Berichten

Kees van Keulen

Vóór ik mijn bijdragen aan deze Berichten inzend, deel ik ze met Lenie en soms met onze kinderen. Ik zei dat de “Inclusieve samenleving” eraan kwam. “Wat moet ik daar nu weer mee?”

Dochter Janneke:

  1. Ik denk aan mijn Turkse buurvrouw, die me sinds kort “gedag” zegt, maar als Theo erbij is zelfs niet even opkijkt.
  2. Als vrijwilliger bij een vrouw-kind-centrum in Malburgen ontmoette ik vrouwen die soms als enige uitje hun gang naar dat centrum hadden. Ik vergeet nooit het moment waarop een (mannelijke) postbode op een ochtend binnenkwam, waarop één van de vrouwen in paniek haar kinderen riep en vertrok. Ik heb haar daarna nooit meer gezien.

We ontdekten onze overeenkomsten door de gesprekken die wij jonge moeders met elkaar voerden. De culturele verschillen veranderden niets aan onze universele wensen, zorgen, angsten en verlangens. Wanneer de vrouwen sterker en zelfbewuster werden en ervoor kozen om meer ruimte in te nemen, bewogen de echtgenoten meestal wel mee en veranderde er iets in de thuissituatie. Interesse in dát wat de vrouwen overdag deden, nam angst en wantrouwen bij de echtgenoten weg. Zoals Einstein al zei: “Als je blijft doen wat je deed, zal je altijd krijgen wat je kreeg.”

  1. Onze buurvrouw blijf ik natuurlijk gedag zeggen, maar wat zich achter haar voordeur afspeelt? Geen idee! Hier in de Schuytgraaf is alles “lekker” anoniem. Maar hoe was het ook alweer? “Als je blijft doen wat je deed, …” Tja!

 

Monique Maan

Mijn dochter was 9 en vertelde: ‘Op straat heeft een meisje tegen me gezegd: Ik wil niet met jou spelen, want jij bent bruin. Maar ik ken dat meisje helemaal niet. Waarom zegt ze zoiets? Dat is toch raar?’ Ik kon niet anders dan het met haar eens zijn. Mijn dochter had haar eerste ervaring van ‘er niet bij horen’ te pakken.

Een andere dochter moet het doen met weinig geld en vindt het lastig om dat voor elkaar te krijgen. Ik lees in de krant dat ik haar wel een ton zou mogen geven om een huis te kopen, maar dat ik haar niet mag helpen met boodschappen. Er zijn volop instanties waar ze kan aankloppen, maar als je niet zo vaardig bent met het invullen van formuleren, is dat ingewikkeld. En zo blijft het lastig voor haar en voor haar kinderen om voluit mee te doen.

Mijn moeder is na een gebroken heup weer thuisgekomen uit revalidatiecentrum. Het is spannend of het haar gaat lukken om weer zelfstandig te wonen. Verzorgingshuizen zijn wegbezuinigd, thuiszorg is overbelast. We hopen er maar het beste van. We doen wat we kunnen, maar kunnen niet altijd aanwezig zijn op de momenten dat het nodig is.

Zo maar een paar voorbeelden die laten zien dat inclusief samenleven nog niet zo vanzelfsprekend is. Een samenleving waarin iedereen meetelt, mee mag doen en mee kan doen, ongeacht culturele achtergrond, huidskleur, gender, leeftijd of beperkingen van welke aard ook, is nog niet zomaar bereikt.

Het thema voor deze week is ‘inclusief samenleven’. We lopen daarmee alvast vooruit op de vredesweek, die op 19 september a.s. begint. Bij wijze van inleiding laat ik graag de onderstaande boodschap van de Raad van Arnhem volgen:

‘Van zondag 19 september tot en met 26 september 2021 is er de jaarlijkse, landelijke Vredesweek (sedert 1967).

Nu er zoveel spanningen in de wereld zijn, blijft aandacht voor vrede steeds meer noodzakelijk. Nog steeds immers moeten mensen vluchten voor oorlog en geweld.

Vredeswerk gaat niet alleen over de grote conflicten in de wereld, maar ook over de vraag, hoe wij op kleine schaal het vreedzaam samenleven kunnen bevorderen.

De landelijke organisatie Pax heeft daarom dit jaar aan de Vredesweek het thema ‘Inclusief samenleven’ meegegeven. Toevallig of niet, maar dit is ook het thema dat de Gemeente Arnhem heeft bij haar beleid om het samenleven en de cohesie in de stad te bevorderen.

De Raad van Kerken Arnhem wil alle geloofsgemeenschappen in Arnhem oproepen om in eigen kring in de gebedsdiensten hieraan aandacht te besteden en in deze week te bidden voor vrede.

De Raad van Kerken is een van de 2 samenwerkingsverbanden van christelijke kerkgemeenschappen in Arnhem, maar “vrede” is een thema voor iedereen; het is een thema voor alle mensen van goede wil. Daarom roepen we niet alleen de kerken op om te bidden voor vrede, maar ook moslimgemeenschappen, de joodse gemeenten en alle andere geloofsgemeenschappen in de stad In ons verlangen naar vrede en in de wil om goed met elkaar samen te leven kunnen we eensgezind zijn.’

Met vriendelijke groet, Pierre Eijgenraam

 

Elsje Pot 

Terwijl ik me afvroeg hoe we op dit thema gekomen zijn, ontdekte ik dat het door PAX wordt genoemd als thema voor de vredesweek. Vanmorgen las ik een ontnuchterend artikel in de Volkskrant (30 augustus), waarin nog eens bevestigd werd dat inclusief samenleven Nederlanders bepaald niet makkelijk afgaat. Berichten over de traagheid waarmee wij Afghanen zijn gaan opvangen, de rellen in Harskamp, de opvangcentra aan de rand van Nederland bevestigen dat beeld alleen maar.

Ik heb de afgelopen jaren veel gelezen over hoe de joden sluipenderwijs steeds verder gemarginaliseerd werden met alle gevolgen van dien, boeken over de opvang van gezinnen die terugkeerden uit wat destijds Nederlands-Indië heette, de belofte van zelfbeschikking aan Molukkers, boeken van schrijvers met een Turkse, Marokkaanse en Afrikaanse achtergrond, boeken over het koloniale en slavernij verleden en bij elk boek of artikel over hoe wij in Nederland met andere culturen omgaan stapelt de schaamte zich op.

Inclusief samenleven? Toine Heijmans verwoordde het in de Volkskrant zo: “Het weren van anderen is diep verankerd in de lompe Hollandse klei.” Ik realiseer me dat er grenzen zijn aan wat er mogelijk is, maar mij stoort het dat onze regering keer op keer negatieve signalen uitzendt als het om vluchtelingen gaat. Daarmee voeden onze politieke leiders de angst voor het onbekende en geven daarmee een vrijbrief om vreemdelingen steeds opnieuw weg te zetten als potentieel gevaarlijk. Nederland heeft nog een lange weg te gaan richting inclusieve samenleving.

 

Arjen Hiemstra

Waarschijnlijk ben ik een naïeve volhouder. U trouwens ook. In het jaar dat ik geboren werd, werd het kerkgebouw geopend waarin wij nu diensten houden. De Nieuwe Kerk werd gebouwd met 650 zitplaatsen, uit te breiden tot 750 plaatsen, nu zijn we er maximaal zo’n 150 nodig. Terwijl er de nodige kerken zijn gesloten.

Een buitengewoon uitgebreide schoolcarrière heb ik genoten: na de MAVO kwam de HAVO, daarna het VWO en tenslotte ging ik studeren. En hoe lang ik studeerde, laten we het daar maar niet over hebben. Achteraf denk ik: maar goed dat ik heb volgehouden, wat heeft het me veel gebracht!

In mijn eerste gemeente vonden sommige gemeenteleden dat ik er niks van kon. Toch is het nog aardig goed gekomen: na ruim 25 jaar ben ik één van de weinige voorgangers van de gemeenten waar ik werkte, die nog steeds een kerkelijke gemeente dient (zoals dat zo mooi heet). De ene collega werkt in het leger, een ander in de gezondheidszorg, een derde in het gevangeniswezen.

Trouwens: de Eeuwige is ook al zo’n volhouder: ‘Hij zal niet laten varen, het werk zijner handen’, spraken de predikanten – ontleend aan psalm 138,8 – vroeger nog wel eens aan het einde van ‘Onze Hulp’.

Laten we het nog maar even volhouden. Nog maar een tijdje doorgaan met de dienst bezoeken, ons inzetten voor het kerkelijk leven en omzien naar elkaar. Ook ons heeft het veel gebracht. En we gaan onze weg niet allen.

Monique Maan

Ik vind ‘volhouden’ een mooi begrip, hoewel ik eerlijk gezegd het woord ‘volharden’ nog mooier vind. Volhouden of volharden staat voor mij voor: doorgaan met waar je in gelooft, niet zomaar opgeven of loslaten. Zelfs als er tegenslag is of als het volstrekt onduidelijk is of je je doel wel gaat halen, dan tóch aan je ideaal blijven vasthouden en nastreven.

Natuurlijk kun je als mens ook volharden in negatieve zaken, maar ik verbind het toch vooral aan woorden als moed, liefde en trouw.

In zijn boekje ‘Een levensregel voor beginners, Benedictijnse spiritualiteit voor het dagelijkse leven’ (Lannoo, 2001) vertaalt Wil Derkse de drie geloften die Benedictijnen afleggen naar het leven van mensen buiten de kloostermuren. Eén van die beloften is die van de ‘stabilitas’.  Wij kennen die als de belofte van kuisheid, maar Derkse legt uit dat deze belofte vooral betrekking heeft op bestendigheid en trouw. Het is de belofte om niet weg te lopen bij dat waaraan je je verbonden hebt. Als ieder op z’n eigen tijd zou komen en gaan in de kloostergemeenschap, en op verschillende plekken verschillende relaties zou hebben, kan er geen solide gemeenschap worden opgebouwd. Dat commitment aan de gemeenschap, het ‘erbij blijven’ is van cruciaal belang, ook of juist als het tegenzit of tegenvalt. Een mooie belofte! Zonder volhouden geen gemeenschap. We hebben elkaar nodig.

Door Hubertien Oostdijk

De hand, onmisbaar zeker ook in het pastoraat. Maar door corona is alles anders geworden. Geen handdruk, geen hand op de schouder, geen arm om iemand heen, niet iemands handen pakken om samen te bidden…

Ik mis het, die handdruk gaat nog wel, maar als je iemand intens verdrietig ziet kan ik het soms toch niet laten om een hand op de schouder te leggen…

Het doet je wel realiseren hoe belangrijk de hand eigenlijk is en ieder lichaamsdeel. In 1 Korintiërs 12 gaat het over de verschillende gaven in de gemeente en de verschillende lichaamsdelen. Motto, je hebt elkaar nodig, het één kan niet zonder het ander. De hand kan niet zonder de voet, de denker kan niet zonder de doener. Geliefd gedeelte bij bijvoorbeeld een gemeentevergadering, zeker als er ook belangrijke keuzes moeten worden gemaakt.

Naar aanleiding van dit Bijbelgedeelte en de variant daarop in Romeinen 12 zijn er ook een aantal liederen geschreven. Eén van die liederen is het lied van Elly en Rikkert.

“Dit is m’n hand en dat m’n voet. ‘k Heb ze allebei nodig.

Waar moet ik heen als één het niet doet?
Niets is er overbodig.
‘k Heb m’n voeten nodig om te lopen.
En m’n handen om m’n schoenen vast te knopen. Hand, voet, knie, oog, oor, neus, keel.

Alles is nodig, niets te veel.”
met in het laatste couplet de regel

“Ieder is nodig, bij de Heer.”

We hebben de ander nodig en de ander heeft ons nodig! Laten we daarom naar elkaar blijven omzien!

https://youtu.be/m4RXYGA8wPo

 

Hubertien Oostdijk

Er verschijnen nu al alarmerende berichten in kranten dat de kerkverlating door de coronacrisis alleen nog maar verder versterkt wordt. Eerlijk gezegd vind ik het wel erg voorbarig om dat nu al te concluderen, maar dergelijke berichten voeden wel het pessimisme en versterken een gevoel van somberheid. En dat terwijl we toch al in een periode van afscheid zitten. Het afscheid van de Bethlehemkerk en Diaconessenkerk is al achter de rug, dat van de Kandelaar zit er aan te komen… Geen gemakkelijke tijd en door corona is afscheid nemen toch al lastiger, het liefst wil je immers iedereen volop de gelegenheid geven om afscheid te nemen van een kerkgebouw wat je dierbaar is, een gebouw waar gedoopt is, getrouwd en gerouwd.

Afscheid nemen doet pijn, veel pijn zelfs en daar willen we ook ruimte en aandacht aan geven, om zo ook ruimte te maken voor een nieuw begin..

In Arnhem-Zuid zijn we daar overigens al een aantal jaren mee bezig. Langzaam maar zeker zijn we als gemeenten van de Salvatorkerk en De Kandelaar naar elkaar gegroeid. Natuurlijk zijn er verschillen, maar het is nog niet zo lang geleden dat we van iedereen wisten te vertellen of iemand Hervormd of Gereformeerd was. Tegenwoordig weten we dat echt niet meer van elkaar. Ik hoop van harte dat we over pakweg 5 à 10 jaar niet meer precies weten wie er vanuit de Kandelaar of wie er vanuit de Salvatorkerk komt! We gaan op weg naar een nieuwe fase in ons gemeentezijn.

En het mooie, hoopvolle is, God gaat met ons mee

Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Zaterdag 13 juni: Arjen Hiemstra

In mijn jeugd hoorden wij tot wat je nu de onderkant van de samenleving zou noemen. En zo werd er ook tegen ons aangekeken. Mijn vader had een laag inkomen en we woonden buiten het dorp in een rijtje huizen waar veel bewoners sociale problemen kenden. Toch ging mijn broer naar het VWO. Zijn cijfers waren er naar –tot verbazing van het schoolhoofd, die dacht dat de MAVO misschien iets meer voor ‘ons soort mensen’ was.

Ook ik ben die weg gegaan en uiteindelijk bracht mij dat op de universiteit en heb ik het goed gedaan. Toch ben ik die achtergrond nooit vergeten: je kunt me nog steeds kwaad krijgen als je denigrerend spreekt over mensen zonder hoge opleiding die moeite hebben in de samenleving staande te blijven. Misschien wel daarom ben ik een aantal jaren geleden ook bestuurslid geworden van het Inloophuis in Westervoort, waar je die onderkant veelvuldig tegenkomt. Je zou dat een eerste vorm van compassie kunnen noemen.

Maar de laatste jaren wordt ook een andere kant zichtbaar: in al die gegoede kringen waar we vroeger zo tegenop keken, bestaan ook problemen en zorgen. Het is vaak helemaal niet zo mooi om een drukke verantwoordelijke baan te hebben. Want hoe vaak gaat de drukte niet ten koste van jezelf? Hoeveel zorgen maak je je niet als directeur van een groot bedrijf in een tijd van crisis? En lukt het jou wel om bij al die problemen en zorgen nog tijd over te houden voor je kinderen en naasten?

Kunnen we ook compassie hebben voor iedereen?

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver

Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Dinsdag 9 juni: Marieke Fernhout

 Het was in een tijd dat de grootste grutter van Nederland weer een plaatjes-spaaractie voor kinderen had en mijn oudste dochter, toen een jaar of 10, driftig mee spaarde. Het bericht was tot ons gekomen dat er bij een bepaald filiaal voor kinderen de mogelijkheid was om achter de kassa’s te wachten en dan de klanten die hadden afgerekend te vragen of ze de felbegeerde plaatjes misschien wilden afstaan. Wij erheen natuurlijk; er was een plastic lint gespannen waarachter de kinderen dienden te wachten en mijn dochter voegde zich keurig in de rij. Het beeld: een blond koppie tussen allemaal donkere koppies – omdat het filiaal in een wijk ligt waar veel mensen wonen die hun ‘roots’ in Turkije en Marokko hebben liggen. Wat er gebeurde: het blonde koppie kreeg de meeste plaatjes….(waarmee ze met de andere kinderen onderling ook meteen aan het ruilen sloeg).

Toen we thuiskwamen hebben we erover gepraat en, zo jong als ze was, ze begreep wat er daar was gebeurd. Ik zal de term ‘white privilege’ nog niet hebben gebruikt, maar ik was wel heel trots op haar inzicht.

Eigenlijk past het begrip ‘compassie’ helemaal niet in deze context. Eerder machteloosheid.  Maar door wat er met George Floyd in Minneapolis is gebeurd moest ik weer terugdenken aan deze gebeurtenis, en hoe we ons toen eens temeer bewust werden van onze voorrechten.

Als ik durf te zeggen dat ik compassie voel met al die mensen die door hun huidskleur, achternaam, afkomst, zoveel minder kansen hebben dan wij, heeft het met die machteloosheid te maken. Meeleven, mee-lijden: het zijn zulke grote woorden, ik weet niet hoe het voelt om zwart, arm en achtergesteld te zijn en ‘dus’ te moeten vrezen voor je leven. Maar als compassie ergens nodig is, is het dáár en nú. Of eigenlijk gisteren.

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver

Een nieuw thema: samen

‘Alleen samen kunnen we deze crisis overwinnen’..

 Onvermijdelijk hebt u dit soort leuzen de afgelopen weken al vele malen zien of horen voorbij­komen. ‘Alleen samen’…

 Dat klinkt wat paradoxaal, maar er is ongetwijfeld goed over nagedacht door een ambtenaar op het ministerie of misschien wel door een chique reclamebureau. De combinatie van twee tegengestelde woorden zet aan het denken:

-Zou dat kunnen: alleen en toch samen?

-Of veel erger: samen en toch alleen?

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Zondag 17 mei, door Arjen Hiemstra

De eerste keer dat het woord ‘samen’ voorkomt in de Bijbel is in het verhaal van Noach. God zegt tegen Noach in Genesis 6,18: “Jij moet de ark in gaan, samen met je zonen, je vrouw en de vrouwen van je zonen”. En ze gaan samen de ark in die Noach heeft gebouwd. En de regen komt neer, de zee komt op, veertig dagen regent het, in de honderdvijftig dagen daarna zakt het water weer tot de aarde droog is.

Het vergaat Noach en de zijnen een beetje als ons: ook wij waren een tijd samen. Wat ze al die tijd deden in de Ark staat niet in de Bijbel. Het enige wat er staat dat is dat het veertig dagen regende. Veertig dagen. Dat is een beproevingstijd als de veertig jaar in de woestijn of de veertig dagen voor Pasen. Het was een tijd om samen te overwegen hoe ze verder zouden gaan.

Misschien is dat ook aardig in deze tijd: we waren samen in kleine kring. Vragen, zorgen, oneffenheden kwamen boven. De grote groepen mensen vielen even weg. We waren overgeleverd aan kinderen en levenspartners. En soms moest er gesproken worden: hoe gaan we samen verder. De coronatijd is een veertigdagentijd. En als de voortekenen niet bedriegen, dan komt er langzaam een einde.

Maar net als bij Noach, is alle narigheid niet meteen voorbij. We blijven nog een tijdje samen, terwijl je weer kunt uitkijken naar nieuwe mogelijkheden. Ga in die ‘honderdvijftig’ dagen nu samen ook eens overwegen wat die tijd samen gebracht heeft aan antwoorden, nieuwe perspectieven en goede gesprekken.

 

Surinaams gebed 

 Alleen de rijst die we samen delen  

voedt.

Alleen het water dat we samen drinken 

lest onze dorst.

Alleen de woorden die we samen vinden 

zijn verstaanbaar.

Alleen de weg die we samen gaan  

heeft een doel.

Alleen het doel dat we samen stellen 

is bereikbaar.

Alleen de vrede die we samen maken 

wordt wereldwijd.

Uit: Wereldwijd brevier