Berichten

Jos Hordijk

Als ik honger letterlijk neem denk ik als eerste aan behoefte aan voedsel, aan mensen in ontwikkelingslanden en mensen in oorlogsgebied of op de vlucht. Wij mochten vroeger het woord honger niet eens gebruiken, maar moesten trek zeggen. Als ik het woord hongeren hoor vind ik dat dicht bij verlangen liggen.

Tijdens een les aan vluchtelingen uit Syrië ging één van de mannen er eens uitgebreid voor zitten en vroeg: kan jij mij uitleggen waarom er in Nederland psychologen zijn? Waar moeten jullie voor naar een psycholoog? Ik heb mijn best gedaan om de mannen uit te leggen dat wij in ons veilige Nederland ook verdriet en verlangen kennen. En probeerde me voor te stellen, hoe intens hun verlangens moeten zijn, naar thuis, naar vrede, naar alles wat zij verloren hebben en begrijp ik wel hoe zij naar ons kijken.

In deze tijd hoor ik over hongeren naar contact, knuffelen, gezelligheid, familiebezoek, uit eten gaan, de kerk en naar alles wat we gewend waren.

En ik zelf? Ik honger naar dingen die voorbij zijn. Ik maakte me weleens zorgen toen ik hoorde dat de Diaconessenkerk ging sluiten. Nooit had ik kunnen dromen dat ik nu honger naar een normale dienst in de Nieuwe kerk. Ik neem me voor niet meer te mokken over de afstand, de mensen die weggegaan zijn en wat niet gelopen is zoals ik hoopte. Wat zal ik blij zijn als ik daar weer mag zitten, rechts mijn partner en links van mij mijn trouwe kerkvriend en dan lekker samen zingen, uit volle borst.

Regelmatig verwonder ik mij over het ongelooflijke aantal kookprogramma’s op de televisie. Er is zelfs een kanaal dat 24 uur per dag, 7 dagen per week, niets anders uitzendt! Tien jaar geleden had je dat nog niet. Je zag toen ook wel eens  een kok op televisie, maar niet zo veel en zo dominant als tegenwoordig.

Toch kijk ik graag naar zulke programma’s! Ik vind ze inspirerend en leerzaam. Soms maak ik een gerecht dat ik eerder op de televisie heb gezien. Ik leer ook handige keukentrucjes: hoe je een gekookt ei kunt pellen bijvoorbeeld (even kneuzen en laten rollen onder je hand, daarna trek je het craquelé er zo van af), of hoe je het best een paprika kunt villen.

Maar dat is nog niet alles: er gaat ook een troostrijke werking van uit. Alleen al het kijken naar iemand die soep of stoofvlees staat te maken geeft mij een warm en huiselijk gevoel. In gedachten ruik ik de geuren en proef ik de smaken. Comfort food!

Die laatste kreet raakt ook een diepere laag in mij. Soms kan ik er niet meer zo tegen: al die programma’s over corona en klimaat, het gehakketak van politici, het treurig lot van vluchtelingen of het lege vermaak van lawaaierige spelshows. Gelukkig is dan het kookkanaal mijn toevlucht; waar alles huiselijk is en warm en de ellende ver weg.

Onbewust voeden deze programma’s mijn honger naar een betere wereld. Maar om díe te maken, moet ik de bank af, naar buiten!

 

Johannes Kon

 Een uitermate praktisch voorbeeld !

Wie zijn er “hongerig” in Arnhem en om wie bekommeren wij ons dan precies  ?

In de Salvatorkerk in Malburgen Oost komen we op maandag -, woensdag – en vrijdagochtend steeds meer mensen uit Eritrea tegen – vaak gezinnen met veel kinderen (in onze huidige ogen). Het spreekt zich in die christelijke gemeenschap door : “gratis” brood etc. Allen veelal doorverwezen door het wijkteam.

Dank zij onze ambachtelijke bakker K. te W; AH Drieslag en de Turkse bakker Dilan daar schuin tegenover kunnen wij vele hongerige magen vullen.

En dan mogen we zorgen dat ook het Inloopcentrum Sint Marten niets te kort komt – noch “de Kansen” aan de Joh. de Wittlaan noch het MFC Presikhaven etc. Een intensieve klus; “manna” komt soms uit de hemel en soms door mensenhanden.

Onze Heer heeft niet meer handen dan er mensen zijn om haar / hem te dienen.

Het is dat de Biddag voor gewas en arbeid al voorbij is, anders …..

 

Arjen Hiemstra

Toen ik het thema van deze week hoorde, moest ik denken aan de filmserie ‘The Hunger games’, een science-fictionserie over een land – op het grondgebied van de Verenigde Staten – waar de bevolking honger heeft terwijl het almachtige bestuur in weelde leeft. En elk jaar wordt er een gruwelijk overlevingsspel georganiseerd waarin maar één van de 26 deelnemers mag overleven. En al snel blijkt dat één van de deelnemers, Peeta verliefd is op een andere deelnemer, de hoofdpersoon Katniss.

Ik heb nooit één van de films uit de serie helemaal gezien, alleen hier en daar een fragment: de films zijn mij te gewelddadig en spannend, daar krijg ik buikpijn van. Toch is het gegeven fascinerend: hoe een almachtig bestuur de macht kan grijpen ten koste van de bevolking. En iedereen – hoewel gedwongen – maar gewoon lijkt te accepteren dat de verhoudingen liggen zoals ze liggen.

Voor mijn gevoel is de filmserie ook een waarschuwing: kijk goed uit wat je doet met de macht. Voor je het weet komt die bij verkeerde mensen te liggen. En dan liggen honger, onmacht en geweld op de loer.

Uiteindelijk loopt de filmserie goed af. In de slotscene van het laatste deel (en die scene heb ik wel een keer gezien) zie je na alle geweld en avonturen Katniss op het strand de baby verschonen terwijl Peeta met zijn zoontje op de achtergrond loopt te voetballen. Erg zoetsappig en rolbevestigend, maar ja, de film moest ook in Amerika natuurlijk veel geld opbrengen

Kees van Keulen

Ik liep op een zaterdagmiddag door de Koningstraat, daar waar vroeger de bibliotheek was. Ik werd aangeschoten door een zwerver. Of ik iets voor hem over had om eten te kopen. Ik zei “Geld krijgt u niet, maar ik wil wel iets voor u kopen.” We liepen een snackbar binnen en ik bestelde een broodje kaas. “Of het ook ham mocht zijn.” Prima! Had ik hem natuurlijk eerst moeten vragen. Daarna vroeg hij of hij ook nog een broodje bal mocht, en vervolgens om iets te drinken erbij. Hij werd steeds opdringeriger. De andere mensen in de zaak gingen zich ermee bemoeien. “Moet je niet doen. Krijg je alleen maar geduvel van. Zulke mensen zijn niet te helpen.” Het werd bepaald vijandig. Ook de snackbarhouder was duidelijk ongelukkig met onze aanwezigheid. Achteraf gezien had ik natuurlijk alleen naar binnen moeten gaan. De zwerver bleef aandringen en wilde meer. Zelfs “Naar een chinees” viel. “Ophouden! Nog één keer en u krijgt helemaal niks!” Het kwam niet over. Hij ging door. Mijn reactie was duidelijk: “Dan maar helemaal niets” en liep de zaak uit.

’s Avonds hebben we thuis gekookte aardappelen, andijvie, een bal gehakt en warme griesmeelpudding toe gegeten.