Berichten

Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Zaterdag 13 juni: Arjen Hiemstra

In mijn jeugd hoorden wij tot wat je nu de onderkant van de samenleving zou noemen. En zo werd er ook tegen ons aangekeken. Mijn vader had een laag inkomen en we woonden buiten het dorp in een rijtje huizen waar veel bewoners sociale problemen kenden. Toch ging mijn broer naar het VWO. Zijn cijfers waren er naar –tot verbazing van het schoolhoofd, die dacht dat de MAVO misschien iets meer voor ‘ons soort mensen’ was.

Ook ik ben die weg gegaan en uiteindelijk bracht mij dat op de universiteit en heb ik het goed gedaan. Toch ben ik die achtergrond nooit vergeten: je kunt me nog steeds kwaad krijgen als je denigrerend spreekt over mensen zonder hoge opleiding die moeite hebben in de samenleving staande te blijven. Misschien wel daarom ben ik een aantal jaren geleden ook bestuurslid geworden van het Inloophuis in Westervoort, waar je die onderkant veelvuldig tegenkomt. Je zou dat een eerste vorm van compassie kunnen noemen.

Maar de laatste jaren wordt ook een andere kant zichtbaar: in al die gegoede kringen waar we vroeger zo tegenop keken, bestaan ook problemen en zorgen. Het is vaak helemaal niet zo mooi om een drukke verantwoordelijke baan te hebben. Want hoe vaak gaat de drukte niet ten koste van jezelf? Hoeveel zorgen maak je je niet als directeur van een groot bedrijf in een tijd van crisis? En lukt het jou wel om bij al die problemen en zorgen nog tijd over te houden voor je kinderen en naasten?

Kunnen we ook compassie hebben voor iedereen?

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver

Deze week een diaconaal thema ‘compassie’.

Dinsdag 9 juni: Marieke Fernhout

 Het was in een tijd dat de grootste grutter van Nederland weer een plaatjes-spaaractie voor kinderen had en mijn oudste dochter, toen een jaar of 10, driftig mee spaarde. Het bericht was tot ons gekomen dat er bij een bepaald filiaal voor kinderen de mogelijkheid was om achter de kassa’s te wachten en dan de klanten die hadden afgerekend te vragen of ze de felbegeerde plaatjes misschien wilden afstaan. Wij erheen natuurlijk; er was een plastic lint gespannen waarachter de kinderen dienden te wachten en mijn dochter voegde zich keurig in de rij. Het beeld: een blond koppie tussen allemaal donkere koppies – omdat het filiaal in een wijk ligt waar veel mensen wonen die hun ‘roots’ in Turkije en Marokko hebben liggen. Wat er gebeurde: het blonde koppie kreeg de meeste plaatjes….(waarmee ze met de andere kinderen onderling ook meteen aan het ruilen sloeg).

Toen we thuiskwamen hebben we erover gepraat en, zo jong als ze was, ze begreep wat er daar was gebeurd. Ik zal de term ‘white privilege’ nog niet hebben gebruikt, maar ik was wel heel trots op haar inzicht.

Eigenlijk past het begrip ‘compassie’ helemaal niet in deze context. Eerder machteloosheid.  Maar door wat er met George Floyd in Minneapolis is gebeurd moest ik weer terugdenken aan deze gebeurtenis, en hoe we ons toen eens temeer bewust werden van onze voorrechten.

Als ik durf te zeggen dat ik compassie voel met al die mensen die door hun huidskleur, achternaam, afkomst, zoveel minder kansen hebben dan wij, heeft het met die machteloosheid te maken. Meeleven, mee-lijden: het zijn zulke grote woorden, ik weet niet hoe het voelt om zwart, arm en achtergesteld te zijn en ‘dus’ te moeten vrezen voor je leven. Maar als compassie ergens nodig is, is het dáár en nú. Of eigenlijk gisteren.

 

Lied uit Latijns Amerika

Als een arme niets heeft en toch weet uit te delen,

als een mens dorst heeft, maar ons te drinken geeft,

als de zwakke een ander weet te sterken;

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als een mens lijdt en getroost wordt,

als hij hoopt en niet moe wordt te hopen,

als wij liefhebben terwijl haat ons omringt

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

 

Als de blijdschap groeit en ons overstroomt,

als onze lippen de waarheid spreken,

als wij liefdevol het gevoel van de ander respecteren

dan gaat God zelf met ons mee op de weg

 

Als het goed is in onze huizen,

als mensen vrede stichten

en de vreemde broeder of zuster noemen,

dan gaat God zelf met ons mee op de weg.

Tekst: José Antonio Oliver

Een nieuw thema: samen

‘Alleen samen kunnen we deze crisis overwinnen’..

 Onvermijdelijk hebt u dit soort leuzen de afgelopen weken al vele malen zien of horen voorbij­komen. ‘Alleen samen’…

 Dat klinkt wat paradoxaal, maar er is ongetwijfeld goed over nagedacht door een ambtenaar op het ministerie of misschien wel door een chique reclamebureau. De combinatie van twee tegengestelde woorden zet aan het denken:

-Zou dat kunnen: alleen en toch samen?

-Of veel erger: samen en toch alleen?

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Zondag 17 mei, door Arjen Hiemstra

De eerste keer dat het woord ‘samen’ voorkomt in de Bijbel is in het verhaal van Noach. God zegt tegen Noach in Genesis 6,18: “Jij moet de ark in gaan, samen met je zonen, je vrouw en de vrouwen van je zonen”. En ze gaan samen de ark in die Noach heeft gebouwd. En de regen komt neer, de zee komt op, veertig dagen regent het, in de honderdvijftig dagen daarna zakt het water weer tot de aarde droog is.

Het vergaat Noach en de zijnen een beetje als ons: ook wij waren een tijd samen. Wat ze al die tijd deden in de Ark staat niet in de Bijbel. Het enige wat er staat dat is dat het veertig dagen regende. Veertig dagen. Dat is een beproevingstijd als de veertig jaar in de woestijn of de veertig dagen voor Pasen. Het was een tijd om samen te overwegen hoe ze verder zouden gaan.

Misschien is dat ook aardig in deze tijd: we waren samen in kleine kring. Vragen, zorgen, oneffenheden kwamen boven. De grote groepen mensen vielen even weg. We waren overgeleverd aan kinderen en levenspartners. En soms moest er gesproken worden: hoe gaan we samen verder. De coronatijd is een veertigdagentijd. En als de voortekenen niet bedriegen, dan komt er langzaam een einde.

Maar net als bij Noach, is alle narigheid niet meteen voorbij. We blijven nog een tijdje samen, terwijl je weer kunt uitkijken naar nieuwe mogelijkheden. Ga in die ‘honderdvijftig’ dagen nu samen ook eens overwegen wat die tijd samen gebracht heeft aan antwoorden, nieuwe perspectieven en goede gesprekken.

 

Surinaams gebed 

 Alleen de rijst die we samen delen  

voedt.

Alleen het water dat we samen drinken 

lest onze dorst.

Alleen de woorden die we samen vinden 

zijn verstaanbaar.

Alleen de weg die we samen gaan  

heeft een doel.

Alleen het doel dat we samen stellen 

is bereikbaar.

Alleen de vrede die we samen maken 

wordt wereldwijd.

Uit: Wereldwijd brevier

 

 

 

 

 

 

 

 

Een nieuw thema: samen

‘Alleen samen kunnen we deze crisis overwinnen’..

 Onvermijdelijk hebt u dit soort leuzen de afgelopen weken al vele malen zien of horen voorbij­komen. ‘Alleen samen’…

 Dat klinkt wat paradoxaal, maar er is ongetwijfeld goed over nagedacht door een ambtenaar op het ministerie of misschien wel door een chique reclamebureau. De combinatie van twee tegengestelde woorden zet aan het denken:

-Zou dat kunnen: alleen en toch samen?

-Of veel erger: samen en toch alleen?

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Zaterdag 16 mei, door Margriet Kok

Tijdens een inspirerende bijeenkomst van de oecumenische gespreksgroep ‘Het Alternatief’’  maakte iemand de opmerking ‘zoals we hier nu samen zijn, is God aanwezig’. Een verwijzing naar de woorden van Jezus in Mattheus 18:20. ‘Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden’ Deze uitspraak sprak me erg aan. Juist omdat het een zeer speciale bijeenkomst was, waar ‘iets’ gebeurde. We werden ‘opgetild’.

Een ervaring bij deze Bijbeltekst bespreekt Henri Nouwen in zijn boek In de naam van Jezus. Nouwen, een bekend theoloog en charismatisch spreker, neemt Bill mee naar een bijeenkomst waar Nouwen een inleiding verzorgt. Bill is een bewoner  van L’Arche, een gemeenschap van mensen met een geestelijke handicap. Tijdens de inleiding onderbreekt Bill hem regelmatig. Hij zegt zelfs: ‘dat heb ik eerder gehoord’. Nouwen voelt zich er ongemakkelijk bij, maar laat dit gebeuren. Hij merkt dat de sfeer in de zaal steeds losser en speelser wordt. Ze doen het echt samen.

Op de terugreis vraagt Bill aan Henri Nouwen of hij het een fijne reis vond. Nouwen bevestigt dit en zegt: ’Het was een heerlijke reis en ik ben zo blij dat je meegegaan bent’. Bil reageert met de woorden ‘en we hebben het samen gedaan, niet?’ Toen drongen bij Nouwen de woorden van Jezus goed door: ‘Want daar waar twee of drie samen zijn in mijn naam daar ben Ik in hun midden’

En Stef Bos zou zingen:

‘Want samen ben je sterk…

Het is de eenvoud van de tweevoud

Je vindt het niet als je het zoekt

Je hoeft er niemand voor te volgen

Het komt vanzelf naar je toe’

 

Surinaams gebed 

 Alleen de rijst die we samen delen  

voedt.

Alleen het water dat we samen drinken 

lest onze dorst.

Alleen de woorden die we samen vinden 

zijn verstaanbaar.

Alleen de weg die we samen gaan  

heeft een doel.

Alleen het doel dat we samen stellen 

is bereikbaar.

Alleen de vrede die we samen maken 

wordt wereldwijd.

Uit: Wereldwijd brevier

 

Een nieuw thema: samen

‘Alleen samen kunnen we deze crisis overwinnen’..

 Onvermijdelijk hebt u dit soort leuzen de afgelopen weken al vele malen zien of horen voorbij­komen. ‘Alleen samen’…

 Dat klinkt wat paradoxaal, maar er is ongetwijfeld goed over nagedacht door een ambtenaar op het ministerie of misschien wel door een chique reclamebureau. De combinatie van twee tegengestelde woorden zet aan het denken:

-Zou dat kunnen: alleen en toch samen?

-Of veel erger: samen en toch alleen?

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Vrijdag 15 mei, door Joost Röselaers (Waalse Gemeente)

Het thema ‘samen’ deed mij denken aan het verhaal van de verloren zoon (Lucas 15). Het verhaal gaat over twee zonen. Het wordt verteld door Jezus. De derde zoon zou je kunnen zeggen. Degene die zich de huisstijl van de vader volledig eigen heeft gemaakt en zijn liefde gezicht geeft.

Dat maakt de gelijkenis tot meer dan een verhaal. Wat er verteld wordt, gebeurt ook. Want er bevinden zich natuurlijk jongste zonen en dochters onder zijn gehoor. En oudste. Die zijn er altijd allebei. Mensen die buiten de gebaande wegen gaan. Eigenzinnig zijn, ondernemend. En mensen die voor alles stabiliteit willen. Trouw zijn en in alles hun best doen.

Rond Jezus zijn er zo aan de ene kant de hoeren en tollenaars. En aan de andere kant de Farizeeërs en schriftgeleerden. Over en weer zitten zij helemaal niet op elkaar te wachten. Maar hij wel op hen. Met allebei zoekt hij het gesprek, de ontmoeting, in de gelijkenis. Allebei zijn ze kostbaar voor hem. Terwijl ze naar hem luisteren, kan dit voelbaar worden.

De onvoorwaardelijke liefde van de vader ís er op dat moment, in hun midden. In degene die vertelt. Zal dit iets met hen doen? De gelijkenis vertelt niet hoe de twee verloren zonen reageren op de liefde van de vader. Of ze er door veranderen. Zij zwijgen allebei, nadat ze door hem zijn aangesproken.

Dat is niet voor niets. De verteller hoopt, dat zijn gehoor het verhaal zal afmaken. Dat wíj dat zullen doen. Wat zal ons antwoord zijn? Blijven we erbij dat een mens z’n bestaansrecht moet verdienen? Zoals de jongste zoon, door groots en meeslepend te leven? Of zoals de oudste, door z’n best te doen en ‘goede werken’ te volbrengen? Óf kunnen we ons toevertrouwen aan de liefde van de vader en ons erdoor laten dragen, ook in onze verhouding met elkaar?

 

Surinaams gebed 

 Alleen de rijst die we samen delen  

voedt.

Alleen het water dat we samen drinken 

lest onze dorst.

Alleen de woorden die we samen vinden 

zijn verstaanbaar.

Alleen de weg die we samen gaan  

heeft een doel.

Alleen het doel dat we samen stellen 

is bereikbaar.

Alleen de vrede die we samen maken 

wordt wereldwijd.

Uit: Wereldwijd brevier

 

Een nieuw thema: samen

‘Alleen samen kunnen we deze crisis overwinnen’..

 Onvermijdelijk hebt u dit soort leuzen de afgelopen weken al vele malen zien of horen voorbij­komen. ‘Alleen samen’…

 Dat klinkt wat paradoxaal, maar er is ongetwijfeld goed over nagedacht door een ambtenaar op het ministerie of misschien wel door een chique reclamebureau. De combinatie van twee tegengestelde woorden zet aan het denken:

-Zou dat kunnen: alleen en toch samen?

-Of veel erger: samen en toch alleen?

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Donderdag 14 mei, door Ad Boogaard

Samen uit, samen thuis!

Als er één woord is dat de laatste weken vaak klinkt, dan is het ‘samen’. We moeten dit samen doen, benadrukt premier Rutte op elke persconferentie. Best lastig, als je als samenleving niet samen bent, omdat iedereen thuis moet blijven. Hoe houd je gevoel voor ‘samen’ als je dat niet bent?

Op de middelbare school werd ons eens verteld dat ons woord symbool uit het Grieks komt, van een werkwoord dat ‘samenbrengen’ betekent. Als etymologische verklaring werd ons dit verhaal verteld: als twee vrienden of familieleden voor langere tijd uit elkaar zouden zijn, bijvoorbeeld omdat de één op reis moest, dan namen ze een steen en kliefden die doormidden. Diegene die op reis ging nam de ene helft mee, de ander hield de andere helft. Als diegene dan na zoveel jaren weer thuis kwam, dan konden zij de helften van de steen ‘samenbrengen’, dus tegen elkaar houden, ter bevestiging dat het inderdaad diegene was die zoveel jaar geleden was vertrokken (je kunt als mensen na zoveel tijd nog zo veranderd zijn, een steen verandert niet).

Of het etymologisch echt klopt, weet ik niet. Maar ik heb het altijd onthouden omdat ik het een mooi verhaal vond. Die twee wederhelften van één en dezelfde steen als symbool van het bij elkaar horen, van het één zijn ook al ben je niet samen. Dat is de kracht van symbolen. Zo kwamen wij ‘symbolisch’ samen op de Dam, op 4 mei. Zo voelen we ons ‘symbolisch’ met elkaar verbonden als we een digitale kerkdienst bijwonen. En zo zijn we ‘symbolisch’ samen, nu ik dit schrijf en u of jij dit leest…

 

Surinaams gebed 

 Alleen de rijst die we samen delen  

voedt.

Alleen het water dat we samen drinken 

lest onze dorst.

Alleen de woorden die we samen vinden 

zijn verstaanbaar.

Alleen de weg die we samen gaan  

heeft een doel.

Alleen het doel dat we samen stellen 

is bereikbaar.

Alleen de vrede die we samen maken 

wordt wereldwijd.

Uit: Wereldwijd brevier

 

Een nieuw thema: samen

‘Alleen samen kunnen we deze crisis overwinnen’..

 Onvermijdelijk hebt u dit soort leuzen de afgelopen weken al vele malen zien of horen voorbij­komen. ‘Alleen samen’…

 Dat klinkt wat paradoxaal, maar er is ongetwijfeld goed over nagedacht door een ambtenaar op het ministerie of misschien wel door een chique reclamebureau. De combinatie van twee tegengestelde woorden zet aan het denken:

-Zou dat kunnen: alleen en toch samen?

-Of veel erger: samen en toch alleen?

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

 

Woensdag 13 mei, door Marieke Fernhout

 ‘Samen’ is waarschijnlijk een van de meest gebruikte woorden in de kerk en voor sommigen ondertussen een zgn. jeukwoord, dat veel te veel en veel te vaak wordt gebruikt als een soort bloemetjesgordijn, waarmee alle spanning en tegenstelling (óók in de kerk) wordt bedekt. Maar dan denk ik toch altijd aan lied 993, dat met ‘samen’ begint:

‘Samen op de aarde

dat beloofde land,

God zal ons bewaren

want Hij houdt in stand..’ 

-En let op, dit eerste vers eindigt niet met een punt, het loopt door in het tweede vers. Hetzelfde geldt voor de verzen 3 en 4, en 5 en 6. Het is een verhalenlied waarin steeds de tegenstellingen worden benoemd. Niet om ze weg te moffelen, maar om ze in Gods naam te verbinden met elkaar. Zo kunnen we dan ook zingen:

‘wijzen en onwijzen gunt Hij één bestaan…’

-Want wie zijn wij om te bepalen wat God aan wie gunt?

‘Israel, Egypte, stem en tegenstem’

-De twee aartsvijanden tegenover elkaar, ja, nóem ze maar, want ze worden verbonden!

‘Want hij zal verzoenen wat vijandig is,

nieuwe namen noemen voor een oud gemis’

-Voor mij is dit de mooiste zin uit dit lied. Missen en verlangen kunnen zó dicht bij elkaar liggen….en verlangen kan zo oud als de wereld zijn. Verlangen naar eenheid, heelheid, naar wérkelijk ‘samen’, hoe verschillend je ook bent. En dat dat gewoon naast elkaar bestaat. Niet alleen in de kerk, maar in alle godsdiensten en overtuigingen over de hele wereld.

Nieuwe namen noemen: één nieuwe naam.

Mens.

 

Surinaams gebed 

 Alleen de rijst die we samen delen  

voedt.

Alleen het water dat we samen drinken 

lest onze dorst.

Alleen de woorden die we samen vinden 

zijn verstaanbaar.

Alleen de weg die we samen gaan  

heeft een doel.

Alleen het doel dat we samen stellen 

is bereikbaar.

Alleen de vrede die we samen maken 

wordt wereldwijd.

Uit: Wereldwijd brevier

 

Een nieuw thema: samen

‘Alleen samen kunnen we deze crisis overwinnen’..

 Onvermijdelijk hebt u dit soort leuzen de afgelopen weken al vele malen zien of horen voorbij­komen. ‘Alleen samen’…

 Dat klinkt wat paradoxaal, maar er is ongetwijfeld goed over nagedacht door een ambtenaar op het ministerie of misschien wel door een chique reclamebureau. De combinatie van twee tegengestelde woorden zet aan het denken:

-Zou dat kunnen: alleen en toch samen?

-Of veel erger: samen en toch alleen?

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Dinsdag 12 mei, door Hubertien Oostdijk

“Alleen samen kunnen wij corona aan”. Het woord samen kom je nu nogal eens tegen. Het geeft een wat dubbel gevoel, samen, maar wel op anderhalve meter afstand van elkaar. En als je niet uitkijkt ga je de ander als een ‘onreine’ ervaren, zie je in de ander eerder een bron van besmetting dan een medemens.

Het echte samenzijn ontbreekt in deze tijd, je ontmoet elkaar niet of op afstand, je komt niet samen om te vieren, om samen te zingen.

En toch kunnen wij de strijd tegen corona alleen samen aan, door ons allemaal aan de voorschriften te houden en zo verspreiding te voorkomen. En wat zijn er dan een mooie initiatieven om toch een beetje samen te zijn….je partner, je ouder, je kind te zien in een omgebouwde SRV-wagen, in een soort pausmobiel. Geweldig dit soort mogelijkheden.

Maar toch, wat kan ik er intens naar verlangen, ik droom er zelfs regelmatig van, om echt samen te zijn, als gemeente, elkaar te begroeten, om samen te zingen bijvoorbeeld lied 993 ‘Samen op de aarde, dat beloofde land, God zal ons bewaren, want Hij houdt in stand’.

Dat lied mag ons ook troost, vertrouwen en steun geven, want God zal ons bewaren, Hij laat niet los wat zijn hand begon. Er komen andere tijden. We hebben elkaar nodig, niet alleen in de strijd tegen corona, maar juist ook in ons verlangen naar echt samen zijn, elkaar bemoedigen, elkaar opbeuren, voor elkaar een lichtpuntje zijn.

Laten we er zo samen voor elkaar zijn!

 

Surinaams gebed 

 Alleen de rijst die we samen delen  

voedt.

Alleen het water dat we samen drinken 

lest onze dorst.

Alleen de woorden die we samen vinden 

zijn verstaanbaar.

Alleen de weg die we samen gaan  

heeft een doel.

Alleen het doel dat we samen stellen 

is bereikbaar.

Alleen de vrede die we samen maken 

wordt wereldwijd.

Uit: Wereldwijd brevier

 

Een nieuw thema: samen

‘Alleen samen kunnen we deze crisis overwinnen’..

 Onvermijdelijk hebt u dit soort leuzen de afgelopen weken al vele malen zien of horen voorbij­komen. ‘Alleen samen’…

 Dat klinkt wat paradoxaal, maar er is ongetwijfeld goed over nagedacht door een ambtenaar op het ministerie of misschien wel door een chique reclamebureau. De combinatie van twee tegengestelde woorden zet aan het denken:

-Zou dat kunnen: alleen en toch samen?

-Of veel erger: samen en toch alleen?

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie.

 

Maandag 11 mei, door Monique Maan

 Ik krijg een mailtje over de ‘berichten aan de thuisblijvers’. We mogen dit keer iets schrijven over ‘samen’. Ik denk direct aan het motto van de overheid: ‘Alleen samen krijgen we corona onder controle’. Misschien daar iets over schrijven?

Even later lees ik in de krant een artikeltje over een meneer die ingetrokken is in het verpleeghuis waar zijn dementerende vrouw woont. Vanaf het moment dat hij haar niet meer mocht bezoeken, zag hij (met zijn verrekijker) hoe ze steeds meer achteruitging en hij besloot dat het zo toch niet kon na zoveel jaren samen zijn. Nu is hij dag en nacht bij haar en is zijn zorg hoe lang hij dit volhoudt (psychisch en financieel) en hoe het straks met zijn vrouw zal gaan als hij niet meer dag en nacht bij haar is. Ze zijn nu wel samen, maar de eenzaamheid spat van het artikel af.

Later die ochtend breng ik bloemen naar een gemeentelid in Vreedenhoff. Ik mag ze die dag tussen 10.00 en 11.00 uur bij de ingang afgeven, dan zorgt een medewerker ervoor dat ze bij de juiste bewoner komen. Bloemen als teken van meeleven op afstand. Terwijl ik naar mijn auto loop, zie ik een jonge vrouw voor het raam van één van de appartementen staan. Ze belt met de oude mevrouw aan de andere kant van het glas. Ze leggen allebei hun hand tegen het glas. Een soort van samen, maar toch niet echt.

Alleen samen krijgen we corona onder controle. Het is waar, maar wat vind ik het af en toe lastig.

 

Surinaams gebed 

 Alleen de rijst die we samen delen  

voedt.

Alleen het water dat we samen drinken 

lest onze dorst.

Alleen de woorden die we samen vinden 

zijn verstaanbaar.

Alleen de weg die we samen gaan  

heeft een doel.

Alleen het doel dat we samen stellen 

is bereikbaar.

Alleen de vrede die we samen maken 

wordt wereldwijd.

Uit: Wereldwijd brevier