Berichten

door Hubertien Oostdijk

Bij het woord licht denk ik meteen aan het binnenbrengen van de Paaskaars in een donkere kerk, tijdens de Paaswake. Eén klein vlammetje licht, een vlammetje hoop en met het aansteken van onze wake kaarsjes aan dat ene vlammetje neemt het licht toe en hopelijk de hoop ook! Met de tekst daarbij: ‘licht, licht, alles is licht geworden’. En dan met onze wakekaarsjes aan, de kerk uit, zingend: ‘Licht dat ons aanstoot in de morgen’, met vooral de regels ‘Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt waar mensen waardig leven mogen en elk zijn naam in vrede draagt’. Mooi!

Het was een sport van sommige gemeenteleden om hun wakekaarsje brandend mee naar huis te nemen om daar hun eigen huispaaskaars mee te kunnen ontsteken… maar het gebeurde nog wel eens dat de wind spelbreker was!

Juist in deze donkere vaak grijze dagen verlang je naar licht en ben je blij met iedere opklaring, met ieder zonnetje. Want het duurt in januari nog zo lang voordat je iets merkt van het lengen van de dagen. Licht, we kunnen niet zonder en we verlangen er in deze maand zo naar. En nu nog extra vanwege de lockdown, met al die dichte winkels, scholen en noem maar op. Ik hoop van harte dat we richting voorjaar, zomer ook werkelijk wat licht mogen ervaren, meer licht van buiten, vermindering van corona, toename van mensen die gevaccineerd zijn en versoepeling van de regels. Wat zal dat een vreugde, een lichtpunt zijn, teken van hoop.

Tot die tijd zullen we ervan moeten dromen en er in onze huizen van moeten zingen.

door Arjen Hiemstra

Deze week ben ik met mijn echtgenote een paar dagen op het Waddeneiland Vlieland. Het aardige van de wadden is dat het licht er altijd weer anders is. Soms is de zon fel, andere momenten is het gedempt door de wolken en alles er tussenin. En de kleuren verschuiven ook voortdurend. Het strand is grijs tot lichtbruin, de duinen zijn geel tot groen, in de kwelder is alles veel donkerder. En als de zon dan ook nog mooi ondergaat in de zee, komt er ook nog oranjerood bij van de zonsondergang.

Al dat licht verandert ook wel als ik in Arnhem ben, alleen valt het me dan niet zo op. De stad schreeuwt om aandacht door wat er gebeurt, door het verkeer dat raast, de mensen die mij aanspreken, het werk dat gedaan moet worden. Dat het licht zo verandert valt me pas op als ik het waddengebied bezoek. En dan verbaas ik mij erover. Elke keer weer: “Kijk: zoveel kleuren grijs daar in het water van de branding!”

En dan bedenk ik me weer: zo gaat het dus met ons mensen. We vergeten goed te kijken, we zien niet wat er is, in de waan van de dag zien we niet hoe elke dag het licht naar ons toekomt. We zijn zo druk met onze eigen dingen, dat we het licht waarin God ons toelacht, over het hoofd zien en opgaan in onze eigen drukte.

En na zo’n week weet ik het weer: ik moet beter opletten. En me verbazen. Over al dat goede licht, dat ondanks alles weer tot ons komt.

Groeten van Vlieland!

door Johannes Kon

‘Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt, waar mensen waardig leven mogen en elk zijn naam in vrede draagt…’. Dit en andere liederen van Huub Oosterhuis hebben mij sedert 1979 erg geraakt. En dat doen ze nog steeds; zelfs op mijn laatste dag.

Ik noem dat jaartal, omdat toen in het vormingscentrum ’t Dackhues in Huissen de fundamenten werden gelegd voor de Basisgroep Arnhem.

Als co-founder naast Nelleke, Emmy en Maria Bouman –mijn latere schoonmoeder (ja, de weduwe van) -mocht ik de overgang naar pand ‘Parkstraat 35’ meemaken, de dociele lekengemeenschap van de Dominicaanse broederschap; werd uiteindelijk van hogerhand verboden.

Die Basisgroep Arnhem (1979 – 2001) vormde mijn entree in de Raad van Kerken Arnhem (we waren daar slechts “waarnemer”) en toch heb ik daar mijn ‘carrière’ mogen maken : secretaris, vice voorzitter, voorzitter.

Dus ja, ik ben schatplichtig aan het fenomeen oecumenische  Basisgroep toen (en nu – lid van de Basisgroep Baarn Soest).

Maar wel telkens het Licht zelf aan-  en uitdoen.

door Elsje Pot

De dagen gaan weer lengen en ik verheug me erop. Ik houd van licht, als het herfst wordt, moet ik altijd iets in mijzelf overwinnen om ’s avonds, als het al donker is, de deur uit te gaan. Een regenachtige, sombere dag heeft niet mijn voorkeur, het mag best koud zijn, als er maar wel een heldere hemel bij hoort met liefst ook zon. Inmiddels hebben we de kortste dag al een paar weken achter ons en elke keer als ik meen dat ook te kunnen zien, maakt mijn hart een sprongetje.

Mensen kunnen ook ‘licht’ zijn voor elkaar of de wereld. Vanuit Bijbels perspectief is dat zelfs een opdracht. Ik hoop dat er dit jaar weer veel mensen ‘licht’ kunnen zijn voor een ander. Misschien is het goed om mezelf eens wat vaker af te vragen: voor wie zou ik een lichtje kunnen zijn, ‘een kaarsje brandend in de nacht’, zo leerde ik dat in de eerste klas van de lagere school, we zongen het in de aanloop naar kerst met op onze tafeltjes een kaarsje in een zelfgemaakte kandelaar.

Je hebt als alles duister is, maar één klein vlammetje nodig om het donker minder donker te laten zijn, één lichtje kan die duisternis verdrijven. “Het licht schijnt in de en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen.” (Johannes 1 vers 5 over Jezus). Zouden daarom na ongelukken of rampen spontaan kaarsjes gebrand worden, een collectief verlangen naar licht dat de duisternis overwint?

 

Al in voorchristelijke tijden werd deze periode van het jaar als bijzonder gezien. De langste nacht ligt inmiddels achter ons, de dagen worden geleidelijk aan weer wat langer. De zon is vanuit haar verste stand weer op weg naar ons toe.

De christelijke feesten van Kerstmis en Epifanie geven hieraan een geestelijke, spirituele betekenis: Christus is het licht dat schijnt in de duisternis, en dat licht schijnt overal!

Op een volkomen bewolkte en druiligere dag kost het vaak best moeite om je ogen open te houden en op zoek te gaan naar het licht!

En wat natuurlijk ook kan: zelf een licht aansteken, of licht zijn voor een ander!

We wensen u moed in donkere dagen!

 

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

jpeijgenraam@kpnmail.nl

arjen.hiemstra@pgarnhem.nl

 

 

Monique Maan:

In de week dat deze berichten voor thuisblijvers verschijnen, ga je al een klein beetje zien dat het ‘s ochtends weer wat eerder lichter wordt en ‘s middags wat langer licht blijft. De eerste maand van de winter zit er nog niet op, maar de donkerste dagen zijn intussen toch voorbij. Het kan mij niet snel genoeg gaan, ik ben meer een mens van het voorjaar dan van de winter. Die eerste dagen waarop je de zonkracht weer voelt, ramen openzet en je jas niet meer tot bovenaan hoeft dicht te knopen…

In de Bijbel zijn de eerste woorden van God ‘Er moet licht komen’. En daarna is er licht en alles komt op gang. Er komt leven en toekomst, en God zag dat het goed was.

Ik lees die woorden niet als een eenmalig moment, maar als doorgaande beweging. Steeds opnieuw is er het wonder en de noodzaak van licht in de duisternis. Er zullen altijd situaties zijn waarin gezegd kan (of moet) worden: ‘Er moet licht komen’. Als ik denk aan de barre duisternis van de vluchtelingenkinderen op Lesbos, als ik denk aan de corona-tunnel waarin we ons nog steeds bevinden, en al die andere situaties waarin mensen geen hand voor ogen zien. Daar is licht zo gewenst en meer dan dat: zo nodig! Dat het verhaal van het begin ons dan mag inspireren om licht te maken en te licht te zijn. Lente wereldwijd.