe ze het vol houdt? “Ik zoek elke dag maar weer iets om te doen”, zegt ze dan. En dan vindt ze weer een haakwerkje voor het Vrouwen Zendings Thuisfront, of gaat ze een broek repareren van een kleinkind dat dichtbij woont. En soms is er een kleinkind dat gezellig met haar gaat rijden en praten in de auto. Of is mijn zus er om haar uit te nodigen in haar grote tuin om dan samen de aardbeien tot jam te koken en van de tuin te genieten.

Of ik ook zo ver zal komen als mijn moeder weet ik niet. De mannen in de familie – ze rookten – werden niet zo oud. Voorlopig is er nog veel werk en zijn er nog zoveel dingen waar ik belangstelling voor heb maar waar nu weinig tijd voor is. Maar ook later hoop ik dat ik de frisheid en de soepelheid heb om bij te dragen aan mijn omgeving.

Volgens mij was dat het ook waarom Job of Abraham of Izaäk zijn dagen zo zat was: omdat hij niets meer kon bijdragen voor de wereld om hem heen. Dan komt er ook weinig terug uit die wereld en wordt het stil. En daar heb je snel genoeg van.

Jos Hordijk

Mijn schoonmoeder, ik heb al eerder over haar gesproken is 98 jaar. Haar hoofd is nog helemaal goed, ze ziet er ook nog prachtig uit. Lichamelijk begint ze wel wat vermoeid te raken. Ze doet soms een kort middagdutje, is nog vol levenslust en ziet haar leven zeker niet als voltooid. Zo heeft ze rond de kerst nog een op maat gemaakte sta-op stoel aangeschaft. Ze vindt hem heerlijk zitten, maar het sta-op deel heeft ze nog niet in gebruik genomen. Zolang ze het zelf nog kan staat ze op met behulp van de kracht in haar eigen armen. Het voetenbankje heeft ze ook nog niet nodig, misschien later. Ze zegt nog net niet ‘als ik oud ben’.

Mijn schoonmoeder is blij dat haar dochter haar boodschappen doet, ondertussen voeren wij een goed gesprek. Als het mooi weer is doet ze zelf ook nog wel eens een boodschap. Voor Corona vierde ze ieder jaar haar verjaardag met een lunch in een restaurant met kinderen, aangetrouwde kinderen, kleinkinderen met partners en de laatste keer zelfs met een achterkleinkind. Zo’n bijeenkomst is vermoeiend, maar elk jaar zegt ze ‘dat was gezellig, volgend jaar weer’.

Mijn oudste broer noemt het afgelopen Coronajaar ‘een verloren jaar’. Wij komen uit een gezin waar we minder vertrouwen mee kregen dat wij oud kunnen worden. De verjaardag van mijn vader moest groots gevierd worden toen hij 70 werd. Mijn oudste zus zei ‘het kan de laatste wel eens zijn’ We hebben er toch nog 9 gevierd.

 

Pierre Eijgenraam

‘Bi’je zat?’ In delen van ons land betekent dat niet: ‘heb je teveel gezopen?’ of: ‘heb je er tabak van?’Nee, het is dialect voor: ‘was het lekker?’ ‘Heb je genoeg gehad?’ ‘Ben je tevreden?’

Ik heb altijd gedacht dat ik tevreden zal zijn als ik minimaal 84 jaar oud word. Dat vind ik een mooi ‘vol’ getal: 7×12. Gelukkig duurt dat nog even, want ik ben nog lang niet ‘der dagen zat’.

Veel vaker vraag ik me af of ik wel ‘zat’ ben van gisteren of van vandaag. Heb ik alles uit de dag gehaald wat erin zat? Ben ik wel bezig geweest met de dingen die er echt toe doen of heb ik mijn tijd lopen verkloten?

Toen mijn moeder 40 werd, hing ze een poster op: ‘Deze dag is de eerste dag van de rest van je leven’. Daarmee bedoelde ze: elke dag telt, gebruik hem goed! Ik vind dat een mooi, maar ook moeilijk streven. Als je niet oppast wordt het leven meer prestatie dan geschenk. En waar moet je beginnen? Als ik twee dingen van mijn ‘to-do’ lijstje heb geschrapt staan er vaak alweer drie nieuwe op!

Ik heb geen echte oplossing voor dit probleem. Wel een waardevol advies: doe af en toe eens iets wat je ècht belangrijk vindt en héél graag wilt. Ook al heb je er eigenlijk geen tijd voor! Zo’n dag geeft altijd grote voldoening. Je wordt er ‘zat’ van –in de allerbeste betekenis van het woord.

 

Johannes Kon

Heb ik altijd een heel bijzondere uitdrukking gevonden; kon ik mij als jongere geheel niets bij voorstellen.

Mijn ouders werden resp. 97.5 en 96.5 jaar oud. Moeder van 1917, geboren te Den Haag (Schilderswijk); vader van 1922, geboren te De Bilt.

Ze waren / werden weliswaar oud, maar “der dagen zat” ? Nee, ja, mijn remonstrantse moeder zei wel eens in arren moede en cynisch: “stop mij maar bij het oud vuil; het oude moet het eerst op”. Ze is “thuis” overleden, want verhuizen wilde ze niet meer dan naar Moscowa (tenslotte werd het natuurbegraafplaats Heidepol).

Mijn vader was een “natuurmens” geworden na vele jaren ‘chemie’ bij Enka / AKU/ Akzo : Hoge Veluwe, Burgers’ Zoo, IVN en KNNV (erelid).

Dat ga ik hen vast niet verbeteren.

Toen ik na mijn militaire dienstplicht (7 november 1967 – 7 maart 1969) op de trappen van NS station Eindhoven zat dacht ik oprecht : “Nu gaat het echte leven beginnen “. Quod non. Het was al begonnen, merk je het niet?

“Live is what’s happening (to you) when you’re busy making other plans” – quote toegeschreven aan John Lennon.

Elsje Pot

In vroegere Bijbelvertalingen kun je vinden dat van Abraham, Isaak en Job gezegd wordt als zij hun laatste adem uitblazen: “Oud en der dagen zat”. Naar aanleiding van deze woorden is er een aantal jaren geleden een discussie geweest of hier soms al sprake is van ‘voltooid leven’.

Ik hoor in de woorden ‘oud en der dagen zat’ een bevestiging van de hoge leeftijd, waarop de laatste adem wordt uitgeblazen. Ik vind het mooi dat daarbij de dagen ter sprake komen, dat biedt ruimte voor nuancering. Je bent niet gewoon oud, nee, je bent een mens van dagen: mooie en minder mooie, kwade en goede, dagen met zorg en zorgeloze dagen, gelukkige en verdrietige en al die dagen zijn kostbaar, samen hebben ze het leven vormgegeven.

‘Oud en der dagen zat’ klinkt in mijn oren ook alsof je genoeg van het leven hebt, terwijl je het Hebreeuws ook met ‘verzadigd van dagen’ zou kunnen vertalen, dat komt positiever over bij mij. Ik gun iedereen een afscheid van het leven, waarin die woorden “Oud en verzadigd van dagen” oprecht kunnen klinken. Dat de stervende kan terugblikken op een leven waarin de aaneenschakeling van dagen als waardevol wordt ervaren en dat de nabestaanden, die al die dagen de revue laten passeren dat doen met alles wat erbij hoort: het goede en het kwade.

Kees van Keulen

“Oud en der dagen zat”, wat moet ik met zo’n thema! Ik voel me niet oud en zeker niet van dagen verzadigd. Daar zit dus geen “Berichtje” in. En de discussie over “voltooid leven” was al dichtgetimmerd voordat ze goed op gang was gekomen. Citaten uit Prediker dan? Word ik niet vrolijk van. Maar dikke kans dat ook ik ermee te maken krijg. Dus, daar gaat ie!

Hoe zal ik me voelen als ik aan het einde van mijn leven ben gekomen en, misschien wel, grenzeloos lijd? Sommigen weten al eerder wat ze zullen doen en vullen een euthanasieverklaring in. “Als ik in een verpleeghuis moet worden opgenomen”, zeggen ze, “geef mij dan maar een spuitje.” Ik ben nog niet zover, weet niet hoe ik erover denk als ik ervoor sta. “Laf” zullen velen? sommigen? zeggen. “Je wilt niet onder ogen zien wat ook jouw toekomst is.” “Mij best!” denk ik dan. S.v.p. geen discussies in de zin van wat wel of niet mag. Hoeveel acties voeren we niet uit die het leven bekorten of verlengen! En soms ervaar ik nauwelijks verschil tussen euthanasie en andere medische handelingen. Ik vind euthanasie “zo ruw”, zei één van mijn broers, en dat kan ik hem nazeggen. Desondanks … zou het ook “genade” kunnen zijn?

Maar om het maar bij mezelf te houden, ik hoop, moet eraan werken, dat ik mijn leven niet zal laten verpesten door aftakeling, maar er vrouwmoedig mee om weet te gaan.

O, ik ben pas 71.

Ook deze week weer een thema rond een oud spreekwoord “Oud en der dagen zat”. En het staat in de formulering van de Statenvertaling aan het einde van het boek Job:  ‘En Job stierf, oud en der dagen zat’, zo besluit het boek Job (42:17). Maar Job had misschien ook wel alle reden om de dagen zat te zijn, zoveel had hij in zijn leven meegemaakt.

Ook over de aartsvaders wordt iets soortgelijks gezegd. Bij Abraham staat er (in de Statenvertaling) ‘Oud en des levens zat’, terwijl er over Izaäk gezegd wordt: ‘oud en zat van dagen’.

 

De samenstellers van de Berichten voor Thuisblijvers

 

Maandag 14 juni – Monique Maan

In mijn jeugd was er aan het eind van onze straat een bejaardentehuis (zo noemden we dat toen). Ik liep er regelmatig langs op weg naar school of naar een vriendinnetje, of als ik een boodschap voor mijn moeder ging doen.

In mijn beleving waren het stokoude mensen die daar woonden (al zal dat waarschijnlijk best meegevallen zijn). Ze zaten ieder achter hun eigen raam en de afstand van de stoep tot die ramen was hooguit 3 meter. Je kon elkaar dus goed zien, en mijn moeder had ooit gezegd: ‘Zwaai maar als je erlangs loopt, er is altijd wel iemand die dat fijn vindt’. En zo ging het ook: ik met één grote zwaai langs een tiental ramen en een tiental ramen waarachter een hand terugzwaaide.

Ik kan zo nog het troosteloze gevoel terughalen dat ik daar dan bij had. Je zal daar zitten, dacht ik, achter je raam, niks meer te doen. Met als enige afleiding een kind dat naar je zwaait. Voor mij de belichaming van ‘oud en der dagen zat’.

Ik hoop van harte dat mijn gevoel niet hun realiteit was. Dat er wel degelijk nog leuke en aangename dingen in het leven van de bewoners waren. Dat ze er nog eens lekker uit op gingen, dat er bezoek kwam, dat het gezellig was bij de koffie in de grote zaal. Want als oud worden alleen maar is ‘wachten tot je het moede hoofd kunt neerleggen’, zou ik daar toch wel heel verdrietig van worden.

Kees van Keulen

We zitten in de Salvatorkerk. Er is een gewone dienst aan de gang. Opeens verschijnen er vingers van een mensenhand die op de witte muur, waartegen voorheen het podium stond, schrijven. De dominee, leden van de kerkenraad, kerkgangers en organist verschieten van kleur en zijn zeer verontrust. Niemand begrijpt wat er geschreven staat. De kerkenraad bepaalt dat hoogleraren van de faculteit Religie en Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam moeten komen om de tekst te bestuderen en uit te leggen. Een gewone dominee is niet voldoende. Als hen dat zou lukken, zouden ze goed betaald worden. Niemand is in staat het geschrevene te lezen en te verklaren. De kerkenraad is de draad helemaal kwijt en weet niet wat te doen, vreest Daniël 5. Zou het net zo’n oordeel zijn, maar dan over ons (on)geloof, ons kerkelijk leven, hoe machteloos we ons voelen bij zoveel mensen en kinderen in de knel, of hoe wij met Gods schepping omgaan? ‘Tekel – u bent gewogen en te licht bevonden’? Of … zou er staan: ‘Voortreffelijk, jullie zijn goede en betrouwbare dienaren. Omdat jullie betrouwbaar waren in het beheer van een klein bedrag, zal ik jullie over veel meer aanstellen’?

Kunt u helpen? Weet u misschien wat er geschreven zou kunnen zijn? Ik vind deze vragen lastig; kan ze natuurlijk niet stellen zonder ze gelijktijdig aan mezelf voor te leggen. Of hebt u gewoon niks met dit soort vragen?