Berichten

Jos Hordijk

‘Ik denk niet dat ik Kees nog terugzie’, begint ze het gesprek. Ik kijk haar verrast aan en ben benieuwd hoe dit gesprek verder zal gaan. ‘Ze hebben ons zoveel wijsgemaakt vroeger, het kan toch niet dat wij elkaar nog terug vinden in de hemel?’

Ik zit op het puntje van mijn stoel, zo spannend dat een 98-jarige nog nadenkt over wat vroeger zo vanzelfsprekend voor haar was. Het zalig vaderhuis waar wij allen terug zullen zien die ons reeds zijn voorgegaan.

Een oudere kerkganger zei ooit tegen mij ‘ik weet niet wat hier na komt, maar ik zal er nooit spijt van hebben dat ik altijd zo geleefd en geloofd heb, ik heb er een mooi leven mee gehad’.

‘Waarom zou u er niet in geloven dat u Kees weer terugziet’ probeer ik nog, ‘dat is toch een mooi vooruitzicht. Er zijn mensen, die geloven dat ze na hun dood nog een hele reis maken of terugkomen zelfs en anderen geloven dat hun liefste hen groet als vlinder als vogeltje of te zien is als een sterretje’.

We wisselen gedachten uit, over vroeger en nu, waar wij op hopen en we erkennen dat we niets zeker weten, maar het is fijn om het vertrouwen uit te spreken dat het goed komt aan het eind van de tunnel. Dan horen we de voordeur. Haar dochter komt terug met de boodschappen en we drinken koffie en hebben het goed met elkaar.

 

Pinksteren komt er aan. Het feest voor de Geest. Na Kerst, Pasen, Hemelvaart komt Pinksteren. Misschien hebben wij altijd wat meer moeite met Pinksteren (en Hemelvaart) dan met Kerst en Pasen. Want ja, je weet niet zo goed wat je je er bij moet voorstellen: van die vlammen van vuur en van die apostelen die plotseling in allerlei vreemde talen begonnen te spreken en een wind die de deuren van het huis open blaast, dat vinden wij maar soms maar lastig voor te stellen. En dat blijkt ook wel als willekeurig onbekenden in de straat gevraagd worden wat Pinksteren betekent.

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

Maandag 17 mei – Elsje Pot – Hierboven

Geest van hierboven en onze Vader die in de hemel zijt, wat zingen en zeggen we daar eigenlijk mee, vraag ik me opeens af. Feitelijk geloof ik niet dat geest en God te lokaliseren zijn ergens boven ons, ik ervaar dat meer in en om mij (niet continu, maar soms even). Toch spreek en zing ik er vrolijk op los gebruik makend van beelden, die niet rationeel zijn.

Zo’n 25 jaar geleden reed ik met drie jongetjes op de achterbank van de auto richting de kerk waar ik zou preken. Ze waren met elkaar aan het praten en op zeker moment werd hun blik gevangen door de prachtige lucht, waarin de wolken goudomrand waren door de zon, die daarachter hard bezig was tevoorschijn te komen. Opeens hoorde ik de vrolijke kinderstemmetjes zeggen: daar is Henny, ze wezen elkaar aan waar precies, het moest natuurlijk wel de mooiste goudomrande plek zijn.

Kinderen wordt verteld dat overledenen “naar boven gaan”, bij God in de hemel zijn, of als er geen geloof is om op terug te vallen, dat ze een sterretje geworden zijn. De drie bij mij in de auto konden door die wonderschone lucht de woorden van volwassenen in een eigen beleving omzetten.

Om verlies, verdriet, geloof, vertrouwen en liefde onder woorden te brengen maken we gebruik van beeldtaal en door die beelden kunnen we dingen zeggen of zingen, die we met alleen ons verstand niet zo zouden uitspreken.

Dat moment in de auto was hartverscheurend en ontroerend mooi tegelijk.

In de week van Hemelvaart is voor het thema ‘hemel en aarde gekozen’

Zaterdag – Hubertien Oostdijk

Als mensen ernstig ziek zijn komen in gesprekken vaker de grote vragen van het leven langs, waarom, waartoe… Ook de vraag naar wat de hemel is en hoe die er uitziet komt geregeld ter sprake. Ik vertel mensen regelmatig het volgende verhaaltje: Er waren eens twee monniken aanhet kibbelen over hoe de hemel er uitziet, ‘zus of zo’. Ze komen er niet uit en besluiten naar een stervende broeder te gaan en vragen hem als jij in de hemel komt geef ons dan een teken over hoe die hemel eruitziet. Of je zegt ‘zus’ en dan heb ik gelijk of je zegt ‘zo’ en dan heeft de ander gelijk. De broeder sterft en na een paar weken komt er inderdaad een teken uit de hemel. Maar het antwoord luidt: het is niet ‘zus’ en het is niet ‘zo’, het is ‘totaal anders’! En daar moeten we het mee doen!

Het is zoals Paulus schrijft in 1 Korintiërs 13 “Nu kijken we nog in een wazige spiegel, maar straks staan we oog in oog”. Of oude vertaling “want nu zien wij nog door een spiegel in raadselen, doch straks van aangezicht tot aangezicht”.
Kortom wij weten het niet. Uit verhalen na een bijna dood ervaring komt vaak het beeld terug van een tunnel met aan de uitgang veel/helder licht en schitterende kleuren. Ook overleden dierbaren kom je in die ervaringen wel eens tegen. Het moet er dus mooi zijn maar verder… In deze week

staan we stil bij Hemelvaartsdag, een in onze ogen vaak wat ongrijpbaar feest, wat net zoals het praten over de hemel vooral veel vraagtekens kent. Lied 666 van Hanna Lam zingt en daar moeten we ons maar aan vasthouden:

“De Heer is opgetogen, Hij steeg boven ons uit.
Wij staan met onze ogen voor een beslagen ruit.
Daarop heeft Hij geschreven: ik laat je niet alleen.
Een glimlach van zijn vrede valt door die woorden heen.”

 

In de week van Hemelvaart is voor het thema ‘hemel en aarde gekozen’.

Vrijdag – Taco Bos

Hemel en hel: in de psychiatrie zijn ze nooit ver weg. Bij Pro Persona leer ik mensen kennen met een rijk, intens innerlijk leven. Soms extatisch, visionair, origineel. Soms diep beangstigend of ronduit duister. ‘Mijn leven is een hel op aarde’, zegt één. Een ander vertelt: ‘Mijn eerste opnamebracht mij in hemelse sferen. Ik ervoer een overweldigende, overspoelende liefde.’

Eind januari woonde ik in Groningen een symposium bij met de titel: ‘Tussen hemel en hel. Religieuze en spirituele ervaringen in de context van de psychiatrie.’ Aanleiding was de promotie van geestelijk verzorger Eva Ouwehand. Zij deed onderzoek onder mensen met een bipolaire stoornis: mensen met manische en depressieve periodes. Wat voor religieuze en spirituele ervaringen hebben zij? Hoe kijken zij daar achteraf op terug? Wat voor reactie verwachten zij van hun hulpverleners?

Eva Ouwehand zegt: ‘Men ervaart contact met een andere dimensie, maar tegelijkertijd dat de ziekte ermee aan de haal gaat. Soms is er schroom om over deze ervaringen te praten, terwijl communicatie hierover heel belangrijk is. Mensen verlangen respect voor hun religiositeit en erkenning van hun ervaringen, maar ook een kritisch klankbord om hun ervaringen af te wegen.’

Ikzelf vind het een voorrecht als mensen mij in vertrouwen nemen over zulke ervaringen, of ze nu hemels, aards of hels zijn. Als ze zich afvragen hoe echt, betekenisvol of invloedrijk hun belevingen mogen zijn, probeer ik een betrokken luisteraar en klankbord te zijn. En dagelijks verwonder ik me, over de diepte en diversiteit van onze menselijke levens- en geloofservaringen.

Donderdag – Margriet Kok

Via een internetverbinding doe ik mee aan een yin yogales. Ik volg de instructies van Jeroen van der Lee waarbij wij de oefeningen steeds vijf minuten vasthouden. We sluiten af met een meditatie en ik merk dat mijn onrust weg is. Na afloop van de les heb ik een gevoel van eenheid en gelukzaligheid. Plots

hoor ik een app en kom in andere realiteit. Ik lees het bericht en reageer kort met de woorden‘Nu niet. Ik moet even aarden’. Na het typen van het woord aarden, rijst de vraag: was ik zojuist in mijn hemel?

Over je eigen hemel met een vogel, een wolk en een pijnboom
schrijft Mario Benedetti in het gedicht Een andere hemel:

Er bestaat geen spons om de hemel mee te wassen

maar al moet je hem kunnen inzepen

en nat gooien met emmers zee
en aan de zon te drogen hangen
dan nog miste je de vogel in de stilte

Er bestaat geen manier om de hemel aan te raken

maar al zou je omhoog reiken als een palm
en hem in je verbeelding kunnen beroeren
en eindelijk weten hoe hij aanvoelt

dan nog miste je de wolk van katoen

Er bestaat geen brug om de hemel over te steken

maar al zou je de andere oever bereiken
met behulp van herinneringen en voorspellingen

en vaststellen dat het niet zo moeilijk is

dan nog miste je de pijnboom in de schittering

Dat komt omdat die hemel niet jou hemel is
al is hij onstuimig en verscheurd
maar als je bij je eigen hemel komt
zul je hem niet willen wassen of aanraken of oversteken

en zijn er de vogel en de wolk en de pijnboom

In de week van Hemelvaart is gekozen voor het thema ‘Hemel en aarde’

Woensdag – Monique Maan

Het thema van deze week is (uiteraard) gekozen vanwege Hemelvaart. Toch is mijn eerste associatie een ander Bijbelverhaal over hemel en aarde, namelijk dat over de Jacobsladder (Genesis 28: 10-22).

Het verhaal vertelt dat Jacob is weggegaan bij zijn ouders en broer. Door al zijn leugens en bedrog is de situatie thuis onhoudbaar geworden. Op advies van moeder Rebekka gaat hij naar zijn oom Laban. Hopelijk zal hij daar een nieuw bestaan kunnen opbouwen.

Als Jacob onderweg ergens overnacht, krijgt hij een droom. Hij ziet een ladder die op de aarde staat en helemaal tot de hemel reikt. Het woord dat hierbij gebruikt wordt, maakt duidelijk dat die ladder níet van vanaf de aarde werd opgericht naar de hemel, maar precies andersom: de ladder wordt vanuit de hemel neergezet op aarde.

Een ladder van beneden naar boven bouwen, dat hadden ze ooit in Babel geprobeerd (Genesis 11: 1-9). Daar was het vooral een teken van hoogmoed: kijk ons eens kunnen bouwen en klimmen, bijna tot bij God! Nu is het precies andersom, de hemel zet een ladder op aarde neer en langs die ladder gaan Gods engelen omhoog en dalen ze weer af.

Ik las daarover ooit de uitleg: zij nemen de schuld en de schaamte van Jacob en zijn angst voor de toekomst mee naar boven en ze keren met Gods zegen naar Jacob terug. En met die zegen, die kracht van boven, mag Jacob zijn levensweg vervolgen.

Je zou bijna zeggen: deze ladder en die engelen, het is Pasen, Hemelvaart en Pinksteren ineen.

 

In de week van Hemelvaart is gekozen voor het thema ‘Hemel en aarde’.

Dinsdag – Pierre Eijgenraam

Als ik de woorden ‘hemel en aarde’ google, dan stuit ik als eerste op de Nederlandse inzending voor het Eurovisie Songfestival uit 1998.

Edsilia Rombley (wist u dat zij de schoondochter is van Huub Oosterhuis?) zong toen een liedje met als titel ‘hemel en aarde’. Ze werd er vierde mee! In het lied vertelt ze dat het met haar liefdesleven niet zo wilde vlotten. Maar dan:

‘ Zwarte luchten breken open aan de horizon.  

Nu zal ik me warmen aan de stralen van de zon!

Ik heb de liefde geprobeerd, nooit was ’t wat ’t leek

maar ik zag de toekomst toen ik in jouw ogen keek’

Het is misschien geen grootse poëzie, maar de ervaring zou ik eenieder graag gunnen!

Het refrein luidt als volgt:

Hemel en aarde bewegen als jij voor me staat,

het is voor mij bewezen, dat het lot bestaat.

Hemel en aarde gaan open als jij mij aanraakt.

Ik wilde het nooit geloven, maar er is meer

tussen hemel en aarde.

Zou je dit een geloofslied kunnen noemen? ‘Er is meer tussen hemel en aarde’: heel veel mensen die zichzelf niet gelovig noemen, zullen dat toch graag beamen. En met het woordje ‘lot’ wordt hier overduidelijk géén noodlot bedoeld; je zou er bijna ‘God’ voor kunnen invullen…

Hoe dan ook, het doet mij denken aan het Bijbelse Hooglied (8: 6)

‘Sterk als de dood is de liefde,
haar vlammen zijn een vuurgloed des Heren’.

In de week van Hemelvaart is gekozen voor het thema ‘Hemel en aarde’.

Maandag – Elsje Pot

Bij ‘hemel en aarde’ moet ik denken aan woorden van mijn vader: “Er is meer tussen hemel en aarde, dan wij bevroeden kunnen.”

In de bijbel kon ik deze woorden zo niet vinden. Ik vond het bij William Shakespeare (Hamlet):
There are more things in heaven and earth, Horatio, than are dreamt of in your philosophy.*

Mijn vader behoorde tot de generatie die op school hele toneelstukken leerde citeren.

In een gesprek over zo’n ‘er is meer in hemel en aarde’ ervaring met mijn vader, ging het over het sterven zijn vader, mijn opa. Ik was puber en als het om leven na de dood ging, stelde ik ongetwijfeld lastig te beantwoorden vragen. Hij vertelde toen, dat hij na zijn dood langere tijd het gevoel heeft gehad dat zijn vader er op de één of andere manier nog was. Mijn opa overleed vrij plotseling na een kort ziekbed. Op een gegeven moment heeft mijn vader tegen zichzelf gezegd: “Je moet hem loslaten”. Daarna verdween het gevoel dat zijn vader er nog was.

Deze onthulling van mijn vader, is voor mij van grote betekenis geweest. Met enige regelmaat vertellen mensen mij over bijzondere ervaringen rond of na een overlijden. Vragen over leven na de dood blijven ingewikkeld. Mij helpen die woorden ‘er is meer in hemel en aarde’, dan waar ik met mijn verstand bij kan. Het mag van mij ook best een mysterie blijven.

*Er is meer in hemel en aarde, Horatio, dan waarvan jouw wijsheid droomt.