Berichten

Elsje Pot

In de loop der jaren ben ik op heel wat verschillende begraafplaatsen geweest. Ik kan me er maar één herinneren waarvan ik dacht: hoe hebben ze dit kunnen verzinnen? Een kaal veld in een open vlakte met de graven in het gelid naast elkaar. Het was een nieuwe begraafplaats en misschien ziet het er inmiddels anders uit, maar het sprak me niet aan. In Arnhem en omstreken zijn veel mooie begraafplaatsen: in een bosachtige omgeving, vaak glooiend en parkachtig.

In mijn eerste gemeente woonde ik vlak bij de kerk en rondom die kerk was de begraafplaats van het dorp. Als je naar de kerk ging, liep je over de begraafplaats, een memento mori voor en na de kerkgang.

Toen ik een ommetje maakte met onze jongste in de kinderwagen en zijn broertje van tweeëneenhalf ernaast, liep ik ook een keer over de begraafplaats. We bekeken de graven en we passeerden een kindergrafje met allerlei versierselen en er brandde een kaarsje. Dat trok de aandacht en ik vertelde dat daar een dood kindje lag. Nu vraag ik me af: begreep hij eigenlijk wel wat dood betekende? Ik denk het niet, maar toen heb ik me dat niet afgevraagd.

Het uitstapje naar de begraafplaats maakte wel indruk, want elke keer als we een ommetje maakten, wilde hij ook even bij het dode kindje kijken. Ik denk dat ik dat grafje vaker heb bezocht dan het graf van mijn ouders.

 

 

Johannes Kon

Ik verkeer in de (wellicht) gelukkige omstandigheid, dat ik zelf maar weinig doden te begraven heb gehad; niet dat ik geen ‘vaste’ gast ben op Moscowa, Heidepol, Heiderust en Koningsakker. Velen uit mijn brede kennissenkring gingen mij al voor.

Ook mijn fascinatie voor overlijdensberichten in kranten is legendarisch.

Altijd herken ik wel iemand van ooit en de familie bericht ik dan ook.

De familie is beperkt : oom A te dB -hoffotograaf; zijn vrouw -mijn tante; mijn oom A. te N. en zijn vrouw A. -lid van het Apostolisch Genootschap. Mijn tante J. te DH -Marva soldaat in Indonesië/rijksambtenaar min CMW en haar zus M. te DH en haar man BT. Nooit meer ‘dood’ gezien.

Dus mijn ervaringen beperken zich tot die van mijn moeder (Den Haag; 17-06-1917 – Arnhem; 17-12-2014) en mijn vader (De Bilt; 03-01-1922 – Arnhem 16-07-2018). Heidepol dus. De begrafenis van mijn eerste schoonouders heb ik nooit bewust meegemaakt; die van hun dochter in V. wèl; de nooit gekende overlijdens/ begrafenissen van mijn erg bekende tweede schoonouders (1979 resp. 2008) te O.: geen idee.

En mijn 3e schoonmoeder mocht ik vaak levend(ig) en wel ontmoeten en op haar begrafenis te E/Z zijn.

Er zijn ergere dingen in het leven.

Johannes, schoonzoon van menigeen; de oudste in de familie K.

Kees van Keulen

Ik kom uit een gezin met acht kinderen. Eén van ons is ongetrouwd gebleven en was fysiek het ‘zorgenkindje’. Ze heeft uit het leven gehaald wat er in zat, maar als eerste van de acht zou voor haar het einde komen.

En wat doe je dan met z’n zevenen, haar broers en zuster? Er werd een rooster gemaakt, zodat er iedere dag iemand langskwam, die regelde wat gedaan moest worden. Voor het overige had ze één broer aangewezen die de organisatie strak in de hand hield.

Na een poosje was dat niet meer toereikend en werd ze naar een hospice gebracht. Wekelijks gingen Lenie en ik daar naartoe. Toen was het op. We kregen de opdracht -zo ging het- de volgende dag met z’n zevenen te komen om afscheid te nemen. We zaten op de zolder van de hospice. De dokter kwam langs en vertelde dat hij haar na ons afscheid in diepe slaap zou brengen.

We gingen naar beneden en stonden op een rij in haar kamer. Voor het laatste met z’n achten bij elkaar. We hebben goed afscheid van haar genomen. Zoals haar opdracht was, in volgorde van leeftijd. ‘Doodgaan is niet eng’ zei ze nog. Ze had de overtuiging dat onze vader en moeder haar stonden op te wachten en in hun armen zouden sluiten. Wat zwaaide ze krachtig toen we weer naar de zolder gingen! Toen realiseerde ik me dat ze er met een kwartier niet meer zou zijn. Althans, zo voelde ik het.

Nu ik dit schrijf, voel ik het nog in mijn botten. Maar wat een goed gevoel geeft het, dit met z’n allen voor haar te hebben kunnen doen! We hebben haar in het graf van onze ouders begraven.

door Arjen Hiemstra

De doden begraven, dat vind ik misschien wel het mooiste werk wat ik doe als dominee. Dat klinkt misschien raar want een begrafenis is een verdrietig moment. En toch vind ik het niet heel vervelend om te doen.

Ik heb de nodige begrafenissen en crematies meegemaakt in mijn leven als predikant, ik schat ruim 150. De uitvaarten waren groot (bij de begrafenis van de directeur van een bedrijf in het dorp) of klein (bij een mevrouw zonder familie, alleen de kerkelijke vrijwilligers waren er). Sommige afscheidsdiensten waren uitbundig (bij de begrafenis van een kind van 6 waren er vlinders en bloemen, live muziek van een kermisartiest en vele teksten), andere waren heel ingetogen (bij de begrafenis van een doodgeboren kind: vanuit de woonkamer van het gezin, alleen de ouders en de twee zusjes waren er bij). Soms kende ik de overledene heel goed op andere momenten werd ik gebeld of ik de uitvaart wilde doen van een mij volslagen onbekende.

Eigenlijk merk ik dat als er doden begraven worden, er bijna altijd aandacht is. Dat mensen luisteren, hun best doen om elkaar te begrijpen en mij voldoende toe te rusten om tot goede woorden te komen. En wat ik doe of zeg of hoe ik mij opstel, doet er toe. Als ik aandacht heb, en ruimte bied voor gevoelens van anderen, dat helpt hen die achterblijven verder. En daarom vind ik het niet vervelend om te doen.

De doden begraven geeft ook Heilige Momenten. Dan voelt God dichtbij.

In deze serie rondom de werken van barmhartigheid gaat het deze week over ‘de doden begraven’. Dat is natuurlijk zeer toepasselijk in de Goede Week, waarin de kerk stil staat bij het lijden en sterven van Christus. Maar het roept ook allerlei persoonlijke ervaringen en gevoelens op.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

Maandag 29 maart, door Jos Hordijk

De doden begraven, dat is in onze cultuur de gewoonste zaak van de wereld, cremeren kan ook. Toen mijn vader overleed en op eigen verzoek gecremeerd werd, was de familie in Canada boos. Zij zijn lang geleden geëmigreerd en hebben zich op een andere manier ontwikkeld dan hun jongere broer hier in Nederland. Mijn vader had hier goede redenen voor en ik heb in de Nederlandse tak van de familie niemand gehoord die het er niet mee eens was.

Zelf wil ik begraven worden, naast mijn partner, op Heidepol.  Wij hebben 8 jaar geleden onze graven al gekocht.  Een paar keer per  jaar wandelen wij op Heidepol en bezoeken  de graven van mensen die we gekend hebben. Sinds enkele maanden komen we er wat vaker.

Mijn beste vriendin is in september 2020 overleden en haar kinderen hebben de dag voor haar overlijden een graf op Heidepol gekocht. Het graf van mijn vriendin verzorgen wij zo goed en zo kwaad als dat kan op Heidepol . We gebruiken daar wilde bloemen en groene takjes voor , dat past precies bij mijn vriendin.  Agnes had een schriftje bijgehouden, vanaf 2004 schreef ze daar wensen en gedachten  over haar eigen uitvaart in. Rond het sterven van Agnes stond er op de kaft. Ik was zo  blij dat ze dat schriftje had achter gelaten, want zo kon de begrafenis helemaal uitgevoerd worden in haar geest. Dat was echt troostend voor mij, een begrafenis die bij haar paste, die haar eer aandeed. Dat wil toch iedereen?