Berichten

Een oud Duits lied (vertaling: Coby Schreijer)

 

‘De gedachten zijn vrij, wie kan ze beletten?

Ze ijlen voorbij, naar eigene wetten.

Geen mens kan ze raden of grijpen of schaden.

Hoe sterk hij ook zij: de gedachten zijn vrij!

 

Ik denk wat ik wil, wie zal `t mij verbieden?

Mijn denken gaat stil waarheen het wil vlieden.

Mijn wens en verlangen neemt niemand gevangen;

hoe sterk hij ook zij: de gedachten zijn vrij!

 

En als men mij sluit in donkere kerker,

dan lach ik ze uit, mijn geest is toch sterker.

Hij breekt onverdroten de grendels en sloten

en werpt ze ter zij: de gedachten zijn vrij!’

Elsje Pot

Vorig jaar maakte ik voor belangstellenden een wandeling met het thema vrijheid en ook voor deze rubriek schreef ik een stukje over vrijheid, waarin onder andere stond: ‘Ik ervaar nu, denk ik, voor het eerst een heel klein beetje hoe blij je kunt zijn met vrijheid. Er is geen oorlog, maar toch snak ik naar vrijheid: gewoon weer kunnen doen, wat ik altijd deed: onbekommerd me onder de mensen begeven, handen schudden, knuffels uitdelen.En ik vraag me af: gaan we straks onze herwonnen vrijheid ook anders waarderen, er op een andere manier mee omgaan?’

Om de één of andere reden komen die woorden me nu naïef over, maar ik kan niet goed bedenken, waar dat in zit. Een beetje theatraal ook: maar toch snak ik naar vrijheid, wat een woorden, we zaten toen nog maar anderhalve maand in de lockdown!

Omdat ik het wat de vrijheid betreft eigenlijk niet meer zo goed weet, zocht ik in de bijbel teksten over vrijheid op. Een paar van die vondsten geven mij in ieder geval te denken.

-God geeft eenzamen een thuis en gevangenen vrijheid en voorspoed. Maar opstandigen zullen wonen op dorre grond. (Psalmen 68:7)

-Heeft de pottenbakker niet de vrijheid om van dezelfde klomp klei zowel een kostbare vaas als een alledaagse pot te maken? (Romeinen 9:21)

-Welnu, met de Heer wordt de Geest bedoeld, en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid. (2 Korintiërs 3:17)

Johannes Kon

Bij ‘vrijheid’ denken we vaak aan de naweeën van 5 mei 1945; anderen wellicht aan andere problematische gedenkdagen, al dan niet degene van overheidswege georganiseerd.

Hoeveel vrijer waren we nà mei 1945 dan daarvoor ? – opgesloten in onze zuil – nu zouden we zeggen ‘bubble’.

‘Ik ben een kind van nà de oorlog en dat wil ik graag zo houden’, bekende uitspraak maar ik meen het toch ten diepste. Daarom ben ik nu overtuigd vredesactivist geworden na mijn militaire diensttijd van 1967- 969 (St. Kerk en Vrede -antimilitaristisch- later nog een heel klein beetje IKV/Pax – maar een erg slap aftreksel!). Denk aan de vele, vele Arnhemse dominees in de jaren 30 die voor vrijheid van ontwapening waren).

Vrijheid (of ‘Freedom’ of ‘Liberty’?). Is er een tegenstelling? ‘Freedom’s just another word for nothing left to lose’ (zong Janis Joplin overtuigd).

Ik weet het nog niet zo.

‘Vrijheid’ staat genoteerd in onze Grondwet (1848) in diverse artikelen :

* van godsdienst: akkoord.

* van vergadering: akkoord.

* van mening: akkoord, maar niet van uiting: wat een bullshit wordt er over ons uitgestort. Daarvoor betaal ik geen afvalstoffenheffing! Soms wil ik weer terug naar het censuskiesrecht of de meritocratie.

Jos Hordijk

Ik ben van na de bevrijding, dat klinkt vrij en blij, maar vrijheid is een breed begrip. In mijn jeugd gingen veel jongens naar de lts en vrijwel alle meisjes naar de huishoudschool. En daarna aan het werk. Na de trouwdag bleef de vrouw meestal thuis en zeker als er kinderen kwamen. Ik was me als jonge vrouw nergens van bewust. Niet van de cultuur, noch van de positie van vrouwen. Iedereen was normaal en ook ik bewandelde het pad dat voor me uitgestippeld was. Toch wrong er iets: ik voelde me niet vrij.

In de jaren 70 ging ik naar de kerk in Duiven waar ik aan de lippen van de jonge ds. Grandia hing. Daar ging het eerste luikje open: ‘ hoe willen wij als christen in de wereld staan? ’ Daar had ik nog nooit over nagedacht. Een jaar of wat later kwam de 2de feministische golf over ons land en waaiden er nog wat luikjes open. Best gek dat een getrouwde vrouw voor 1965 niet eens een huis kon kopen of een bankrekening openen zonder toestemming van haar man en dat een man tot 1970 wettelijk hoofd van het gezin was!

De openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht in 2001 was het (vrijheids)kersje op de taart. Uiteindelijk ging de wereld voor me open, met dank aan Bram Grandia, Joke Smit, Anja Meulenbelt, Henk Krol en al die bevlogen voorvechters voor gelijke kansen en een betere wereld. Ik voel me schatplichtig aan hen. Voorvechters zijn zo nodig.

 

Arjen Hiemstra

Wat is nou vrijheid? Is dat dat je kunt doen wat je wilt, dat je zelf je eigen keuzes kunt maken? En kan dat eigenlijk wel? Maken we wel onze eigen keuzes?

Er zijn mensen die zeggen dat wat je doet afhankelijk is van de erfelijkheid en het milieu waarin je bent opgegroeid. Je hebt iets meegekregen in je genen, dat bepaald een deel van je leven en het andere deel wordt bepaald door wat je hebt geleerd in de loop van je leven.

Dat lijkt mij wel een heel negatieve benadering. Ook begrijp ik uit de Bijbel dat mensen keuzes kunnen maken tussen goed en kwaad en dat wou ik er maar even inlaten. Anders lijkt het alsof niemand verantwoordelijk is voor zijn eigen daden en dat lijkt – ook met de oorlog in het achterhoofd – wel heel immoreel.

Tegelijkertijd weet ik dat ik in sommige dingen erg lijk op mijn voorouders. Er is een familietak die niet snel boos is, maar áls iemand van die tak boos is…, nou berg je dan ook maar. Ik heb daar wel iets van meegekregen.

Misschien is echte vrijheid juist wel, dat je beseft dat je in een aantal opzichten niet vrij bent. Dat je weet dat je het gevaar loopt op een bepaalde manier te reageren omdat je het zo geleerd hebt of omdat ze in jouw familie altijd zo reageren. Juist dat je dát realiseert, maakt je vrijer. Want als je het je realiseert, kun je het ook anders doen.

Het lag voor de hand om, na de ‘nationale’ thema’s van de vorige weken (koninklijk, her­denken), deze week het thema ‘vrijheid’ te kiezen.

Ondertussen is in politiek en media een felle strijd losgebarsten over een affiche waarop verkondigd wordt dat we onze vrijheid, in 1945 herwonnen, in 2020 wegens corona weer verloren zouden hebben.

De verontwaardiging vind ik terecht; de onvrijheid tijdens het naziregime is onvergelijkbaar met de onvrijheid die we omwille van elkaars gezond­heid op dit moment nog moeten verduren.

Dat wil ook weer niet zeggen dat de onvrijheid van het afgelopen jaar niets voor zou stellen. Eenzame ouderen, depressieve jongeren, wan­hopige ondernemers, uitgeputte ziekenhuismedewerkers; ze weten wel beter! Het is vooral de gelijkstelling die kwetsend is en ongepast.

Enkele van onze schrijvers vonden ‘vrijheid’ een lastig thema. Misschien is dat omdat vrijheid zoveel vormen heeft: niet alleen de ‘grote vrijheid’ van een democratische rechtsstaat, maar ook de individuele vrijheid om te zijn wie je bent en te geloven, schrijven of zeggen wat je wilt; zelfs in ons land is dat niet (of niet meer??) voor ieder vanzelfsprekend.

Dan is er ook nog zoiets als ‘persoonlijke vrijheid’: je kunt je heel onvrij voelen als bijvoorbeeld je werk niet (meer) bij je past, als je ruzie hebt met je buren, opgroeit in een liefdeloos gezin, of als je mantelzorger bent en je hele bestaan daardoor wordt beheerst.

Vrijheid kent ook grenzen: Mag jouw vrijheid ten koste gaan van die van anderen? Is het oké als de verantwoordelijkheid die je draagt wel eens zwaarder weegt dan je persoonlijke vrijheid? Zou een mens wel ècht gelukkig worden van onbeperkte vrijheid? 

Hoe dan ook: vrijheid is nooit vanzelfsprekend. Vrijheid vraagt onderhoud, vrijheid vraagt dialoog –je moet er met elkaar over in gesprek blijven- en soms vraagt vrijheid offers. We blijven dankbaar voor de mensen die dat offer, 75 jaar geleden of in deze tijd, durfden en durven te brengen!

Pierre Eijgenraam

 

Maandag 10 mei 2021, door Kees van Keulen

Hebt u zich er in verkiezingstijd ook aan geërgerd hoe vaak er niet werd geroepen ‘We willen onze vrijheid terug!’ Alsof we in een onvrij land leven! Ik heb zeer te doen met de jongeren die niet naar school kunnen, met de studenten die alleen maar achter (of voor?) het computerscherm moeten zitten, met de gezinnen waarvan de ouders thuis werken en tegelijkertijd hun kinderen bij het on-line-onderwijs moeten begeleiden, met degenen die in achterstandssituaties zitten en nu weer extra achterop worden geworpen, met allen die hun inkomen zien verdampen, met de jongeren èn ouderen die snakken naar contact. En zo zijn er nog wel een paar. Allemaal situaties waarin vrijheden zijn ingeperkt.

Maar het ging me te ver als ik het gekrakeel hoorde over de avondklok en het gezanik van fanatieke terrasbezoekers. Vrijheid is namelijk geen absoluut begrip. Het gaat altijd samen met verantwoordelijkheid.

Bovendien, je vrijheid opeisen gaat vaak ten koste van de vrijheid van een ander. En als we ons dus moeten beperken om het virus in de hand te krijgen, nodig om de vrijheid van velen te kunnen waarborgen, dan kan je niet roepen ‘We willen onze vrijheid terug!’ De vrijheid waarvan wij ook nu -in coronatijd- kunnen profiteren, is namelijk ongekend. Vieren we dat niet op 5 mei?

PS En overigens realiseer ik me als gezonde gepensioneerde met een goed pensioen en een prima verhouding thuis tot de categorie te behoren die het minst te klagen heeft!