Berichten

Efrem de Syriër (306-373)

Het vasten is zuiver
en past bij wie zich zuivert
om God te (kunnen) zien.
Want de troebele die door iets wordt vertroebeld
kan die Heldere niet aanschouwen.
Wie een helder oog bezit,
hij (alleen) kan Hem zien,
voor zover het gegeven is om te zien.
Laten wij, in plaats van de wijnen te zuiveren,
de geest zuiveren,
opdat wij de Heldere kunnen zien
die door vasten de Boze overwon, die alles troebel maakt.

Arjen Hiemstra

De eerste keer dat ik met vasten te maken kreeg was toen ik een weekend verbleef met mijn medescholieren in een Cisterciënzerklooster in Tegelen. Vanuit het hoge noorden waren we met onze godsdienstleraar op de middelbare school naar het klooster gegaan om kennis te maken met het leven van de monniken. En ik moet zeggen: het is me alleszins meegevallen.

Toen we aan het warme middagmaal zaten, verontschuldigde de gastenbroeder zich voor de eenvoudige maaltijd. Maar ja, het was vastentijd, dan aten de broeders altijd heel eenvoudig, en die soberheid gold dan ook voor de gasten.
Ik zag een grote gedekte tafel met wit tafellaken en gesteven servetten. Ik zag grote schalen met zuurkoolstamppot, zelf ingemaakte augurkjes en zilveruitjes, ja en vegetarische worsten. En toen ik even later in de stilte van de gastenrefter mijn eerste hap nam proefde ik heerlijke gestampte aardappels met zuurkool. Op hetzelfde moment reed de gastenbroeder een karretje met drankjes naar binnen. ‘Wat we maar wilden drinken bij het eten, een biertje of toch iets fris of misschien een glas wijn?’

Soberheid hoort bij Cisterciënzer monniken. Soberheid hoort bij de vastentijd. Maar soberheid betekent niet dat niks meer mag. Het betekent vooral dat je met zorg en aandacht omgaat met je leven. Dat je aandachtig bent in wat je eet en in wat je niet eet. Eens iets weglaat, vlees, alcohol of autorijden. En dat je dat wát

je eet dat met aandacht tot je neemt. In stilte bijvoorbeeld. Dat je goed proeft wat je eet. Dat je beseft dat je het allemaal maar ontvangt. En dat je beseft met wie je samen bent om te eten.
Daarom houd ik ook zo van Cisterciënzer monniken.

Johannes Kon

Als gereformeerd jongetje, gedoopt in de Westerkerk te Arnhem, moest ik mij vanaf 1955 onderdompelen in de 90% rooms-katholieke wereld van Steenbergen (West Brabant). Daar was ‘vasten’ vanaf Asselewoensdag verplicht: d.w.z. als kind geen snoep en koekjes eten (dat ging in het befaamde ‘trommeltje’); als (jong) volwassene het intieme lichamelijke contact vermijden -dat lukte zeker mijn toenmalige omgeving niet altijd, gezien het aantal bevallingen 9 maanden na dato. Part nog deel!

Carnaval ging vooraf aan vasten.
Over het eerste woord is al heel veel geschreven : ‘carne vale’ (het vlees/het vleselijke) -tijdelijk ‘vaarwel’ zeggen of ‘carris navalis’ (Romeinse tijd: bij feesten het schip op een kar verbeelden – later veelal als ‘Blauwe Schuit’ geschetst). Ik heb daarover mede nog eens een carnavalsviering mogen organiseren bij mijn Basisgroep Baarn Soest.

Als calvinist pur sang (koopman en dominee) ging ik als 16-jarige met mijn Agfa Clack foto’s nemen van het carnavalsgedruis in de café’s in Steenbergen om die de volgende avond aldaar weer te verkopen. Big business.

En het vasten: voor het eerst echt gepraktiseerd tijdens die vreselijke Vietnamoorlog (1956-1975): tijdens de kerstdagen niets eten – behalve wellicht wat boerenkool; nog steeds en meer m.i. een heel christelijk uitgangspunt van (over)leven.

In mijn ‘geweldloze’ periode -vanaf 1973 wat meer georiënteerd geraakt op Mahatma Gandhi- werd vasten heel anders omgaan met natuurlijke producten dan gebruikelijk’. En dat blijft hopelijk zo !

Elsje Pot

Met het voornemen om te vasten vergaat het mij net als met goede voornemens voor het nieuwe jaar: ik houd het niet vol. Ik vind het in theorie mooi om de veertigdagentijd te accentueren met het oog op Pasen en ik bewaar ook wel goede herinneringen aan de rijst of broodmaaltijden één keer in de week, waaraan ik in de veertigdagentijd meedeed. Zo ontdekte ik dat het helpt om het samen te doen.

In januari twitterde een collega dat die oproepen om in de veertigdagentijd sober te leven verzet bij haar oproepen. Het leven is op dit moment al sober genoeg en zij heeft zich voorgenomen om van elke dag een feestje te maken. Mocht u dat een goed idee vinden en op zoek zijn naar inspiratie, ik zag in de Kampioen voor de maand februari voor elke dag een suggestie.

Ik nam me een aantal jaren geleden voor om in de veertigdagentijd meer te gaan lezen. Dat vind ik leuk om te doen, alleen komt het er vaak niet van. Ik meldde dat voornemen in de groep waarmee ik elke woensdag aanschoof voor een rijstmaaltijd. Het hielp dat we elkaar elke week vertelden in hoeverre het gelukt was om uitvoering aan ons voornemen te geven.

Nu denkt u misschien: meer lezen, is dat vasten? Ja, want daardoor kijk ik minder televisie en ben ik minder bezig met sociale media. Voor mij is het makkelijker om iets niet te doen als er iets leuks voor in de plaats komt. Dit jaar ga ik tekenen.

Toen we begonnen met deze berichten hadden we zoveel schrijvers dat we elke week een paar mensen ‘vrij’ konden geven. Maar in de loop van de tijd is, om uiteenlopende redenen, een aantal van hen gestopt. Vorige week namen we afscheid van ds. Hubertien Oostdijk; daarmee hadden we nog vijf schrijvers over.

We zijn daarom heel blij dat Jos Hordijk, gemeentelid in Arnhem-Noord, en Kees van Keulen, gemeentelid en organist in Arnhem-Zuid, ons schrijverscollectief komen versterken!

Dat is ook om een andere reden een goede zaak. Aan het begin waren alle schrijvers dominee of kerkelijk werker. Langzaam maar zeker nemen we ook in deze kolommen afscheid van de domineeskerk!

In de komende week valt aswoensdag: het begin van de veertigdagentijd of vastentijd. En hoewel aswoensdag in de protestantse kerken nog nauwelijks gevierd wordt, zijn het inmiddels lang niet alleen maar katholieken die iets aan vasten doen, al blijkt dat voor veel van onze schrijvers wel de eerste kennismaking met het verschijnsel te zijn geweest.

Vasten is meer dan alleen maar niet of minder eten. Het is ook denken aan anderen voor wie weinig eten geen keuze is maar bittere realiteit. Op verschillende plekken in Arnhem worden in de veertigdagentijd nog sobere rijstmaaltijd georganiseerd: je eet met elkaar droge rijst en doneert de kosten van je gebruikelijke warme maaltijd voor het goede doel.

Zelf heb ik altijd ervaren dat vasten, in welke vorm dan ook, veel geeft. Het is ook: bewuster stilstaan bij de dingen, je even losmaken van wat belangrijk lijkt, maar dat niet werkelijk is.

We wensen u een mooie vastentijd!

Pierre Eijgenraam en Arjen Hiemstra, redactie

 

Jos Hordijk

Toen ik voor het eerst over vasten hoorde was dat nog echt iets voor katholieken. Jose, mijn partner is katholiek van huis uit en heeft mooie herinneringen aan de vastentijd. Als voorbereiding op het paasfeest mochten de kinderen veertig dagen lang geen snoepjes of koekjes eten. Jose kreeg een trommeltje om het lekkers in te bewaren en als het Pasen was ging het trommeltje open en mocht ze alles wat er in zat opeten. Sommige kinderen dachten een beetje lichter over het vasten en snoepten tussendoor ook al eens wat. Zij klopten op hun buik en zeiden ‘dit is ons snoeptrommeltje’.

Vasten betekende ook op vrijdag afzien, dan aten ze geen vlees maar vis, met botersaus volgens Jose en ze smulden er van. Mijn schoonmoeder van 98 vast nog steeds ieder jaar. Die 40 dagen neemt ze geen honing in haar thee en geen koekje erbij.

We kennen natuurlijk het vasten van moslims. Gedurende de Ramadan wordt er tussen zonsopgang en zonsondergang niet gegeten of gedronken. En ’s avond vieren ze feest met familie en vrienden. Zo voelen ze zich verbonden met hun geloofsgenoten wereldwijd.

Maar hoe zit dat met protestanten? Vasten die ook? In mijn jeugd hoorde ik er in ieder geval nooit over, maar sinds ik in Arnhem woon en in de Diaconessenkerk kwam hoor ik wel van sobere maaltijden, kaarten met paasgroeten sturen naar gevangenen en persoonlijk afzien van voedsel of activiteiten. Dit jaar vasten we eigenlijk allemaal, of we willen of niet.